Sir Quentin Blake, de legendarische illustrator van Roald Dahl sinds het einde van de jaren 70, bracht generaties kinderen in vervoering. Een gesprek met een genie.
...

Sir Quentin Blake, de legendarische illustrator van Roald Dahl sinds het einde van de jaren 70, bracht generaties kinderen in vervoering. Een gesprek met een genie.Wat probeert u uit te drukken met uw tekeningen?Tekenen is een aparte taal waarmee je dingen kan uitdrukken die woorden niet altijd kunnen. Het vreemde en unieke verband tussen tekeningen en woorden heeft me altijd al gefascineerd. Je zegt niet: "Ik ga een personage zo of zo tekenen". Nee, er iets dat uit de tekening komt dat je niet had zien aankomen. Het is door een personage te tekenen dat je gaat begrijpen wie hij diep van binnen is. Ik denk dat je met een tekening zieke mensen kan doen lachen maar je kan hen ook op een nieuwe en bijzondere manier aanspreken.Dat is vooral het geval met kinderen...En dat is wat veel mensen uit de onderwijswereld niet snappen: kinderen lezen beelden voor ze de woorden lezen, maar het is door de beelden te lezen dat ze zin zullen hebben om de woorden te lezen. Enkele jaren geleden illustreerde ik de Engelse versie van In een adem uit van Daniel Pennac en ik vond het belangrijk om samen met hem de rechten van de lezer te doen gelden.Hoe bent u bij Roald Dahl terecht gekomen?Op het einde van de jaren 70 had Dahl zijn vorige uitgever verlaten voor Jonathan Cape, bij wie ik verschillende boeken had gepubliceerd. Het huis werd geleid door Tom Maschler die aan Roald een tekst vroeg voor een geïllustreerd album en aan mij om de tekeningen te maken - ik ben bijna zeker dat ze hetzelfde aan verschillende illustratoren gevraagd hadden! Maar mijn illustraties bevielen hen, en de Reuzenkrokodil kwam uit in 1978. Ik wist bijlange niet waar ik aan begon!Kende u toen al zijn werk?Niet zo goed eerlijk gezegd. Ik had waarschijnlijk een paar van zijn verhalen voor volwassenen gelezen, maar geen één van zijn vorige jeugdboeken. Ik ben zeer snel van zijn wereld gaan houden, van zijn voorliefde voor de karikatuur. In zekere zin kwamen zijn teksten redelijk goed overeen met wat ik tekende, qua overdrijving en komedie. Hij was eenvoudigweg stouter dan ik! Op vraag van Tom zijn we blijven samenwerken voor De Griezels, een veel donkerder verhaal, dat opnieuw een klein succes werd. Maar de echte kentering kwam er met de samenwerking voor de Grote Vriendelijke Reus.Waarom?Het was een langere roman dan de vorige, en ik moest twaalf tekeningen voor het boek maken. Roald stootte op de tekeningen en vond ze goed. Maar we brachten ze naar de drukker die me opbelde en zei: "Dahl is niet tevreden. Hij denkt dat er meer tekeningen nodig zijn." Drie dagen lang heb ik zoveel mogelijk getekend om het begin van de hoofdstukken te illustreren en om de witte ruimtes te vullen. Daarbij probeerde ik zo weinig mogelijk aan de lay-out van de tekst die in de drukkerij wachtte te komen. Maar er kwam een nieuw bericht: "Dahl is nog altijd niet tevreden. Hij vindt dat er nog altijd onvoldoende tekeningen zijn!" Roald legde de verantwoordelijkheid bij mij, hij dacht dat ik onvoldoende inspanningen leverde... Tot hij ontdekte dat ik maar 300 pond kreeg voor het boek, en geen pond meer voor de extra tekeningen! Hij schreeuwde in het kantoor van Tom Maschler om een beter contract voor mij. En hij nodigde me uit in Great Missenden om alles van het begin te hernemen, om de tekeningen in de tekst zelf op te nemen. Voor de twee vorige boeken hadden we elkaar enkel even in de kantoren van de uitgever gezien. Dat was een sleutelmoment in onze relatie. Het begin van een bepaalde verstandhouding.Stelde u soms wijzigingen in zijn verhalen voor?Ik denk niet dat ik daar de wil of de noodzaak toe had. Hij was de kwajongen, als ik dat zo mag zeggen, hij speelde eerder de leider en haalde graag kattenkwaad uit! Ik denk dat Roald me vertrouwde. Hij wist dat ik de tekeningen wou maken die hij wenste en dat we er op de een of de andere manier wel zouden geraken. Ik maakte schetsen, en zag wat hij ervan vond. Meestal verliep onze communicatie mondeling, maar ik heb een brief bewaard waarin hij over Matilda sprak. "Ik waardeer vooral dat je door andere dingen naast haar te plaatsen de kleine gestalte van Matilda benadrukt", schreef hij. "Bijna iedereen wou dat ze groter was. Maar haar charme komt uit het feit dat ze zo teer en minuscuul is." Matilda was een interessant personage, want het is een kind van vijf met de intelligentie van een volwassene. Haar gezicht laat dat zien: het is dat van een volwassene. Het is door de personages te tekenen dat je ze beter begrijpt.Hoe teken je de gruwelijkheden die Roald Dahl in sommige van zijn boeken beschreef?Dat is een belangrijke vraag. In Gruwelijke rijmen bijvoorbeeld geeft Dahl zijn eigen versie van Assepoester waar de prins op het einde het hoofd afhakt van de twee zussen. Als u gewoon schrijft: "hij hakte haar hoofd af", is dat zeer artificieel, houdt dat geen bloed in, zegt dat op zich niets. Maar er bestaan vijftig verschillende manieren om zo'n scène te illustreren! Ik koos ervoor om haar zonder druppel bloed te tonen, met gewoon het hoofd van de zus los van het lichaam. Nadien kwamen er zijn verschillende gradaties in de gruwel, tot Heksen dat visueel redelijk huiveringwekkend is, want de heksen moesten zo zijn. Daardoor is het boek zo grappig.Welke personages tekende u het liefst?Misschien de Grote Vriendelijke Reus, want dat was zijn lievelingsboek. Het is een boek met een mooi verhaal tussen twee wezens, net zoals de kleine jongen en de grootmoeder in Heksen. Voor mij zijn die relaties metaforen: het is niet het echte leven, maar het zijn wel echte emoties. U weet dat die kleine jongen zichzelf in een muis verandert, en geen mens meer wordt - waar de regisseur van de film trouwens niet tegen kon. Met de GVR en de Heksen, heeft Roald gevoelens ter sprake kunnen brengen die hij nooit had kunnen verwoorden in een boek voor volwassenen. Ik geloof trouwens dat er een menselijk aspect zit in de kinderboeken die misschien niet in boeken voor volwassenen zit.Julien Bisson