Nooit eerder hebben de burgers van de Bondsrepubliek Duitsland zo in het duister getast over de mogelijke uitslag van federale parlementsverkiezingen als afgelopen zondag. Bookmakers zouden hun werk gehad hebben, mocht er gespeculeerd zijn over mogelijke coalities. Vroeger - dat wil zeggen: tot begin jaren '80 - was het politieke leven in Duitsland eenvoudig, overzichtelijk, ja misschien zelfs ietwat saai. Dat is niet meer het geval sinds de traditionele partijen - de christendemocraten van CDU en CSU (samen 'die Union'), de sociaaldemocraten van de SPD en de liberalen (FDP) er concurrentie hebben bijgekregen.

Nieuwlichters zoals De Groenen van Bündnis 90/Grüne, de linksradicale Die Linke en de rechts-nationalistische Alternative für Deutschland (AfD) zijn er achtereenvolgens in geslaagd over de kiesdrempel van 5 procent te springen. Ze weerspiegelen de ideologische fragmentering binnen de maatschappij. Voorheen speelden CDU/CSU en SPD van verkiezing tot verkiezing pingpong, waarbij de FDP vaak als het puntje op de i de meerderheid leverde voor deze of gene. De 'grote' volkspartijen - de 'Union' en de SPD - waren in 2017 parallel met de versplintering van het kiezerspubliek verschrompeld tot respectievelijk 33 procent en 20 procent. Vaak moesten ze een - ongeliefde - Grote Coalitie vormen om te kunnen regeren. Maar geen van beide wil de juniorpartner van de andere zijn. De kiezers hebben de kaarten ook zo geschud dat een werkbare coalitie hoogstwaarschijnlijk drie partijen behoeft.

Winnaar wordt verliezer of omgekeerd? Patstelling na Duitse verkiezingen.

Heldere positionering

Deze verkiezingen golden ook als een strijd over de richting die Duitsland zou moeten inslaan. De mededingende partijen, die in de Bondsdag vertegenwoordigd zijn, hadden zich duidelijk uitgesproken. De linkse partijen - SPD, Grüne en Die Linke - gingen voor een meer sturende rol en meer ingrijpen van de staat, de centrumrechtse partijen voor meer lastenverlagingen voor de ondernemingen en voor meer afbouwen van de bureaucratie. Duitsland wil een pioniersrol spelen in de ombouw van de economie naar een duurzame. Centrumrechts wreef de Groenen aan dat ze met hun radicalisme het economische weefsel van industrieland Duitsland zouden beschadigen. De politiek van centrumlinks (SPD en Groenen) leidt naar meer belastingen. CDU/CSU en FDP willen daar niet van weten, en nog minder van een lossere omgang met de Schuldenbremse (de rem op het maken van schulden).

Door die heldere positionering wisten de kiezers nu dat een toekomstige coalitie uitgesproken centrumlinks of centrumrechts zou zijn, aangevoerd door respectievelijk SPD of CDU/CSU, en eventueel aangevuld met een juniorpartner uit het andere ideologische spectrum (de FDP en de Groenen). Op zondagavond bouwde de SPD haar voorsprong op de Union uit. Ze behaalde 25,7 procent (een winst van 5,2 procent tegenover 2017), de Union 24,1 procent (een verlies van 8,8 procent).

Verrassingen

De persoonlijkheid van de kandidaat-kanseliers heeft de keuze van de kiezers beïnvloed. Het werd een ware triomf voor Olaf Scholz, de kanselier-kandidaat die met zijn nuchtere en respect belovende aanpak zijn SPD uit het dal voerde, een zware klap voor Armin Laschet (CDU) die mee verantwoordelijk tekent voor de neergang van de CDU. Dat belet Laschet niet om ook het kanselierschap op te eisen. Zelfs een partij die op de tweede plaats komt, in dit geval de CDU met haar Beierse zusterpartij CSU, mag sonderingsgesprekken voeren met andere die daartoe bereid zijn. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1969 toen Willy Brandt kanselier werd van een coalitie van sociaaldemocraten en liberalen, hoewel zijn SPD bij de verkiezingen toen tweede was geworden.

CDU en CSU weer een smoel moeten krijgen.

De liberale FDP was (naast de SPD) de tweede grote verrassing. Waar alle partijen modernisering en redding van het klimaat verkondigden - hoe onderscheiden de aanpak ook - bespeelde zij een extra gevoelige snaar, die van het verlangen naar vrijheid, niet onbelangrijk in tijden van pandemie en coronamaatregelen. Ze behaalt 11,5 procent (in 2013 vloog ze nog uit de Bondsdag). De Groenen gaan van 8,9 procent naar 14,8 procent, maar toch smaakt die winst niet zo zoet, gelet op het feit dat ze maandenlang in de opiniepeilingen rond de 23 procent zaten. Beide gelden als 'kingmaker' of in het Duits 'Kanzlermacher'. Het wordt dus ofwel een verkeerslicht ('Ampel') van SPD (rood), FDP (geel) en Grüne ofwel een Jamaica-coalitie van CDU/CSU (zwart), geel en groen. Beide zijn een optie; de Duitse politiek bevindt zich nu in een patstelling.

