Twee mannen worden door een wereldomspannend conglomeraat in een derdewereldland gedropt dat net herstelt van een burgeroorlog. Hun taak: een weg asfalteren die beide landsdelen weer vredevol moet verbinden. Daar is haast bij. De klus moet geklaard worden vóór de grote parade, een feeststoet ter meerdere eer en glorie van de nieuwe regeringsleider.
...

Twee mannen worden door een wereldomspannend conglomeraat in een derdewereldland gedropt dat net herstelt van een burgeroorlog. Hun taak: een weg asfalteren die beide landsdelen weer vredevol moet verbinden. Daar is haast bij. De klus moet geklaard worden vóór de grote parade, een feeststoet ter meerdere eer en glorie van de nieuwe regeringsleider. Namen krijgen de twee mannen niet: het conglomeraat stelt anonimiteit op prijs, dus worden de werknemers tot nummers herleid. Vier en Negen worden ze gedoopt, en hun persoonlijkheden staan diametraal tegenover elkaar. Vier is een plichtsgetrouwe bureaucraat, Negen een speelvogel die, tegen alle instructies in, maar wat graag aanpapt met de lokale bevolking en soms nachtenlang verdwijnt om van dorpsfeesten en exotische vrouwen te proeven. Dat wekt wrevel op bij de rigide Vier, maar tegelijk wordt hij gecharmeerd door zijn losbollige kompaan - misschien is Vier wel een beetje te strikt, en Negen slaagt er vaak in de wegwerkzaamheden te bespoedigen door samen te werken met de locals. De Parade, de nieuwe roman van Dave Eggers, leest als een grimmige parabel die de lezer vaak om de tuin leidt. Het is verleidelijk om Vier als een symbool van het westerse imperialisme te zien, en in Negen een naïeve ngo'er te herkennen die ondanks zijn goede bedoelingen groot kwaad aanricht. Maar het boek schuwt eenduidigheid, en het is vooral de wisselwerking tussen beide mannen die intrigeert. Behoeft hun schepper Eggers nog een introductie? De man werd wereldberoemd met zijn debuut Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit en bevestigde doorheen de jaren met onder meer Wat is de Wat - De autobiografie van Valentino Achak Deng en de visionaire roman De Cirkel. In dat laatste boek schetst Eggers een dystopisch beeld van een maatschappij die dictatoriaal geregeerd wordt door sociale media - het kost weinig moeite om in De Cirkel de almacht van Facebook te herkennen, iets wat ook Guy Verhofstadt niet ontgaan is. Toen hij vorig jaar in het Europees Parlement Facebookbaas Mark Zuckerberg op de rooster legde, verwees hij meermaals vilein naar De Cirkel. Eggers, die niet eens een smartphone heeft, laat staan dat hij op sociale media zit, kijkt mistroostig terug op De Cirkel - daarover later meer. Eerst willen we weten hoe De Parade ontstaan is. Het is een praatgrage Eggers die we vanuit San Francisco aan de lijn krijgen. Al snel haalt hij herinneringen op aan een reis door Sudan. 'Dertien jaar geleden was ik met mijn vriend Valentino Deng in Zuid-Sudan. Hij was op zoek naar een geschikte locatie om een school op te richten, en tijdens onze trektochten stootten we plots op een team arbeiders die een snelweg aan het aanleggen waren. In die tijd had Zuid-Sudan nauwelijks asfaltwegen, en deze gigantische weg liep dwars door bossen en dorpen. Opvallend: het was een Zweeds bouwbedrijf dat de opdracht had binnengehaald. Dat op zich was al absurd: Zweden heeft geen enkele historische band met Zuid-Sudan. Ik raakte gefascineerd door de impact van globalisering. Overal ter wereld strijken vooral Chinese werkploegen neer om wegen, treinsporen, havens en olieraffinaderijen te bouwen. Ik vroeg me af hoe vreemd dat voor die werklui moet zijn: hoe ervaren zij, als knechten van het economisch imperialisme, de dagelijkse confrontatie met een verpauperde bevolking? Hebben ze last van schuldgevoelens? Van heimwee? Of zijn ze net nieuwsgierig naar het exotische land waar ze zijn terechtgekomen?' Waarom blijven uw protagonisten naamloos? Dave Eggers: Omdat ze niemand en iedereen zijn. Ik wilde vermijden dat je hen spontaan als Amerikanen of Chinezen of Zweden