'Hij whatsappt mij soms, maar nooit meer dan vijftien keer per dag', zegt Vincent Stuer met een lach. Ooit was hij de rechterhand van onder meer minister van Buitenlandse Zaken en Europees Commissaris Karel De Gucht, Europees voorzitter José Manuel Barroso en de Europese fractie van de links-liberale partij D66. Vandaag werkt hij voor Renew Europe, de liberale fractie waartoe Guy Verhofstadt behoort. In 2018 schreef Stuer een boek over de Europese Unie: Curb Your Idealism ('bedwing uw idealisme'). 'Het politieke centrum is lethargisch en laf', zei hij toen in De Morgen. Dat is precies wat Guy Verhofstadt niet is. Het is ook zijn probleem. Een van zijn problemen.
...

'Hij whatsappt mij soms, maar nooit meer dan vijftien keer per dag', zegt Vincent Stuer met een lach. Ooit was hij de rechterhand van onder meer minister van Buitenlandse Zaken en Europees Commissaris Karel De Gucht, Europees voorzitter José Manuel Barroso en de Europese fractie van de links-liberale partij D66. Vandaag werkt hij voor Renew Europe, de liberale fractie waartoe Guy Verhofstadt behoort. In 2018 schreef Stuer een boek over de Europese Unie: Curb Your Idealism ('bedwing uw idealisme'). 'Het politieke centrum is lethargisch en laf', zei hij toen in De Morgen. Dat is precies wat Guy Verhofstadt niet is. Het is ook zijn probleem. Een van zijn problemen. Dat blijkt - opnieuw - uit de wording van de Conferentie over de Toekomst van Europa, waaraan nu de (voor)laatste hand wordt gelegd. Alles begon in 2019, toen de Franse president Emmanuel Macron het idee naar voren schoof voor een initiatief dat de EU zou dwingen om een aantal existentiële vragen onder ogen te zien. Welke rol ziet de Unie voor zichzelf weggelegd in de wereld? Welk antwoord heeft ze op de nieuwe veiligheids- en defensievraagstukken? Moet ze haar houding tegenover buurlanden en grootmachten herzien? Wat zijn de Europese waarden, en hoe kunnen ze het best verdedigd worden? Enzovoort. Critici deden Macrons conferentie meteen af als een 'bureaucratische praatbarak'. Maar in het verleden heeft die formule wel gewerkt. Zo leidde de Conventie over de Toekomst van Europa van 2002-2003 uiteindelijk tot het Verdrag van Lissabon in 2009. Daar werden de functie van voorzitter van de Europese Raad (de 'Europese president') en die van hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid in het leven geroepen, kreeg het Europees Parlement meer macht en de Commissie meer mogelijkheden om lidstaten te controleren en te sanctioneren. Die Conventie werd geleid door de Franse ex-president Valéry Giscard d'Estaing (1926-2020) - ook dat inspireerde Macron. Hetzelfde gold voor Verhofstadt. Met zijn ervaring wist de liberaal dat een conferentie mogelijkheden bood. Voor en na de Europese verkiezingen van 2019 schurkte hij al aan tegen Macron en Angela Merkel. Wie na de brexit een Europese topfunctie in de wacht wil slepen, kan maar beter in de gunst staan van Parijs en Berlijn. Verhofstadt boekte succes, maar onder voorbehoud. Bij de koehandel rond de Europese topjobs in de zomer van 2019 werd hem beloofd dat hij de conferentie mocht leiden. Formele garanties kreeg hij niet, maar hij had zijn zinnen gezet op de job en dus ging hij ervoor. 