Slechte slapers: een nachtelijk gesprek met schrijfsters Bregje Hofstede en Guinevere Claeys

Bregje Hofstede en Guinevere Claeys. © Debby Termonia
Peter Casteels
Peter Casteels Redacteur Knack

Bestaat er een goed middel tegen slapeloosheid? Schrijfster Bregje Hofstede ging ernaar op zoek. Ze gooide haar leven om, verhuisde naar Frankrijk en inspireerde daarmee ook columniste Guinevere Claeys om de nacht terug te winnen.

Grote problemen vragen om moedige beslissingen. De Nederlandse schrijfster en De Morgen– columniste Bregje Hofstede verhuisde enkele jaren geleden naar Frankrijk om van haar slapeloosheid af te raken. Wonderwel: het wérkte. Ze schreef er vorig jaar Slaap vatten: hoe een slapeloze de nacht terugwon over. Daarin ondervindt ze aan den lijve dat alle huis-tuin-en-keukentips tegen slapeloosheid niet werken, en het enkel op te lossen valt als je durft te kijken naar wat er mis is in je dagelijkse leven. Voor Hofstede betekende dat dus een vlucht uit de overdrukke stad en naar het Franse platteland. Slaap vatten overtuigde Guinevere Claeys op haar beurt dat definitief naar Oostende verhuizen de juiste keuze was. Ook zij slaapt ondertussen beter, nu ze weer is thuisgekomen in de provincie waar ze opgroeide. De chef letteren van De Standaard gaat tijdens boekenfestival FAAR in gesprek met Hofstede over slapeloosheid, een epidemie die in het Westen heel wat mensen wakker houdt en tot wanhoop drijft.

Als ik tussen twee en vijf uur ’s nachts niet in slaap raak, voel ik me heel ellendig.

Bregje Hofstede

Guinevere Claeys: Ik heb Bregje in Oostende uitgenodigd om het leed te delen: door met elkaar in gesprek te gaan, hoop ik dat we onze slaapproblemen kunnen verlichten. Want zelfs nu we beter slapen, blijven wij voor de rest van ons leven kwetsbaar. Bregje heeft in haar boek de zoektocht naar oplossingen in naam van ons allen ondernomen. Ik ben haar daar heel dankbaar voor. Slapeloosheid blijkt geen probleem van iemands nachten te zijn, maar van diens dagen en hele leven. Dat uitzoomen was heel verhelderend voor mij.

De conclusie van Slaap vatten is nochtans redelijk ontnuchterend: u vergelijkt slapeloosheid met andere stoornissen als angsten en depressie, mevrouw Hofstede. ‘Om te slapen moet je gelukkig zijn’, zegt iemand zelfs in het slothoofdstuk. Een sombere gedachte voor iedereen die dat niet is.

Bregje Hofstede: Ik vind het net somberder om het zoveelste lijstje met tips te lezen die ik meestal al allemaal zonder veel succes heb geprobeerd. Andere onderzoekers leggen de verklaring dan weer bij de genetica, of de manier waarop onze hersenen werken. Sorry, krijgen we dan te horen, u bent helaas een slapeloze, so deal with it. Ik stel het zeker niet mooier voor dan het is, maar ik probeer mensen op zijn minst te laten zien dat verandering mogelijk is, ook al zal het een werk van lange adem zijn. Is dat uiteindelijk toch geen prettigere, hoopgevende gedachte?

U gooide uw leven radicaal om. U woont nu in de natuur in het midden van Frankrijk.

Hofstede: Tijdens het schrijven van mijn boek, en daarvoor al de artikelenreeks in Vrij Nederland, sliep ik zodanig slecht dat ik besloot de gok te wagen: uit de stad vertrekken en verhuizen naar Frankrijk. Ik had het geluk dat ik hier ook gewoon kan schrijven, en mijn vriend – ook bepaald geen goede slaper – dit ook zag zitten. Het schrijven van mijn boek heeft ons hierheen geduwd, en met succes. Zo’n grote, abrupte verandering is nodig om een probleem als slapeloosheid op te lossen. Anders blijven mensen op dezelfde manier reageren in dezelfde situaties. Ik leef nu als een zestigjarige: ’s ochtends schrijf ik, ’s middags werk ik in de tuin of knap ik klusjes op en ’s avonds lees ik een boek op de bank voor de kachel. Ik denk dat ik ooit nog wel eens terug naar de stad ga, maar dit was wat ik nodig had na jarenlang een veel te uitputtend leven te hebben geleid.

