Het was een item op het tv-journaal van afgelopen zondag. Een reportage in de Hobokense Polder in Antwerpen stelde scherp op het lege flesje speciaalbier dat in het natuurgebied was achtergelaten. De Gouden Carolus zat ook nog eens in een wit plastic zakje, van het type dat in de gedegenereerde vorm van microplastics onze omgeving en finaal ook ons aan het vergiftigen is. Het was een voorbeeld van de terloopse vervuiling die ervoor zorgt dat onze bossen, heiden en polders volgens Natuurpunt dringend rust nodig hebben.
...

Het was een item op het tv-journaal van afgelopen zondag. Een reportage in de Hobokense Polder in Antwerpen stelde scherp op het lege flesje speciaalbier dat in het natuurgebied was achtergelaten. De Gouden Carolus zat ook nog eens in een wit plastic zakje, van het type dat in de gedegenereerde vorm van microplastics onze omgeving en finaal ook ons aan het vergiftigen is. Het was een voorbeeld van de terloopse vervuiling die ervoor zorgt dat onze bossen, heiden en polders volgens Natuurpunt dringend rust nodig hebben. De Hobokense Polder is niet de enige groene plek die afziet van de Vlaamse wandelaar, die in de coronacrisis massaal parken en bossen opzoekt. Achtergelaten afval verstoort niet alleen de idylle van een natuuruitstap, het komt geregeld ook in het water terecht, waar het vissen en vogels in de problemen brengt. Het is een tikje ironisch: net nu de epidemie de natuurbeweging een belangrijke duw in de rug heeft gegeven, wordt de natuur belaagd door een invasie van honderdduizenden Vlamingen, die in het slechtste geval alleen maar naar een bos trekken omdat ze niet op café kunnen. Tegelijk kwam de groene beweging naar voren zoals we haar wel vaker te zien krijgen: als een sterk en strijdbaar deel van het Vlaamse middenveld dat afkondigt wat er allemaal niet mag. Bij de minder overtuigde Vlamingen valt dat niet altijd goed. Wat blijft hangen, is het beeld van groene predikanten die met een wollig discours op de kansel van weldenkendheid van alles veroordelen en verbieden. Daar valt uiteindelijk niet zo heel veel aan te doen. Het is het lot van elke politieke beweging die een verandering wil: onwillekeurig zal die moeten blijven hameren op de redenen waarom het vandaag slecht is, en morgen beter moet. Daar komt bijna per definitie gemoraliseer aan te pas. Vrijheidslievende Vlamingen, die zichzelf in Middelkerke of elders zo graag als rebel voordoen, gruwen van wat dan 'bemoeizucht' heet. Maar wat zij rebellie noemen, is plat egoïsme. Dat is ook de kern van het opzienbarende vonnis van het Duitse Grondwettelijk Hof in Karlsruhe, dat vorige week het klimaatbeleid van de Duitse regering veroordeelde. Niet omdat het beleid van Angela Merkel te streng zou zijn, maar precies omdat het niet streng genoeg is. Onder meer Sophie Backsen, een 21-jarige boerendochter, en de jongeren van Fridays for Future, de Duitse collega's van Greta Thunberg, vielen een recente wet op de CO2-emissies frontaal aan en behaalden een klinkende overwinning. Verrassend genoeg verwees het hoogste gerechtshof van Duitsland nadrukkelijk naar het recht op vrijheid, zoals gezegd doorgaans het argument van de tegenpartij. Maar het hof had het over de vrijheid van volgende generaties. De rechters verklaarden de wet gedeeltelijk ongrondwettelijk omdat ze de lasten van de CO2-reductie te veel uitstelt naar latere generaties. 'We kunnen niet toestaan', schreef het Bundesverfassungsgericht, 'dat de ene generatie grote delen van het CO2-budget opslokt', als dat de volgende generaties met een veel zwaardere last opzadelt en 'hun levens blootstelt aan grote vrijheidsbeperkingen'. De Duitse regering krijgt nu tot eind volgend jaar de tijd om duidelijk te maken hoe ze na 2030 de doelstellingen wil behalen. Als politici de lange termijn niet voor ogen houden, dan moeten rechters het maar doen. Het is de reden waarom de rechtszaak in Karlsruhe, Urgenda in Nederland, 'l'Affaire du siècle' in Frankrijk en straks misschien ook de Klimaatzaak in eigen land erin slagen om een verschil te maken. De uitspraak in de Klimaatzaak wordt tegen begin juli verwacht. Die rechtszaken zijn uitgegroeid tot een belangrijke pijler van de klimaatstrijd, als aanvulling op de acties van de klassieke groene belangengroepen. Ondertussen blijft het belangrijk om van de groene strijd een strijd vóór iets te maken, in plaats van tegen. Maai mei niet, de campagne van Knack die alle tuineigenaars vraagt om een maand lang minder gras af te maaien, past helemaal in die filosofie. Maai mei niet bewijst dat groen ook fun kan zijn. Het kan geen kwaad om dat nog eens te onderstrepen. Als u een maand lang helemaal niets doet, dan is dat een geweldige stap vooruit voor bloemen en insecten in Vlaanderen. Eind mei kunt u daar gerust, en bij goed weer zelfs op het terras van uw favoriete café, een speciaalbiertje op drinken.