'In ruil' voor de 'beloftes' van Berlijn en Parijs nam hij afstand van het voorzitterschap van de liberale fractie in het Europees Parlement en van zijn rol als brexitcoördinator in dat parlement. Dat was niet helemaal een proeve van altruïsme: veel Europese liberalen zagen Verhofstadt niet meer zitten als het gezicht van hun fractie wegens véél te Europees, te internationalistisch, zelfs te links. En dat voor een politicus die ooit de bijnaam Baby Thatcher had. Met het oog op de neutraliteit, of minstens om boven het gewoel te staan, toch een vereiste voor de voorzitter van zo'n conferentie, was Verhofstadt zelfs bereid om zijn zetel in het Europees Parlement op te geven. Zijn gok draaide verkeerd uit. De Europese instellingen kwamen alleen tot het compromis dat 'een eminente Europese persoonlijkheid' de toekomstconferentie moest voorzitten. Leidinggeven aan een hoge vergadering die zich mag buigen over fundamentele kwesties, weg van de dagjespolitiek: het lijkt Guy Verhofstadt op het lijf geschreven. Waarom heeft hij anders ooit de Belgische politiek opgegeven voor het 'verre' Europa? Vincent Stuer: 'Er zijn politici die het om het tastbare beleid te doen is. Daar is niets mis mee. Daarom zijn Louis Tobback (SP.A), Steve Stevaert (SP.A) en Bart De Wever (N-VA) al tijdens hun nationale carrière burgemeester geworden. Guy Verhofstadt wil besturen - stúren vooral, richting geven. Dat deed hij dertig jaar geleden al in zijn eerste Burgermanifesten. En daarom wilden veel Europese krachten hem deze conferentie vooral niet zien leiden. Ze vreesden dat hij er een nieuw momentum mee zou willen creëren voor Europa - een terechte vrees - en dat hij zichzelf zo op de voorgrond zou werken. Veel Europese regeringsleiders gruwen van een Europa dat zorgt voor "momentum" of voor sterke Europese figuren - en met Guy Verhofstadt weten ze dat ze vooral dat gaan krijgen.' Ze hijsen liever grijzere figuren op het schild, zoals Ursula von der Leyen of Charles Michel (MR). Dat beaamt Duncan Robinson, die voor The Economist wekelijks zijn licht laat schijnen op het reilen en zeilen in de EU. 'Verhofstadt heeft charisma en is - ondanks zijn gebroken Engels - een vlotte spreker. Het is duidelijk dat hij ervaring heeft op het allerhoogste politieke niveau. Dat levert hem nog altijd een bonus op wanneer hij invloed wil uitoefenen. Hij is ook een van de weinige Europees Parlementsleden wier ideeën en opmerkingen doordringen tot de nationale arena. Dat is een aanzienlijke verdienste.' Maar veel van zijn sterke punten zijn tegelijk zwakheden, aldus Robinson. 'Hij is een van de weinige politici die al jaren radicaal voor een sterkere EU zijn blijven ijveren. Maar die federalistische opvattingen en zeker zijn voortvarende aanpak vallen niet overal in de smaak. Eigenlijk is hij een centristische extremist.' De weerstand tegen Verhofstadt is dus redelijk groot. Vandaar ook dat de Europese regeringsleiders, haast om de voortvarende Belg persoonlijk te dwarsbomen, een draak van een constructie hebben bedacht voor de Conferentie over de Toekomst van Europa. Een compromis à la Belge, als het ware. In het begin was er vanuit het Europees Parlement op aangedrongen dat één 'Europese persoonlijkheid' aan het roer van de conferentie zou staan. Velen linkten die omschrijving aan Verhofstadt. Groot alarm. Dus werden ook andere namen gelanceerd, vooral die van de Deense ex-premier Helle Thorning-Schmidt, een sociaaldemocrate. Over niemand werd een consensus gevonden. Zeker niet over Verhofstadt. Ze vrezen hem zelfs. Veel Europese krachten herinneren zich nog de verklaring van Laken in 2001, toen hij premier was en België Europees voorzitter. Dat begon met een persmededeling en eindigde met een Europese grondwet - die er uiteindelijk alleen niet gekomen is omdat Frankrijk en Nederland tegenstemden. In plaats van één voorzitter, bijvoorbeeld Verhofstadt, hebben de Europese powers that be een driekoppig erevoorzitterschap uitgewerkt, bestaande uit de voorzitters van de Commissie (Ursula von der Leyen) en het Parlement (David Sassoli) en de roterende voorzitter van de Europese Raad (in volgorde: Portugal, Slovenië en Frankrijk). Verder komt er een uitvoerend comité met negen leden, opnieuw afgevaardigd door de Commissie, het Parlement en