Claeys: Zulke dagen klinken heerlijk, maar dat lukt mij nog niet. Ik ben nog altijd aan het hollen door mijn leven, dag na dag. Ik heb dan wel Oostende gevonden, verder is mijn leven nog altijd chaotisch. Ik heb drie jaar veel last gehad van slapeloosheid. Ik leefde toen tussen verschillende plekken in plaats van zelf een thuis te hebben. Nu woon ik letterlijk onder de kerktoren van Oostende, en kijk ik elke avond voor ik ga slapen nog eens naar de vuurtoren van de stad. Ik weet dat het symbolisch is, maar het voelt als een zegening om te wonen in een stad die een vuurtoren heeft. Ik ben ook verhuisd voor de zee. Alleen al het gekrijs van de meeuwen ’s ochtends doet mij beter slapen. De schrijfster Jenny Offill heeft dat ooit goed omschreven: als mensen vogels horen zingen, zijn ze gerust. Als de vogels zwijgen, hebben we het gevoel dat er gevaar dreigt.

Bregje Hofstede
Bregje Hofstede© Debby Termonia

Hofstede: We onderschatten hoezeer wij nog altijd diertjes zijn. Zulke banale dingen, zoals voor mij de aarde ruiken, stellen ons gerust. In Frankrijk hebben wij vaak te maken met concrete problemen: als het hard vriest, springt onze hoofdkraan kapot en is het maar vijf graden in onze slaapkamer. Zulke problemen zijn voor mij veel behapbaarder dan de onrust in mijn hoofd toen ik elke avond in een comfortabel, goed geïsoleerd stadskamertje lag te slapen.

Waar liggen jullie ’s nachts dan zoal aan te denken?

Claeys: De eerste keer in mijn leven dat ik wekenlang wakker lag, was toen ik als kind Bambi had gezien. Bambi rent samen met zijn moeder weg, om dan – knal – te zien dat ze niet meer volgt. Ik denk dat ik daar een half trauma aan heb overgehouden. Vandaag kan ik wakker liggen omdat mijn zoon dringend nog eens naar de kapper moet, maar evengoed van existentiële kwesties. Dan zie ik mijn leven voor me als een zandloper, en merk ik hoeveel zandkorrels er al zijn doorgelopen. Die eindigheid zit me al mijn hele leven op de hielen, en lijkt me ’s nachts in te halen. De psychotherapeut Paul Verhaeghe zegt in het boek van Bregje dat slapeloosheid ook een egokwestie is, en dat vond ik behoorlijk confronterend. Het zijn blijkbaar mensen die hun ego los kunnen laten, die goed slapen.

En het zijn de narcisten die wakker liggen?

Hofstede: Iedereen heeft gemiddeld wel een even groot ego, maar wij zijn er misschien wat gevoeliger of kwetsbaarder voor. Dat klinkt al beter, nee? (lacht)

Zijn het soms ook wereldproblemen die jullie uit jullie slaap houden, zoals nu de oorlog in Oekraïne of de opwarming van de aarde?

Claeys:Er is zelden één specifieke reden die mij wakker houdt, slapeloosheid is vreselijk willekeurig. Het is dus misschien wel wat beschamend, maar ik heb eigenlijk net een periode waarin ik goed slaap. (lacht)

Hofstede: Ik volg het nieuws ’s ochtends en ’s middags heel goed, maar na acht uur ’s avonds stop ik daarmee. Dan is het te laat, want ik weet dat die berichten een weerslag zullen hebben op mijn gemoed. Op het platteland zie je de klimaatverandering al gebeuren, wat een psychologisch nadeel is. Je kunt er niet aan ontsnappen. De herfst begint hier al in augustus, omdat het zo droog is.

Slapeloosheid is een egokwestie. Het zijn mensen die hun ego los kunnen laten, die goed slapen.

Guinevere Claeys

Is de romantiek, of zelfs de magie van de nacht, jullie bekend? Of zijn jullie de nacht ondertussen gaan haten?

Hofstede: De donkerste momenten, tussen twee en vijf uur ’s nachts, kunnen zwaar zijn. Als ik dan niet in slaap raak, terwijl dat het enige is wat ik wil doen, voel ik me heel ellendig. Maar ik kan evengoed denken: oké, dit wordt niets, wat kan ik doen met deze uren die helemaal van mij zijn? Dat is een enorme vrijheid. Ik voel dan ook een soort van emotionele rauwheid die ik tijdens het schrijven goed kan inzetten. Soms levert dat mooie dingen op. Dat is de troostprijs van de nacht.

Claeys: Het lukt mij maar niet om de nacht te omarmen. Dus gehoorzaam ik de nacht liever en blijf ik stil schuilen onder mijn deken. Ik wou dat ik op zijn minst een feestvierder was die graag een hele nacht opblijft, maar dat ben ik helemaal niet. Ik vind de nacht alleen aantrekkelijk zoals ik vaker dingen en mensen aantrekkelijk vind die tegelijk gevaarlijk lijken. Al jaren ligt ’s Nachts komen de vossen van Cees Nooteboom naast mijn bed. Als een vorm van bezwering, want Nooteboom heeft wel degelijk gelijk: ’s nachts komen die vossen echt.

Mevrouw Hofstede, u vertelde dat uw vriend ook slaapproblemen heeft. Liggen jullie dan samen wakker, of is slapeloosheid een vorm van eenzaamheid?

