De vraag van 14 miljoen: waar is het geld van Poverello?

© Franky Verdickt

De bekende armoedeorganisatie Poverello heeft aan geld geen gebrek. Dankzij gulle giften spaarde ze voor 50 miljoen euro aan vastgoed en 14 miljoen liquide middelen bij elkaar. Wat er met dat geld gebeurt, mag niemand weten. Naar armenzorg gaat het nauwelijks. De sporen leiden naar het persoonlijke netwerk van de schatbewaarder. En naar het Interdiocesaan Centrum van de katholieke kerk.

Als het goede doel ontspoort

Komt uw gulle steun voor liefdadigheidsprojecten ook werkelijk bij de armsten terecht? Zijn organisaties die zich over de meest kwetsbaren in de samenleving ontfermen, voldoende transparant in hun werking? Journalisten van Knack, Le Vif en de Franstalige openbare omroep RTBF botsten bij de bekende armoedevereniging Poverello op schimmige financiële constructies – en uitzonderlijk veel geld.

Een onderzoek in samenwerking met David Leloup (Le Vif), Thierry Denoël (Le Vif) en Emmanuel Morimont (RTBF).

22 juni 2021. In een grijze Mercedes rijdt schatbewaarder M.S. de parking van het Damiaanklooster in Kortrijk op. Hij heeft een korte boodschap voor de vier aanwezige lokale vrijwilligers: ‘Jullie zijn uitgesloten van de werking van Poverello. We ontzeggen jullie de toegang tot al onze sites, niet alleen in Kortrijk, maar overal.’

De vrijwilligers zijn met verstomming geslagen. Want wat was de reden voor het plotse ontslag? Ze hadden zich kandidaat gesteld om lid te worden van de algemene vergadering van Poverello, om meer transparantie te krijgen over het beheer van de middelen. Een van de vrijwilligers: ‘Er is voor 14 miljoen euro aan liquide middelen. Weten jullie waar ze belegd zijn?’ ‘Ja, natuurlijk,’ repliceert de schatbewaarder onverstoord, ‘maar dat zijn jullie zaken niet’.

Poverello werd in 1978 in Brussel opgericht door de katholieke arts Jan Vermeire, die er een onthaalhuis voor armen opende. Het symbool van de daklozenorganisatie is de ‘open deur’. ‘Mensen zijn hier welkom zoals ze zijn’, zegt Vermeires opvolger, directeur Johan Van Eetvelde, die vroeger in de bouw werkte en al op jonge leeftijd bij Poverello actief werd. ‘Ze krijgen hier geen vragen over hun situatie of afkomst.’

Ik wilde niet dat iedereen die bedragen zomaar kon zien en vroeg of er geen manier was om discreter te zijn.

Johan Van Eetvelde, directeur Poverello

De vzw is bij het brede publiek vooral bekend om haar kerstbanketten en voedseldonaties voor bedelaars. Met maar liefst tien afdelingen in Vlaanderen, drie in Brussel en twee in Wallonië, waar mensen terechtkunnen voor een warme maaltijd, is Poverello een van de grootste en bekendste daklozenorganisaties van het land. In de afdelingen van Brussel, Zottegem en Banneux biedt de organisatie ook kost en inwoning aan een tachtigtal daklozen.

Poverello – wat in het Italiaans ‘kleine, arme man’ betekent en de bijnaam is van Franciscus van Assisi – gaat prat op zijn soberheidsideaal. Op de meeste afdelingen doet het interieur armetierig aan en zijn de porties gerantsoeneerd. In Brussel tellen ze zelfs de velletjes wc- papier. ‘Het mag zeker geen luxeproject worden’, stelt directeur Van Eetvelde. ‘Dat zou verkeerd zijn. We doen het niet voor complimenten en applaus.’

Vrijwilligers

In geen van de vijftien afdelingen is een sociaal werker in dienst. De hele werking draait op de inzet van vrijwilligers, veelal gepensioneerden, die de gasten ontvangen, maaltijden bereiden, afwassen, zalen schoonmaken, geschonken kledij sorteren, en voedselgiften ophalen. ‘Wij kiezen er ook bewust voor om niet met professionele hulpverleners te werken’, zegt Van Eetvelde.

