De verkiezingen van 26 mei jongstleden leverde vele verliezers op: de vier partijen die deel uitmaakten van de Zweedse coalitie (MR, N-VA, Open VLD en CD&V) en ook de socialistische oppositie (SP.A en PS) en het CDH. De winst van de groenen en de communisten was verschillend per taalgebied. Beiden gingen licht vooruit in Vlaanderen en wonnen fors in Brussel en Wallonië. Maar de grootste winnaar was het Vlaams Belang, dat in 2014 nog was doodverklaard.

Zo staan de politieke partijen ervoor op 1 september.

De verkiezingsuitslag was verschillend per taalgebied: Vlaanderen stemde eerder centrumrechts, Brussel en Wallonië stemden links. Dit gegeven maakt het zeker niet gemakkelijk om een federale regering te vormen. Naast de communautaire twisten, zijn daardoor ook de tegenstellingen inzake migratie, fiscaliteit, begrotingsdossiers, arbeidsmarkt, veiligheid enzoverder veel moeilijker te overbruggen.

Opvallend in deze formatieperiode is ook de traagheid van de Vlaamse en Waalse regeringsvorming. Ook hier wordt het moeilijker om snel akkoorden te bereiken. Voor een deel heeft dit te maken met het feit dat er een akkoord moet gevonden worden tussen verliezers.

Maar hoe staan de partijen er nu voor bij het begin van het schooljaar en drie maanden na de electorale clash van 26 mei 2019 ?

N-VA

De N-VA verloor fors , maar blijft de nummer één der politieke partijen. De partij heeft lang getwijfeld om het Vlaams Bourgondisch of Zweeds wilde gaan besturen. Het wordt dus blijkbaar een verderzetting van de drie verliezende partijen N-VA met Open VLD en CD&V. Maar een Bourgondische coalitie, met SP.A in plaats van CD&V, zou ook uit verliezers bestaan.

In feite zit N-VA in en een 'prisoners dilemma'-situatie. De partij wil zeker Vlaams besturen en is daar 'incontournable '. Maar een nieuwe federale regeringsdeelname ligt anders. Daaraan niet deelnemen betekent dat men weg is van de macht en het geld. Want deze laatste twee zaken situeren zich voornamelijk op het federale niveau. Toetreden tot een federale ploeg zal zeker niet leiden tot een confederale staatshervorming. N-VA kan hopen dat de Franstaligen geld bijvragen voor het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap, dan kan er wel iets 'gedeald' worden.

CD&V

Het CD&V was de grootse zetelverliezer van 26 mei. De partij is een kleine partij geworden, weliswaar met het gegeven dat ze nog steeds meer dan goed vertegenwoordigd is binnen de top van de administratie, justitie, het leger, de politie, de diplomatie, enzoverder. De christendemocraten moeten vooreerst zorgen dat ze Vlaams verder mee kunnen besturen. Maar federaal zit de partij in een moeilijke situatie, want wat is het politiek-electorale voordeel om een paars-groene constructie te gaan helpen? Trouwens als CD&V en Open VLD terug willen groeien, zullen ze meer naar rechts moeten evolueren.

Open VLD

De liberalen waren wel de kleinste verliezer, maar de partij heeft nog maar erg weinig zetels. Twintig jaar 'non-stop' federaal beleid is geen electoraal succes geworden. Maar door haar politieke positie is dit wel de enige partij die zeker is van deelname aan de federale, Vlaamse en Brusselse regeringen. Ook Open VLD kan zich een volgende nederlaag niet permitteren.

SP.A

De socialisten zijn federaal op negen zetels uitgekomen en Vlaams heeft men één zetel minder dan Groen. De oppositie heeft SP.A een nieuwe nederlaag opgeleverd en de oude voorzitterverkiezingen zijn nog altijd niet verteerd. De partij staat voor en zeer moeilijke keuze: in de oppositie ten onder gaan tegenover de groenen en de communisten of een beleid proberen te voeren in een regering tegen de twee genoemde partijen?

Groen

De groenen hebben veel minder gewonnen dan gedacht en de kater is navenant. Vlaams is men er al lang afgereden en nu ook 'voorlopig' federaal. Ongetwijfeld geeft deze partij een blunder van formaat geschoten met zijn fiscale ideeën inzake milieu. Daarbij komt nog dat Groen voor een belangrijk deel in een zelfde vijver moet blijven vissen met de socialisten en de communisten.

PVDA

De communisten zijn nu Vlaams gelanceerd. Zij kunnen ongelimiteerd blijven inhaken op de regeringen.

Alle besproken partijen, met uitzondering van PVDA, moeten ook op zoek naar een nieuwe voorzitter en dat bemoeilijkt nog eens de formatievorming en de regie van de partijen.

De zekerste voorzitter is die van het Vlaams Belang. De enorme winst van deze partij leidt wel niet tot een regeringsdeelname. Maar deze partij is 'salonfähig' gemaakt door de ontvangst van voorzitter Tom Van Grieken door de koning en de lange deelname aan de Vlaamse formatie. Voor deze partij kunnen nieuwe verkiezingen niet snel genoeg komen.

Soort coalitie

Wat is er federaal nog mogelijk ? In feite rest er een Bourgondische coalitie of een paars-groene ploeg of een afspiegelingscoalitie. Dat laatste lijkt een moeilijk verhaal, al is het maar dat Ecolo dan zou gaan besturen zonder Groen, maar wel met de N-VA.

Een Bourgondische ploeg heeft 79 of 80 zetels, afhankelijk van de positie van LDD-leider Jean-Marie Dedecker, en kan besturen met maar vijf partijen (MR, Open VLD, PS, SP.A en N-VA). CD&V komt dan enkel in Vlaanderen aan de macht. Maar voor deze coalitie moet er wel eerst een akkoord komen tussen de twee grootste opponenten: de N-VA en de PS. Maar men weet nooit dat de gewezen burgemeester van Oostende daarin slaagt. Trouwens, deze constructie is ook de enige mogelijkheid voor Johan Vande Lanotte (SP.A) om een politieke comeback van formaat te verwezenlijken: de Wetstraat 16?

Paars-groen is een derde mogelijkheid. Maar de verschillen tussen de groenen en de liberalen zijn erg groot en deze constructie heeft maar 76 op 150 zetels in de Kamer. Dus moet er een zevende partij worden gezocht: CD&V? Dat betekent wel dat men, langs Vlaamse kant, in het beste geval acht ministers moet verdelen tussen vier partijen. Een dergelijke ploeg is ook niet onmiddellijk het wondermiddel om de liberalen en de christendemocraten in Vlaanderen terug winst te bezorgen. Paars-groen met Défi levert 78 zetels op. Maar dan moet de Open VLD besturen tegen N-VA, CD&V en het Vlaams Belang. Dat wordt dan een race naar de kiesdrempel.

Met andere woorden: het ligt zeer moeilijk. Daarom spreken sommigen van een federale regering van technocraten. Maar met wie en waarover zijn die het eens? Bovendien moet een dergelijke ploeg ook kunnen steunen op een parlementaire meerderheid.

Wat rest dan nog ? Inderdaad, nieuwe Kamerverkiezingen in 2020. Maar daar lijkt geen meerderheid voor te vinden in het parlementair halfrond. Dus de regering in lopende zaken, met 38 zetels op 150, gaat nog een tijd mogen besturen en dient wel snel een nieuwe eerste minister te vinden. Wie wordt het? Iemand uit Vlaams-Brabant of uit Oost-Vlaanderen?