Bent u bereid in te leveren om het klimaat te redden?' Die vraagstelling in 'Het grote gelijk' wordt door Pieter Boussemaere terecht bekritiseerd in een opiniestuk voor De Standaard. Volgens hem moeten we helemaal niet inboeten op luxe en comfort om het klimaat te redden, aangezien we zo snel mogelijk een koolstofarme economie moeten uitbouwen door fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare energie. Zo'n economie zou dan kunnen blijven groeien waardoor focussen op minder consumptie en minder groei onnodig zijn.

Wie de ecologische crisis wil oplossen met economische groei, is eraan voor de moeite.

Dit soort aanpak is problematisch aangezien die de klimaatcrisis wil oplossen binnen het groeimodel waardoor we talloze klimaatoplossingen buiten het groeiparadigma negeren. Bovendien is het eveneens nodig om het economische groeimodel los te laten om de zesde massa-extinctiegolf waarbij 1 miljoen soorten op aarde dreigen uit te sterven tegen te gaan. Door onze bijzonder enge groeifocus dreigen we niet enkel over het hoofd te zien dat onze ecosystemen en samenlevingen afhankelijk zijn van ecosystemen en biodiversiteit, maar dreigen we bovenal het draagvlak te missen dat bij een meerderheid van de Europeanen bestaat om het milieu voorrang te geven, ook als dat ten koste gaat van economische groei.

Van groei los?

Of de economie nu groeit of niet, om klimaatontwrichting te beperken is het belangrijk dat de globale emissies zo snel mogelijk dalen. Helaas is dit niet het geval. Het Internationaal Energie Agentschap becijferde dat de mondiale energie-gerelateerde emissies vorig jaar nog stegen met 1,7%. Dat komt doordat de emissiestijgingen ten gevolge van economische groei de emissiereducties van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie meer dan overtroffen. Een groep van 18 ontwikkelde landen wisten in de periode 2005-2015 evenwel stappen te zetten naar een koolstofarme economie. Het is opvallend dat deze tendens niet ingezet werd door een kordaat klimaatbeleid, maar vooral werd aangedreven door een groeivertraging in deze rijkere landen. Er wordt vaak verwezen naar landen die groeien en ook emissiereducties weten te realiseren om aan te tonen dat een groeiende economie het boeken van klimaatwinst niet in de weg hoeft te zitten. Het is echter kort door de bocht om enkel oog te hebben voor de ontkoppeling tussen groei en emissies. Dit suggereert niet alleen dat groei en emissiereducties zouden samengaan, het is vooral een afleidingsmanoeuvre om het groeiparadigma niet in vraag te hoeven stellen en blind te blijven voor de forse emissiereducties die nodig zijn om het klimaatakkoord van Parijs te respecteren.

Sterker nog, tot dusver zijn recessies de enige periodes waarin toekomstige generaties ademruimte krijgen doordat ze gepaard gaan met flinke emissiereducties. Een groeivertraging of een recessie is in de huidige context ongewenst door een toename van de werkloosheid. De hamvraag is: 'hoe kan de transitie naar een koolstofarme maatschappij zo snel mogelijk maar ook op een sociaal rechtvaardige manier verlopen? Zou groei loslaten goed zijn voor het klimaat?'

Peter Victor toont in een aantal groeiscenario's voor de Canadese economie dat business as usual en een lage groei weinig helpen om emissies te doen dalen. In het postgroei-scenario daarentegen, is er ruimte om het groeiparadigma te 'ontgroeien' en om het bruto binnenlands product (bbp) te laten dalen. In dat scenario realiseert Canada in 2035 een forse emissiedaling met bijna 80% ten opzichte van 2005. Daarnaast zijn er ook substantiële verbeteringen wat armoede, werkloosheid en overheidsschuld betreft. De inkrimping van het bbp vertaalt zich niet in een sociaal bloedbad. Door de arbeidsduur te verminderen en het werk te verdelen onder werknemers is men niet langer afhankelijk van groei om voor werkgelegenheid te zorgen en heeft een niet-groeiende economie gewenste neveneffecten.

Draagvlak voor een economische transformatie?

Toch blijft het moeilijk om het groeiparadigma los te laten. Het is opvallend hoe bbp-groei blindelings nagestreefd wordt, terwijl het een slecht kompas is voor hoe samenlevingen en economieën het doen. Welzijns- en welvaartsstudies tonen aan dat groei zich al lang niet meer vertaalt in een toename van het welbevinden. Waarom zouden we dan nog langer inzetten op economische groei? Aangezien we amper welzijn kopen met bbp-groei en toegenomen consumptie, brengt het loslaten van consumptiegroei niet enkel ecologische maar ook welzijnsvoordelen op in de vorm van bijvoorbeeld meer tijd voor ontspanning, vrijwilligerswerk, sociale contacten, gezondheid en zorg. Je zou voor minder geneigd zijn om 'in te leveren'.

Een meerderheid van de Europeanen vindt al dat het milieu een prioriteit moet zijn, ook al zou dat ten koste gaan van groei. Het is nu nog een kwestie om beleidsmakers daarvan te overtuigen. Een postgroei-debat is hierbij essentieel. Loskomen van groei biedt samenlevingen kansen om de sociaal-ecologische transformatie van de economie actief vorm te geven door de regels rechtvaardig te hertekenen in plaats van de speelbal te zijn van wat de almachtige markt met haar gevestigde belangen dicteert. Samenlevingen geven de toekomst immers zelf vorm. Zijn we bereid om het groeiparadigma 'in te leveren' om effectief te bloeien zonder groei? Of is de maatschappelijke creativiteit failliet en heeft het groeidenken de toekomstdenkbeelden al dermate gekoloniseerd dat het respecteren van planetaire grenzen gezien wordt als 'inleveren'? Het is maar hoe je het bekijkt.

Jonas Van der Slycken is doctorandus in de Ecologische Economie aan de vakgroep Economie (UGent) en lid van Rethinking Economics Belgium.