De Vlaamse regering wil een test invoeren om te controleren of kleuters voldoende Nederlands kunnen voor ze naar het lager onderwijs gaan. Als hun kennis onvoldoende is, wil onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) hen extra lessen laten volgen. 'Als je merkt dat een kind onvoldoende Nederlands kent, laat het dan een taalbadklas of taalbadjaar volgen', zei hij eerder deze week.

In het Vlaams Parlement wezen verschillende oppositiepartijen er woensdag op dat er weinig wetenschappelijk bewijs is voor het nut van dergelijke maatregelen. 'Van gesegregeerde taalbadklassen is wetenschappelijk aangetoond dat ze niet werken', zei Elisabeth Meuleman van Groen. 'Leerlingen met een taalachterstand in een aparte klas stoppen, kan er net voor zorgen dat ze een schoolachterstand oplopen in vergelijking met hun medeleerlingen', zei Kim De Witte van PVDA. Hannelore Goeman van SP.A wees erop dat ook de screening zelf niet evident is, omdat vijfjarigen niet op elk moment gelijkmatig presteren.

Maar ook bij de meerderheidspartijen werd terughoudend gereageerd. 'Wij passen voor een test die als resultaat enkel 'geslaagd' of 'niet geslaagd' kan hebben', zei Loes Vandromme van CD&V. 'Het is belangrijk dat er na de screening een taaltraject op maat wordt ontwikkeld.'

'De test moet een oriëntering zijn, en geen toegangsexamen', zei Sihame El Kaouakibi van Open VLD. 'Wij geloven niet in aparte taalklassen. Het is niet bewezen dat een taalbadjaar positieve effecten met zich meebrengt. Als we kinderen samen zetten, dan gaan ze zich ook anders voelen en worden ze anders. Dat is het laatste wat we moeten doen. Laat het ons wetenschappelijk bekijken.'

Volgens Koen Daniëls van N-VA is er voor elk wetenschappelijk onderzoek met negatieve resultaten rond taalbaden één te vinden met positieve resultaten. 'In de praktijk van vandaag zijn de resultaten niet goed', zei El Kaouakibi stellig.

Vlaams Belang was wel positief over het initiatief. 'Kinderen die geen Nederlands spreken laten deelnemen aan de gewone lessen is funest voor het onderwijsniveau', zei Roosmarijn Beckers. 'Daarom is er nood aan een taalscreening, waarna dergelijke kinderen moeten worden ondergebracht in aparte taalbadklassen.'

Ben Weyts gaf pas helemaal aan het einde van het debat verduidelijking over zijn plannen. 'De taalscreening moet een goed beeld geven waar het kind staat en signaleren als er een probleem is. Daar moeten we vervolgens naar handelen. Er moet een bindend gevolg zijn op maat van het kind. Dat wil zeggen dat het kind bij een beperkte achterstand wordt ondergedompeld in de klas zelf, idealiter in een klas met Nederlandstalige kinderen. Dertig jaar geleden was dat geen probleem, maar dat is vandaag de realiteit niet meer. Desnoods zijn er dus ook taalbladklassen nodig, maar wel op maat. Voor twee à drie maanden, tot een jaar. Het zal duren tot zo lang het nodig is om de toekomst van het kind niet te hypothekeren.'

Weyts voegde er aan toe dat er voor volgend jaar 3 miljoen euro extra is uitgetrokken voor het taalbeleid. Het jaar daarna is dat 12 miljoen en tegen het einde van de legislatuur 20 miljoen per jaar.