Veel zal er vandaag niet te vieren zijn.

Het jaar is nog niet voorbij maar voor ouderen is 2020 nu al een annus horribilis. De meeste coronadoden waren ouderen, een meerderheid onder hen kwetsbare en zorgafhankelijke rusthuisbewoners. Om het belang van ouderen voor de samenleving te benadrukken riep de Algemene Vergadering van de VN dertig jaar geleden 1 oktober uit als Internationale dag van de ouderen. Veel valt er vandaag niet te vieren.

Elk jaar belicht de dag van de ouderen een ander thema. Dit jaar is dat de vraag of de pandemie onze kijk op ouderen en oud worden heeft veranderd. Het vele slechte nieuws heeft de ouderenzorg alleszins in het centrum van de maatschappelijke aandacht geplaatst. Dat op zich is al veelbetekenend en ingrijpend. Het is pas wanneer problemen klaar en duidelijk worden vastgesteld dat er ook deugdelijke oplossingen kunnen komen. We beseffen nu bijvoorbeeld dat naast veiligheid ook menselijkheid van levensbelang is.

Spreken met, en niet alleen over de ouderen

Wat nog niet is veranderd is dat er ook tijdens deze crisis steeds weer over de ouderen wordt gesproken in plaats van met de ouderen. In de kranten en op radio en tv zijn het altijd de zogenaamde ouderenexperts en vertegenwoordigers van instellingen en organisaties uit de ouderenzorg die komen uitleggen wat er mis loopt en wat er anders moet. Behalve als korte illustratie komen ouderen nooit zelf aan het woord. De hoofdrolspelers in het drama blijven verstoken van een uitnodiging tot het debat. De enige uitzondering is Roger Lybaert, een 89-jarige rusthuisbewoner die eerst met een opiniestuk en later in de De Afspraak getuigde over de dodelijke eenzaamheid die de coronamaatregelen in de rusthuizen aanrichten.

Wij schrikken er niet voor terug om 'oudere' als geuzennaam te omarmen.

Wat evenmin is veranderd is de beperkte omvang van het debat. Het is de ouderenzorg die centraal staat en binnen die enge focus gaat de meeste aandacht ook nog eens naar de residentiële ouderenzorg, met name de woonzorgcentra. Maar de 75.000 rusthuisbewoners vormen maar een minderheid. In 2018 woonden 95 procent van de 65-plussers thuis. Ook voor de 85-plussers lag dat percentage nog op 87 bij de mannen en op 74 bij de vrouwen. Bovendien wordt de ouderenzorg nog altijd in eerste instantie door een louter medische bril bekeken. Maar gezondheid en welzijn zijn veel meer dan de afwezigheid van ziekten, ook bij ouderen. Een goed ouderenbeleid vergt een veel bredere benadering en moet tot stand komen in samenspraak met de ouderen.

'De' oudere bestaat niet

Ouderen worden allemaal op hun eigen manier oud. Wel is er sprake van generatiegenoten met eenzelfde historische achtergrond. De volgende jaren zullen de talrijke babyboomers zich aandienen. Zij danken hun naam aan de geboortegolf van na de tweede wereldoorlog die twintig jaar lang aanhield. Toen ze jong waren hebben ze de wereld op haar kop gezet met een nieuwe jeugdcultuur, de vrouwenemancipatie, de seksuele revolutie en het generatieconflict. In 1968 lieten ze zelfs de regering vallen over Leuven Vlaams en zetten zo de federalisering van België in gang.

Nu staan de babyboomers klaar om het ouderenbeleid en de heersende visie op oud worden kritisch in vraag te stellen. Voor hen zal het pensioen geen deactivering betekenen en oud niet out. Zij zullen niet gelaten wachten op aftakeling en verlies. Zij willen het heft zelf in handen blijven houden en straks vorm geven aan een positieve en actieve ouderencultuur. Oud worden betekent immers ook herwonnen vrijheid, de rijkdom van ervaring, wijsheid en inzicht, meer lusten en minder lasten. Ouderen hebben alles in zich om de overwerkte en gestresseerde tweeverdieners jaloers te maken.

Laat de jongeren maar worstelen met hun keuzestress en hun FOMO. De ouderen van tegenwoordig zijn vast van plan zorgeloos te genieten van hun tweede jeugd.