Als andere welzijnsorganisaties toenadering zoeken, wijst Poverello die doorgaans af. Het overkwam bijvoorbeeld de vzw Vrienden van het Huizeke, die paalt aan Poverello’s hoofdafdeling in de Brusselse Marollen. Vrienden van het Huizeke koos wel voor professiona- lisering en nam geschoolde hulpverleners in dienst. Coördinatrice Kris Raemdonck vertelt hoe Poverello jarenlang moeilijke gevallen naar hen doorstuurde en een beroep deed op haar sociaal werkers. ‘Wij konden al die diensten niet gratis blijven aanbieden omdat er vanuit Poverello niets voor in de plaats kwam. Daarom vroegen we op een bepaald moment om een officiële samenwerking. Het antwoord was kort: het kon niet omdat het niet in hun filosofie paste.’

De kosten worden bij Poverello tot een minimum beperkt, maar voor zo goed als elke aangeboden dienst moet worden betaald. ‘Wij geven uit principe niets gratis weg. Het gaat om menselijke waardigheid en respect. De euro die mensen betalen voor een maaltijd is symbolisch. Het zorgt voor de juiste verhouding tussen de vrijwilliger en de gast’, aldus de directeur.

Voor wie ook onderdak zoekt, hangt aan die waardigheid meer dan een symbolisch prijskaartje. Daklozen betalen in Brussel 300 euro per maand voor een bed in een kale slaapzaal met twaalf – en vóór corona zelfs met twintig. Een eenpersoonskamertje van nauwelijks zeven vierkante meter kost 450 euro. Maaltijden – gedoneerde voedseloverschotten – zijn inbegrepen. Directeur Van Eetvelde ziet er geen graten in: ‘Waarom zou je 500 euro betalen voor een kamer op de privémarkt als je hier voor 300 euro terechtkunt?’ Die vergelijking gaat mank. Want ook al zijn ze er gedomicilieerd, vóór de coronamaatregelen mochten de Brusselse bewoners het pand waar ze sliepen van 9 tot 17 uur niet betreden.

De Poverellodeur staat trouwens niet voor iedereen open. Het restaurant in Brussel serveert enkel maaltijden aan vijftigplussers. ‘Dat is een hele moeilijke beslissing geweest, maar we hebben in 1998 veel problemen gehad met agressiviteit’, zo verantwoordt Van Eetvelde de keuze in Brussel. Advocaat Jo Muylle van Jef Vermassen en partners, die optreedt als raadsman van Poverello, voegt daaraan toe dat ‘de veiligheid van betrokkenen en de vrijwilligers op de eerste plaats komt’.

Poverello kocht vorig jaar het imposante Damiaan-klooster in Kortrijk.
Poverello kocht vorig jaar het imposante Damiaan-klooster in Kortrijk.

Ook in Gent is de leeftijdsgrens onlangs ingevoerd. Voor de nachtopvang is de organisatie nog selectiever: alleen mannelijke 50-plussers zijn er welkom.

Zelfs geld, of toch de mogelijkheid om een maandelijks inkomen te verwerven, lijkt een rol te spelen bij de selectie van daklozen. ‘Ongeveer vijftien van de vijftig Brusselse bewoners’ hebben volgens advocaat Muylle geen inkomen. Poverello laat daklozen bij zich domiciliëren opdat ze aanspraak kunnen maken op een leefloon van 500 euro, waarvan ze het grootste deel afdragen aan de organisatie. ‘Maar de meesten hebben recht op een vergoeding van het ziekenfonds of een pensioen en krijgen tussen 800 en 1000 euro’, nuanceert Van Eetvelde.

Er zijn armen die nog meer afstaan aan de organisatie: zo betalen ze in Banneux 600 euro per maand voor onderdak.

Riante giften

De organisatie lijkt de inkomsten van haar kwetsbare doelgroep nochtans niet nodig te hebben om te blijven voortbestaan. Volgens de jaarverslagen heeft Poverello in de loop der jaren een balans- totaal van meer dan 20 miljoen euro verzameld, vooral dankzij de riante toestroom aan giften. Op enkele jaar- rekeningen staan de giften, erfenissen en lidgelden als aparte categorie vermeld. Omdat er bij Poverello geen sprake is van lidgeld en de vzw amper subsidies zegt te aanvaarden, gaat het dus om schenkingen en erfenissen: in 2015 ontving Poverello 1,3 miljoen euro, in 2016 1,7 miljoen euro en in 2017 681.000 euro. De hoge bedrijfsopbrengsten uit de boekhoudingen van andere jaren suggereren dat ook dan grote bedragen gedoneerd werden.