Hofstede: Ik ben eens samen geweest met iemand die fantastisch goed sliep, en dat maakte me vaak jaloers en zelfs kwaad. Ik lag hele nachten wakker, en hij sliep door alsof er niets aan de hand was. Dat is natuurlijk heel kleinzerig van mij. Sterker nog: als je niet meer bereid bent de ander te laten slapen, is de liefde voorbij. Nu is het soms wel troostend als ik ’s nachts even met mijn vriend kan kletsen, of als ik het lampje van zijn e-reader zie aangaan. Dan weet ik: hij heeft ook weer zo’n nacht.

Claeys: Ik kan eigenlijk pas rust vinden als ik weet dat degene naast mij goed aan het slapen is. Er zijn mensen die effectief meteen in slaap vallen. Ik zat gisteren in de trein, en schuin tegenover me zat een man die zijn hoofd maar naar voren moest laten vallen om in te dommelen.

Hofstede: De schrijver Vladimir Nabokov heeft met afgrijzen over zulke mensen geschreven, die in de trein ‘hun krant naast zich neerleggen, hun domme armen vouwen en meteen, met een beledigende vertrouwelijkheid, beginnen te snurken’. Hij was zelf ook een notoir slechte slaper.

Claeys: Dat is de laatste troost van de slapeloze: een zeker superioriteitsgevoel tegenover de slapende wereld. Die wakkere alertheid maakt ons specialer en intelligenter. Leonard Cohen dacht daar ook zo over, terwijl dat natuurlijk een zwaktebod is.

Guinevere Claeys.
Guinevere Claeys.© Debby Termonia

Ik begon mij er wat voor te schamen toen ik Slaap vatten zat te lezen, maar ik slaap zelf meestal heerlijk. Ook vaak op de trein, trouwens. Ik doe na de lunch zelfs elke dag een klein middagdutje.

Claeys:(lacht verbouwereerd) Fantastisch hoor, ik gun het u.

Hofstede: Voor zo’n dut heb ik al helemaal geen talent, hoewel ik het heb geprobeerd. Er zijn mensen die vinden dat je daarmee van de nacht steelt, maar ik denk: je moet pakken wat je pakken kunt. In veel landen is zo’n hazenslaapje ingeburgerd. Het heeft zelfs een tijd in de Chinese grondwet gestaan.

Brengt de literatuur ’s nachts soms troost?

Hofstede: Ik lees veel ’s nachts, zeker toen ik nog een baby had. Jenny Offill schrijft fantastisch, en is dus ook een slapeloze. Het is heel fijn om zoiets te lezen en te weten dat je niet alleen bent.

Claeys: Het is soms gevaarlijk ’s nachts te lezen, want je wilt jezelf ook niet wakker houden. Maar Anna Karenina van Tolstoj, de best geschreven soap aller tijden, vond ik uitermate geschikt voor in de nacht.

Hofstede: Ik kan ’s nachts ook genieten van de romans van Elena Ferrante.

Claeys: Ik zeg geregeld de tekst van Cohens’ Famous Blue Raincoat op in mijn hoofd. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Zeker als ik het alweer vier uur zie worden – ‘ it’s four in the morning’ – dwalen mijn gedachten daar automatisch naar af. Het is de enige liedjestekst die ik foutloos uit het hoofd ken. Op andere momenten speel ik voor mijn ogen hele scènes uit Friends af. Ik ken die reeks ondertussen ook vanbuiten, zeker nu ik ze met mijn zoon nog eens aan het herbekijken ben. Het is bezwaarlijk literatuur te noemen, maar ik ga er wel rustiger van ademen. (lacht)

Guinevere Claeys en Bregje Hofstede onderzoeken samen met schrijver Toon Tellegen en professor Johan Verbraecken slaap en slapeloosheid op het non-fictieboekenfestival FAAR in Oostende. Het programma is onderdeel van de Nacht van de Slapelozen, waar u ook onder meer een workshop journaling, een concert van Johannes Verschaeve en voorleessessies van Lize Spit en Jeroen Olyslaegers kunt meepikken. (19/03, Grote Post en Brasserie du Parc). Info: www.faar-oostende.be

Guinevere Claeys

– 1979: geboren in Brugge

– Studeerde klassieke talen aan Universiteit Gent

– Werkt eerst voor Knack Weekend, sinds 2012 voor De Standaard

– 2020: krijgt De Standaard der Letteren onder haar hoede

– Medecurator van het non-fictieboekenfestival FAAR

Bregje Hofstede

– 1988: geboren in Ede, Nederland

– Studeerde Frans en kunstgeschiedenis in Utrecht, Parijs en Berlijn

– 2014: debuteert met De hemel boven Parijs

– 2016: schrijft De herontdekking van het lichaam, over de burn-out

– 2021: Slaap vatten. Hoe een slapeloze de nacht terugwon

– Schrijft ook artikels en columns voor onder meer De Morgen en De Correspondent

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content