Geëist: Omslag in het ouderenbeleid

Maar hiervoor is een omslag nodig in het ouderenbeleid. Die zal er niet komen zonder slag of stoot. Zoals bij elke emancipatie zal ook de ouderenontvoogding moeten worden afgedwongen. Ouderen moeten van zich laten horen en gehoord worden. De ergste mistoestanden moeten het eerst worden aangeklaagd. De rusthuizencrisis heeft duidelijk gemaakt dat er een serieuze sanctionerende instantie ontbreekt. Aanbeveling 20 van de Coronacommissie van het Vlaams Parlement roept terecht op om meer aandacht te hebben voor het mensenrechtenperspectief en daar een toegankelijk aanspreekpunt voor te creëren. Daarom is een Ouderenrechtencommissariaat een absolute noodzaak.

Concreet zit de meerwaarde van een Ouderenrechtencommissariaat in zijn mogelijkheid om zich burgerlijke partij te stellen. Welke oudere of familie legt vandaag klacht neer bij het gerecht bij schrijnende misbruiken? Niemand, want het is te duur, en tegen de tijd dat de klacht behandeld wordt, is de oudere gestorven. Naast het behandelen van klachten kan een Ouderenrechtencommissariaat ook positieve voorstellen uitwerken, die verplicht in het Vlaamse Parlement besproken en beantwoord worden. De ondertekenaars van dit opiniestuk werken momenteel aan de uitwerking van inhoudelijke teksten voor een Ouderenrechtencommissariaat. Daarna is het aan het Vlaams Parlement om er echt werk van te maken maar het opstarten van werkgroepen die deze problematiek behandelen kan nu al van start gaan.

De eufemismen rond ouderen en oud worden tieren welig. Dat gebeurt wel meer bij thema's die maatschappelijk gevoelig liggen. De snelle opeenvolging van de benamingen voor het rusthuis spreekt boekdelen: ouderengesticht, bejaardentehuis, home, rust- en verzorgingstehuis, woonzorgcentrum, woonzorghuis. Ook ouderen krijgen regelmatig een nieuw etiket opgeplakt: actieve senior, vitalo, jagger of doordoener. De bezorgde burgers die dit stuk ondertekenen schrikken er niet voor terug om de kwalificatie van oudere als een geuzennaam te omarmen.

Johan Leman, Mie Moerenhout, Katrien Van de Weghe, John De Wit , Hugo Van De Gaer, Robert Crivit, Peter Janssen, Jan Heuvelmans, Hendrik Van Geel, Tarsi Windey, Pol De Roo.