Waar komt dat geld vandaan? Iedereen kent de solidariteitsacties ten voordele van Poverello. Ter gelegenheid van Music for Life schonk de Vlaamse regering in 2015 nog een cheque van 100.000 euro. Maar het grote geld komt van erfenissen, waarbij de schenkers gebruik konden maken van het fiscaal aantrekkelijke duolegaat. Sinds juli dit jaar bestaat dat systeem niet meer.

Omdat er amper geld wordt uit- gegeven aan de werking, noteert de vzw aanzienlijke winsten. Als je voor de laatste tien boekjaren de uitgaven van de inkomsten aftrekt, krijg je een cashflowresultaat van meer dan 875.000 euro per jaar, een ongezien hoge winstmarge voor een dergelijke vzw.

Dat geld wordt opgepot. In 2009 stond er al een bedrag van 8 miljoen euro op de bankrekening en in het boekjaar 2019 bereikten de liquide middelen een hoogtepunt van 14 miljoen euro, ofte meer dan twee derde van het officiële balanstotaal. ‘Dat zijn onze voorraden’, klinkt het bij directeur Van Eetvelde.

Maar staan die voorraden wel op de bankrekening van Poverello? De officiële jaarrekeningen van 2010 tot 2019 zeggen iets anders. Het volledige bedrag van 14 miljoen euro is namelijk in- geboekt als ‘een vordering’. Een vordering is een boekhoudkundige term voor het geld dat niet in een onderneming aanwezig is, maar waarop ze wel aanspraak kan maken.

‘Een derde partij is de organisatie het bedrag dus verschuldigd, zoals bij een lening’, legt boekhoudkundig expert en partner bij consultancybureau BDO, Hugues Fronville, uit. De vordering staat geboekt op ‘minder dan 1 jaar’. Fronville: ‘Poverello zou het geld dus binnen het jaar moeten kunnen opvragen.’ Maar dat gebeurt al die tijd niet. Integendeel: het verschuldigde bedrag groeit aan van 8 miljoen in 2010 tot 14 miljoen in 2019.

Ook het plotse opduiken van de vordering roept vragen op: de cijfers van het jaar ervoor zijn in de vergelijkingskolom van de jaarrekening aangepast, zodat het verkeerdelijk lijkt alsof de vordering er in 2009 ook al was.

Volgens Fronville gaat het om een verontrustende situatie: ‘U zou de boekhouder toch eens om uitleg moeten vragen.’

Interdiocesaan Centrum

Wanneer we ons in een undercover telefoongesprek voordoen als potentiële donateurs die meer uitleg willen, krijgen we van Van Eetvelde het telefoonnummer van Poverello’s boekhouder, J.D.: het financieel diensthoofd van het Interdiocesaan Centrum, het bestuursorgaan van de Belgische Kerk. Dat ondersteunt zo’n 250 religieuze vzw’s van bisschoppelijke, parochiale en monastieke en randkerkelijke organisaties en ngo’s bij de bedrijfsvoering en de boekhouding. Toch wijdt J.D. elke dinsdag een volledige werkdag aan de boekhouding van Poverello.

'Armen betalen 300 euro per maand voor een bed op een slaapzaal. Van 09.00 tot 17.00 uur mogen ze er niet in.'
‘Armen betalen 300 euro per maand voor een bed op een slaapzaal. Van 09.00 tot 17.00 uur mogen ze er niet in.’

‘Dat zijn eigenlijk beleggingen’, krijgen we te horen. Volgens J.D. staat de 14 miljoen op bankrekeningen van Poverello, maar boekt hij ze toch in als een vordering. ‘Dat is historisch zo gegroeid, sinds de tijd van stichter Jan Vermeire.’ Wanneer we hem zeggen dat de vordering pas opduikt in 2010, stelt hij dat het om een ‘boekhoudkundige herkwalificatie’ gaat.

