Opinie

Egbert Lachaert (Open VLD)

‘De klassenstrijd is voorbij en helpt ons niet vooruit’

Egbert Lachaert (Open VLD) Voorzitter van Open VLD

Open VLD-voorzitter roept op ‘om te stoppen met die opgeklopte strijd’ rond 1 mei. ‘Laten we de clichés en conflicten uit de 19de eeuw overstijgen en met alle bestuurspartijen en overheidsniveaus samenwerken aan haalbare oplossingen voor alle mensen in ons land.’

De hoge energiefacturen en de stijgende inflatie houden heel wat mensen wakker, ook degenen die tot voor kort weinig financiële zorgen hadden. Een stijging van de gasfactuur met [2000 euro] per jaar trekt in veel gezinnen een streep door de jaarlijkse vakantie, of erger. Wie de wagen nodig heeft voor zijn job, heeft soms het gevoel bij te moeten leggen om te gaan werken. Ondertussen wordt de kar in de supermarkt elke week duurder en smelt het spaargeld weg. Een inflatie van 8,3% op jaarbasis: daar krijgt ook iedereen grijs haar van die een beetje geld opzij gezet heeft.

Als liberaal ben ik zeer bezorgd over deze situatie. Het is geleden van de jaren ’70 dat we met iets gelijkaardigs geconfronteerd zijn. Toen was er – met de devaluatie van de Belgische frank – uiteindelijk een moment van collectieve verarming nodig om de spiraal te doorbreken. Zover mogen we het niet laten komen. Ik ben een vooruitgangsdenker. Iedereen die zich inspant, werkt en onderneemt moet zich kunnen verbeteren en zijn kinderen een betere toekomst kunnen geven. Daar moet een regering waar liberalen deel van uitmaken dag in, dag uit aan werken.

De klassenstrijd is voorbij en helpt ons niet vooruit.

Dat gaat alleen wanneer we de problemen, maar ook de oplossingen ernstig nemen. Met populistische slogans komen we niet verder. In de aanloop naar 1 mei en Rerum Novarum zullen we ongetwijfeld weer met een aantal gemakkelijke recepten om de oren worden geslagen. De ene zal meer loon eisen. De andere zal willen dat “de rijken” of de grote bedrijven de crisis betalen. De 19de eeuwse klassenstrijd wordt daarbij elk jaar opgewarmd, in een nieuw jasje gestoken, om de confrontatie op te zoeken met politieke tegenstrevers.

Ik voel mij hier niet door aangesproken en ik ben er van overtuigd dat dat ook het geval is voor een groot deel van de bevolking. Iedereen ligt vandaag wakker van koopkracht, de oorlogsdreiging en een mogelijke economische crisis. Maar de klassenstrijd van het proletariaat tegen het patronaat is totaal voorbij gestreefd. In de overgrote meerderheid van de bedrijven werken werknemers en werkgevers goed samen en staan ze dicht bij elkaar. Werknemers hebben een hart voor hun bedrijf en willen het mee doen groeien. Ze begrijpen ook wel dat het in tijden van crisis niet verstandig is om hun werkgever een concurrentienadeel aan te doen ten opzichte van het buitenland. De opslag van vandaag zou dan het ontslag van morgen worden.

Laat ons dan ook stoppen met die opgeklopte strijd rond 1 mei. Laten we in de plaats daarvan zoeken naar haalbare oplossingen voor de mensen. Die liggen niet in het afschaffen van de automatische loonindexering, want daarmee zouden we de koopkracht verder ondergraven, maar ze liggen ook niet in het schrappen van de loonnormwet. Deze wet garandeert dat onze lonen niet sterker stijgen dan de buurlanden. Die afstemming hebben we nodig om onze concurrentiekracht en dus heel wat banen te behouden.

Er wordt her en der ook een nieuwe crisisbelasting geopperd ten laste van ‘de rijken’. We zijn bereid om een fiscale hervorming met open vizier te bekijken, maar alle voorstellen moeten wel haalbaar zijn en doel treffen. Zelden of nooit is men er in geslaagd om met zo’n voorstel énkel en alleen de rijksten te treffen. Al snel komen de middenklasse en de gewone zelfstandigen in het vizier. Toch zeker als de taks een substantieel bedrag moet opleveren. Bovendien: nothing is so permanent as a temporary measure. Nota bene dat we pas begonnen zijn met het laten uitdoven van de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van Dehaene.

Crisisvrijstelling, importheffing op Russische grondstoffen, meer concurrentie

We zullen dus creatiever moeten zijn in onze zoektocht naar oplossingen voor het actueel koopkrachtprobleem. Ik leg daarom twee liberale recepten op tafel. Verlaag de belastingen en verlaag de prijzen. De overheid krijgt momenteel extra BTW inkomsten binnen door de stijgende prijzen en extra sociale bijdragen en belastingen door de automatische loonindexering. Ons voorstel is heel eenvoudig: geef deze extra inkomsten terug aan de mensen en aan de bedrijven om de stijging van hun kosten te compenseren. Sommigen willen een crisisbijdrage invoeren om extra middelen op te halen. Ik pleit voor een crisisvrijstelling.

Een ander punt waarop we moeten werken, zijn de hoge prijzen. Premier De Croo heeft er al op gewezen dat we door de hoge energieprijzen de oorlog van Poetin aan het financieren zijn en Europa hier iets aan moet doen. We kunnen een maximumprijs invoeren, maar bijvoorbeeld ook een importheffing op gas en olie die vanuit Rusland naar Europa komt. De opbrengst daarvan kunnen de Europese landen aanwenden om de koopkracht te verhogen of te investeren in de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Maar we moeten het breder bekijken. Een kar in een Belgische supermarkt is duurder dan in buurlanden. Ook voor andere producten en diensten liggen de prijzen in ons land hoger. Een gebrek aan concurrentie en concentratie van marktmacht bij grote spelers, liggen hier mee aan de basis. We moeten dit aanpakken om de prijzen meer onder controle te krijgen. Dat zal een werk van lange adem zijn, maar kan veel opleveren.

Laten we in deze meimaand de clichés en conflicten uit de 19de eeuw overstijgen en met alle bestuurspartijen en overheidsniveaus samenwerken aan haalbare oplossingen voor alle mensen in ons land, of dat nu werknemers, gepensioneerden of zelfstandige ondernemers zijn.

Partner Content