De ontbolstering van Eliott Knuets: ‘Ik herinner me heel precies wanneer ik verliefd werd op de jazz’

Eliott Knuets
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Zestien was hij toen trompetgrootheid Wynton Marsalis hem ‘ontdekte’. Twee jaar later presenteert Eliott Knuets (18) zijn debuutalbum. ‘Als het écht niet lukt, word ik boswachter.’

Je zult het merken’, had Peter Hertmans ons verteld. ‘Met kinderen met uitzonderlijke talenten kan het sociaal weleens verkeerd lopen. Niet met Eliott. Een dikke nek is hem vreemd, hij heeft niets bewijzerigs. Maar hij heeft wel de muzikale maturiteit van iemand van 35. ‘ Hertmans kan het weten. Hij is gitarist bij het prestigieuze Brussels Jazz Orchestra en docent gitaar aan het Brusselse conservatorium en het Lemmensinstituut in Leuven. En begeleidt de jongeman uit Dworp als leraar én als groepslid, zoals vorige zondag bij zijn debuut in de Brusselse Bozar. ‘In de eerste twee jaar dat ik hem lesgaf, was hij een gewone leerling. Maar vanaf zijn vijftiende ging hij als een raket vooruit.’

Mogen wij u en uw band uitnodigen om een livestream te spelen voor Jazz at Lincoln Center in New York?

En toen moest zijn wonderjaar nog komen. Het jaar waarin alles zou veranderen. Maar het begon, zoals dat in de verhalen van Kuifje gaat, op de rommelmarkt.

Eliott Knuets: Muziek is er altijd geweest in mijn leven. Mijn moeder twijfelde om de jazzwereld in te gaan, als dwarsfluitiste. Gitarist Pat Metheny stond hier altijd op. Mijn vader is een hevige rockfan – hij heeft Jimi Hendrix nog live gezien. Dankzij hem kende ik als klein kind elk nummer op elk album van The Beatles. Toen ik vier was, liep ik thuis de hele tijd gitaar te imiteren met een tekenlat. Ik moest en zou Paul McCartney worden – ook al speelde die bas. Mijn ouders kochten dan maar een klassieke gitaar voor me op de rommelmarkt. Ze was veel te groot voor me, het was te vroeg. Maar volgens mijn moeder zat ik er niet gewoon wat op te rammelen, ik zocht noten. Het was bedoeld als tijdverdrijf voor een kleuter, maar ik ging er helemaal in op.

Merkte je dat je sneller vooruitgang boekte dan andere kinderen?

Knuets: Daar was ik niet mee bezig. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik professioneel muzikant zou worden. Intussen speel ik niet meer met Playmobil, maar het doel is altijd duidelijk geweest. Altijd spelen. Veel leeftijdgenoten hebben geen idee wat ze willen doen in het leven. Dat moet raar zijn.

Je hebt het topkunstenaarsstatuut gekregen. Wat houdt dat in?

Knuets: Zoals jonge sporters buitenlandse toernooien mogen spelen, zo mocht ik vijftig halve dagen afwezig zijn aan de kunsthumaniora voor repetities, masterclasses en lessen – in mijn vijfde middelbaar volgde ik les aan het conservatorium van Brussel, in het Jong Talent-programma. De deal met de school was wel dat ik alles zou inhalen.

Wanneer is de jazz dan in jouw leven gekomen?

Knuets: Toen ze zwanger van me was, zette mijn moeder altijd een compositie van mijn oom Olivier Collette op – hij is professioneel jazzpianist -, met de speaker op haar buik. Zonder hem had ik nooit gestaan waar ik nu sta. Later wilde ik rockster worden, jazz raakte me niet. Tot mijn moeder onze buurman aansprak om mij wat les te geven. En dat is toevallig Peter Hertmans. Hij leerde me álles: de blues, de ritmes, de muziek van gitaristen als Joe Pass en Kurt Rosenwinkel. Peter is mijn grote mentor. Ik herinner me heel precies wanneer ik verliefd werd op de jazz. In de zomer van 2018 volgde ik mijn eerste jazzstage. Daar hoorde ik Bouncing with Bud, de klassieker van pianist Bud Powell. Het voelde alsof ik koorts kreeg.

Het album Introducing Eliott Knuets is verkrijgbaar via www.eliottknuets.com
Het album Introducing Eliott Knuets is verkrijgbaar via www.eliottknuets.com

Amper anderhalf jaar later in januari 2020, speelde meestertrompettist Wynton Marsalis in Bozar. Wat herinner je je van die dag?