‘Dat mag niet’, reageert expert Fronville: ‘Je kunt beleggingen bij de bank niet zomaar boeken als vorderingen. Dat is een boekhoudkundige inbreuk.’

Directeur Van Eetvelde neemt de schuld op zich: ‘Ik wilde niet dat zomaar iedereen die bedragen kon zien en heb gevraagd aan onze toenmalige accountant of er geen manier was om discreter te zijn. Hij kwam toen op het idee van de vordering.’

Ondanks herhaaldelijk aandringen weigert Poverello inzage te geven in de interne boekhouding of met bewijsmateriaal aan te tonen dat de zogenaamde vordering eigenlijk geld is dat toch op de eigen rekening staat. Wel krijgen we de contactgegevens van de externe accountant die in 2010 volgens Van Eetvelde aan de basis lag van de vordering: Erwin Vercammen, de gewezen ondervoorzitter van het IAB, het Instituut voor Accountants en Belastingconsulenten.

Volgens Vercammen moeten journalisten zich niet bemoeien met de interne keuken van vzw’s. ‘Jan en klein Pierke hebben zich geen vragen te stellen bij de cijfers. Die zijn er alleen voor de leden van de vzw.’ Tot op vandaag blijkt de voormalige IAB-topman nog betrokken bij het management van Poverello: ‘Nu doet Poverello het zeer goed. Het is niet aan mij om u te zeggen wat Poverello van plan is in de nabije toekomst. Het is niet de bedoeling dat die plannen de wereld ingestuurd worden.’ Als we hem vragen of het IAB het eens is met zijn visie op transparantie bij vzw’s, zegt hij tot onze verbazing: ‘Ik wil nu van u horen dat u dit gesprek gaat vergeten.’

Wie overigens die leden van de vzw mogen zijn die wel inzage hebben, is een mysterie. De Kortrijkse vrijwilligers hebben het Van Eetvelde ook al gevraagd: ‘Ik en een paar anderen’, mompelde de directeur toen. Vroegen ze of er van die vergaderingen verslagen waren, dan viel een pijnlijke stilte. Polsten ze of er überhaupt vergaderingen waren, klonk het antwoord: ‘Euh, we bellen elkaar geregeld.’

Een jaar na de start van ons graafwerk, en een half jaar na de eerste interviews met Van Eetvelde, blijven we nog steeds in het ongewisse over de boekhouding. Maar dan komt de jaarrekening van 2020 met een verrassing: de vordering is plots verdwenen en alle liquide middelen staan opnieuw onder ‘geldbeleggingen’. Maar dat dat echt het geval is, wil de organisatie niet bewijzen. Volgens advocaat Muylle is met de omboeking de kous af: ‘De kritische vraag die u meent te moeten stellen, heeft geen enkele actualiteitswaarde.’

Vastgoedimperium

Even geheimzinnig als het financiële beheer is het merkwaardige aankoopbeleid voor vastgoed. Vastgoedexperte Véronique Jacques bestudeerde de maar liefst 230 kadastrale leggers van Poverello en zijn vier dochter-vzw’s en schat het totale vastgoedimperium van de liefdadigheidsorganisatie op een marktwaarde van 48 à 53 miljoen euro.

‘Het gaat om een heel gediversifieerde vastgoedportefeuille. Er zijn inderdaad een aantal panden die dienen voor sociale hulpverlening, maar we vinden ook kerken, chalets, bossen, weiden, akkerland, maneges en appartementen die al helemaal niets uit te staan hebben met sociale dienstverlening’, aldus Jacques.

In totaal beschikt Poverello over meer dan 23.000 vierkante meter leefoppervlakte, goed voor de totale bewoonbare oppervlakte in een straat met 177 gemiddelde Belgische huizen. Het overgrote deel van die capaciteit wordt amper gebruikt. Momenteel huisvest Poverello over heel het land slechts zo’n tachtig mensen, de meeste op grote slaapzalen.