de Raad. De praktische organisatie wordt de zaak van een gemeenschappelijk secretariaat. Minstens twee keer per jaar zal er een plenaire vergadering zijn. Vorige week was in Verhofstadts omgeving te horen dat het gedeelde voorzitterschap van het uitvoerend comité voor hem niet meer hoefde. Maar zelfs dat is lang niet zeker. Verhofstadt is niet het type dat na een nederlaag het hoofd laat hangen, laat staan vóór een nederlaag. Stuer: 'Qua aanpak en temperament verschilt hij totaal van een andere liberaal als Mark Rutte. De aftredende Nederlandse minister-president weet ook dat bijvoorbeeld een meer geïntegreerd Europa onafwendbaar is. Maar hij laat de zaken betijen en zal soms zelfs nog wat tegenstribbelen, omdat hij het publiek niet graag vertelt wat het niet wil horen. Verhofstadt is anders. Hij hoort "vluchtelingen" en maakt meteen plannen om een nieuw Europees buitenlandbeleid uit te tekenen. Roy Jenkins, de Britse sociaalliberaal die van 1977 tot 1981 Commissievoorzitter was, definieerde dat als het waarmerk van een liberaal staatsman: " Accepting the inevitable with generosity and even enthusiasm." Enthousiast is hij al zijn hele leven. In de herfst van 1979 beukte Guy Verhofstadt de deuren van de PVV (zoals de Open VLD tot 1992 heette) open met het Radicaal Manifest van de PVV-jongeren. Hij was amper 26. Toch dwong hij de gezapige liberale partij, die zich genesteld had in de 'belangrijkste bijrol' in het politieke theater van toen, in de schaduw van de christendemocraten en de socialisten, tot een veel principiëlere en oneindig hardere neoliberale lijn. Later liet hij optekenen: 'Ik zou het Radicaal Manifest nu anders schrijven. Niet mistiger en door overmoedige passages weg te laten, maar scherper.' In die jaren dook de Belgische begroting diep in het rood. 'Het gat in de begroting is er vanzelf gekomen en zal ook vanzelf verdwijnen', zei begrotingminister Guy Mathot (PS). Verhofstadt zorgde voor een PVV-affiche met als slogan: ' Niet ú maar de staat leeft boven z'n stand'. Inhoudelijk klopte dat niet, want de staat bestaat uit de burgers. Dat hebben die kiezers ook geweten, want de volgende twee regering zouden bekendstaan als de rooms-blauwe inleveringsregeringen van CVP-premier Wilfried Martens (1981-1988). De staat slankte af, en dus leverde de burger in. Bij de daaropvolgende verkiezingen, in 1985, verloren de Vlaamse liberalen 3,7 procent van de stemmen, 126.000 kiezers en 6 Kamerzetels. Verhofstadt, die in 1982 voorzitter was geworden van de liberalen, ontpopte zich bij de formatiegesprekken als een keiharde onderhandelaar. Het nieuwe regeerakkoord kleurde blauwer dan ooit. Toen hij na het PVV-congres dat groen licht gaf aan de regeringsdeelname (met hemzelf als vicepremier en minister van Begroting, wat hem in ACW-kringen al vlug de scheldnaam ' da joenk' zou opleveren) in zijn Alfa Romeo naar huis knalde, hoorden zijn twee passagiers hem sissen: 'De auto moet hard aangepakt worden, anders wordt hij lui.' Dat was en blijft zijn kijk op de politieke machinerie. In die tijd vond hij in Knack-directeur Frans Verleyen een fellowtraveller. Ook Verleyen viel voor het grote verhaal, had afkeer voor ' politiekers' met hun compromissen en afspraakjes, en verkoos politici met ideeën en idealen. Hij schreef zijn bewondering voor de jonge liberaal uit in boeken als De faktor Verhofstadt - ondertitel: De bevrijding van de jaren 80 - en praatte hem bij de brede Vlaamse rechterzijde aan als de nieuwe profeet: 'Geen kleine reparaties meer, geen behoedzaam getimmer maar een nieuwe machine. Geen punten en komma's wijzigen, maar de Stenen Tafelen van de arrangeurstaat verbrijzelen. De samenleving heeft recht op een nieuwe start.' Toen Verhofstadt in 1987 de verkiezingen wel won