Over de verengelsing van het hoger onderwijs is veel inkt gevloeid. We weten inmiddels dat aan universiteiten in Nederland, veruit de koploper in Europa, de keuze voor het Engels in bachelor- en masteropleidingen helemaal is doorgeschoten. Het Engels van vele universitaire docenten in Nederland en Vlaanderen schiet wellicht tekort om op (taalkundig) hoogstaand niveau excellent onderzoek te vertalen naar studenten. Engelse taalvaardigheid is soms ontoereikend: het academisch onderwijs in een andere taal dan de moedertaal is veeleisend en ondergaat een nivellering. Annette de Groot, emeritus hoogleraar Taalpsychologie (Universiteit van Amsterdam), heeft dit afdoende aangetoond.

Wetenschap en onderwijs: globalisering is niet hetzelfde als verengelsing.

Aan Vlaamse universiteiten, waar de toestand niet zo schrijnend is in vergelijking met bepaalde universiteiten in Nederland, is alertheid geboden. Hoewel het Vlaams decreet bepaalt dat maximum 6% van de opleidingen in de professionele en academische bachelors en 35% in de masters in het Engels kunnen worden gegeven, zijn we daar nog een flink stuk van verwijderd. In 2017-2018 was aan Vlaamse universiteiten 3,11 procent (bachelors) en 23,63% (masters) anderstalig. Aan de keuze voor eentalige Engelse bachelor- en masterstudies zijn in Vlaanderen trouwens stringente voorwaarden gekoppeld, zoals de aanwezigheid van een Nederlandstalig equivalent in de Vlaamse Gemeenschap, goedkeuring door de Commissie Hoger Onderwijs en finaal van de Vlaamse regering. De keuze voor een andere taal moet "functioneel" zijn in de opleiding en "meerwaarde" inhouden voor de student (Van Splunder & Engelen 2018).

Naast Engels méér meertaligheid

Engels is vandaag de lingua franca van het wetenschapsgesprek. Wie het onderzoek internationaal op de kaart wil zetten, kiest om evidente redenen voor het Engels. De keuze voor Engels als onderwijstaal aan hogescholen en universiteiten is een ander paar mouwen. Er zijn studierichtingen, zoals ingenieurswetenschappen of een opleiding bio-ingenieur, waar het evident is hiervoor te kiezen. In de sociale en humane wetenschappen regeert bij voorkeur de meertaligheid. Bronnen waarop inzichten in de geesteswetenschappen zijn gebaseerd, worden in méér talen dan uitsluitend in het Engels gepresenteerd. Niet alle geschiedkundige, filosofische of letterkundige onderzoeksbevindingen zijn in artikelen beschikbaar waarvoor het Engels de enige toegangsweg is. Wie met louter anglofone bril leest, is bijziend. Wij kijken nog altijd vreemd op wanneer Franse, Italiaanse of Duitse filosofen historici en literatuurwetenschappers niet in de brontaal maar in een (slechte) Engelse vertaling worden geciteerd. De vertaalslag gaat veelal voorbij aan nuances. De vertaling is een interpretatie van het origineel. Vermeld dan ten minste de vertaler wanneer Roland Barthes, Walter Benjamin, Giorgio Agamben of Patrick Boucheron in het Engels worden aangehaald.

Anglicistisch monologisch discours

Wat meer stuitend is, zeker in de sociale en humane wetenschappen, is de keuze voor methodologieën en onderzoekkaders die vrijwel zonder uitzondering op Anglo-Amerikaanse leest zijn geschoeid. De grootste gemene deler van onderzoeksaanvragen is Engels-georiënteerd. Doctoraatsonderzoekers, wetenschappelijke kredietinstellingen en Doctoral Schools ("Arts, Humanities and Law") richten zich op wetenschappelijke literatuurlijsten, theoretische inzichten en vakdisciplines die aan Engelstalige universiteiten tot de "hot spots" behoren. FWO-Vlaanderen communiceert doorgaans eentalig in het Engels. Aan Nederlandse en Belgische universiteiten wordt, op specifieke uitzonderingen na (talenstudies bijvoorbeeld), het onderzoek niet meer bepaald, laat staan geïnspireerd, door anderstalige studies. Er treedt een algehele anglificering op van studiegebieden. Wat aan prestigieuze Angelsaskische academische instituten wordt voorgeschreven, echoot in universitair onderzoek dat hier wordt ondernomen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Wat vooral zorgen baart, is dat een stilzwijgende consensus regeert over het parcours dat het geesteswetenschappelijk onderzoek dient te volgen.