Vragen we directeur Van Eetvelde hoe hij al dat vastgoed beheert, dan klinkt het: ‘Wij zijn daar niet mee bezig. Wij doen dat tussen de soep en de patatten.’ Na een reconstructie van het gretige aankoopbeleid van de laatste jaren, klinkt die bewering weinig geloofwaardig. Geschonken vastgoedeigendommen worden geregeld verkocht en grote, vooral kerkelijke panden worden opgekocht. Terwijl grote complexen zoals het dominicanenklooster in Oostende en de Sint-Antoniuskluis in Zottegem op enkele kamers na leeg staan, koopt Poverello in 2020 ook nog het imposante Damiaanklooster in Kortrijk, en dit jaar de Sint-Coletasite in Gent.

Het is gissen naar de plannen met die nieuwe panden. In Kortrijk leidde dat tot een opstand onder de trouwe vrijwilligers. Aanvankelijk stonden die positief tegenover de aankoop van het enorme klooster. Er kwamen spontaan nieuwe ideeën om de armen beter te helpen: ’s winters een plaats om op te warmen aanbieden, nachtopvang, een ruimer restaurant, betere klerenbedeling en samenwerking met de voedselbank of kringwinkel.

Poverello bezit het equivalent van een straat met 177 gemiddelde Belgische huizen en huisvest niet meer dan 80 mensen.
Poverello bezit het equivalent van een straat met 177 gemiddelde Belgische huizen en huisvest niet meer dan 80 mensen.

Maar directeur Van Eetvelde wil het omgekeerde: de Kortrijkse afdeling moet stevig snoeien in haar diensten. Het liefst ziet Van Eetvelde armen onder de 50 niet in het Kortrijkse restaurant: ‘In de meeste gevallen trekken jonge mensen met een drugsprobleem elkaar aan en houden ze elkaar aan de drugs.’ De 50-plusregel is nog niet ingevoerd. Wel liep na de maandenlange sluiting het aantal gasten in het restaurant terug tot minder dan de helft. Er komen nu nog slechts veertig mensen langs voor een maaltijd.

‘Doe niet moeilijk’

De vrijwilligers in Kortrijk voelen zich onheus behandeld. Ze krijgen voor hun werking slechts één vleugel van het gebouw en de kleinste binnenplaats. De plannen voor een grote eetzaal met uitzicht op de tuin belanden in de prullenmand. Zelfs voor de klerenbedeling – een dienst waar de Kortrijkse afdeling om bekendstaat – was oorspronkelijk geen plaats voorzien in het nieuwe pand. Pas na lang aandringen is de verhuizing toegestaan: naar een lokaaltje achterin. Van Eetvelde verweert zich: ‘De huidige ploeg is heel tevreden: Kortrijk heeft nu het beste Poverello-onthaal.’

‘We kregen geen inspraak’, zegt voormalig missiepater Erik Maes. Hij stelde zich met vier andere Kortrijkse vrijwilligers kandidaat om lid te worden van de algemene vergadering. ‘In de hoop mee te kunnen beslissen en dat er transparantie zou komen.’ In juni bracht schatbewaarder M.S. het antwoord: de raad van bestuur had de betrokken vrijwilligers uit de organisatie gezet, voor een minimumduur van twee jaar. Enkel de vrouw die er al 23 jaar dienst deed, mocht voorlopig blijven. Toen ze na de vergadering nog vragen hadden voor Poverello, werden ze per kerende mail verzocht geen contact meer te zoeken met de organisatie.

‘Deze dictatuur is erger dan die onder Mobutu’, zegt Erik Maes. ‘Daar mochten we tenminste nog met de tegenstander praten.’ Maes is verbolgen: ‘We voelen ons misbruikt, net als de behoeftigen. Ik vermoed dat sommigen hun eigen kapitaal opbouwen met middelen die voor behoeftigen geschonken zijn. We worden misschien geweerd omdat zij vermoeden dat wij dat vermoeden.’

Wat zijn dan de concrete plannen met het enorme klooster? Van Eetvelde verwijst naar een vaag plan om kleine leefgemeenschappen te creëren, net zoals hij op termijn ook de nachtopvang van het CAW op de eerste verdieping wil overnemen.

Na hun ontslag zijn de Kortrijkse vrijwilligers niet welkom tijdens een eerstvolgende infosessie op de nieuwe Damiaansite. Aan de deur roept de nieuwe plaatselijke verantwoordelijke: ‘Doe niet moeilijk. Ik ga niet met u in discussie. Ge gaat hier niet verder.’

