De zwakke punten van ons gezondheidssysteem in België zijn pijnlijk duidelijk na negen maanden coronapandemie en een forse tweede golf. Veel aandacht is er in dit land voor de overspannen situatie op de intensive care units en sinds een paar weken nog meer voor vaccins. Maar vaccins of opdrijven van de ziekenhuiscapaciteit die al tot de grootse van Europa behoort is, hoe belangrijk ook, onvoldoende om een epidemie in de kiem te smoren. Er zijn structurele problemen die corona acuut bloot legt: we missen in ons land een performante preventieve gezondheidsdienst als basis voor onze gezondheidszorg.

Negen maanden na het begin van de epidemie in ons land wordt het hoog tijd dat preventie bovenaan komt te staan in het prioriteitenlijstje van onze ministers. We moeten nu praten over snel testen bij verdenking van coronabesmetting, de contactopsporing én het brononderzoek. Hoewel die zwakke punten in België net bijgedragen hebben tot zo'n forse tweede golf, blijven ze bijna afwezig in het debat.

Zonder goeie preventieve zorg, lopen we vroeg of laat weer tegen de lamp.

Richard Horton, hoofdredacteur van het medische vaktijdschrift The Lancet, verwees in november in de Belgische parlementaire commissie opnieuw naar dezelfde strategie om de pandemie in te tomen: testen, opsporen en isoleren. Daarvoor, benadrukte hij, is het belangrijk om te investeren in lokale zorg: 'Huisartsen, apothekers, lokale gezondheidscentra: zij moeten lokale brandhaarden kunnen opsporen. Als we daarin slagen, hebben we geen lockdown meer nodig.'

De recente hoera-berichten in de media over de verbeterde snelheid van de testing en de tracing verhullen dat er fundamentele problemen aan de basis liggen die niet opgelost raken. In de praktijk voelen wij dat er bij een nieuwe coronabesmetting nog steeds geen coherente aanpak is door de overheid om de patiënten met corona te omkaderen en te ondersteunen. De Belgische aanpak is zo gefragmenteerd met anonieme callcenters en zo goed als geen uitwisseling met de eerstelijnszorg. Ook sociale ondersteuning voor de patiënt ontbreekt meestal. Steeds vaker hebben experts het niet meer over TTI maar wel TTIS: Test, Trace (opsporen), Isolate én Support. We waren in ons land al niet bijster goed in de eerste drie taken, maar de vierde is in onze strategie afwezig. Bovendien is er nauwelijks een spoor van echte bronopsporing, de enige manier om clusters en superverspreiders - het typisch verspreidingspatroon van SARS-Cov 2 - snel te onderscheppen.

Wat we nodig hebben, zijn lokaal aangestuurde covid-teams in wijken en dorpen met preventiewerkers die het geheel van bovenstaande taken op zich kunnen nemen. Goed presterende landen maken gebruik van bestaande en permanente structuren van lokale preventiediensten. Neem bijvoorbeeld Japan. Hun geheim? Een nationale preventiedienst, met zo'n 450 lokale Public Health Units, verspreid over het volledige grondgebied. Ze zijn verantwoordelijke voor een breed gamma van gezondheidskwesties op lokaal vlak, van dieetadvies voor ouderen, over de aanpak van kindermisbruik, tot het beheersen van lokale tuberculose uitbraken. De centra hebben ook sinds lang een afdeling die zich richt op het bestrijden van epidemieën. Bij het uitbreken van corona kon deze relatief makkelijk opgeschaald worden met informatieverstrekking (en sensibilisering), contactopsporing, ondersteuning, brononderzoek en clusterinterventie. Ingebed in de lokale gemeenschap, met vertrouwde gezichten, want dat werkt echt.

Door algemene preventie, hulpverlening en tracing te integreren bouw je een vertrouwensband op die nodig is als het dan gaat over meer gevoelige onderwerpen zoals nauwe contacten tijdens de voorbije dagen. Mensen hebben vertrouwen in deze structuur en delen informatie. Omdat de gezondheidswerkers de lokale context zo goed kennen zijn ze veel efficiënter.