De voorkeur van Christian Lindner, voorzitter van de FDP, gaat uit naar Jamaica. De SPD mag dan wel met Scholz eerder naar het centrum tenderen, de liberalen blijven wantrouwig tegenover een partij die 50 radicale Jusos (Jungsozialisten binnen de SPD) naar de Bondsdag stuurt. De Groenen willen het vlaggenschip van links Duitsland worden. Het is dan ook interessanter voor hen om mee te regeren onder de CDU dan onder de SPD, de grote concurrent aan de linkerzijde. Bovendien kunnen ze meer lekkers krijgen van een zwaar aangeslagen CDU/CSU dan van een zelfbewuste SPD. CDU en CSU zullen zich wel moeten herbronnen, weer een smoel moeten krijgen, nadat Merkel het conservatieve profiel van de CDU heeft doen verwasemen. Als er echter een 'Ampel' komt, zal de SPD inzake belastingen grote toegevingen moeten doen aan de FDP.

Uitdagingen

De rol van de radicale partijen van links en rechts is uitgespeeld. Die Linke viel van 9,2 procent terug op 4,9 procent, onder de kiesdrempel dus. Dankzij enkele directe mandaten mag ze toch in het parlement, niet als fractie, maar als 'Gruppe'. De Alternative für Deutschland (AfD) zakt van 12,6 procent naar 10,3 procent. Geen enkele partij wil overigens met haar regeren.

Merkwaardig is ook dat 'de andere', de tientallen partijen die niet boven de kiesdrempel geraken, samen 8,7 procent (+ 3,5 procent) behalen. Het verlangen van burgers naar iets totaal anders? Daarvoor spreekt ook het feit dat de meerderheid van de jonge kiezers haar stem heeft gegeven aan Groenen en liberalen.

De uitdagingen voor de toekomstige regering zijn groot. Trefwoorden: klimaatbescherming, modernisering, migratie, het socio-economische. Allemaal hebben de mededingers zich daarrond gepositioneerd. Met een andere ideologische juniorpartner erbij zal de coalitie (rood-groen-geel of zwart-geel-groen) een modus vivendi over de aanpak van die kwesties moeten vinden. Dat moet meer zijn dan een samenraapsel van verwaterde compromissen als de honger van de burgers naar hervormingen zich wil gestild weten.

Dirk Rochtus is docent Duitse geschiedenis aan KU Leuven/Campus Antwerpen. Vandaag verschijnt zijn nieuwe Duitsland-boek 'Scherprechters van de geest. Duits debat tot op het bot' (Uitgeverij Ertsberg).