Knuets: Wynton hield overdag een workshop voor studenten. Met mijn school was ik erbij, en in de loop van de middag hoorde ik dat er ’s avonds gejamd zou worden in het café van Bozar. Ik daarnaartoe, ook al was het een schoolavond. En ja hoor: de avond werd geopend door Frank Vaganée en Nathalie Loriers van het Brussels Jazz Orchestra. Het was er vreselijk druk, en élke muzikant die er was wilde natuurlijk meespelen. Vijf blazers, piano, gitaar: als die tijdens een nummer allemaal een rondje willen soleren, is er al snel een kwartier voorbij. Ik speelde There Will Never Be Another You, een prachtige, trage compositie uit de jaren vijftig. En plots ging de deur van het café open. Wynton stapte binnen, in z’n eentje. Hij zette een blues in, en iedereen werd gek. Daarna zei hij: ‘Laten we iets snels spelen.’ Waarop ik: ‘ St. Thomas van Sonny Rollins?’ Maar dat was hem veel te traag. ‘Nee, Cherokee in de versie van Charlie Parker!’ Ik begon te zweten. Gelukkig had ik het een paar weken daarvoor voor het eerst geprobeerd.

Op filmpjes die van die avond circuleren lijk je helemaal niet zenuwachtig.

Knuets: Dat was ik ook niet. Toen ik later met het BJO mocht meespelen, was ik keihard aan het stressen. Maar toen? Raar. Ik begrijp het zelf niet. Maar goed, na mijn solo zag ik Wynton goedkeurend met zijn vinger zwaaien. Na het einde van de jamsessie kwam hij naar me toe. ‘Geef me eens je telefoon’, zei hij. Hij nam hem in zijn handen en tikte zijn telefoonnummer in. ‘Bel me morgen.’ Daarna begon hij me tips te geven: ‘Hier, deze moet je zeker beluisteren: It’s Monk’s Time van Thelonious Monk!’ (glimt) Dat heb ik gedaan. Veel. ‘I will not forget you’, zei hij nog. Dat is natuurlijk heel sympathiek, maar Amerikanen zeggen zoiets nogal snel. Ik probeerde niets te verwachten. Maar drie dagen later belde hij zelf! Met tips van muzikanten die ik moest checken. Hamilton de Holanda, bijvoorbeeld, een Braziliaanse mandolinespeler. Ook dat heb ik gedaan.

Meteen daarna kwam corona en ging de wereld op slot. Ik dacht: het is een mooi verhaal geweest, maar het is afgelopen. Tot ik eind 2020 een bericht kreeg van Wyntons manager. ‘Mogen wij u en uw band uitnodigen om een sessie te spelen die zal worden gestreamd op het YouTubekanaal van Jazz at Lincoln Center in New York?’ Een week na de opnames van mijn album hebben we een professionele video-opname gemaakt – ik wilde het netjes doen. Later heb ik een heel fijn bericht gekregen met de boodschap dat hij er erg blij mee was. (stilte) Zelfs al gebeurt hier niets meer mee: Wynton Marsalis weet wie ik ben. Hoeveel geluk kun je hebben?

Met wie zou je nog graag een samenspelen?

Knuets:(snel) John Coltrane! Maar ja, die is dood. Keith Jarrett! Maar ja, die kan zijn linkerhand niet meer gebruiken sinds zijn beroertes. Ik ben toch te laat geboren, ik heb de groten gemist. Maar kijk eens naar die filmpjes van Jarrett. (kijk recht in de Zoomcamera) Ik ken niemand die tijdens het spelen zo diep in de muziek zit. Hij verkeert in trance. Hij staat zo veel verder dan de rest. Kon ik ook maar zo zijn.

Tot slot: wat zou je doen mocht het alsnog niet lukken in de jazz?

Knuets: Je bedoelt als ik een hand kwijt zou raken?

Of omdat niet iedereen Keith Jarrett wordt?

Knuets: Stop mij dan maar in de natuur. Eliott de boswachter, dat lijkt me wel wat.

Eliott Knuets

– 2004: geboren in Eigenbrakel, groeit op in Dworp

– 2008: krijgt zijn eerste gitaar

– 2018: volgt eerste jazzlessen

– 2020: jamt met Wynton Marsalis

– 2022: brengt zijn debuutalbum uit

Partner Content