Veel zal er vandaag niet te vieren zijn.Het jaar is nog niet voorbij maar voor ouderen is 2020 nu al een annus horribilis. De meeste coronadoden waren ouderen, een meerderheid onder hen kwetsbare en zorgafhankelijke rusthuisbewoners. Om het belang van ouderen voor de samenleving te benadrukken riep de Algemene Vergadering van de VN dertig jaar geleden 1 oktober uit als Internationale dag van de ouderen. Veel valt er vandaag niet te vieren.Elk jaar belicht de dag van de ouderen een ander thema. Dit jaar is dat de vraag of de pandemie onze kijk op ouderen en oud worden heeft veranderd. Het vele slechte nieuws heeft de ouderenzorg alleszins in het centrum van de maatschappelijke aandacht geplaatst. Dat op zich is al veelbetekenend en ingrijpend. Het is pas wanneer problemen klaar en duidelijk worden vastgesteld dat er ook deugdelijke oplossingen kunnen komen. We beseffen nu bijvoorbeeld dat naast veiligheid ook menselijkheid van levensbelang is.Wat nog niet is veranderd is dat er ook tijdens deze crisis steeds weer over de ouderen wordt gesproken in plaats van met de ouderen. In de kranten en op radio en tv zijn het altijd de zogenaamde ouderenexperts en vertegenwoordigers van instellingen en organisaties uit de ouderenzorg die komen uitleggen wat er mis loopt en wat er anders moet. Behalve als korte illustratie komen ouderen nooit zelf aan het woord. De hoofdrolspelers in het drama blijven verstoken van een uitnodiging tot het debat. De enige uitzondering is Roger Lybaert, een 89-jarige rusthuisbewoner die eerst met een opiniestuk en later in de De Afspraak getuigde over de dodelijke eenzaamheid die de coronamaatregelen in de rusthuizen aanrichten. Wat evenmin is veranderd is de beperkte omvang van het debat. Het is de ouderenzorg die centraal staat en binnen die enge focus gaat de meeste aandacht ook nog eens naar de residentiële ouderenzorg, met name de woonzorgcentra. Maar de 75.000 rusthuisbewoners vormen maar een minderheid. In 2018 woonden 95 procent van de 65-plussers thuis. Ook voor de 85-plussers lag dat percentage nog op 87 bij de mannen en op 74 bij de vrouwen. Bovendien wordt de ouderenzorg nog altijd in eerste instantie door een louter medische bril bekeken. Maar gezondheid en welzijn zijn veel meer dan de afwezigheid van ziekten, ook bij ouderen. Een goed ouderenbeleid vergt een veel bredere benadering en moet tot stand komen in samenspraak met de ouderen.Ouderen worden allemaal op hun eigen manier oud. Wel is er sprake van generatiegenoten met eenzelfde historische achtergrond. De volgende jaren zullen de talrijke babyboomers zich aandienen. Zij danken hun naam aan de geboortegolf van na de tweede wereldoorlog die twintig jaar lang aanhield. Toen ze jong waren hebben ze de wereld op haar kop gezet met een nieuwe jeugdcultuur, de vrouwenemancipatie, de seksuele revolutie en het generatieconflict. In 1968 lieten ze zelfs de regering vallen over Leuven Vlaams en zetten zo de federalisering van België in gang.Nu staan de babyboomers klaar om het ouderenbeleid en de heersende visie op oud worden kritisch in vraag te stellen. Voor hen zal het pensioen geen deactivering betekenen en oud niet out. Zij zullen niet gelaten wachten op aftakeling en verlies. Zij willen het heft zelf in handen blijven houden en straks vorm geven aan een positieve en actieve ouderencultuur. Oud worden betekent immers ook herwonnen vrijheid, de rijkdom van ervaring, wijsheid en inzicht, meer lusten en minder lasten. Ouderen hebben alles in zich om de overwerkte en gestresseerde tweeverdieners jaloers te maken. Laat de jongeren maar worstelen met hun keuzestress en hun FOMO. De ouderen van tegenwoordig zijn vast van plan zorgeloos te genieten van hun tweede jeugd.Maar hiervoor is een omslag nodig in het ouderenbeleid. Die zal er niet komen zonder slag of stoot. Zoals bij elke emancipatie zal ook de ouderenontvoogding moeten worden afgedwongen. Ouderen moeten van zich laten horen en gehoord worden. De ergste mistoestanden moeten het eerst worden aangeklaagd. De rusthuizencrisis heeft duidelijk gemaakt dat er een serieuze sanctionerende instantie ontbreekt. Aanbeveling 20 van de Coronacommissie van het Vlaams Parlement roept terecht op om meer aandacht te hebben voor het mensenrechtenperspectief en daar een toegankelijk aanspreekpunt voor te creëren. Daarom is een Ouderenrechtencommissariaat een absolute noodzaak. Concreet zit de meerwaarde van een Ouderenrechtencommissariaat in zijn mogelijkheid om zich burgerlijke partij te stellen. Welke oudere of familie legt vandaag klacht neer bij het gerecht bij schrijnende misbruiken? Niemand, want het is te duur, en tegen de tijd dat de klacht behandeld wordt, is de oudere gestorven. Naast het behandelen van klachten kan een Ouderenrechtencommissariaat ook positieve voorstellen uitwerken, die verplicht in het Vlaamse Parlement besproken en beantwoord worden. De ondertekenaars van dit opiniestuk werken momenteel aan de uitwerking van inhoudelijke teksten voor een Ouderenrechtencommissariaat. Daarna is het aan het Vlaams Parlement om er echt werk van te maken maar het opstarten van werkgroepen die deze problematiek behandelen kan nu al van start gaan.De eufemismen rond ouderen en oud worden tieren welig. Dat gebeurt wel meer bij thema's die maatschappelijk gevoelig liggen. De snelle opeenvolging van de benamingen voor het rusthuis spreekt boekdelen: ouderengesticht, bejaardentehuis, home, rust- en verzorgingstehuis, woonzorgcentrum, woonzorghuis. Ook ouderen krijgen regelmatig een nieuw etiket opgeplakt: actieve senior, vitalo, jagger of doordoener. De bezorgde burgers die dit stuk ondertekenen schrikken er niet voor terug om de kwalificatie van oudere als een geuzennaam te omarmen.Johan Leman, Mie Moerenhout, Katrien Van de Weghe, John De Wit , Hugo Van De Gaer, Robert Crivit, Peter Janssen, Jan Heuvelmans, Hendrik Van Geel, Tarsi Windey, Pol De Roo.