‘Door een interne vervanging is men nu ook toevallig van die Karel Anthonissen af’

Karel Anthonissen © belga
Stavros Kelepouris
Stavros Kelepouris Journalist Knack.be

De dagen van Karel Anthonissen als gewestelijk directeur bij de Gentse afdeling van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) zijn geteld. Tenminste, dat vermoedt hijzelf. Door een reeks nieuwe wetten raakt hij binnenkort zijn vaste benoeming kwijt, samen met zijn bevoegdheden.

Over enkele dagen treedt een wet in voege waarmee Karel Anthonissens oude functie in essentie een lege doos wordt. Daarmee wordt Belgiës bekendste en kleurrijkste fraudejager naar eigen zeggen aan de kant gezet, na jaren op een hoopje gelegen te hebben met zijn oversten – die hij aan de lopende band verweet de grote zwarte vermogens te beschermen. En dat terwijl Anthonissen er zelf nooit voor terugtrok de zaakjes van grote namen uit te spitten. De financiële beerputten van Optima moesten eraan geloven, en tussen Anthonissen en voormalig eurocommissaris Karel De Gucht ontstond een haast persoonlijke vete. Het leverde hem de ronkende bijnaam ‘de zot van Gent’ op.

Anthonissen: ‘”Le fou de Gand” inderdaad, zoals ze het in Brussel zeggen. Maar ik heb wel successen geboekt met een aantal zaken. Als je belangrijke zaken aanpakt, zoals Optima, dan lok je belangstelling en kritiek. Ik heb mij daar altijd tegen verweerd, gebruik makend van mijn spreekrecht als openbaar ambtenaar en mijn spreekplicht in de rechtbank. Ik roer mijn mond ook natuurlijk – u kent de verhalen.’

Hans D'Hondt
Hans D’Hondt© Trends

Die verhalen zijn er in overvloed, net als de confrontaties met zijn bazen. ‘In 2012 heeft mijn hiërarchie de aanval van Karel De Gucht gesteund, in plaats van mij als soldaat te steunen. In 2013 heb ik een terechtwijzing gekregen van BBI-topman Frank Philipsen omwille van een aantal kritische interviews. Een jaar later: de blaam van toenmalig staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (sp.a).

In 2015 kwam het opnieuw tot een frontale botsing na een bijzonder kritische tweet: ‘De onwil om veel verdoken geld te vangen kwam van de vorige regering (Geens) en van de voorzitter (D’Hondt)’, schreef Anthonissen. Hans D’Hondt, op dat moment de topman van de FOD Financiën, legde daarop een klacht neer bij het parket. Anthonissen werd intussen geschorst, maar later volgde een volledige vrijspraak van de beschuldigingen.

Anthonissen: ‘Klopt, maar zijn bedoeling was nooit om mij te laten veroordelen. De bedoeling was om die klacht bij het parket van Brussel eindeloos te laten liggen zodat hij me nog 3 à 4 jaar, tot aan mijn pensioen, in preventieve schorsing kon houden. Ik ben eigenlijk gered door de zesde staatshervorming en de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. De procureur van het nieuw opgerichte parket Halle-Vilvoorde heeft die zaak meteen onderzocht en is snel tot de conclusie gekomen dat er van enig misdrijf geen sprake was. Eind 2015 heeft D’Hondt me dan terug moeten laten komen op mijn post als gewestelijk directeur.’

'Door een interne vervanging is men nu ook toevallig van die Karel Anthonissen af'
© Karl

Nu vreest u dat u toch aan de kant geschoven kan worden. Op Twitter sprak u over de laatste stap richting uw ‘defenestratie’.

Anthonissen: ‘Destijds waren er een honderdtal gewestelijk directeurs. In elke provincie was er wel een gewestelijk directeur voor elke belastingpoot – douane, BBI, BTW, enzovoort. Dat waren eigenlijk lokale autoriteiten: ze waren het hoofd van de provinciale-gewestelijke belastingdienst, en die beslisten autonoom over de zaken. Concreet: het dossier van bijvoorbeeld Karel De Gucht werd beslist door de gewestelijke directeur.’