Studentenkoten

Undercover trekken we daarom naar Gent, waar Poverello eveneens een buurtinfosessie organiseert over de plannen met de recentste aankoop van een parochiegebouw: het Coletahuis.

Die plannen doen de wenkbrauwen fronsen. Op de gelijkvloerse verdieping komt een sociaal restaurant en op de bovenverdieping wil Poverello studentenkoten inrichten. ‘Voor arme studenten?’ vraagt onze undercover. ‘Nee, de bedoeling is een gemeenschap van studenten te krijgen die het ook kunnen betalen’, antwoordt directeur Van Eetvelde.

‘Armoedebestrijding is de taak van de overheid’, vertrouwt Van Eetvelde zijn publiek toe. ‘Wij zijn geen sociale dienst. Wij kunnen de mensen die bij ons komen geen toekomst geven, alleen een vandaag.’ Ook bizar is de aankoop van een landgoed in het Tieltse Schuiferskapelle in 2014, waardoor de organisatie nu over twee maneges beschikt. Poverello had namelijk al een eerste manege geërfd van stichter Jan Vermeire in het Waalse Daverdisse, waar de organisatie ook meer dan honderd landbouwgronden bezit. Van Eetvelde legt uit: ‘De aankoop gebeurde op aansturen van de Tieltse verantwoordelijke, een kloosterzuster. Een kennis van haar verkocht zijn boerderij.’

Er zijn ondertussen heel wat renovatiewerken gebeurd: het dak is vernieuwd en in de stallen is een gloednieuwe kapel opgetrokken. Ondertussen organiseert de bejaarde zuster er, net als in Daverdisse, ponykampen voor kinderen. Van Eetvelde: ‘De bedoeling is om kinderen uit diverse milieus bij elkaar te brengen. Gegoede kinderen worden niet uit-gesloten.’ Volgens twee ge- tuigenissen – één in Daverdisse en één in Tielt – gaat het vooral om die laatste groep. De dure auto’s op de parking lijken die bewering niet meteen tegen te spreken.

De laatste jaren haakten heel wat vrijwilligers af. In 2016 waren er op de Brusselse hoofdzetel nog 76 vrijwilligers actief. Tegen 2020 was een derde van die groep gestopt. Sinds het begin van de coronacrisis vermeldt de website: ‘Gezien de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te houden werd het dagonthaal in alle Poverellohuizen gesloten.’ Terwijl de nood groter was dan ooit en andere daklozenorganisaties al het mogelijke deden om hun doelpubliek te bereiken, blijft Poverello’s sociale restaurant in Brussel tot op vandaag gesloten. Andere afdelingen kampen met een tekort aan vrijwilligers. Daar stellen ze zich de vraag of er ook in Brussel nog wel voldoende mankracht is om weer op te starten.

De vraag van 14 miljoen: waar is het geld van Poverello?

Frustraties in Leuven

De Leuvense afdeling weigerde om tijdens de coronacrisis te sluiten. ‘We zagen dat onze mensen ons nodig hadden en we wilden onze diensten niet verminderen’, zegt afdelingsverantwoordelijke Karine Vander Hulst. Tijdens de crisis slaagde ze erin een hele schare jonge vrijwilligers te werven. Dankzij een samenwerking met de Leuvense horeca boden ze tijdens de lockdown van vorige winter zelfs in het weekend gratis maaltijden aan. Door de week krijgen armen voor 1 euro niet alleen een maaltijd mee, maar meteen ook een hele zak extra voedsel. De zuinigheid van de Brusselse afdeling is veraf.

Over de samenwerking met Brussel lopen de frustraties in Leuven hoog op. ‘Directeur Van Eetvelde zegt almaar dat we moeten minderen’, zegt Vander Hulst. ‘Dat we niet te veel voor de armen mogen doen. Nergens is geld voor. Vijf jaar hebben we moeten wachten op dringende verbouwingen: het regende hier binnen. Gelukkig krijgen we veel van lokale sponsors.’ Van Brussel krijgt Leuven amper iets.

