De marathon die zondagmiddag in Berlijn plaatsvond, was nog maar nét afgelopen of de exitpolls voorspelden een nieuwe politieke wedloop die een hele poos kan duren. Zondagavond 18 uur gaf de openbare omroep ZDF aan dat de sociaaldemocratische SPD met 26 procent de grootste partij zou worden en de christendemocratische Union op 24 procent bleef steken.
...

De marathon die zondagmiddag in Berlijn plaatsvond, was nog maar nét afgelopen of de exitpolls voorspelden een nieuwe politieke wedloop die een hele poos kan duren. Zondagavond 18 uur gaf de openbare omroep ZDF aan dat de sociaaldemocratische SPD met 26 procent de grootste partij zou worden en de christendemocratische Union op 24 procent bleef steken. Onder het toeziend oog van de naar Berlijn afgereisde Elio Di Rupo (PS) veranderde het gejubel in het Willy Brandt Haus, de hoofdzetel van de SPD, even in vertwijfeling toen de andere publieke zender ARD even later een gelijkstand tussen de twee aangaf. Maar na enkele uren werden de machtsverhoudingen duidelijk. Op het moment van dit schrijven heeft SPD-lijsttrekker Olaf Scholz met 25,7 procent een onwaarschijnlijke comeback gerealiseerd. Ruim vier maanden geleden lag zijn partij nog in de touwen en draaide alles om de tweestrijd tussen Die Grünen en de christendemocratische Union (CDU/CSU). Maar de SPD kon profiteren van andermans foutjes en had het voordeel dat de politieke thema's nauwelijks nog over veiligheid en migratie, maar wel om klimaat, gezondheid, industrie en arbeid draaiden. Op een tweede plaats strandt gedoodverfd Merkel-opvolger Armin Laschet met 24,1 procent. De minister-president van Noordrijn-Westfalen schrijft dat resultaat voornamelijk toe aan het feit dat zijn partij door het afscheid van Merkel niet kon genieten van de kanseliersbonus. Desalniettemin moest Laschet te kennen geven dat het slechtste partijresultaat in de naoorlogse geschiedenis als een teleurstelling aankwam - de CDU verloor ook bij de deelstaatverkiezingen in Mecklenburg-Vorpommern en Berlijn. Op de derde plaats volgen Die Grünen van lijsttrekker Annalena Baerbock met 14,8 procent. Dat is de grootste sprong voorwaarts van alle partijen, maar ondanks de klinkende verkiezingsoverwinning in deelstaat Berlijn veel minder dan waar de ecologisten midden april door de peilingen nog op hoopten.De liberale FDP haalde 11,5 procent van de stemmen, waarmee voorzitter Christian Lindner het net iets beter deed dan vier jaar geleden. Vijfde en zesde zijn respectievelijk de AfD (10,3 procent) en Die Linke (4,9 procent). De eerste toont zich voor de bühne tevreden, maar verliest haar rol als grootste oppositiepartij. De tweede landt na het terugtreden van de charismatische ex-voorzitter Sarah Wagenknecht onder de 5-procent-kiesdrempel. Toch zal de radicaal-linkse partij nog een veertigtal afgevaardigden mogen leveren omdat ze in laatste instantie drie rechtstreeks verkozen parlementsleden behalen - een bijzonderheid in het Duitse kiessysteem. Wat dit politiek betekent, is voorlopig nog koffiedik kijken. De ongeschreven regel stelt dat de grootste partij doorgaans het initiatiefrecht krijgt. Al is dat geen ijzeren wet. De sociaaldemocratische bondskanselier Willy Brandt was met zijn SPD niet de grootste toen hij eind jaren zestig in zee ging met de liberalen. En in 2005 probeerde afscheidnemend regeringsleider Gerhard Schröder het laken naar zich toe te trekken toen hij de laatste weken van de campagne bijna Angela Merkel inhaalde. Schröder haalde evenwel bakzeil en zijn SPD moest als juniorpartner toekijken hoe de Oost-Duitse aan haar zestienjarige carrière als bondskanselier begon. In tegenstelling tot vroeger behaalt de grootste partij maximaal nu nog maar een kwart van de stemmen. Met andere woorden: minstens 74 procent van de Duitsers heeft niét op de volgende kanselier gestemd - wie dat ook wordt. En dat zorgt voor een bijzondere politieke situatie. Voor Scholz is het zo klaar als een klontje: naar eigen zeggen is hij is de enige die aanspraak maakt op het kanselierschap. Maar ook Laschet zei dat hij ondanks een tweede plaats de regering wil aansturen. 