10 juli 1985 was de dag waarop Alexander Gillespie besloot om zich niet aan de kunstacademie in te schrijven en rechten te gaan studeren. Hij werkte toen als negentienjarige vrijwilliger op de Rainbow Warrior, destijds het vlaggenschip van de milieuorganisatie Greenpeace. Die dag werd het in de Nieuw-Zeelandse havenstad Auckland opgeblazen door de Franse geheime dienst. Het schip stond op het punt uit te varen om te protesteren tegen Franse kernproeven op een eiland in de Stille Oceaan. 'Ik was twee dagen bezig met schilderwerk op het schip toen de bommen ontploften', vertelt Gillespie. 'Nieuw-Zeeland had geen ervaring met terrorisme. Toen bleek dat de daders Fransen waren, was de schok nog groter. Ik besliste toen dat het beter was om rechten te gaan studeren als je iets in de wereld wilde veranderen. Het is pas later, toen ik in Europa studeerde, dat ik besefte dat het niet de Fransen waren die de Rainbow Warrior opbliezen, maar de Franse regering. Dat is niet hetzelfde.'
...

10 juli 1985 was de dag waarop Alexander Gillespie besloot om zich niet aan de kunstacademie in te schrijven en rechten te gaan studeren. Hij werkte toen als negentienjarige vrijwilliger op de Rainbow Warrior, destijds het vlaggenschip van de milieuorganisatie Greenpeace. Die dag werd het in de Nieuw-Zeelandse havenstad Auckland opgeblazen door de Franse geheime dienst. Het schip stond op het punt uit te varen om te protesteren tegen Franse kernproeven op een eiland in de Stille Oceaan. 'Ik was twee dagen bezig met schilderwerk op het schip toen de bommen ontploften', vertelt Gillespie. 'Nieuw-Zeeland had geen ervaring met terrorisme. Toen bleek dat de daders Fransen waren, was de schok nog groter. Ik besliste toen dat het beter was om rechten te gaan studeren als je iets in de wereld wilde veranderen. Het is pas later, toen ik in Europa studeerde, dat ik besefte dat het niet de Fransen waren die de Rainbow Warrior opbliezen, maar de Franse regering. Dat is niet hetzelfde.' Of het nu gaat om oorlogsrecht, klimaatbeleid of de rechten van vluchtelingen: in de visie van de Nieuw-Zeelander hangt alles samen. Dit academiejaar kreeg de veelzijdige milieujurist en hoogleraar aan de Waikato University in ons land een gastdocentschap aangeboden door de Francqui-Stichting. Dat treft, want Gillespie is een fan van België: 'Nieuw-Zeelanders hebben een historische band met België. Er liggen hier duizenden Nieuw-Zeelandse soldaten begraven, slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Zo werd België deel van onze nationale identiteit. Ik bewonder ook de manier waarop België dingen in de wereld gedaan krijgt. Dat wordt helaas overschaduwd door wat de grote buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk doen.' Wat vindt u zo bijzonder aan ons land? Alexander Gillespie: De Nederlanders en Duitsers hebben meer structuur in hun politieke systeem en hun filosofie. De Fransen hebben meer cultuur. België combineert het beste van die drie. Belgen zijn enthousiast en inventief, pragmatisch en hardwerkend. Ze doen het beter dan de meeste Europeanen. Ik bewonder ook hun verdraagzaamheid in deze moeilijke tijden. Niet iedereen zal uw visie delen. Gillespie: Dat is waar. Het is inderdaad verbazend hoe België zich in de nesten werkt met iets wat in de juridische wereld als een non-event wordt beschouwd: het migratiepact. Plots is er geen compromis meer mogelijk en kunnen politici niet meer samenwerken. Ik kan begrijpen dat een land uit elkaar valt voor zoiets fundamenteels als de brexit in het Verenigd Koninkrijk. Maar toch niet voor het betekenisloze migratiepact? Valt migratie überhaupt te controleren? Gillespie: Ik weet het niet. De wereld waarin we leven, verandert snel. Steeds meer mensen willen ergens anders gaan werken. Dat is een gevolg van de globalisering, met zijn goede en slechte kanten. In landen als Syrië, Irak en Iran is de bevolking in korte tijd verdubbeld. Als je daarbovenop een conflict krijgt, is er een enorme spill-over van mensen naar de buurlanden en vandaar naar elders in de wereld. Er is een groot verschil tussen vluchtelingen en migranten, maar veel mensen gooien ze tegenwoordig op één hoop. Vluchtelingen zijn mensen in nood, migranten zijn mensen op zoek naar werk. Migranten moeten worden gecontroleerd, vluchtelingen moeten worden geholpen. Er bestaat niet voor niets een Vluchtelingenverdrag (de Conventie van Genève uit 1951, nvdr). Maar doordat sommige landen hun grenzen blokkeren, blijven ook vluchtelingen steeds