‘Integendeel,’ zegt Vander Hulst, ‘de hoofdzetel haalde meermaals zonder onze toestemming geld van onze rekening dat we met lokale acties verzameld hadden.’ Twee bankafschriften met transacties ten belope van 70.000 euro bewijzen dat. Op één ervan prijkt de mededeling ‘ZO MAAR’. Vander Hulst: ‘Sympathisanten hadden hier in Leuven ook duizenden euro’s verzameld in het kader van De Warmste Week. Dat geld is gestort op de Brusselse rekening. We hebben er geen cent van gezien.’

Ze krijgt het niet over haar hart om, zoals Van Eetvelde vraagt, de werking terug te schroeven. Vander Hulst zegt bezorgd te zijn over de toenemende armoede in haar stad. ‘Onlangs nog belde de directeur van een wijkschooltje hier in Leuven. Hij vroeg of we eten over hadden. Steeds meer leerlingen komen met honger en een lege brooddoos naar school. We zijn bang voor de toekomst van onze afdeling. De mensen hebben ons almaar harder nodig.’

Om zelf over het eigen budget te kunnen beschikken, richtte Leuven dit jaar in het grootste geheim een eigen vzw op: Vrienden van Poverello Leuven. ‘We willen er zeker van zijn dat het geld dat mensen ons geven bij de armen terechtkomt.’

Bij veel andere armoedeorganisaties is die transparantie wel vanzelfsprekend. Al is hun kapitaal vele malen kleiner, het Brusselse Douche Flux en de Antwerpse Sint-Egidiusgemeenschap publiceren gedetailleerde financiële jaarverslagen op hun website.

Kris Raemdonck van vzw Vrienden van het Huizeke werkt met projectcodes als vermelding bij de giften: ‘Ik vind het een morele plicht om het geld te gebruiken waarvoor het gegeven wordt. Het is enorm jammer dat mensen die grote bedragen geven, louter op naambekendheid afgaan en niet nagaan waar hun geld dan wel terechtkomt.’

Ik vermoed dat sommigen hun eigen kapitaal opbouwen met middelen die voor behoeftigen geschonken zijn.

Erik Maes, voormalig vrijwilliger Poverello

Overal in het dossier klinken alarmbellen, maar Poverello’s zogezegde ‘open deur’ gaat meteen dicht voor wie om meer uitleg vraagt. De afdelingsverantwoordelijken die we spraken, geven aan in het duister te tasten over het management van de hoofdzetel in Brussel. Ook directeur Van Eetvelde zelf lijkt niet goed op de hoogte van de merkwaardige, financiële constructies en transacties.

De schatbewaarder

Wie is hier echt aan zet? Een eerste spoor leidt naar de katholieke kerk. Het valt op hoe – op de manege na – de afgelopen twintig jaar alle grote panden die Poverello verwerft voorheen kerkelijk bezit waren, in handen van kloosterordes en parochiale vzw’s. Ze worden gekocht voor lage prijzen. Zo werd voor het Coletahuis in hartje Gent slechts 725.000 euro betaald, en voor het Damiaanklooster in Kortrijk werd een deal van 1,4 miljoen euro beklonken. De Sint-Antoniuskluis kreeg de organisatie gratis van de broeders van Tiberiade en de broeders van de Bouworde schonken – na bemiddeling van het Bisdom Hasselt – Poverello hun voormalige uitvalsbasis in Heusden-Zolder. Die twee schenkingen zijn niet opgenomen in hoger vermelde giften aan Poverello, omdat Poverello ze beheert via aparte vzw’s. Zoals eerder gezegd, doet de kerk Poverello’s boekhouding.

De kerk wijst, bij monde van kanunnik Herman Cosijns als voormalig hoofd van het Interdiocesaan Centrum en dus manager van Poverello’s huidige boekhouder, alle betrokkenheid af: ‘De heer J.D. verleent enkel boekhoudkundige ondersteuning. Hij behoort niet tot de beslissende instantie van Poverello.’

Een ander voor de hand liggend spoor leidt naar Poverello’s raad van bestuur. Daarin hebben vijf mensen zitting: directeur Johan Van Eetvelde, zijn vrouw, een voormalige bankier, een consultant uit de vleesindustrie en schatbewaarder M.S.