‘Het beleid is eigenlijk al lang aan die zelfstandigheid aan het morrelen. In het kader van de hervorming heeft men beslist de functie van gewestelijk directeur te vervangen door een adviseur-generaal. In 2011 is men daarmee begonnen. Men heeft sindsdien geen gewestelijk directeurs oude stijl meer benoemd, en het gevolg is dat ik nu na vijf jaar vervangingen de laatste in mijn soort ben.’

Daar komt nu een einde aan met een nieuwe wet, zegt u.

Anthonissen: ‘In juni is de gewestelijk directeur als functienaam al vervangen in de fiscale wetboeken. Dat stelde de minister in het parlement voor als niet meer dan een naamsverandering – alsof de functie dezelfde blijft. Naar mij toe wordt het dan weer voorgesteld als een nieuwe functie. Men speelt daar een dubbel spel.’

Bedoelt u dan dat het in het parlement tussen de dossiers door weggemoffeld wordt om het erdoor te krijgen?

Anthonissen: ‘Inderdaad. Dat wetsvoorstel is in juni door het parlement gesluisd en goedgekeurd omdat het zogezegd maar een formaliteit was. Maar men was een enkel wetboek vergeten: het Wetboek van Strafvordering. Daarin was ook sprake van de gewestelijk directeur, wanneer het gaat over de exclusieve bevoegdheid van die directeur om dossiers bij de parketten aan te melden. In december is dat daarom gauw-gauw in een amendementje bij de Potpourri IV-wet van minister van JustitieKoens Geens gepropt: ook daar is de gewestelijk directeur nu vervangen door de adviseur-generaal.’

Koen Geens, de advocaat van de fraudeurs is nu baas van de boswachters geworden.

‘Ik ben bij KB in vaste benoeming aangesteld als gewestelijk directeur van Gent. Ik ben dat, ik blijf dat. Maar deze nieuwe wetten zorgen ervoor dat ik geen dossiers meer kan tekenen als gewestelijk directeur, want voortaan is dat de bevoegdheid van een adviseur-generaal. Daar schuilt al iets vreemds in: de eerste adviseurs-generaal zijn onder mijn functie aangesteld. De nieuwe zullen boven mij staan.’

In juni bent u zelf nog aangesteld tot adviseur-generaal, naast uw functie als gewestelijk directeur. U hebt dan toch nog steeds dezelfde bevoegdheden?

Anthonissen: ‘Het verschil is: ik ben vastbenoemd gewestelijk directeur, en de titel van adviseur-generaal heb ik officieel maar “tot nader order” gekregen. Ik heb die bevoegdheid, maar die zal me weldra ontnomen worden. Binnenkort komt er iemand anders, en die wordt dan mijn baas. Dat is de sluimerende besluitvorming die zich aan het voltrekken is.’

'Door een interne vervanging is men nu ook toevallig van die Karel Anthonissen af'
© Filip Van Roe

Waarom bent u zo zeker dat u aan de kant geschoven zal worden?

Anthonissen: ‘De persoon die mij moet vervangen – die boven of naast mij komt, zoals u wilt – is al bekend. Die had in december al kunnen komen, maar toen was het hele stappenplan nog niet af. Pas wanneer de gewestelijk directeur volledig verdwenen is uit de wet, wanneer mijn functie een lege doos geworden is, komt de laatste stap. Geen Koninklijk Besluit of wetsvoorstel, maar een eenvoudig briefje om me te laten weten dat ik niets meer te zeggen heb.’

‘Dat kan nu elke dag komen: de laatste Potpourri-wet van Koen Geens is op 30 december in het Staatsblad verschenen. Tien dagen later gaat die van kracht. Dus ergens in de loop van januari zal de titel van gewestelijk directeur zonder bevoegdheid vallen.’

Dan is de defenestratie een feit?

Anthonissen: ‘Van zodra men mij vervangt, ja. De administratie zou mij de toestemming kunnen geven om mijn functie te blijven uitoefenen onder de nieuwe titel adviseur-generaal. Op die manier kunnen ze de oude functie evengoed laten uitsterven. Daar zit nu net het persoonlijke. Van de honderd posten als “adviseur-generaal met de bevoegdheid van een gewestelijke directeur” zijn er nog een veertigtal vacant. Uitgerekend de plaats die nog niet vacant is, omdat ík ze bezet, moet absoluut ingenomen worden.’

