Opinie

Paul Delva (CD&V)

‘De gemeenten hebben een te dikke vinger in de pap in Brussel’

Paul Delva (CD&V) Fractievoorzitter CD&V in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement

Naar aanleiding van de feestdag van het Brussels Gewest pleit Paul Delva voor een betere afstemming van alle bevoegdheden tussen de verschillende bestuursniveau’s.

‘Brussel is vuil. Brussel is arm. Brussel is te druk. Brussel rijmt op ‘malgoverno’. Brussel is een bodemloze financiële put. Vergelijk dat maar eens met Hasselt, Lier of Brugge…’ Ik hoor het mijn vrienden in Vlaanderen vaak zeggen. Maar is het niet wat gemakkelijk om Brussel te vergelijken met een ‘gemiddelde’ Vlaamse stad? Heeft Brussel misschien typische kenmerken die haar ‘anders maakt, en dus inderdaad complexer om te besturen? Zeer zeker.

De gemeenten hebben een te dikke vinger in de pap in Brussel.

In de eerste plaats is Brussel een pendelstad. Er zijn in de stad 725.000 jobs, die voor een groot deel door mensen buiten Brussel, voornamelijk vanuit Vlaanderen, worden ingevuld. Die pendelaars betalen in het Brussels gewest vandaag logischerwijze geen belastingen, maar het Gewest verleent die pendelaars wel diensten die heel wat middelen vergen: het onderhoud van wegen, openbaar vervoer, veiligheid, bibliotheken waar iedereen van gebruik kan maken, zelfs gratis openbare wifi. De ratio ‘pendelaars/inwoners’ is haast nergens in Europa groter dan in Brussel. Natuurlijk legt dit een belangrijke druk op de stad en haar inwoners. Die druk wordt nog groter door het gigantisch aantal auto’s die deze pendelaars naar Brussel brengen. Daar liggen trouwens tal van redenen aan de grondslag, waarvan de oorzaak ontsnapt aan het Brusselse bestuursniveau: de gebrekkige werking van de NMBS, het ontbreken van een RER naar Parijs’ model, de politiek rond de salariswagens, … Ook de ratio ‘inkomende pendelauto’/inwoners ligt trouwens bij de absolute top in Europa.

Ten tweede is Brussel een ‘aankomststad’ (en ondertussen één van de meest diverse steden ter wereld): migranten die in België aankomen vestigen zich in steden, doorgaans omdat hier al landgenoten wonen die hen in hun taal wegwijs kunnen maken. Ook is de kans op een (al dan niet informele) job groter. Dit is een fenomeen dat van alle tijden is en zich in elke grootstad afspeelt: de stad als sociale lift. Men komt hier arm aan, men grijpt de kansen die zich in de stad voordoen, en na één, twee of drie generaties verlaat men de stad op zoek naar betere oorden. Brussel biedt als biotoop heel wat kansen, maar de overheid krijgt van mensen die aan het begin van hun leven in België staan, maar weinig of geen belastinginkomsten.

In de derde plaats valt het aantal laaggeschoolde inwoners in deze stad op. Aan de onderkant van de huizenmarkt of in de sociale huisvesting vinden die in Brussel nog betaalbare, maar vaak ongezonde woningen. In de statistieken van Actiris kan je ze vaak als ‘langdurig werklozen’ terugvinden. En vaak is hun mentale en/of fysieke gezondheid niet rooskleurig.

Bovenop deze drie ‘eigenschappen’, die Brussel duidelijk differentieert van andere steden, , speelt ‘Brussel’ een belangrijke (ook hoofdstedelijke) rol op verschillende bestuursniveaus: internationaal, Europees, nationaal en Vlaams. NAVO- en EU-toppen vinden in de stad plaats en vragen veel politie- en veiligheidsmiddelen. De nationale en internationale rol van Brussel vragen veel middelen, en op dat vlak is er weinig dat nog efficiënter of goedkoper kan. En dan zwijgen we nog van de ontelbare manifestaties en betogingen die elke week opnieuw door Brussel trekken. Het ontlokte wijlen minister Jos Chabert de bedenking dat Brussel nood had aan een ‘manifestodroom’.

De gewestvorming zorgde ervoor dat Brussel op vele domeinen (ook economisch) afgesneden werd van het rijke hinterland; in de verschillende gewesten kwamen bestuurders die er soms andere en tegengestelde visies op na houden, en door de verschillende taalregimes is het zelfs niet evident om ambtenaren uit de gewesten met elkaar samen te laten werken.

Het Brussels Gewest moet dus bevoegdheden overnemen van de gemeenten.

Zo werd er in de afgelopen decennia teruggeplooid op het eigen gewest om plannen uit te tekenen. Een duidelijke ruimtelijke ordening en infrastructuur over de gewestgrenzen heen, mét een lange termijnvisie, vraagt veel overleg, en dus veel tijd.

Tenslotte, en dat moeten we ook niet verbergen, heeft het Brussels Gewest helaas niet het alleenrecht om binnen de gewestgrenzen over ruimtelijke ordening en infrastructuurwerken te beslissen. De gemeenten hebben een te dikke vinger in de pap. Omdat er vaak andere bestuurscoalities op gewestelijk en gemeentelijk niveau zijn, zorgen verschillen van visie voor immobiliteit.

Een betere afstemming van de gewestelijke en gemeentelijke bevoegdheden, zonder overlappingen, moet de volgende regeerperiode zeker op de agenda komen. In de eerste plaats denken we dan aan een in Brussel ééngemaakte politiezone en een ééngemaakt OCMW, uiteraard wel met antennes waar de noden op veiligheids- en sociaal vlak het hoogst zijn. En in de tweede plaats aan een verschuiving van de volledige beslissingsbevoegdheid over mobiliteit, ruimtelijke ordening netheid naar het gewest. Het Brussels Gewest moet dus bevoegdheden overnemen van de gemeenten.

Om even terug te grijpen naar de verzuchtingen waarmee ik dit stuk begon: de uitdagingen zijn enorm. Ze zijn ook van een heel andere orde dan deze van vele andere steden: omwille van de omvang, de typische eigenschappen én de vele hoofdstedelijke functies van Brussel.

Ja, Brussel is een complexe stad. Brussel is trouwens ook de resultante van de geschiedenis van een complex land: we hadden het in dit stuk nog niet eens over de cruciale rol die de Gemeenschappen er ook spelen (onderwijs, cultuur, welzijn, …) De toekomst van Brussel ligt op deze drie sporen: (1) Brussel moet eenvoudiger functioneren (sterker Gewest, één politiezone, …), (2) de samenwerking met de andere Gewesten en de Gemeenschappen moet opgedreven worden, en (3) Brussel moet zijn vele hoofdstedelijke functies én zijn internationale rol krachtiger én met overleg uitoefenen.

Paul Delva is fractieleider van CD&V in het Brussels Parlement.

Partner Content