Tijdens ons onderzoek stootten we op Comptarello, Poverello’s digitale boekhoudplatform, dat opgezet werd door de broer van de schatbewaarder. Door een programmeerfout staan de dagelijkse rekeningen van een aantal afdelingen open en bloot op het internet. Naast de in- en uitgaven en vrijwilligerslijsten vinden we ook de lijst met telefoonabonnementen die aan Poverello gefactureerd worden. Daaruit blijkt dat de telefoonabonnementen van een tiental familieleden van de schatbewaarder zeker tot dit jaar (sommige tot maart, andere tot september) aan Poverello gefactureerd werden. Wanneer we de telefoonnummers googelen, komen we terecht bij allerhande vastgoedadvertenties: huizen, appartementen, garageboxen en studentenkoten. Telkens staan ze in verband met de familie van schatbewaarder. De schatbewaarder en zijn familieleden zijn bovendien betrokken bij meerdere ondernemingen, waarvan de meeste in de vastgoedsector.

Als we de telefoonnummers undercover opbellen om de openingsuren van het sociale restaurant te kennen, zeggen de familieleden niet actief te zijn bij Poverello. Bellen we terug met de vraag waarom Poverello hun telefoonrekening betaalt, dan wordt die claim door de meesten ontkend. Een neef, bestuurder en vertegenwoordiger van verschillende renovatiebedrijven, geeft wel toe klussen voor Poverello te hebben gedaan. ‘Maar dat is iets tussen mij en Johan (Van Eetvelde).’

Poverello’s voormalige extern accountant Erwin Vercammen is bovendien geen onbekende van M.S. In minstens twee zaken van de familie van M.S. duikt de accountant op. Ook delen Poverello en de familie dezelfde notaris, die geregeld de vastgoedtransacties van Poverello regelt in het hele land.

Via advocaat Jo Muylle laat directeur Van Eetvelde weten dat ‘Poverello nooit een telefoonrekening van een derde heeft betaald’ en dat het ‘als het ware om een groepsaankoop gaat om een tegenwicht te vormen tegen grote internationale bedrijven om een zo gunstige mogelijk telefoontarief te bekomen.’

Schatbewaarder M.S. zelf had duidelijk minder inspiratie. Als we hem om uitleg vragen, klinkt het bot: ‘Ik hoef u niet te woord te staan. Hier stopt het verhaal.’

Op 08/12 (20.20 uur) zendt RTBF La Une de documentaire #Investigation uit.

Poverello reageert via advocaat Jo Muylle

‘De verdachtmakingen zijn volledig ten onrechte en kaderen duidelijk in de vergelding die door sommigen wordt nagestreefd wegens het mislopen van hun persoonlijke ambities.Uw bronnen kenmerken zich door een visie die niet in overeenstemming te brengen is met de uitgangspunten en basisbeginselen van vzw Poverello.

Blijkbaar hebben deze mensen het nodig geacht om hun waanideeën en totaal onterechte beschuldigingen aan u mede te delen op basis van een onterechte overtuiging dat de middelen onbeperkt zijn. Zij zien niet in dat gelet op de omvang van de werkzaamheden en de kosten die hieraan verbonden zijn, bedachtzaam moet omgesprongen worden met de middelen.

Het onroerend patrimonium van de vzw is geenszins ?50.000.000 waard. De waarde van het onroerend patrimonium en van het roerend patrimonium is steeds terug te vinden geweest in de gepubliceerde balansen.

Elke uitgave is steeds gelinkt aan de werking van vzw Poverello.

Wanneer bepaalde keuzes worden gemaakt binnen de vzw, hetzij de algemene vergadering, hetzij de raad van bestuur, is hiervoor steeds een reden.

Dat er een grote cashflow is, heeft blijkbaar sommigen doen geloven dat de middelen oneindig zijn en er zou moeten afgestapt worden van het bedachtzame, spaarzame en voorzichtige investerings- en bestedingspatroon.

Aangezien dit niet strookt met een goed beheer volgens de van bij het begin gerespecteerde principes, zijn de wegen gescheiden en vinden de personen die hun visie niet konden doordrukken het nodig om via u na te trappen met allerlei onterechte verwijten en verdachtmakingen.’

Lees hier de volledige repliek van meester Muylle:

Deze reportage kwam tot stand met de steun van Fonds Pascal Decroos en Fonds pour le Journalisme.

De vraag van 14 miljoen: waar is het geld van Poverello?

De vraag van 14 miljoen: waar is het geld van Poverello?

Partner Content