Deze zomer laat Knack.be elke vrijdag een specialist zijn of haar favoriete boeken voorstellen. Meer boekentips op Knack.be/boekentips.

Ullrich Melle geeft ecofilosofie en was jarenlang directeur van het prestigieuze Husserl-Archief. Als milieufilosoof geniet hij internationale bekendheid en in Vlaanderen was hij een van de grondleggers van de radicale ecologie. Dat weerspiegelt zich in zijn boekenkeuze. Melle koos geen boeken die kant en klare oplossingen aanreiken voor de ecologische crisis.

'Ik heb voor drie auteurs gekozen die begrijpen dat de ecologische crisis veel meer is dan enkel de opwarming van de aarde', legt Melle uit. 'Het gaat ook om de verdwijning van de biodiversiteit en onze leefwereld. Binnenkort zijn we met tien miljard mensen die allemaal een middenklasse leven willen leiden en daardoor zullen de problemen nog groter worden. De ecologische crisis is een beschavingscrisis. Om dat op te lossen moeten we naar de wortels van het probleem.'

En die zijn?

Ullrich Melle: De ecologische crisis is een symptoom van iets dat misloopt in de westerse beschaving. Dat kan je niet met wat technische ingrepen oplossen, want het kapitalisme en het industrialisme zijn doodlopende sporen. Natuurlijk is dat zo'n monumentaal probleem dat er geen duidelijke uitweg is. Daarom voelen we ons vaak machteloos, maar deze auteurs formuleren elk een eigen antwoord op de crisis.

Politieke oplossingen zijn niet genoeg om de ecologische crisis op te lossen.

Het eerste boek is Die Logik der Rettung van de Oost-Duitse filosoof Rudolph Bahro.

Melle: Bahro was een fascinerend figuur. Hij belandde in de gevangenis omdat hij kritisch was voor hoe het communisme in de DDR functioneerde. Uiteindelijk kon hij naar het westen, waar hij zich aansloot bij de groene partij. Erg lang duurde dat niet, want hij vond dat die partij te veel was ingekapseld door het systeem. Die evolutie heeft zich doorgezet, want vandaag verdedigen groene partijen de belangen van de middenklasse, wat ze dan omgeven met een aangenaam ecologisch kader. Maar de fundamentele problemen benoemen ze niet.

Wat is het fundamentele probleem volgens Bahro?

Melle: Het menselijke bewustzijn. Daarom zijn politieke oplossingen niet genoeg om de ecologische crisis op te lossen, maar moet er ook een spiritueel-therapeutisch element zijn. Zo moeten we onthecht raken van onze consumptieverslaving.

Moeten we met zijn allen op mindfulnessweekend?

Melle: Tegenwoordig is mindfulness geprivatiseerd en gaan mensen op zo'n cursus om zichzelf te kunnen handhaven in de ratrace. Maar in de jaren tachtig, toen Bahro dit boek schreef, was de tijdsgeest anders. Destijds had dat spirituele element een cultuurrevolutionaire dimensie. Bahro begreep dat je geen nieuwe samenleving kan opbouwen als die gebaseerd is op dezelfde psychologische problemen, zoals hebberigheid en allerlei angsten. Als je echt een nieuwe samenleving wil, moet onze psychologie veranderen.

Is onze depressie- en burn-outepidemie een ecologisch probleem?

Melle: Absoluut. Maar dat alomvattende perspectief is zeldzaam geworden.

Dat spirituele project heeft de wereld niet veranderd.

Melle: Er zijn nog mensen die zich daarmee bezighouden, maar dat project is grotendeels op niets uitgedraaid. In de jaren tachtig hoopten we, misschien wel voor het laatst, dat we konden breken met de gigantische machine van het kapitalisme, de technologie, het verkeer ... Vandaag zien we dat het omgekeerde is gebeurd en zijn we de slaaf geworden van Facebook en Google.

Als je echt een nieuwe samenleving wil, moet onze psychologie veranderen.

U vindt dat ecologische partijen zich te veel op de middenklasse richten. Wat moeten zij dan wel doen?

Melle: Er zijn heel wat kiezers die ontevreden zijn met de logica van de eindeloze consumptie en productie. Groene partijen moeten hen samenbrengen, en hen een uitweg aanbieden.

Dat gebeurt niet. Voor de verkiezingen heb ik naar een debat over kernenergie gekeken tussen Groen-voorzitter Meyrem Almaci en N-VA-voorzitter Bart De Wever. Het hele debat draaide rond de vraag wat er nu efficiënter is: kernenergie of alternatieve energiebronnen. Maar nooit werd ons gigantische energieverbruik zelf in vraag gesteld.

