19 oktober 2019
...

Charles Moore, politiek commentator voor de conservatieve kwaliteitskrant The Telegraph, is een fervent en trots brexiteer. Zijn afkeer voor de Europese Unie mag zelfs historisch onderbouwd worden genoemd. Moore schreef een gelauwerde, driedelige biografie van Margaret Thatcher, de legendarische Britse premier die de euroscepsis hoog in het vaandel droeg. 22 jaar heeft hij eraan gewerkt, met instemming van de protagoniste, die hij heel goed heeft gekend. Even vertrouwd is hij met Boris Johnson, de flamboyante politicus die deze zomer het tory-leiderschap en het premierschap van Theresa May overnam en erin slaagde het brexitdossier vlot te trekken, met vervroegde parlementsverkiezingen als hefboom. De uitkomst is nog ongewis, maar vriend en vijand is onder de indruk van Johnsons daadkracht. Ook Charles Moore, die Johnsons hoofdredacteur was toen die zich vanuit Brussel een reputatie bijeen pende met vileine, eurokritische artikels en columns voor The Daily Telegraph en The Spectator, is aangenaam verrast. 'Ik was altijd sceptisch over zijn kwaliteiten als leider', zegt Moore. 'In mijn ogen was hij te veel een pleaser, iemand die iedereen te vriend probeert te houden. Maar blijkbaar is hij veranderd. Het hele gedoe met de brexit en zijn ervaring als minister in het kabinet-May hebben hem harder gemaakt. Johnson komt resoluut en strijdvaardig over, wellicht ook omdat de situatie zo binair is geworden. Het is winnen of verliezen, er is geen tussenweg.' Theresa May slaagde er maar niet in haar brexitdeal met Europa door het hopeloos verdeelde parlement te jagen. De race is nog niet gereden, maar de kans is groot dat het Johnson wél lukt. Waar zit het verschil tussen de twee conservatieve premiers? Charles Moore: Boris Johnson is gewoon een veel beter politicus. Het probleem van May is dat ze geen fantasie heeft, ze kiest een koers en wijkt er vervolgens geen duimbreed van af. Johnson is veel creatiever, hij durft gewaagde zetten te doen en zet zijn tegenstanders voortdurend op het verkeerde been. Nog een verschil: hij is erg populair. Natuurlijk vind je heel wat Britten die zijn bloed kunnen drinken, maar in het algemeen is hij geliefd in alle lagen van de bevolking. Ook dat is zijn talent: Johnson komt niet elitair over, hij kan letterlijk met iedereen overweg. Maar er is natuurlijk nog een reden waarom hij slaagt waar May faalde. Het was van meet af aan een bezopen idee om de brexit over te laten aan een eerste minister die in feite tegen de brexit was, net als een groot deel van haar regering. Met Johnson hebben we eindelijk een echte brexitpremier en een dito regering. Het is een schande dat we daar drie jaar op hebben moeten wachten. Een echte brexitpremier? Iedereen kent de anekdote van de twee speeches die hij bij het begin van de campagne voor het referendum schreef. Een vurig Remain-pleidooi was in balans met het gepassioneerde betoog pro Leave dat uiteindelijk de doorslag gaf. Is Johnson niet gewoon een opportunist? Moore: Dat verhaal van die twee speeches wordt vaak verkeerd begrepen. Johnson heeft de pro's en contra's van de twee scenario's op een rijtje gezet, wat in feite niets meer is dan een rationele oefening aan de vooravond van zo'n ingrijpende beslissing. Helemaal niet uitzonderlijk, er zijn zelfs mannen die zulke lijstjes maken vooraleer ze een vrouw ten huwelijk vragen. Natuurlijk is hij ook een opportunist, zoals alle grote politici. Maar dat betekent niet dat hij geen overtuiging heeft. Over Europa heb ik zijn ideeën zien evolueren. Hij is opgegroeid in een eurofiel milieu, maar heeft gaandeweg zijn geloof in het Europese project verloren, vooral tijdens zijn jaren als correspondent in Brussel. Een overtuigd brexiteer dus, maar los daarvan zou ik hem niet als uitgesproken rechts of conservatief bestempelen. Johnson is een liberal van de traditionele soort, die vindt dat vrijheid het hoogste goed is en dat de overheid die vrijheid niet in de weg mag staan. Critici noemen hem een populist of, erger, een gepolijste versie van Donald Trump. Moore: Onzin, al zie ik één overeenkomst: hun anti-establishmentimago. Zowel Trump als Johnson plaatst zich buiten het systeem. Daarom liggen ze zo goed bij een groot deel van de bevolking. Daar leeft namelijk al langer de indruk dat politici niet de taal van het volk spreken. Maar vergis je niet, Johnson is als politicus veel orthodoxer dan Trump, die uit het niets, als een complete outsider en zonder enige bestuurservaring, president is geworden. Johnson