'Belgische gezondheidszorg bij beste in Europa', kopten de media recent naar aanleiding van de nieuwe cijfers van de jaarlijkse 'Euro Health Consumer Index'. Maar hoe geloofwaardig is een ranking die luide kritiek krijgt omwille van zijn gebrekkige methodologie en subjectieve indicatoren? Een index waarvan geweten is dat ze wordt opgesteld door een private, liberale denktank die met een consumentenbril kijkt naar zorgsystemen, de marktwerking beloont en 'inmenging' van politici en bureaucraten als negatief ervaart? Tijd voor kritische kanttekeningen.

Zorgkloof in België tussen haves & have nots wordt steeds dieper.

De index prijst vooral de 'toegankelijkheid' van ons systeem. En dat nemen ze letterlijk: toegankelijkheid wordt bijvoorbeeld gemeten hoe snel je een specialist kan zien of de wachttijden voor technisch onderzoek zoals CT-scans. Maar echte toegang begint niet met de vraag hoe snel je een arts kan zien, wel met de vraag of je überhaupt een arts kàn zien. En daar wringt het schoentje.

Steeds meer mensen in België raken niet meer door de deur van ons zorgstelsel en dat aantal neemt sinds 2011 stelselmatig toe: dat staat in een recent opgemaakte balans van de Europese Commissie waarin de economische en sociale situatie van de verschillende lidstaten onder de loep werd genomen. Het rapport duidt ons land aan als slechtste leerling als het gaat over groeiende ongelijkheid in toegang tot zorg. Anders gezegd: de zorgkloof tussen de hoogste en laagste inkomens is nergens anders in West-Europa zo uitgesproken als in België.

Wie in ons land niet over een comfortabel inkomen beschikt, heeft het steeds moeilijker om de zorgeindjes aaneen te knopen. Terwijl in 2011 nog maar 4,3 % van de laagste inkomens aangaf dat ze niet aan de nodige zorg raakten, liep dit cijfer in 2016 op tot 8. Hierbij gaat België regelrecht in tegen de dalende trend van de andere Europese landen en eindigen we helemaal achteraan in het peloton. Hetzelfde geldt voor wie niet hoogopgeleid is: het aantal mensen zonder diploma dat niet aan zorg raakte verdubbelde bijna, van 2,3% naar 4,3% in 2016.

Intussen wordt er in ons land te veel aan zorguitstel gedaan omwille van financiële redenen. In Vlaanderen tonen de meest recente cijfers aan dat 12% van de laagste inkomens zorg uitstelt omwille van financiële redenen. In Brussel loopt het totale zorguitstel op tot 23%: dat betekent dat bijna 1 op 4 van àlle Brusselaars medische zorg uitstelt omwille van een gebrek aan financiële draagkracht. Bij de lage inkomens loopt dat verder op tot maar liefst 40%.

Helemaal treurig wordt het als we kijken naar de zorg waarbij de Belg een groter deel 'out of pocket' ofwel 'uit eigen zak' moet betalen. Net geen 20% van alle Belgen geeft aan dat iets eenvoudigs als een tandartsbezoek onbetaalbaar is. Dat betekent dat 1 op 5 Belgen zich financieel gedwongen voelt te beknibbelen op zijn of haar tanden. Hetzelfde percentage zien we bij de zoektocht naar mentale hulpverlening: 21% van alle Belgen ziet hiervan af wegens onbetaalbaar. Bij de laagste inkomens loopt dit op tot 36%.

Wat kunnen de nakende vers verkozen beleidsmakers hieraan doen? Veel, maar laten we beginnen met het in vraag stellen van een aantal taboes. Dienen te sneuvelen: hoge persoonlijke bijdragen, de contante betaling van erelonen en de wirwar van toeslagen op allerlei officiële tarieven. Daarnaast pleiten we net zoals het rapport van de Commissie voor een inzet op multidisciplinaire en forfaitaire wijkgezondheidscentra. Die komen neer op een breed zorgmodel waarbij de sociale zekerheid een maandelijks, dus forfaitair bedrag betaalt aan een centrum waardoor de patiënt geen volle portemonnee moet hebben om naar de dokter te kunnen gaan. Studies tonen aan dat dit model zichzelf terugverdient: door alle Belgen toegang te geven tot een laagdrempelige eerstelijnszorg zorg je ervoor dat het niet gaat van kwaad naar erger, en dus duurder.

Tot zover dus de echte toegankelijkheid van onze zorg, en hierbij staan we voor een fundamentele keuze: gaan we voor een copieuze en soms over-the-top feesttafel voor wie hoogopgeleid en bemiddeld is? Of gaan we voor een breed en kwalitatief aanbod dat toegankelijk is voor zij die net meer zorg nodig hebben omdat ze moeten rondkomen met minder geld, minder kennis, minder goed voedsel of minder goede woningen?

Ri de Ridder is Voorzitter van Dokters van de Wereld & voormalig RIZIV Directeur. Rita Baeten is beleidsanalist bij het OSE, European Social Observatory.Roy Remmen is huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.