Frank Philipsen heeft u al eerder aanbiedingen gedaan om uw functie te verlaten in ruil voor een ‘bijzondere opdracht’. Twee keer ging het om een buitenlandse opdracht, een andere keer om het oprichten van een denktank.

Anthonissen: Met drie opeenvolgende brieven inderdaad, en ik heb dat aanbod driemaal beleefd geweigerd. Dat zijn geen ernstige functies: je mag in een hoekje gaan zitten, een verslagje schrijven, en je gedeisd houden.

U kreeg telkens niet meer dan zes dagen de tijd om neen te zeggen, anders kreeg u automatisch de functie.

Anthonissen: (lacht) Dat wijst erop dat ze mijn functie en vaste benoeming als directeur van Gent niet kunnen afnemen. Elke normale 62-jarige zou dat aanbod meteen aannemen: nog drie jaar betaald worden om een beetje in het buitenland de fraudebestrijding te gaan bestuderen. Mijn vrouw begrijpt het niet. We zouden als het ware iedere maand een andere land kunnen kiezen. Willen we volgende maand Canada eens proberen, dan doen we dat. Maar neen, ik geef niet toe aan die druk om de plaat te poetsen.

Het hele verhaal is natuurlijk groter dan mij, maar aan het einde van de rit wordt het wel persoonlijk.

Bij de FOD Financiën klinkt het dat de functie van adviseur-generaal de organisatie van de overheidsdienst in lijn moet brengen met de andere FOD’s. ‘Adviseurs-generaal vind je bij alle federale overheidsdiensten. Financiën was de enige dienst met gewestelijk directeurs,’ zegt Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën. ‘Je had er allerlei specifieke graden en tussengraden, die nu in overeenstemming met de andere FOD’s worden gebracht. Die interne reorganisatie, waarbij een adviseur-generaal aan het hoofd van de gewestelijke directie kwam, werd al vastgelegd in 2013.’

Anthonissen: ‘Het hele verhaal is natuurlijk groter dan het gedoe rond mijn benoeming. De administratie wilde al lang dat de gewestelijke en plaatselijke diensten minder beslissingsmacht zouden hebben. Directeurs die vast benoemd zijn aan het hoofd van een gewest, die autonoom beslissen over dossiers en mensen zoals Optima en De Gucht, hebben ze sluipend vervangen door adviseurs die veel meer naar de pijpen van Brussel zullen dansen en die niet zeker zijn van hun positie. Aan het einde van de rit wordt het wel persoonlijk.’

Heeft de nieuwe adviseur-generaal dan minder te zeggen dan de vroegere gewestelijk directeur?

Anthonissen: ‘Al onder Didier Reynders werd de keuze gemaakt om de administratie van Financiën meer te centraliseren en de beslissingsmacht van de gewesten naar Brussel te brengen. Dat is begonnen met de rulings: vroeger maakte de gewestelijk directeur afspraken met bedrijven, nu wordt dat vanuit Brussel aangestuurd. Een centrale Bemiddelingsdienst intervenieert meer en meer in de bezwaardossiers, terwijl de directeur eigenlijk de eerste bemiddelaar was tussen de burger en een al te strenge controleur of ontvanger. Er is dus wel een heel beleid geweest om die gewestelijke baas te devalueren. Het woord zegt het zelf al: de gewestelijk directeur – iemand die dirigeert – wordt vervangen door een adviseur. Het woord ‘generaal’ staat erachter om het belangrijk te doen lijken, maar het is toch niet meer dan iemand die adviseert.’

‘Nu gaat men met de vervanging de gewestelijke directeurs door adviseurs toevallig van die Karel Anthonissen afraken.’

'Door een interne vervanging is men nu ook toevallig van die Karel Anthonissen af'
© belga

Bij het verschuiven van de macht naar Brussel hoort ook een nieuw beleid. U ging achter de grote zwarte vermogens aan, de centrale diensten zijn daar volgens u minder happig om.

