Het jongste racismedebat heeft de soundtrack van een studentencantus. Toen twee zwarte meisjes twee weken geleden dichter bij Pukkelpop-headliner Kendrick Lamar wilden komen, begon een groepje witte jongens 'Handjes kappen, de Congo is van ons' te zingen, een lied waarvan de herkomst in studentenmilieus gezocht wordt.
...

Het jongste racismedebat heeft de soundtrack van een studentencantus. Toen twee zwarte meisjes twee weken geleden dichter bij Pukkelpop-headliner Kendrick Lamar wilden komen, begon een groepje witte jongens 'Handjes kappen, de Congo is van ons' te zingen, een lied waarvan de herkomst in studentenmilieus gezocht wordt.Het was het zoveelste incident in een ellenlange reeks van racistisch spervuur in Vlaanderen. Er waren de mensonterende commentaren na een quadongeluk van een Genkse jongen in Marokko. Er was de dikkelippenmascotte van een oerwoudfuif. Er was de Suske en Wiske waarin een Afrikaanse man als een halve aap werd afgebeeld. Er was nog zoveel meer. Wie nog wil ontkennen dat racistische stereotypen diep in het Vlaamse DNA zijn ingebakken, is ziende blind en heeft een uitzonderlijk talent voor geheugenverlies. Dat betekent niet dat Vlaanderen inherent en doelbewust racistisch is. Die veronderstelling is gratuit, en bijna even schadelijk als het goorste racisme zelf. Voor wit, welvarend en links Vlaanderen lijkt een nieuwe editie van het racismedebat soms een identitaire hobby, zo tussen de superfoods en de polyamorie in: lippendienst aan de verontwaardiging op Facebook of in een ander café, maar veel meer niet - zeker niet als er in eigen vlees moet worden gesneden. Voor wit en rechts Vlaanderen is het dan weer het startschot voor een nieuw feest van de rancune: lekker hossen in de Twittervuilnisbak, onderwijl het recht van de sterkste bezingend. Dat die sterkste met meters voorsprong aan de wedstrijd begint, blijft consequent uit het gezichtsveld. De Vlaming met een Afrikaanse of Maghrebijnse migratieachtergrond ziet weinig echte medestanders, noch links, noch rechts, en wordt daar elke dag bozer van. Tussen al die wederzijdse woede en verontwaardiging blijft één emotie onderbelicht: de angst voor de ander. De angst van de Vlaming met een Afrikaanse of Maghrebijnse achtergrond is vanzelfsprekend: wie gekleurd is in Vlaanderen is niet zonder reden bang voor vernedering, uitwijzing of zelfs fysiek geweld. De angst van de witte Vlaming is van een geheel andere aard. Witte Vlamingen zijn bang dat hun dominante positie bedreigd wordt door nieuwkomers, vluchtelingen en andere migranten, hoe illusoir dat vermeende risico ook mag zijn. Bij rechtse witte Vlamingen is die angst expliciet aanwezig. Onder Vlaams Belangpolitici hoor je geregeld hoe Antwerpen binnen enkele jaren onder de voet zal zijn gelopen door moslims. Dat is onzin: vandaag is niet meer dan 7 procent van de Belgen moslim. Maar de boodschap spreekt aan. Het gevoel van vervreemding, dat vooral minder bemiddelde Vlamingen in migrantenwijken treft, wortelt in dezelfde angst. De theorie van de extreemrechtse Franse schrijver Renaud Camus stelt dat de Europese autochtone bevolking stelselmatig wordt vervangen door Maghrebijnse en Afrikaanse inwijkelingen. Die 'grand remplacement' is een extreme vorm van angst die ook Michel Houellebecqs bestseller Soumission aandrijft.Maar zou het kunnen dat die angst evengoed in links wit Vlaanderen leeft, onder de waterlijn? Terwijl rechts de angst vertaalt in agressie, zal links de angst radicaal ontkennen. Het idee dat een linkse witte Vlaming bang zou zijn om ooit overheerst te worden door een niet-witte bevolking is bijna onuitspreekbaar schandelijk: l'étranger, c'est mon ami, toch? Links beweert kleurenblind te zijn - 'we are the world' is nog te vaak de leidende utopie - maar profiteert ondertussen lekker verder van de voordelen van de op huidskleur gefundeerde dominantie. Dat is meteen ook de reden waarom de gekleurde Vlaming soms nog bozer lijkt op links dan op rechts. En zo draait de spiraal verder. Het zwarte militante activisme van vandaag - 'zwart zijn is permanent boos zijn' - is volstrekt begrijpelijk en wellicht noodzakelijk, maar het zal de angst bij de witte Vlaming zeker niet wegnemen. Bijna dertig jaar na de plaat Fear of a Black Planet van het hiphopcollectief Public Enemy is het tijd voor iedereen om de angsten op tafel te leggen. Witte Vlamingen moeten daarbij de eerste stappen zetten: zij zijn het beste beschermd, alleen hun superioriteitsgevoel kan schade oplopen. Witte Vlamingen zijn bang voor een 'remplacement' omdat niet-witte Vlamingen hen zouden kunnen behandelen als een minderheid: als meerderheid weten ze wat dat betekent. Dat is het vuile geheim van het racisme dat vandaag het samenleven zo moeilijk maakt. De erkenning van die angst, hoe schuchter ook, kan een eerste stap zijn, weg van het zwart en wit geraas.