meer in de kou staan. Als we minder vluchtelingen willen, moeten we ernstig aan conflictbeheersing doen. En de strijd tegen de klimaat- opwarming opdrijven: u waarschuwde daar in 1997 al voor. Gillespie: De klimaatopwarming is een moeilijk verhaal voor het grote publiek. Meestal beseffen de mensen pas dat er een milieuprobleem is als er zich een echte catastrofe voordoet, zoals een olieramp op zee. Dat zien ze. Met de klimaatopwarming is het allemaal veel vager. Het publiek kan niet zien wat ons te wachten staat. Net daarom zouden politici krachtdadiger moeten optreden. Gillespie: Absoluut. Politici zouden op korte termijn moeten ingrijpen om grote problemen in de toekomst te voorkomen. Maar die beslissingen zijn niet altijd goed uit te leggen. Dan krijg je tegenreacties zoals de soms brutale manifestaties van de fameuze gele hesjes in Frankrijk. Steeds meer mensen verliezen hun vertrouwen in de democratie. Gillespie: Democratie blijft beter dan de alternatieven. Je moet mensen aan het verstand brengen dat we anders over de toekomst moeten nadenken. We moeten ze blijven uitleggen welke catastrofe op ons afkomt. Het probleem is dat men in deze tijden van fake news een hekel begint te krijgen aan experts, wat de zaak extra bemoeilijkt. Zelfs de klimaatontkenners roeren zich weer, ook bij ons. Gillespie: Inderdaad. Dat is een van de uitdagingen de volgende jaren: mensen ervan overtuigen om opnieuw in de wetenschap en het rationele debat te geloven. Mensen zijn selectief geworden in wat ze willen horen, zowel links als rechts van het politieke spectrum. We moeten ze ervan overtuigen dat ze wetenschappers nodig hebben om de klimaatverandering onder controle te kunnen brengen. Bent u wat dat betreft optimistisch of pessimistisch gestemd over onze toekomst? Gillespie: Alles hangt ervan af waar je woont en hoeveel geld je hebt. Ik heb veel vrienden in Australië, waar ze met extreem hoge temperaturen te kampen krijgen. Maar als je geld hebt voor airconditioning en een zwembad kun je daar beter mee om dan mensen in arme landen als Syrië of Afghanistan. De globale opwarming zal vooral in de tweede helft van deze eeuw hard toeslaan, samen met een sterke stijging van de wereldbevolking. Dat zal de kans op conflicten nog aanzienlijk verhogen. Zijn klimaatvluchtelingen in uw visie vluchtelingen of migranten? Gillespie: Technisch gezien zijn ze vluchtelingen, want het gaat om mensen in nood, maar juridisch gezien zijn ze migranten. Het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties voorziet in bescherming voor mensen die op de loop zijn voor onderdrukking, om politieke of religieuze redenen bijvoorbeeld. Als je dat zou uitbreiden naar klimaatrisico's, dreigt de Conventie onhoudbaar te worden. Ze is niet voorzien op zulke grote aantallen. Zijn de huidige conflicten in de wereld al gelinkt aan de klimaatopwarming? Gillespie: Oorlogen zijn zelden het gevolg van één factor. De klimaatopwarming kan een oorzaak zijn, naast werkloosheid of een democratisch deficit bijvoorbeeld. Maar als het warmer wordt, zal er watertekort ontstaan en verhoogt de kans op conflicten. Zeker in regio's waar mensen elkaar al haten om politieke of religieuze redenen. In Syrië en Irak hebben de bevolkingsgroei en de klimaatopwarming hun piek nog niet bereikt. Over 25 jaar zal dat wel het geval zijn. Het valt te vrezen dat de conflicten dan weer in alle hevigheid zullen oplaaien. Tenzij we tijdig ingrijpen en ernstig werk maken van milieuhandhaving en conflictbeheersing. Is de enorme bevolkingsaangroei te beheersen? Gillespie: Op sommige plaatsen in de wereld gaat de bevolking achteruit, maar in landen als Nigeria zal ze de volgende 40 jaar verdubbelen van 200 naar 400 miljoen. Dat is om van te duizelen. We mogen niet vervallen in een malthusiaans denken dat bevolkingsgroei sowieso gelijkstelt met een ramp, maar als daar klimaatverandering, watertekort en een gebrek aan democratie bij komt, dreigt de situatie onbeheersbaar te worden. Na uw driedelige werken A History of the Laws of War en The Causes of War werkt u nu aan een grote historische analyse van de wetmatigheden van oorlog. Kunt u die samenvatten? Gillespie: We moeten proberen te begrijpen hoe oorlog functioneert door lessen te trekken uit het verleden. Hoe zijn oorlogen begonnen? Hoe kwamen vredesverdragen tot stand? In alle culturen hebben mensen gevochten, om velerlei redenen. Maar je kunt wel enkele patronen onderscheiden. Zo is democratie veruit de beste garantie tegen