Om die teams aan te sturen is er op lokaal niveau een beleidsstructuur nodig per gebied van ongeveer 100.000 inwoners, een gebied dat door de WGO als gezondheidsdistrict wordt omschreven. Een structuur, bemand door voldoende professionelen, die de schakel vormt tussen top-down en bottom-up aangestuurd beleid. Dit niveau valt in België mooi samen met de in Vlaanderen recent opgerichte eerstelijnszones (ELZs) wiens werking aangestuurd wordt door lokaal en inclusief samengestelde zorgraden. Onmiskenbaar een flinke stap in de goede richting, maar de werking ervan beperkt zich momenteel (nog) vooral tot een faciliterende rol van netwerking en samenwerking tussen de bestaande eerstelijnszorgverleners. Belangrijk, maar de coronacrisis toont aan dat dit ruim onvoldoende is.

Een grotere investering in preventie zou pas echt goed besteed geld zijn. De meeste gezondheidswinst valt immers te halen uit het gezond houden van mensen en niet uit het behandelen van ziektes. Onderzoek toont aan dat elke geïnvesteerde euro in preventie vier keer zoveel opbrengt voor onze maatschappij, maar Belgie blijft hiermee ondermaats scoren. Het is ook cruciaal in de aanpak van die andere epidemie: chronische ziektes. Maak van Corona de opportuniteit om onze gezondheidszorg aan te pakken bij haar fundamenten. Meer lokaal en minder top-down, meer geïntegreerd en minder versnipperd, meer focus op gezondheid en minder op ziekte, meer tracen en testen en minder lockdown.

Janneke Ronse is voorzitter van Geneeskunde voor het Volk.

Bart Criel is arts en hoogleraar volksgezondheid, Tropisch Instituut Antwerpen.

Roy Remmen is huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde en voorzitter Academie voor de Eerstelijn (ondersteund door het Fonds Daniel Deconick van de Koning Boudewijn Stichting).

