Geachte premier Johnson,
...

Geachte premier Johnson, Beste Britse vrienden, Na de gebeurtenissen van de afgelopen jaren mogen we best toegeven dat onze relatie niet echt over rozen liep. Maar onze gemeenschappelijke casus bewijst dat de moeilijkste relaties ook de interessantste zijn. Het liep al van bij onze verloving niet van een leien dakje. In de jaren vijftig besloot uw land geen lid te worden van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal. Voor de duidelijkheid: Clement Attlee en zijn Labourregering waren tegen, terwijl Winston Churchill en zijn tory's vóór waren. In 1955, toen de eerste stappen werden gezet in wat veel later de interne markt zou worden, liep het Verenigd Koninkrijk weg van de onderhandelingstafel. Enkele jaren later moest de conservatieve premier Harold Macmillan (1957-1963) met lede ogen aanzien dat 'voor het eerst sinds Napoleon de belangrijkste continentale machten verenigd zijn in een positieve economische groepering, met aanzienlijke politieke aspecten'. In een brief aan zijn minister van Buitenlandse Zaken voegde de Britse premier eraan toe dat die embryonale Unie tot zijn eigen verbazing 'niet gericht is tegen Groot-Brittannië '. Het vertelt iets over de mate van zelfbegoocheling die uw land toen al in haar greep hield. Alsof het Suez-debacle van 1956 niet pijnlijk had aangetoond dat het Verenigd Koninkrijk niet langer een grootmacht was die in haar eentje kon handelen. Maar ook Europa (of 'the continent' zoals u ons met enige zin voor afstandelijkheid noemt) was niet zonder fouten in het moeilijke verlovingsproces. Het brutale veto van de Franse president Charles de Gaulle in 1961 was een misplaatste zet, waardoor onze gemeenschappelijk geschiedenis meer dan tien jaar vertraging opliep. Toen jullie uiteindelijk, in 1973, lid van de Europese Gemeenschap werden, gebeurde dat opnieuw met slepende voeten. Nog geen twee jaar later organiseerde de Labourregering (opnieuw Labour!) een referendum over het lidmaatschap - dat toen gelukkig overtuigend gewonnen werd met 67 tegen 32 procent. Onze knipperlichtrelatie werd voortgezet door Margaret Thatcher. In 1975 voerde ze nog vrolijk mee campagne in het pro-Europese kamp, maar in de jaren tachtig zette ze de torykentering in door haar geld terug te vragen. Van dan af kwamen we van de regen in de drop. Het Britse lidmaatschap werd een halfslachtige positie op zichzelf: een korting op de budgettaire bijdrage, een 'opt-out' in Justitie en Binnenlandse Zaken (inclusief Europol) en uiteraard de weigering om de euro in te voeren. Van harte kon je het niet noemen. Zelfs ons Europese aanbod in 2015 om een 'noodrem' in te bouwen voor het vrije verkeer van personen (die vervelende Poolse bouwvakkers, Roemeense dokters en Bulgaarse verplegers ook!) kon het tij niet meer keren en een pro-brexit niet langer afwenden. Vanwaar deze korte historische recapitulatie? Om de misleidende mantra van de eurosceptici te doorprikken, als zou het Verenigd Koninkrijk bedrogen zijn door de Europese Unie. Dat het Britse volk enkel en alleen getekend zou hebben voor een economisch project (verwijzend naar de toenmalige naam van onze Unie). En dat Europa contractbreuk zou hebben gepleegd door en stoemelings te veranderen in een politiek project. De brief van Harold Macmillan, het niet-aflatende verzet van Labour, het weifelen van de tory's: het bewijst dat de Britse regeringen al sinds begin de jaren zestig op de hoogte waren van het (geo)politieke karakter van onze Unie. Hoe 'Kolen en Staal' en 'Gemeenschap voor Atoomenergie' als louter vrijhandelsakkoorden gelezen kunnen worden, blijft voor mij een raadsel. Dit is geopolitiek pur sang, en zo hoort het ook te zijn. Ook in uw landsbelang. Het Verenigd Koninkrijk is al lang geen 'Empire' meer. Of zoals actrice Olivia Colman het zei in haar rol van koningin Elizabeth II in het derde seizoen van The Crown: 'All that happened on my watch is that the place has fallen apart. ' Sinds 1973 is het VK niet langer nummer vijf maar nummer negen in de ranking van wereldeconomieën. In de jaren zeventig konden