zou kunnen definiëren. Naarmate de economische macht verschuift, krijg je andere nationaliteiten die Afrika financieel koloniseren, maar voor de Afrikanen zelf maakt het niet uit onder welke vlag ze uitgebuit worden. Vier en Negen zijn archetypes. Vier denkt zakelijk, voor hem is het maar een job in alweer een onbestemd land, terwijl Negen avontuurlijker is aangelegd en oprecht geïnteresseerd is in de lokale bevolking - met alle negatieve gevolgen van dien. De keuze is niet toevallig. Vier verwijst naar de kille ratio: een vierkant staat vaak symbool voor een strikte organisatie, het cijfer zelf is heel hoekig, en het zal geen toeval zijn dat onze kalenderdagen in vierkantjes opgesloten zitten. Negen is een zachtaardiger cijfer, meer afgerond, maar tegelijk kent de hel ook negen cirkels. Onze goede bedoelingen effenen vaak het pad voor de duivel. Vier bestuurt een asfalteermachine, de RS-80, in z'n eentje. Moeten we daar een symbool voor automatisering in zien? Eggers: Normaal zijn wegwerkzaamheden heel arbeidsintensief, en wisselen meerdere ploegen elkaar af. Maar om het huisclos-effect te verkrijgen - twee personages die noodgedwongen op elkaars lip leven - heb ik research gedaan naar de toekomst van asfaltering. En kijk, Volvo heeft een prototype in de pijplijn zitten dat verdacht goed lijkt op de RS-80. Een monsterlijke machine die plaveit, asfalteert én markeringen aanbrengt. Je hebt er amper nog mensen voor nodig. Vier vindt de machine geweldig, vooral omdat hij dan alleen in de cabine kan zitten. Dat is een neveneffect van de robotisering van de samenleving: naarmate we minder met mensen van vlees en bloed samenwerken, lijken we meer mensenschuw te worden. Alsof we persoonlijke interactie gaandeweg verleren - we communiceren veel meer dan vroeger, maar dan wel via een interface. Tegenwoordig bestaat er zoiets als 'belvrees': we whatsappen ons suf, maar o wee als de telefoon rinkelt. Dan moeten we een echte stem aanhoren, stel je voor! Onze liefde voor machines heeft ons bevrijd van zware fysieke arbeid, maar tegelijk heeft ze ons opgezadeld met intermenselijke smetvrees. U staat bekend als een optimist. Toch eindigt De Parade in gruwel. Heeft uw vertrouwen in de mensheid een deuk gekregen? Eggers: Vier en Negen zijn slechts pionnen in een spel waarvan ze de regels niet kennen. Ze zien het grotere geheel niet en denken, elk op hun manier, dat hun werk het ontwikkelingsland vooruit zal helpen. Dat thema onderzoek ik in meerdere boeken. Ook de werkslaven in De Cirkel zijn er oprecht van overtuigd dat hun doorgedreven sociale media de mensheid ten goede kan komen. Door het algoritme wordt de privacy opgeheven - zelfs als een zonde beschouwd - en op die manier kunnen ze misdadigers opsporen en frauderende politici ontmaskeren. Wat kan daar fout aan zijn? Alleen zijn ze welwillend blind voor het overkoepelende systeem dat ontmenselijkt en dat inherent dictatoriaal is. We hebben de neiging om het kwaad te vereenvoudigen: niets is beter dan een zondebok die we kunnen aanwijzen. En omgekeerd: niets is leuker dan een held die we kunnen vereren. Maar de werkelijkheid zit genuanceerder in elkaar. Neem nu Congo. Elk conglomeraat vecht om de edelmetalen die daar ontgonnen kunnen worden. Maar wie treft schuld voor de plundering en de horror die ermee gepaard gaan? De internationale technologiebedrijven? Westerse politici die Congo nog altijd als een kolonie beschouwen? De consument die elk jaar een nieuwe iPhone koopt? Of zijn het de lokale milities die hun eigen bevolking als slaven behandelen en deals sluiten met Chinese en Indiase bedrijven? Dat probeer ik in mijn romans uit te spitten, en het antwoord bestaat altijd uit grijswaarden. U noemde uw visionaire roman De Cirkel al. Hoe kijkt u daarop terug? Eggers: Weinig hoopvol. Toen de roman in 2013 verscheen, had ik niet kunnen denken dat de werkelijkheid de fictie zo snel zou inhalen. De amorele almacht van Facebook en Google groeit zienderogen - in Amerika is er