Opinie

‘Eén minister zal niet volstaan: er is geen eenvoudige oplossing die dit soort drama’s onmogelijk maakt’

‘Het is te simplistisch één beleidsdomein in het vizier te nemen’, schrijft Margot Cloet van Zorgnet-Icuro na de moord op de kleine Dean. ‘Zowel de zorgsector als justitie spelen een sleutelrol. Zij kunnen alleen succes boeken als ze samenwerken.’

De moord op de kleine Dean vervult iedereen met afgrijzen. Hoe kon dit in hemelsnaam gebeuren? Net als na de moord op Julie Van Espen ontstond er meteen een geladen publiek debat met talrijke uitspraken over oorzaken, verklaringen en verantwoordelijkheden. Ministers verwijzen naar elkaar. De forensische zorg staat plots opnieuw volop in de schijnwerpers. Die moet ervoor zorgen dat zoiets niet meer kan gebeuren. Maar laat ons wel wezen. Er bestaat geen eenvoudige of snelle oplossing die dit soort drama’s onmogelijk maakt, hoe graag we dat ook willen. Het is te simplistisch één beleidsdomein in het vizier te nemen. Zowel de zorgsector als justitie spelen een sleutelrol. Zij kunnen alleen succes boeken als ze samenwerken.

Ons forensisch zorgsysteem is een complex evenwicht tussen beveiligen/straffen (Justitie) en behandelen (Volksgezondheid). In de praktijk betekent dat ook het laveren tussen de bevoegdheden van de federale overheid en die van de Gemeenschapen. Vele ministers en actoren komen in beeld. Om de kans op dergelijke tragedies in de toekomst te verkleinen, zullen ze samen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Enkel via coproductie kunnen we komen tot realistische en structurele verbeteringen in de behandeling, opvolging en begeleiding van delinquenten met een psychische problematiek, zowel tijdens als na hun detentie. Dat geldt zowel voor gedetineerden met als zonder risicoprofiel op het plegen van misdrijven, met of zonder een psychiatrische stoornis, al dan niet gelinkt aan het misdrijf. De zorgsector wil in elk geval niet wachten tot het debat nog eens oplaait naar aanleiding van een tragische case om concrete stappen te zetten naar verbetering.

Eén minister zal niet volstaan: er is geen eenvoudige oplossing die dit soort drama’s onmogelijk maakt.

Vier op de tien mensen die verblijven in onze Belgische gevangenissen kregen vóór hun gevangenisstraf al een of andere vorm van psychiatrische behandeling. Bijna de helft kreeg ooit een psychiatrische diagnose. Een kwart van de gevangenen heeft een geschiedenis in de verslavingszorg; drie op de tien gevangenen gebruiken drugs tijdens hun detentie. Het aantal gedetineerden met een psychiatrisch ziektebeeld is met andere woorden zeer hoog. Het zorgaanbod dat daar tijdens hun verblijf in de gevangenis tegenover staat, is schromelijk ontoereikend. Om behoorlijk tegemoet te komen aan de psychische zorgnoden zouden we het huidige aanbod minimaal moeten kunnen verviervoudigen. Zorg tijdens detentie is een gedeelde bevoegdheid van de federale minister van Justitie en de Gemeenschappen. Het federale voornemen om de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren over te hevelen van Justitie naar Volksgezondheid is tot op vandaag een beleidsintentie gebleven, geen realisatie. Om een goede gezondheidszorg in de gevangenissen te realiseren is minstens een doorgedreven samenwerking nodig.

Uit onderzoek weten we dat op langere termijn meer dan de helft van de gedetineerden na hun gevangenisstraf recidiveert en dat een aangepaste behandeling dat risico op herval in een misdrijf nooit volledig uitsluit maar wel substantieel kan verminderen. Er wordt weleens gesteld dat mensen met een psychiatrische problematiek een hoog risico zouden vormen voor de maatschappij. Dat is een verkeerde perceptie die het maatschappelijk stigma versterkt dat hangt rond psychiatrische stoornissen. Uit de cijfers blijkt immers dat ze veel vaker slachtoffer zijn dan dader. Maar er zijn dus ook daders. Bij iemand als Dave De Kock had een gespecialiseerde behandeling in een beveiligde setting, langdurige begeleiding en blijvende beveiligde omkadering na detentie het risico op herval kunnen verlagen. We dragen als samenleving de collectieve verantwoordelijkheid om te werken aan zo’n aangepast zorgaanbod. Dat is de échte opdracht, niet alleen erover praten op dramatische momenten.

Er is de voorbije decennia geïnvesteerd in de zorg voor geïnterneerden, personen die ontoerekeningsvatbaar worden geacht en een risico vormen voor de maatschappij. De dreigende Europese veroordelingen waren de motor om deze noodzakelijke investeringen te realiseren. Om het risico te verlagen dat veroordeelden die wel toerekeningsvatbaar zijn, hun straf uitzitten en nadien zonder enige vorm van opvolging terug in de maatschappij komen, is meer nodig dan enkel het systeem van ter beschikkingstelling dat we nu kennen. Voor gedetineerden en ex-gedetineerden is er nood aan eenzelfde soort investeringen in gespecialiseerde, omkaderde zorg als voor die voor geïnterneerden. De plaatsen in de zorg voor personen met nood aan een extra beveiligde omkadering zijn nu ruim ontoereikend. Structureel meer investeren in hoog-beveiligde behandelcapaciteit en langdurige opvolging is daarom noodzakelijk. Daarbij mogen we de moeilijke discussie over het juridisch kader voor gedwongen behandeling niet langer uit de weg gaan. Vandaag bestaat enkel een systeem van verplichte opname in een zorginstelling, niet van verplichte behandeling.

Willen we echt vooruitgang maken, dan is er een antwoord nodig op twee cruciale vragen: 1. Hoe ontwikkelen we een structureel en efficiënt samenspel tussen Justitie en Zorg, tussen het federale en regionale niveau, om de juiste behandelnood en omkadering voor de juiste persoon in te schatten? 2. Hoe voorzien we voldoende gepaste zorg en omkadering op het juiste moment?

Het antwoord op beide vragen zal vanuit een complex geheel van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tot stand moeten komen. Elkaar daarbij met de vinger wijzen heeft geen zin. De aanbieders van geestelijke gezondheidszorg in ons land bouwden de afgelopen jaren veel expertise op in het verlenen van gespecialiseerde forensische zorg. Als zorgsector willen we daarom actief bijdragen aan de broodnodige structurele beleidsontwikkelingen. Liefst vóór we als maatschappij getuige zijn van een nieuw drama en een nieuw rondje schuldigen aanwijzen.

Margot Cloet is gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content