Anthonissen: ‘Dat is in dit geval heel duidelijk. Het regionale beleid dat we voeren in Gent – en helaas ook alleen in Gent – botst met wat Hans D’Hondt en Koen Geens willen doen. Van Overtveldt blijft daarover iets meer op de vlakte. Ik probeer altijd nog de schuld bij de vorige regering te leggen, maar je kan dat natuurlijk niet blijven doen.’

Nu gaat men met de vervanging de gewestelijke directeurs door adviseurs toevallig van die Karel Anthonissen afraken

Hoe zou u het beleid van D’Hondt en Geens dan omschrijven?

Anthonissen: ‘Als zeer onwillig en laks om het zwart geld te recupereren dat komt bovendrijven. Daar kom ik altijd op terug: het witwassen van zwart geld, dat nu massaal uit de anonimiteit komt door de Europese spaarrichtlijn, de opheffing van het bankgeheim en allerlei internationale verdragen. Het zwart geld dat in de jaren ’90 aan onze aandacht ontsnapt is, komt nu allemaal aanspoelen. We hebben het maar voor het oprapen.’

‘Het is alsof ze dat niet willen, omdat er in de financiële wereld een dubbele optie is: spons vegen over het verleden en het geld gratis laten terugkeren, of een serieuze bijdrage vragen. Dat is de maatschappelijke keuze die in de politiek vooral bij Open Vld en CD&V, maar ook in de bankenwereld en de verzekeringssector gemaakt wordt: let it be, laat het verleden zijn wat het is.’

Koen Geens
Koen Geens© Belga

Voor Koen Geens bent u in het verleden niet mild geweest, eerst in zijn functie als Financiënminister en daarna op Justitie. Zijn verleden als zakenadvocaat wringt?

Anthonissen: ‘De advocaat van de fraudeurs is nu baas van de boswachters geworden. Dat heb ik al eerder gezegd. Dat heeft er alles mee te maken, daar ben ik van overtuigd. Hij zit daar aan de andere kant, aan de kant van de zakenwereld en de fiscale advocatuur. Wat zij in het verleden in elkaar geknutseld hebben, moet voor hen overeind blijven. Wat nu naar boven komt, moet met de mantel der liefde bedekt blijven.’

Tweeënhalf jaar voor uw pensioen lijkt u meer dan ooit zin te hebben dat zwart geld te pakken te krijgen. Onlangs gaf u nog 61.000 witwasdossiers door aan Justitie.

Anthonissen: Dat gaat om halfslachtige regularisaties: het zwart geld van de afgelopen jaren werd geregulariseerd aan 36 procent, maar een enorm zwart kapitaal dat niet meer belast moest worden is tegelijk ook ons land binnengebracht. Dat is een grote gratis witwasserij. Ik voel vanuit de financiële wereld en vanuit mijn hiërarchie de onwil om dat zwart geld op te vangen. Ons idee bij de Gentse BBI is veeleer om na het witwassen van het zwart geld uit het verleden over te gaan tot verbeurdverklaring en confiscatie.

Hoeveel geld denkt u nog te kunnen vangen op die manier?

Anthonissen: ‘Dat gaat over minstens nog een paar honderden miljarden zwart geld. Als je daar 36 procent op kan krijgen, dan hebben we het over tientallen miljarden die de staat nog tegoed heeft.’

Zolang u niet aan de kant geschoven wordt, tenminste. U hebt Financiënminister Van Overtveldt aangeschreven om de wet alsnog tegen te houden. Hoe groot is de kans op die ommekeer?

Anthonissen: ‘Veeleer klein, denk ik, wat mijn zaak betreft. Voor de minister is het een beleidsoptie die voor zijn tijd genomen werd. Daar kan de hij maar weinig meer aan veranderen. Maar de minister van Financiën moet die overdreven centralisatie eerder vroeg dan laat maar eens terugdraaien. En de minister van Justitie is degene die zo snel mogelijk achter het zwart geld aan zou moeten gaan als dat niet spontaan en volledig geregulariseerd wordt.’

Partner Content