maar weer tot de oppositie veroordeeld werd, begon hij uit frustratie en woede te schrijven aan het eerste van zijn Burgermanifesten. Bij de publicatie in 1991 was het steengruis van de val van de Muur nog niet gaan liggen. En dus luidde de titel van het eerste hoofdstuk: 'Het einde van de grote verhalen'. Voor het eerst leerde de publieke opinie: ideologisch en politiek is Guy Verhofstadt leniger dan menig olympisch turner. Acht jaar later werd hij de eerste minister van de paarse kabinetten (1999-2007) en had hij alweer een nieuw groot verhaal ontdekt: 'een nieuw evenwicht tussen sociale rechtvaardigheid en economische doelmatigheid', dat hij voor het eerst koppelde aan 'een nieuw burgerschap', wars van 'het groepsegoïsme en de xenofobe instincten'. Dat werd de Derde Weg, het ideologische cement van de twee liberaal-linkse paarse regeringen onder zijn leiding. Van inleveringen of begrotingsdiscipline was geen sprake meer. Noël Slangen, zijn communicatieadviseur in die tijd, vond de evolutie van de principiële naar de pragmatische Verhofstadt helemaal niet slecht. 'In het begin vond hij het belangrijker dat een kleine groep supporters héél hard voor hem applaudisseerde. Guy genoot van zijn eigen gelijk, maar zijn partij raakte niet uit de oppositie. Tot hij inzag dat het er in de politiek niet op aankomt om gelijk te krijgen maar om vrienden te maken. Zeker in een veelpartijenstelsel: je smeedt geen coalitie zonder bondgenoten en compromissen. Elke politicus betaalt daarvoor een prijs. Rechts Vlaanderen heeft Guy nooit vergeven dat hij met links in zee is gegaan.' 'In Europa heeft hij hetzelfde gedaan: als kopman van een relatief kleine fractie maakte hij akkoorden met de echt machtige spelers, dus met de EVP of de socialisten, of met allebei tegelijk. Guy Verhofstadt in Europa, dat is een manneke van een meter vijftig dat topbasketbal speelt met de grote jongens, en nog driepunters probeert te scoren ook. Hij wil zelf kapitein worden, maar daarvoor zijn de beentjes van zijn fractie dan weer te kort.' Het is een dubbele paradox die Verhofstadt tot vandaag kenmerkt. Hij blijft een hemelbestormer, maar hij weet intussen maar al te goed dat hij macht nodig heeft om zijn ideeën waar te maken. En dus schuift hij almaar gretiger aan waar de macht bedisseld en herverkaveld wordt. Hij is niet alleen politiek een kameleon geworden, het joenk is ook een veteraan met schrammen en littekens. Niemand die zo kan incasseren als Guy Verhofstadt. Bijna twintig jaar lang deed hij dat op het Belgische niveau. Verkiezingen aan de stembus winnen en vervolgens politiek verliezen: het overkwam hem in 1989 (Europees), 1991 (nationaal), 1994 (Europees) en 1995 (nationaal). Na zijn nationale carrière kreeg het een stilaan pijnlijk vervolg op Europees niveau. Verhofstadt was in 2004 al kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie. Het werd de Portugese christendemocraat José Manuel Barroso. In 2014 was Verhofstadt opnieuw kandidaat, nu voor de Europese liberalen van ALDE. Het werd de Luxemburgse christendemocraat Jean-Claude Juncker. In 2017 trok hij zich vlak voor de laatste stemming terug als kandidaat-voorzitter van het Europees Parlement. Het werd Antonio Tajani (Forza Italia). Bij de Europese verkiezingen van 2019 wilde Verhofstadt de spitzenkandidaat zijn van ALDE: het werd de populaire Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager. En na de verkiezingen was er binnen ALDE geen consensus meer rond Verhofstadt als fractieleider: dat is voortaan 'de Roemeense Macron', ex-premier Dacian Ciolos. Intussen was Verhofstadt wel onderhandelaar bij de brexit, namens het Europees Parlement, maar de hoofdonderhandelaar was de Fransman Michel Barnier. Verhofstadt heeft een uitstekende