geen sprake van regulering, in Europa doen politici toch een beetje hun best om de machtshonger te beteugelen. Maar wat me vooral bang maakt, is dat het hier niet om een top-downdictatuur gaat die van bovenaf de levens van haar onderdanen terroriseert. Het zijn de gebruikers zélf die hun privacy opgeven, die hun persoonlijke gegevens blootgeven aan een algoritme dat er alleen op uit is je te laten consumeren. De enige macht van Facebook is de macht die wij het geven. Het verbaast me hoe weinig weerstand Zuckerberg en zijn kompanen oproepen.Gezien de opmars van artificiële intelligentie ziet de toekomst er niet rooskleurig uit. Is verzet nog mogelijk? Eggers: Het wordt moeilijk. Overheden weten hoe gedwee we zijn. Kijk naar het Chinese experiment waarin elke burger, als je die term nog mag gebruiken, een rating krijgt die bepaalt of hij nog mag reizen, een huis mag kopen, of zijn job nog waardig is. Daar komt weinig protest tegen, net omdat protesteren je score negatief kan beïnvloeden. Welke overheid kan aan zo'n systeem weerstaan? Oh ja, we wijzen China verontwaardigd met de vinger. Maar ook wij kwantificeren mensen. In de VS heb je een kredietscore die bepaalt of je nog een hypotheek krijgt, een examenscore die je al dan niet toegang geeft tot een hogere opleiding, en nu al worden bepaalde overtredingen door een computer beoordeeld - er komt geen rechter meer bij kijken. En we werken er zelf duchtig aan mee. Hoe meer likes en retweets je krijgt, hoe populairder en waardevoller je mening wordt, ook al is ze nergens op gebaseerd. Restaurants bezwijken onder de druk van TripAdvisor: hoe goed je eten ook is, als de sociale media zich tegen je keren, mag je de boel sluiten. Hoelang nog voor we kunstwerken een score gaan geven? In De Cirkel staat onder elk schilderij een waarderingscijfer. Niemand kijkt nog naar het werk zelf maar naar de punten die eronder staan. 'Dit is een 9,2 dus het moet een goed kunstwerk zijn', is de teneur. Zal kunst werkelijk het slachtoffer worden van dergelijke scoredwang? Eggers: We doen het nu al met films. De score die ze krijgen op sites als Rotten Tomatoes of IMDB bepaalt of mensen ernaar kijken. Ik mag hopen dat literatuur daaraan ontsnapt. Het is bon ton om pessimistisch te zijn over de toekomst van de letteren. Vaak krijg je te horen dat romans het slachtoffer zullen worden van de kleinere aandachtsspanne van de jeugd, maar tegelijk werd er wereldwijd nog nooit zo veel gelezen. De alfabetiseringsgraad is drastisch gestegen, dus er komen almaar meer potentiële lezers bij. Nog niet zo lang geleden waren boeken een luxeproduct, voorbehouden aan de selecte elite die kon lezen én geld had om een boek te kopen. Nooit eerder in de geschiedenis hadden schrijvers zo'n groot potentieel publiek. Dat moeten we benutten. Want een roman blijft een vrijhaven voor nuance, een taalplek waarin we kunnen aantonen hoe complex mensen in elkaar zitten, hoe rijk geschakeerd onze gevoelens en drijfveren zijn. De mens is niet te herleiden tot een score, hij is niet de optelsom van het aantal likes dat hij of zij verzamelt, hij is meer dan zijn economische waarde in een kapitalistisch systeem. Kunst en literatuur zijn bij uitstek de laatste bolwerken van verzet. Hoe kijkt u als schrijver naar het tijdperk van Donald Trump? Zit daar geen goeie roman in? Eggers: Oh nee. De werkelijkheid is zo bizar dat ze elke poging tot fictie monddood maakt. Je kunt het zo gek of aberrant niet verzinnen of hij heeft het al gezegd. Dus beperk ik me tot journalistieke stukken over de opgepompte Trump-bijeenkomsten, die schrikbarend populair zijn. En je kunt zijn aanhangers niet wegzetten als idioten. Zijn publiek is heel divers en vaak rationeel, en Trump heeft op dit moment de economie mee. Ik denk dat hij herkozen kan worden: als je goeie cijfers kunt voorleggen, ook al zijn ze opgeklopt of zijn ze niet jouw verdienste, dan zal je kiespubliek je elke verbale uitschuiver vergeven. De Democraten hebben nog véél werk voor de boeg.