De zwakke punten van ons gezondheidssysteem in België zijn pijnlijk duidelijk na negen maanden coronapandemie en een forse tweede golf. Veel aandacht is er in dit land voor de overspannen situatie op de intensive care units en sinds een paar weken nog meer voor vaccins. Maar vaccins of opdrijven van de ziekenhuiscapaciteit die al tot de grootse van Europa behoort is, hoe belangrijk ook, onvoldoende om een epidemie in de kiem te smoren. Er zijn structurele problemen die corona acuut bloot legt: we missen in ons land een performante preventieve gezondheidsdienst als basis voor onze gezondheidszorg. Negen maanden na het begin van de epidemie in ons land wordt het hoog tijd dat preventie bovenaan komt te staan in het prioriteitenlijstje van onze ministers. We moeten nu praten over snel testen bij verdenking van coronabesmetting, de contactopsporing én het brononderzoek. Hoewel die zwakke punten in België net bijgedragen hebben tot zo'n forse tweede golf, blijven ze bijna afwezig in het debat. Richard Horton, hoofdredacteur van het medische vaktijdschrift The Lancet, verwees in november in de Belgische parlementaire commissie opnieuw naar dezelfde strategie om de pandemie in te tomen: testen, opsporen en isoleren. Daarvoor, benadrukte hij, is het belangrijk om te investeren in lokale zorg: 'Huisartsen, apothekers, lokale gezondheidscentra: zij moeten lokale brandhaarden kunnen opsporen. Als we daarin slagen, hebben we geen lockdown meer nodig.' De recente hoera-berichten in de media over de verbeterde snelheid van de testing en de tracing verhullen dat er fundamentele problemen aan de basis liggen die niet opgelost raken. In de praktijk voelen wij dat er bij een nieuwe coronabesmetting nog steeds geen coherente aanpak is door de overheid om de patiënten met corona te omkaderen en te ondersteunen. De Belgische aanpak is zo gefragmenteerd met anonieme callcenters en zo goed als geen uitwisseling met de eerstelijnszorg. Ook sociale ondersteuning voor de patiënt ontbreekt meestal. Steeds vaker hebben experts het niet meer over TTI maar wel TTIS: Test, Trace (opsporen), Isolate én Support. We waren in ons land al niet bijster goed in de eerste drie taken, maar de vierde is in onze strategie afwezig. Bovendien is er nauwelijks een spoor van echte bronopsporing, de enige manier om clusters en superverspreiders - het typisch verspreidingspatroon van SARS-Cov 2 - snel te onderscheppen. Wat we nodig hebben, zijn lokaal aangestuurde covid-teams in wijken en dorpen met preventiewerkers die het geheel van bovenstaande taken op zich kunnen nemen. Goed presterende landen maken gebruik van bestaande en permanente structuren van lokale preventiediensten. Neem bijvoorbeeld Japan. Hun geheim? Een nationale preventiedienst, met zo'n 450 lokale Public Health Units, verspreid over het volledige grondgebied. Ze zijn verantwoordelijke voor een breed gamma van gezondheidskwesties op lokaal vlak, van dieetadvies voor ouderen, over de aanpak van kindermisbruik, tot het beheersen van lokale tuberculose uitbraken. De centra hebben ook sinds lang een afdeling die zich richt op het bestrijden van epidemieën. Bij het uitbreken van corona kon deze relatief makkelijk opgeschaald worden met informatieverstrekking (en sensibilisering), contactopsporing, ondersteuning, brononderzoek en clusterinterventie. Ingebed in de lokale gemeenschap, met vertrouwde gezichten, want dat werkt echt. Door algemene preventie, hulpverlening en tracing te integreren bouw je een vertrouwensband op die nodig is als het dan gaat over meer gevoelige onderwerpen zoals nauwe contacten tijdens de voorbije dagen. Mensen hebben vertrouwen in deze structuur en delen informatie. Omdat de gezondheidswerkers de lokale context zo goed kennen zijn ze veel efficiënter.Om die teams aan te sturen is er op lokaal niveau een beleidsstructuur nodig per gebied van ongeveer 100.000 inwoners, een gebied dat door de WGO als gezondheidsdistrict wordt omschreven. Een structuur, bemand door voldoende professionelen, die de schakel vormt tussen top-down en bottom-up aangestuurd beleid. Dit niveau valt in België mooi samen met de in Vlaanderen recent opgerichte eerstelijnszones (ELZs) wiens werking aangestuurd wordt door lokaal en inclusief samengestelde zorgraden. Onmiskenbaar een flinke stap in de goede richting, maar de werking ervan beperkt zich momenteel (nog) vooral tot een faciliterende rol van netwerking en samenwerking tussen de bestaande eerstelijnszorgverleners. Belangrijk, maar de coronacrisis toont aan dat dit ruim onvoldoende is. Een grotere investering in preventie zou pas echt goed besteed geld zijn. De meeste gezondheidswinst valt immers te halen uit het gezond houden van mensen en niet uit het behandelen van ziektes. Onderzoek toont aan dat elke geïnvesteerde euro in preventie vier keer zoveel opbrengt voor onze maatschappij, maar Belgie blijft hiermee ondermaats scoren. Het is ook cruciaal in de aanpak van die andere epidemie: chronische ziektes. Maak van Corona de opportuniteit om onze gezondheidszorg aan te pakken bij haar fundamenten. Meer lokaal en minder top-down, meer geïntegreerd en minder versnipperd, meer focus op gezondheid en minder op ziekte, meer tracen en testen en minder lockdown. Janneke Ronse is voorzitter van Geneeskunde voor het Volk.Bart Criel is arts en hoogleraar volksgezondheid, Tropisch Instituut Antwerpen.Roy Remmen is huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde en voorzitter Academie voor de Eerstelijn (ondersteund door het Fonds Daniel Deconick van de Koning Boudewijn Stichting).