relatie met Emmanuel Macron, maar als het erop aankomt houdt Macron de zaken liefst zo veel mogelijk onder zijn rechtstreekse controle. Een buitenstaander vraagt zich af hoe de mens Verhofstadt niet bezwijkt onder de slagen die hij als politicus krijgt. De almaar meer eurokritische publieke opinie in landen als het Verenigd Koninkrijk of Nederland heeft het intussen wel gehad met Verhofstadt. Een gezaghebbend blad als de Volkskrant wijst zijn optreden zonder meer af: 'Kleingeestigheid en wrok gedijen blijkbaar goed in kringen van Europese federalisten als Guy Verhofstadt, die nog altijd bereid zijn elke realiteitszin en pragmatisme op te offeren aan de geesten die ze najagen.' Zelfs in een pro-Europees geschrift als Dijk van Europa uit 2017 neemt de auteur, Europarlementslid Paul Tang van de Nederlandse Partij van de Arbeid, woordelijk afstand van dezelfde Verhofstadt, het 'gezicht van ongevraagde bemoeizucht en een bevoogdende houding'. En dat zijn dan nog pennen die het debat beschaafd willen houden. Journalisten van de conservatieve Britse tabloids schrijven over Verhofstadt met het schuim op de mond: ' Curtain-haired slimeball Guy Verhofstadt proves he is the most repugnant figure in Brussels', kopte The Sun in 2019. Dat was slechts de titel boven een kort commentaarstuk. Ondertitel: ' Even the drunk Juncker cannot match the Belgian's blabbermouthed arrogance'. Deels is dat de vaste prik in een tweepartijensysteem als het Britse, waar tegenstanders al snel ad hominem worden aangepakt. Dat gebeurt in de rechtstreekse confrontaties op de banken van het Lagerhuis, en zet zich door in de pers. Vincent Stuer: 'In zekere zin houdt Verhofstadt wel van wat verbale krachtpatserij "op zijn Brits". Als hij zwaar wordt aangepakt, kan hij ook stevig antwoorden. En dat ze hem persoonlijk viseren, onderstreept het belang van zijn figuur.' Bovendien voelen de Britten beter dan wie ook aan wat Verhofstadt drijft. Duncan Robinson: 'De ironie is dat hij altijd met terugwerkende kracht gelijk krijgt. Na elke crisis hebben de lidstaten besloten om meer te gaan samenwerken. In die zin zijn Verhofstadt en brexiteer Nigel Farage niet zo verschillend: ze begrijpen dat de EU steeds meer bevoegdheden krijgt, maar de ene vindt dat een goede zaak terwijl de andere ervan huivert.' Zeker zulke kritiek raakt Verhofstadts koude kleren niet. Al tijdens zijn Belgische carrière heeft hij een mentaal systeem ontwikkeld dat hem haast immuun maakt voor kritiek, zegt Noël Slangen. 'Hij gaat altijd helemaal voor zijn zaak, maar een nederlaag is hij na één dag al vergeten. Dan kijkt hij weer vooruit, naar een nieuw project, en gaat hij ook daar weer voluit voor. Als je dan toevallig terugkomt op wat is misgelopen, kijkt hij je met grote ogen aan: "Waarover heb je het in godsnaam?" Het is alsof Verhofstadt zichzelf voortdurend kan resetten, zoals een computer. Het geheugen wordt schoongemaakt, onnuttige bestanden worden verwijderd. En hij gaat weer vooruit.' Vandaar dat men zelfs in zijn directe omgeving niet uitsluit dat Verhofstadt straks eieren voor zijn geld zal kiezen en toch in de Conferentie over de Toekomst van Europa zal zitten, ook al heeft hij de constructie die nu op tafel ligt zelf al afgedaan als een 'bureaucratisch circus'. Als hij echt zou passen, zou ook de laatste kans op een Europese topfunctie verkeken zijn voor een politicus die al veertig jaar aan de top meedraait. Bij de volgende verkiezingen zal hij 71 zijn. De neergang van zijn exceptionele loopbaan wordt trouwens al zichtbaar. Vandaag is hij maar een van de 705 Europarlementsleden, zit hij in een kleiner kantoor met minder medewerkers en heeft hij geen eigen chauffeur meer. Een partijgenote: 'Stilaan is het toch een beetje zielig.'