We hebben vaak geen aandacht voor de fundamentele problemen. Zo verschenen er onlangs foto's van de Mount Everest, die zo druk beklommen werd dat er een file ontstond bij de top. We kunnen daarmee lachen en wat kleine ingrepen voorstellen. Maar dat is een symbool van een veel groter probleem. Ik vraag me dan af wat die bergbeklimmers drijft en hoe het zo ver is kunnen komen.

Het tweede boek is Coming Home to the Pleistocene van de Amerikaan Paul Shepard. Het pleistoceen is de geologische periode die ongeveer 10.000 jaar geleden eindigde, toen de jager-verzamelaar een landbouwer werd. Hoe kunnen we daar thuiskomen, zoals Shepard wil?

Melle: We zijn er nooit weggeweest: op genetisch vlak is de jager-verzamelaar van 20.000 jaar geleden quasi identiek aan de moderne mens. Maar onze genen zijn wel toen gevormd en zijn aangepast aan het pleistoceen. Als we een waarachtig mens willen zijn en onze mogelijkheden ten volle willen realiseren, moeten we kijken naar hoe mensen toen leefden.

Wat kunnen wij leren van hun levensstijl?

Melle: Cruciaal is wat biologen de ontogenese noemen, de groei naar volwassenheid. In vergelijking met de meeste dieren zijn kinderen veel langer afhankelijk van hun ouders of andere zorgverstrekkers. Volgens Shepard heeft die ontwikkeling naar volwassenheid een soort agenda, waarbij er op cruciale momenten bepaalde behoeften ingelost moeten worden. Zo moet een baby enkele jaren een intens contact met zijn moeder én met planten en dieren hebben.

Shepard hecht veel belang aan rituelen.

Melle: In het pleistoceen waren er allerlei rituelen waarmee jongeren geïnitieerd werden in de volwassen wereld. Pijn stond vaak centraal, want dat is nu eenmaal een essentieel deel van het leven. Maar nu worden jongeren op zulke cruciale momenten grotendeels alleen gelaten. Dat die ontogenese niet meer verloopt zoals het hoort, is volgens Shepard het begin van de ecologische crisis.

We moeten opnieuw leren omgaan met de dood.

We kunnen toch niet terug naar het pleistoceen?

Melle: Natuurlijk niet. Maar we kunnen bepaalde facetten ervan in onze cultuur implementeren. Zo moeten we opnieuw leren omgaan met de dood. Wij moffelen die weg, alsof die niets met het leven te maken heeft. In het pleistoceen daarentegen begreep men dat er een wisselwerking was en dat de dood het leven mogelijk maakt. Hopelijk kunnen we op die manier opnieuw verbonden raken met onze medemens en met de natuur, wat in het pleistoceen veel beter lukte dan vandaag.

Eindigen doen we met Becoming Animal van de Amerikaanse filosoof, goochelaar en antropoloog David Abram.

Melle: Een schitterend boek! Het kernidee bij Abram is dat wij in de loop van de menselijke beschaving steeds meer opgesloten zijn geraakt in ons eigen hoofd. Wij verliezen ons in allerlei abstracties, zoals geld en de hele financiële wereld. Daardoor is ons lichamelijk contact met de werkelijkheid verzwakt.

Wat kunnen we daaraan doen?

Melle: We moeten onze zintuigen oefenen. Abram geeft het voorbeeld van onze schaduw. Wij denken vaak dat onze schaduw een platte pannenkoek op de grond is. Maar een schaduw heeft een diepte en allerlei nuances die afhangen van hoe hoog de zon staat en hoe fel die schijnt.

Als we gevoeliger zouden worden voor al die indrukken zouden we beter beseffen hoe rijk de wereld om ons heen is. Bovendien zouden we daardoor beter begrijpen dat dieren en planten - en in zekere zin ook stenen en het weer - leven, met elkaar praten en interageren.

Hoe is dat een antwoord op de ecologische crisis?

Melle: Door die abstracte kijk op de wereld vernietigen we de rijkdom van de natuur. Het boek van Abram is een pleidooi om meer aandacht te hebben voor onze leefwereld, waardoor wij ook zullen beseffen dat wij deel uit maken van een wereld vol andere wezens.

U hekelde al de files op de Mount Everest. Veel mensen willen terug naar de natuur, en gaan dan op safari naar Afrika of tien dagen naar het regenwoud.

Melle: Dat is een oppervlakkige kijk op de natuur. De enige manier om echt contact te krijgen met de natuur, is door de ongerepte natuur in te trekken zonder hightech snufjes. Dat is niet eenvoudig. De natuur is geen sentimenteel Disneyland, ze is hard en wispelturig. Toch moeten we opnieuw leren samen te leven met alle andere wezens, inclusief planten en de zogenaamd dode materie. Dat kun je niet door als een toerist de natuur in te trekken, maar door te luisteren naar hun stemmen en hun geuren in je op te nemen.