'Het gaat er niet om de grootste partij te zijn, wél om een meerderheid in het parlement', klonk het. Oneerlijk? Misschien wel. Al zei SPD-voorzitter Norbert Walter-Borjans enkele dagen eveneens dat zijn partij de regering wil leiden in het geval de Union toch meer zetels zou halen. Het wordt voor de SPD moeilijk om Laschet datgene te verwijten wat de partij onlangs zelf opwierp. Voor Laschet lijkt regeringsdeelname alleszins de enige garantie om politiek te kunnen overleven. Omdat de bondsdag ten laatste in een maand met een constructieve zitting moet worden gevormd, heeft hij nauwelijks tijd om te beslissen of hij minister-president van Noordrijn-Westfalen blijft of in Berlijn een coalitie - al dan niet onder leiding van de CDU - uit de brand wil slepen. Maar vier weken zullen wegens de partijversnippering waarschijnlijk niet volstaan om een samenwerking uit de grond te stampen. In die context was het vooral uitkijken naar de reactie van de Beierse CSU op het verlies van de christendemocraten. Tijdens de campagne had voorzitter Markus Söder reeds aangegeven dat zijn partij niet in de regering wilde, indien de Union als tweede partij zou eindigen. Secretaris-generaal van de partij, Markus Blume, ging zelfs nog een stap verder en vroeg in de pers al om een foutenanalyse na de felbevochten stembusgang. Maar de balsturige Söder trok zondagavond zijn staart in. Verwacht werd dat de kopman het slechtste verkiezingsresultaat van zijn partij ooit in de schoenen van Laschet zou proberen afschuiven. Niet dus. Vermoedelijk wil Söder ook de strijd met zijn zusterpartij (nog) niet voor de bühne voeren - de ambitieuze politicus weet donders goed dat hij de steun van de CDU nodig heeft als hij het binnen vier jaar wel tot kandidaat-kanselier wil schoppen.Of het Scholz of Laschet wordt, ligt evenwel in handen van de Grünen en de FDP. Beide partijen zijn de koninginnen op het schaakbord wier bewegingen de evenwichten zullen bepalen. Want omdat de SPD noch de Union een nieuwe coalitie met elkaar verlangen, wijst alles op een driepartijensamenwerking waarin ofwel SPD ofwel de Union met de twee anderen de plak zullen zwaaien. Opvallend is dat zowel FDP-voorzitter Lindner als groenen-covoorzitter Robert Habeck eerst samen rond de tafel willen kruipen vooraleer ze met de sociaal- en christendemocraten de gesprekken aanvatten. De voorzitters zullen dus flinke discussies voeren over hoe een begroting zonder al te veel schulden verzoenbaar is met belastingverlagingen enerzijds en overheidsinvesteringen in het klimaat anderzijds. Lindner heeft reeds aangegeven dat zijn partij programmatisch gezien meer voeling heeft met de Union, terwijl Baerbock zondagavond opnieuw benadrukte dat ze het liefst in zee wil met de sociaaldemocraten. Het paradoxale is echter dat beide partijen misschien wel meer invloedrijke posities en inhoudelijke toegevingen kunnen afdwingen indien ze in een coalitie stappen die hun eigen politieke voorkeur wat minder weerspiegelt. Die Grünen en de FDP moeten daarom afwegen hoe hun respectievelijke kiezers een eerder rechtse Jamaica-coalitie (Union, Grünen, FDP) of eerder linkse Verkeerslichtcoalitie (SPD, Grünen, FDP) binnen vier jaar zullen beoordelen. Zo gaf 75% van de Grünen-leden in een peiling aan een Jamaica-coalitie niet te zien zitten. Al die gevoeligheden vergroten de kans dat de verkennende gesprekken en formatie een hele poos in beslag zullen nemen. Een precieze datum op een nieuwe regering wilde Scholz niet geven, maar als deadline stelde de voormalige burgemeester van Hamburg Kerstmis voor. Met die richtdatum in het achterhoofd is het afscheid van Merkel dus nog niet voor meteen en kan ze alsnog haar voorganger Helmut Kohl als langst zittende bondskanselier voorbijsteken - die datum ligt op 17 december 2021.