oorlog. Monarchieën en religieuze staten gaan veel gemakkelijker oorlog voeren. Er is een tendens dat het aantal conflicten in de wereld afneemt. Veruit het grootste risico nu is een kernoorlog. Sommige landen beschikken over technologische middelen die een cataclysme kunnen veroorzaken dat kan leiden tot het uitsterven van onze soort. Het is onwaarschijnlijk dat het gebeurt, maar het risico is niet nul.De huidige situatie is vergelijkbaar met de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie. Alleen waren dat nog vrij rationele tegenstanders, die de risico's begrepen. Vandaag zitten we met landen als China, Pakistan en Noord-Korea, die de bom hebben en veel minder rationeel zijn. Tegelijkertijd brokkelt het kader van internationale conventies om een kernoorlog te vermijden af. Dat is verontrustend. Het grootste risico op een ernstig nieuw conflict ligt volgens mij vandaag bij India en Pakistan, twee buurlanden die ook kernmachten zijn. Kan China de VS militair aan? Gillespie: Niet in een conventionele oorlog, wel nucleair. Een probleem vandaag is ook dat de technologie snel verandert en dat de internationale juridische conventies nog gemaakt zijn voor wapens van de vorige eeuw. We hebben geen enkel raamwerk voor controle op drones, bijvoorbeeld. De juridische wereld loopt mijlenver achter op de technologische. Er zijn wel meer sectoren waarin de maatschappij achterloopt op technologische ontwikkelen. Denk maar aan de genetica. Gillespie: We zijn zelden goed voorbereid. We wachten altijd tot de geest uit de fles is en er een ramp gebeurt. Nu, ik denk niet dat mensen inherent oorlogszuchtig zijn. Als je naar een kleuter kijkt, kun je niet voorspellen hoe hij zal evolueren, maar ik denk niet dat een kind gemaakt is om later oorlog te voeren. Niet iedereen zal het met u eens zijn. Gillespie:(glimlacht) Zelfs de geschiedenis spreekt me op dat punt tegen. U gelooft in de inherente goedheid van de mens? Gillespie: Je moet wel. Als je louter focust op het negatieve is de wereld niet zo'n aangename plek om te leven. U was voor Nieuw-Zeeland lid van de Internationale Walvis Commissie (IWC). Had dat met uw Greenpeaceperiode te maken? Gillespie: Nee, ik vond dat ik als milieujurist concrete dingen moest doen om iets terug te geven aan de maatschappij die mijn studie mogelijk had gemaakt. Ik wilde niet het luxeleventje van de klassieke academicus leiden. Zo kwam ik als diplomaat in de IWC terecht. Ik volg het nog altijd van een afstand. Het is jammer dat Japan onlangs uit de IWC is gestapt. Het is het zoveelste land dat geen rekening meer wil houden met internationale regelgeving. Dat is verontrustend. We moeten nu meer dan ooit multilateraal denken. Niet langer de harpoen maar de klimaatverandering en de vervuiling met microplastics zijn vandaag de grootste bedreiging. Ik vond het trouwens fantastisch hoe België zich voor de walvissen heeft ingespannen. België heeft geen walvisvangst, dan is het gemakkelijk. Gillespie: Jullie houding ten opzichte van de natuur is speciaal. Jullie leven in zo'n druk en dichtbebouwd land en toch hechten veel Belgen belang aan de natuur en leveren ze fantastisch werk voor lokale reservaatjes. Dat is bewonderenswaardig. U gaf in het kader van uw Francqui-leerstoel ook een lezing over zoet water. Gillespie: Hier in Europa vinden we het normaal dat er overal drinkbaar water is, maar elders is dat niet het geval. We hebben aangetoond dat de waterkwaliteit snel verbeterd kan worden. Het water in België is véél schoner dan een eeuw geleden. Met de juiste technologie kun je veel verwezenlijken. Maar nu krijgen we nieuwe polluenten die minder gemakkelijk te beheersen zullen zijn: nutriënten afkomstig van grootschalige veeteelt. Is dat op te lossen? Gillespie: Natuurlijk, maar dat impliceert dat mensen hun gedrag zullen moeten aanpassen: het vleesverbruik moet omlaag. Tot slot: hoe kijkt u als milieujurist aan tegen de terugkeer van de wolf in België? Gillespie: Dat is voor mij vooral een filosofische kwestie. Het hangt ervan af hoe je tegen de natuur aankijkt en of je bereid bent samen te leven met schepsels die geen natuurlijke vrienden zijn. Wij hebben in Nieuw-Zeeland iets vergelijkbaars met haaien. Ik ben een fervent surfer, maar als ik een haaienvin naast mijn plank zie opduiken, blijf ik dat beangstigend vinden. Toch wil ik de haaien niet dood. Je kunt een ecosysteem niet zuiveren van alles wat een bedreiging zou kunnen zijn, of gewoon van alles wat je niet leuk vindt. Zo werkt het niet.