draait al een half leven mee in de politiek, hij heeft tonnen ervaring opgedaan als parlementslid, burgemeester van Londen en minister van Buitenlandse Zaken. En toch wordt hij nog altijd onderschat? Moore: Absoluut. Hij heeft een zeker kwajongensgehalte, waardoor velen hem als een clown bestempelen. Maar zijn palmares spreekt voor zich, zijn criticasters hebben keer op keer ongelijk gekregen. Boris correspondent in Brussel? Nooit van zijn leven, werd gezegd, daar had hij geen talent voor. Een gooi naar een parlementszetel? Dat zou nooit lukken. Hetzelfde werd gezegd over zijn kandidatuur voor het burgemeesterschap van Londen, en later opnieuw toen hij voor een tweede termijn ging. Het ministerschap was veel te hoog gegrepen, en uiteraard had hij het niet in zijn mars om premier te worden. Welnu, hij heeft het allemaal klaargespeeld. Toen hij premier werd, voorspelden zijn tegenstanders opnieuw een mislukking. Boris de brexit doordrukken? No way, zeiden ze. Maar kijk, het ziet ernaar uit dat hij zelfs die mission impossible tot een goed einde zal brengen. Johnson wordt achtervolgd door vrouwenkwesties, maar dat schijnt zijn populariteit niet te deren. Merkwaardig toch, zeker in deze #MeToo-tijden? Moore: Inderdaad, en volgens mij komt dat precies door zijn charisma. De impact van seksueel getinte schandalen verschilt enorm naargelang van de protagonist. Sommigen kunnen een kruis maken over hun politieke carrière, anderen komen ermee weg. Ook Johnson, die me op dat vlak doet denken aan Bill Clinton. Schuinsmarcheerders, ja, maar ook populaire jongens van vlees en bloed aan wie veel wordt vergeven. In het geval van Johnson komt daarbij dat geen van de betrokken vrouwen hem heeft aangeklaagd. Daar heeft hij geluk mee, want het staat vast dat zijn eerste vrouw munitie genoeg had om zijn carrière in de kiem te smoren. U was Johnsons baas toen die als Europees correspondent in Brussel woonde. Volgens collega's uit die tijd nam hij het niet nauw met de feiten en maakte hij er een sport van om Europa met halve waarheden en hele leugens in een negatief daglicht te stellen. Wat is daarvan aan? Moore: Johnson was een nachtmerrie voor iedere hoofdredacteur. Altijd te laat, hield zich aan geen enkele afspraak. Maar leugens verkopen? Zwaar overdreven, hij sprong alleen wat slordig om met feiten of details, ook al omdat hij altijd met tien dingen tegelijk bezig was. Dat neemt niet weg dat hij een briljant journalist en columnist was. Kijk, Brussel was van oudsher een plek waar Britse kranten tweederangsjournalisten naartoe stuurden. Europees nieuws was per definitie saai, hooguit goed voor een kolom op de binnenpagina's. Die correspondenten deden ook geen moeite, ze noteerden braafjes wat de Europese Commissie hun voorkauwde. Johnson was de eerste die het anders aanpakte. Hij voelde dat er achter die saaie façade een enorm verhaal school, namelijk de politiek van Commissievoorzitter Jacques Delors om Europa tot een superstaat uit te bouwen. Johnson pikte als eerste dat thema op, in zijn bekende stijl, met veel humor, sarcasme en af en toe een hyperbool. (lacht) Europa zou hem dankbaar moeten zijn, hij is erin geslaagd Brussel bij de Britse lezer sexy te maken. De naam is gevallen: de Franse Commissievoorzitter Jacques Delors en Margaret Thatcher konden niet door één deur. Zo heeft Thatcher er alles aan gedaan om Delors' ideaal van een 'ever closer Union' te dwarsbomen. Zes jaar na haar dood is het een hypothetische vraag, maar wat zou ze van de brexitcrisis vinden? Moore: Hypothetische vragen zijn zinloos, daar geef ik geen antwoord op. Maar ik wil wel uitleggen hoe haar ideeën over Europa zijn geëvolueerd. Tot eind jaren zeventig waren die erg mainstream, pragmatisch pro-Europees. Aanvankelijk trok ze die lijn als premier door, ze zag Europa vooral als een vrijhandelsproject en was een fervent voorstander van de eenheidsmarkt. Maar algauw stapelden de fricties zich op, eerst met de ruzie over de Britse bijdrage aan de Europese begroting die vijf jaar heeft aangesleept. De echte vertrouwensbreuk kwam halfweg de jaren tachtig, toen ze tot haar ontzetting vaststelde dat Europa onder Commissievoorzitter Delors meer en meer een politiek project werd. De eenheidsmunt stond in de steigers, lidstaten zouden een groot stuk van hun soevereiniteit aan Brussel overdragen. Voor Thatcher was dat een gruwel, een gevoel dat ze uitgebreid heeft geventileerd in de beroemde Europaspeech die ze in 1988 in Brugge gaf. De brexitbeweging heeft dus diepe wortels in het