'Een helletocht.' Eind vorig jaar zag Johan Van Overtveldt (N-VA), voorzitter van de budgetcommissie in het Europees Parlement, de weg naar het Europees herstelfonds van 750 miljard euro nog somber in. Vandaag ziet het plaatje er een stuk beter uit. Alle nationale parlementen van de lidstaten hebben sinds donderdag het daarvoor vereiste eigenmiddelenbesluit goedgekeurd.
...

'Een helletocht.' Eind vorig jaar zag Johan Van Overtveldt (N-VA), voorzitter van de budgetcommissie in het Europees Parlement, de weg naar het Europees herstelfonds van 750 miljard euro nog somber in. Vandaag ziet het plaatje er een stuk beter uit. Alle nationale parlementen van de lidstaten hebben sinds donderdag het daarvoor vereiste eigenmiddelenbesluit goedgekeurd. MarathonvergaderingEven terug naar juli vorig jaar. Tegen de achtergrond van 120.000 coronaoverlijdens komen de Europese staatshoofden en regeringsleiders na vier nachten en vijf dagen bakkeleien het Next Generation EU-pakket van 750 miljard aan subsidies en leningen overeen. De Europese Commissie gaat dat geld ophalen op de kapitaalmarkten en verstrekt die middelen vervolgens aan de lidstaten. Afhankelijk van het aantal bijkomende inkomstenbronnen dat de Commissie in de toekomst hoopt te verwerven, moeten de lidstaten die leningen tussen 2028 en 2058 terugbetalen, tenzij de Unie de weg naar een meer permanente schuldenunie inslaat door met nieuwe leningen de oude af te lossen. Met de beslissing van de Europese Raad in juni vorig jaar was nog maar de eerste stap gezet. Wanneer de Europese Unie haar eigen middelen wil verhogen, moet ze daarvoor de goedkeuring van alle nationale parlementen in de lidstaten krijgen. Trapt één land op de rem, dan valt het hele plan in duigen. Daarom heeft de aanpassing van het eigenmiddelenbesluit een quasi constitutioneel karakter - voor de goedkeuring moeten bijna evenveel hordes als een Europese verdragswijziging genomen worden. Dat is ook niet onlogisch: meer middelen betekent meer macht. En daar is het gros van de lidstaten om vanzelfsprekende soevereiniteitsredenen heel behoedzaam voor. Viktor OrbánDe goedkeuring doorheen de nationale parlementen verliep - zoals door Van Overtveldt verwacht - niet zonder horten of stoten. Zowel het Poolse als het Hongaarse Parlement dreigde er rond de jaarwisseling mee om het eigenmiddelenbesluit te kapittelen. Aanleiding was een koppeling tussen de Europese meerjarenbegroting en het respect voor de rechtsstaat die tijdens de Europese top van juni was overeengekomen. Tot weerzin van Hongaars premier Viktor Orbán en zijn Poolse ambtgenoot Matteusz Morawiecki, die de goedkeuring van het coronaherstelfonds als hefboom gebruikten om de koppeling te verzwakken. Een typisch Europees compromis kon de boel ontmijnen. Ook in Duitsland en Finland zag het er even benard uit. De Duitse actiegroep Bündnis Bürgerwille diende een klacht in bij het Duitse Grondwettelijk Hof in Karlsruhe. 'Moet Duitsland (mee) opdraaien indien een bepaalde lidstaat er niet in slaagt de leningen tussen 2028 en 2058 terug te betalen?', luidde het bezwaar samengevat. Aanvankelijk mocht bondspresident Frank-Walter Steinmeier de wet niet ondertekenen. Totdat het Grondwettelijk Hof zijn voorlopige goedkeuring gaf. Volgens Karlsruhe zouden de gevolgen van een Duits veto niet opwegen tegen de voordelen op een moment waarop de kwestie ten gronde nog niet is behandeld. Dat laatste moet dus nog wel gebeuren. In Finland passeerde de kwestie evenzeer langs het Grondwettelijk Hof, dat oordeelde dat het eigenmiddelenbesluit uitzonderlijk met een tweederdemeerderheid moest worden goedgekeurd. Aangezien er binnen de regering van premier Sanna Marin onenigheid bestond over de kwestie, hing het ganse coronaherstelfonds aan een zijden draadje. De Finse regering voelde de Europese druk op haar schouders en stelde de stemming meermaals uit. Op 18 mei was het prijs en werd het eigenmiddelenbesluit nipt goedgekeurd door meer dan 66 procent van de parlementsleden. In Brussel klonk een zucht van opluchting. Democratische legitimiteitHet Belgisch parlement gaf zijn goedkeuring reeds op 12 maart. Oostenrijk en Polen rondden donderdag het Europese rijtje af. Indien beide landen de Europese Commissie voor 31 mei op de hoogte stellen van die beslissingen, kan het geld in principe vanaf 1 juni beginnen rollen. Wel moeten alle lidstaten eerst hun nationale herstelplannen bij de Europese Commissie indienen. Tot op heden hebben acht landen, waaronder Nederland en Zweden, dat nog niet gedaan. Verwacht wordt dat dat tegen eind juni in orde komt. Vervolgens moeten de lidstaten elkaars plannen op voorstel van de Commissie goedkeuren en kan het geld beginnen rollen. Samengevat: het feit dat alle nationale parlementen het eigenmiddelenbesluit hebben goedgekeurd, geeft het Europese coronaherstelfonds een flinke portie legitimiteit en bewijst tot op zekere hoogte zijn democratisch draagvlak. Het betekent echter niet dat de hele opzet bij voorbaat een succes wordt. De sleutel ligt vooral bij de concrete implementatie van de plannen en het effect van die investeringen op het economisch herstel van de Europese Unie. Pas wanneer dat laatste lukt, is het voornemen echt geslaagd.