Nooit eerder hebben de burgers van de Bondsrepubliek Duitsland zo in het duister getast over de mogelijke uitslag van federale parlementsverkiezingen als afgelopen zondag. Bookmakers zouden hun werk gehad hebben, mocht er gespeculeerd zijn over mogelijke coalities. Vroeger - dat wil zeggen: tot begin jaren '80 - was het politieke leven in Duitsland eenvoudig, overzichtelijk, ja misschien zelfs ietwat saai. Dat is niet meer het geval sinds de traditionele partijen - de christendemocraten van CDU en CSU (samen 'die Union'), de sociaaldemocraten van de SPD en de liberalen (FDP) er concurrentie hebben bijgekregen.Nieuwlichters zoals De Groenen van Bündnis 90/Grüne, de linksradicale Die Linke en de rechts-nationalistische Alternative für Deutschland (AfD) zijn er achtereenvolgens in geslaagd over de kiesdrempel van 5 procent te springen. Ze weerspiegelen de ideologische fragmentering binnen de maatschappij. Voorheen speelden CDU/CSU en SPD van verkiezing tot verkiezing pingpong, waarbij de FDP vaak als het puntje op de i de meerderheid leverde voor deze of gene. De 'grote' volkspartijen - de 'Union' en de SPD - waren in 2017 parallel met de versplintering van het kiezerspubliek verschrompeld tot respectievelijk 33 procent en 20 procent. Vaak moesten ze een - ongeliefde - Grote Coalitie vormen om te kunnen regeren. Maar geen van beide wil de juniorpartner van de andere zijn. De kiezers hebben de kaarten ook zo geschud dat een werkbare coalitie hoogstwaarschijnlijk drie partijen behoeft.Deze verkiezingen golden ook als een strijd over de richting die Duitsland zou moeten inslaan. De mededingende partijen, die in de Bondsdag vertegenwoordigd zijn, hadden zich duidelijk uitgesproken. De linkse partijen - SPD, Grüne en Die Linke - gingen voor een meer sturende rol en meer ingrijpen van de staat, de centrumrechtse partijen voor meer lastenverlagingen voor de ondernemingen en voor meer afbouwen van de bureaucratie. Duitsland wil een pioniersrol spelen in de ombouw van de economie naar een duurzame. Centrumrechts wreef de Groenen aan dat ze met hun radicalisme het economische weefsel van industrieland Duitsland zouden beschadigen. De politiek van centrumlinks (SPD en Groenen) leidt naar meer belastingen. CDU/CSU en FDP willen daar niet van weten, en nog minder van een lossere omgang met de Schuldenbremse (de rem op het maken van schulden). Door die heldere positionering wisten de kiezers nu dat een toekomstige coalitie uitgesproken centrumlinks of centrumrechts zou zijn, aangevoerd door respectievelijk SPD of CDU/CSU, en eventueel aangevuld met een juniorpartner uit het andere ideologische spectrum (de FDP en de Groenen). Op zondagavond bouwde de SPD haar voorsprong op de Union uit. Ze behaalde 25,7 procent (een winst van 5,2 procent tegenover 2017), de Union 24,1 procent (een verlies van 8,8 procent). De persoonlijkheid van de kandidaat-kanseliers heeft de keuze van de kiezers beïnvloed. Het werd een ware triomf voor Olaf Scholz, de kanselier-kandidaat die met zijn nuchtere en respect belovende aanpak zijn SPD uit het dal voerde, een zware klap voor Armin Laschet (CDU) die mee verantwoordelijk tekent voor de neergang van de CDU. Dat belet Laschet niet om ook het kanselierschap op te eisen. Zelfs een partij die op de tweede plaats komt, in dit geval de CDU met haar Beierse zusterpartij CSU, mag sonderingsgesprekken voeren met andere die daartoe bereid zijn. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1969 toen Willy Brandt kanselier werd van een coalitie van sociaaldemocraten en liberalen, hoewel zijn SPD bij de verkiezingen toen tweede was geworden. De liberale FDP was (naast de SPD) de tweede grote verrassing. Waar alle partijen modernisering en redding van het klimaat verkondigden - hoe onderscheiden de aanpak ook - bespeelde zij een extra gevoelige snaar, die van het verlangen naar vrijheid, niet onbelangrijk in tijden van pandemie en coronamaatregelen. Ze behaalt 11,5 procent (in 2013 vloog ze nog uit de Bondsdag). De Groenen gaan van 8,9 procent naar 14,8 procent, maar toch smaakt die winst niet zo zoet, gelet op het feit dat ze maandenlang in de opiniepeilingen rond de 23 procent zaten. Beide gelden als 'kingmaker' of in het Duits 'Kanzlermacher'. Het wordt dus ofwel een verkeerslicht ('Ampel') van SPD (rood), FDP (geel) en Grüne ofwel een Jamaica-coalitie van CDU/CSU (zwart), geel en groen. Beide zijn een optie; de Duitse politiek bevindt zich nu in een patstelling.De voorkeur van Christian Lindner, voorzitter van de FDP, gaat uit naar Jamaica. De SPD mag dan wel met Scholz eerder naar het centrum tenderen, de liberalen blijven wantrouwig tegenover een partij die 50 radicale Jusos (Jungsozialisten binnen de SPD) naar de Bondsdag stuurt. De Groenen willen het vlaggenschip van links Duitsland worden. Het is dan ook interessanter voor hen om mee te regeren onder de CDU dan onder de SPD, de grote concurrent aan de linkerzijde. Bovendien kunnen ze meer lekkers krijgen van een zwaar aangeslagen CDU/CSU dan van een zelfbewuste SPD. CDU en CSU zullen zich wel moeten herbronnen, weer een smoel moeten krijgen, nadat Merkel het conservatieve profiel van de CDU heeft doen verwasemen. Als er echter een 'Ampel' komt, zal de SPD inzake belastingen grote toegevingen moeten doen aan de FDP. De rol van de radicale partijen van links en rechts is uitgespeeld. Die Linke viel van 9,2 procent terug op 4,9 procent, onder de kiesdrempel dus. Dankzij enkele directe mandaten mag ze toch in het parlement, niet als fractie, maar als 'Gruppe'. De Alternative für Deutschland (AfD) zakt van 12,6 procent naar 10,3 procent. Geen enkele partij wil overigens met haar regeren. Merkwaardig is ook dat 'de andere', de tientallen partijen die niet boven de kiesdrempel geraken, samen 8,7 procent (+ 3,5 procent) behalen. Het verlangen van burgers naar iets totaal anders? Daarvoor spreekt ook het feit dat de meerderheid van de jonge kiezers haar stem heeft gegeven aan Groenen en liberalen.De uitdagingen voor de toekomstige regering zijn groot. Trefwoorden: klimaatbescherming, modernisering, migratie, het socio-economische. Allemaal hebben de mededingers zich daarrond gepositioneerd. Met een andere ideologische juniorpartner erbij zal de coalitie (rood-groen-geel of zwart-geel-groen) een modus vivendi over de aanpak van die kwesties moeten vinden. Dat moet meer zijn dan een samenraapsel van verwaterde compromissen als de honger van de burgers naar hervormingen zich wil gestild weten. Dirk Rochtus is docent Duitse geschiedenis aan KU Leuven/Campus Antwerpen. Vandaag verschijnt zijn nieuwe Duitsland-boek 'Scherprechters van de geest. Duits debat tot op het bot' (Uitgeverij Ertsberg).