Thatcher-tijdperk? Moore: Ja, maar je moet er wel een kanttekening bij maken: de brexitdynamiek kon alleen ontstaan doordat Thatchers euroscepsis breed werd gedragen. Oké, de Britten hebben in 1975 massaal vóór het Europese lidmaatschap gestemd, nota bene in een referendum. Maar van harte was die steun niet, en dat heeft Thatcher feilloos begrepen. Haar groeiende afkeer van het Europese centralisme werd door het volk gedeeld. Wat hebben we in feite aan dat lidmaatschap, vroegen de mensen zich af: we betalen meer dan we terugkrijgen, en in ruil wordt er aan onze soevereiniteit geknaagd. Om dat ressentiment te snappen, moet je onze aparte rol in de Europese geschiedenis erkennen. Hoe je het ook bekijkt, Groot-Brittannië is het enige grote land dat niet door de nazi's is bezet en vernederd. Dat is niet zonder belang, we voelen niet dezelfde behoefte als pakweg Duitsland en Frankrijk om ons lot te verbinden in een federale superstaat met een eenheidsmunt. De oorlog als humus voor het Britse euroscepticisme? Moore: Zo is dat, de geschiedenis heeft haar rechten. Niemand zal ontkennen dat Margaret Thatcher veel heeft bijgedragen tot het einde van de Koude Oorlog en het ineenstorten van het communisme. Ze onderhield uitstekende relaties met Oost-Europese leiders, en ook met Sovjetleider Michail Gorbatsjov was ze heel close. Thatcher was trouwens een vurig pleitbezorger van een snelle oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie. Dat paste natuurlijk in haar Europese visie: hoe meer lidstaten, hoe groter de vrijhandelszone, maar ook hoe lastiger de politieke eenmaking van de Unie. Die slag heeft ze gewonnen, maar toch heeft ze aan die episode een kater overgehouden. Door de afloop van de Koude Oorlog, met de Duitse hereniging als sluitstuk, ontstond een Frans-Duitse tandem die Europa definitief op weg naar een politiek project zette. Thatcher zag zo haar ergste nachtmerrie bewaarheid: het ontstaan van een Europese superstaat met Duitsland als economische grootmacht in de cockpit. Het laat zich in feite raden hoe ze zou hebben gestemd bij het brexitreferendum... Moore: Nogmaals, ik wil daar niet over speculeren. Maar het is bekend dat ze kort voor haar verrassende ontslag als premier met het idee speelde van een referendum over het al dan niet adopteren van de eenheidsmunt, een plan dat andere Europese regeringsleiders grote zorgen baarde. Na haar ontslag raakte ze er steeds meer van overtuigd dat het Verenigd Koninkrijk beter helemaal uit de EU kon stappen. Ze heeft het zelf niet meer mogen meemaken, maar het is niet overdreven om haar de moeder van het brexitreferendum te noemen. Voerde ze daar na haar politieke carrière actief campagne voor? Moore: Ze heeft er nooit in het openbaar over gesproken, dat lag politiek te gevoelig. Maar iedereen die haar een beetje kende, wist perfect hoe ze erover dacht. Ook tegenover mij als biograaf liet ze er nooit enige twijfel over bestaan: we moesten uit de Europese Unie. Uw biografie belicht een onbekende kant van Margaret Thatcher: lang voor andere wereldleiders maakte ze zich al zorgen over de klimaatopwarming. Verrassend voor een politica die vooral met budgettaire rigueur en neoliberale orthodoxie wordt geassocieerd. Waar kwam die belangstelling vandaan? Moore: Zo verrassend is dat niet. Thatcher was de eerste en tot dusver ook de enige Britse premier met een wetenschappelijke achtergrond: ze had chemie gestudeerd in Oxford. In 1988 heeft ze er voor het eerst over gesproken, in een speech voor de Royal Society, de belangrijkste wetenschappelijke kring van het VK. De passage over het klimaat heeft ze bij kaarslicht moeten voorlezen. Hoezo? Moore: De aanwezige cameraploegen hadden hun lampen al gedoofd. Het klimaat, dat pas op het einde aan bod kwam, interesseerde de journalisten niet. Alleen al daaruit blijkt hoe ver Thatcher met haar ideeën vooruitliep. 1988, dat was bijna twintig jaar voordat Al Gore met zijn Inconvenient Truth uitpakte. Ze is er nadien nog een paar keer in een speech op teruggekomen, en daar liet ze het overigens niet bij. Hoewel ze zich zorgen maakte over de impact op de economie en de handel, was Thatcher ervan overtuigd dat er maatregelen moesten worden getroffen om de klimaatverandering te stoppen. Op het einde van haar termijn als premier heeft ze fondsen voor wetenschappelijk onderzoek vrijgemaakt. Het is weinig bekend, maar Margaret Thatcher ligt aan de basis van het Hadley Centre for Climate Change, intussen een toonaangevend instituut voor klimaatonderzoek.