de Europese landen zichzelf nog voor de gek houden: China was nog een hongerig derdewereldland, India ook, en Rusland werd onder Leonid Breznjev verlamd door corruptie en de groeiende technologische kloof met het Westen. Maar in 2020 mag het toch duidelijk zijn dat de Britse en andere Europese keizers nauwelijks nog kleren aan hebben. Russische oligarchen kopen massaal vastgoed, voetbalploegen en ander leuks op in London. Het Kremlin vergiftigt mensen in Salisbury. De Verenigde Staten - zowel onder Barack Obama als onder Donald Trump - blazen warm en koud over het handelsakkoord dat ze al dan niet met post-brexit-Britain zouden afsluiten. U staat achteraan in de rij. Tot zover 'the special relationship' met uw Amerikaanse neven. Het kleinste kind voelt aan dat de toryslogan 'A Global Britain' niet meer is dan fluiten in het donker. Misschien klink ik overdreven hard in mijn analyse, maar dat komt omdat ik de brexit een vreselijke gedachte vind. Ik wen er maar niet aan. Omdat ik bewondering heb voor het Verenigd Koninkrijk. Jullie zijn het geboorteland van de liberale democratie die vandaag zo onder druk staat van de extreemrechtse partijen. Jullie hebben de parlementaire democratie uitgevonden en - ook dit typeert de Britten - niet enkel als filosofisch concept maar als praktisch vehikel. De morsige manier waarop 'the House of Commons' de brexit in de praktijk bracht, was mooi om te zien. Niet vanwege het politieke spektakel, maar omdat het recht deed aan de complexiteit van een democratische samenleving. Omdat het aan de wereld toonde dat een stem van én voor een Brits parlementslid er wel degelijk toe doet. Hoed af. Dus ja, het frustreert me dat de brexit miskent hoeveel waarden het Europese continent en de Britse eilanden delen. We geloven allebei dat het goed is dat een president niet met een pennentrek de grondwet kan aanpassen om aan de macht te blijven - zoals dat nu gebeurt in Rusland. We geloven allebei dat bedrijven geen verlengstukken horen te zijn van de politiek - zoals in China. Of dat omgekeerd - zoals in de Verenigde Staten - de politiek gedomineerd wordt door de hoogst biedende. Er zijn wel degelijk gedeelde Europese waarden, en het zijn die waarden die richting moeten geven aan het akkoord over onze toekomstige relatie. Uiteraard moet er een vrijhandelsakkoord tussen het VK en de EU komen: zonder tarieven, zonder quota, zonder dumping (en dus met respect voor sociale en milieustandaarden). Maar de Europese Unie sluit veel handelsakkoorden met veel landen: Japan, Zuid-Korea, Australië, Singapore... Het afgelopen parlementaire mandaat niet minder dan zestien. Maar onze ambities moeten verder reiken dan dat. De EU en het VK moeten elkaar in de ogen durven te kijken en toegeven dat we elkaar nodig hebben, dat we elkaar moeten beschermen. Dat wil onder meer zeggen: verregaande politionele samenwerking, uitwisseling van inlichtingen en natuurlijk meer militaire samenwerking binnen de NAVO. Dat is de enige weg om staande te blijven in deze nieuwe wereldorde. Nu de scheidingsovereenkomst voltooid is, moeten de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk een partnerschap opbouwen dat ons allebei voorspoedig en veilig maakt. Daar is een grotere politieke afruil voor nodig. Het Verenigd Koninkrijk moet het waanidee achter zich laten als zou het nog steeds een 'global Empire' zijn dat de loop van de geschiedenis naar zijn hand kan zetten. Europa moet dan weer orde scheppen in eigen huis en de institutionele zwaarte - die jullie van ons wegjoeg - van zich afschudden: een kleinere maar doortastender Europese Commissie, de afschaffing van de unanimiteitsregel in de Raad, en een Europees Parlement met volheid van bevoegdheid. Want dat moeten wij, Europeanen, wel goed in onze oren knopen: de brexit was evenzeer een faling van onze kant als van jullie kant. Wij moeten opnieuw een aantrekkelijke partner worden voor het Verenigd Koninkrijk. Als we daarin slagen, zou het best kunnen dat er een nieuwe generatie Britten opstaat die opnieuw volwaardig lid wil worden van onze Europese familie.