Engels mag de internationale wetenschapstaal zijn - laat daarover vandaag geen misverstand bestaan - ook onderzoek in het Nederlands en bij uitbreiding in het Frans, Duits, Italiaans of Spaans verdient aandacht. Het wetenschappelijk vizier is gebaat bij een transnationale en meertalige kijk op vakgebieden, niet de geanglificeerde kijk die in vele gevallen een tunnelvisie is. Ook in andere taalgebieden, aan Europese universiteiten, wordt methodologisch en theoretisch vernieuwend onderzoek verricht dat aan het blikveld van universitaire onderzoekers in het Nederlandse taalgebied steeds meer ontsnapt.

Kritiekloze keuze

We pleiten ervoor in het veelzijdige vakgebied van de geesteswetenschappen de focus veeltalig en interdisciplinair te houden. Dossiers van jonge onderzoekers, al dan niet met doctorstitel op zak, vertonen eenzelfde karaktertrek. Ze zijn meestal schatplichtig aan wat in de Engelstalige wetenschapswereld en door commerciële bedrijven als handelswaar wordt verspreid. De meertalige achtergrond van studenten aan Europese universiteiten, beslist in de Lage Landen, verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer voor aanstellingen en bevorderingen moet worden "gescoord". Dan kiest men resoluut en wat ons betreft nogal kritiekloos voor het Anglo-Amerikaans model (hoe verscheiden ook), zonder veel interesse voor wat op hetzelfde terrein gebeurt in meer taal- en cultuurgebieden. Kredietinstellingen en onderzoeksfondsen stellen hier ten onrechte geen vragen meer. Globalisering is niet hetzelfde als verengelsing, noch wat de keuze voor een wetenschapstaal betreft noch voor het wetenschapsdomein.

Pierre Schoentjes is hoogleraar Franse literatuur aan de UGent.

Yves T'Sjoen is hoogleraar Nederlandse literatuur aan de UGent.

Over de verengelsing van het hoger onderwijs is veel inkt gevloeid. We weten inmiddels dat aan universiteiten in Nederland, veruit de koploper in Europa, de keuze voor het Engels in bachelor- en masteropleidingen helemaal is doorgeschoten. Het Engels van vele universitaire docenten in Nederland en Vlaanderen schiet wellicht tekort om op (taalkundig) hoogstaand niveau excellent onderzoek te vertalen naar studenten. Engelse taalvaardigheid is soms ontoereikend: het academisch onderwijs in een andere taal dan de moedertaal is veeleisend en ondergaat een nivellering. Annette de Groot, emeritus hoogleraar Taalpsychologie (Universiteit van Amsterdam), heeft dit afdoende aangetoond. Aan Vlaamse universiteiten, waar de toestand niet zo schrijnend is in vergelijking met bepaalde universiteiten in Nederland, is alertheid geboden. Hoewel het Vlaams decreet bepaalt dat maximum 6% van de opleidingen in de professionele en academische bachelors en 35% in de masters in het Engels kunnen worden gegeven, zijn we daar nog een flink stuk van verwijderd. In 2017-2018 was aan Vlaamse universiteiten 3,11 procent (bachelors) en 23,63% (masters) anderstalig. Aan de keuze voor eentalige Engelse bachelor- en masterstudies zijn in Vlaanderen trouwens stringente voorwaarden gekoppeld, zoals de aanwezigheid van een Nederlandstalig equivalent in de Vlaamse Gemeenschap, goedkeuring door de Commissie Hoger Onderwijs en finaal van de Vlaamse regering. De keuze voor een andere taal moet "functioneel" zijn in de opleiding en "meerwaarde" inhouden voor de student (Van Splunder & Engelen 2018).Engels is vandaag de lingua franca van het wetenschapsgesprek. Wie het onderzoek internationaal op de kaart wil zetten, kiest om evidente redenen voor het Engels. De keuze voor Engels als onderwijstaal aan hogescholen en universiteiten is een ander paar mouwen. Er zijn studierichtingen, zoals ingenieurswetenschappen of een opleiding bio-ingenieur, waar het evident is hiervoor te kiezen. In de sociale en humane wetenschappen regeert bij voorkeur de meertaligheid. Bronnen waarop inzichten in de geesteswetenschappen zijn gebaseerd, worden in méér talen dan uitsluitend in het Engels gepresenteerd. Niet alle geschiedkundige, filosofische of letterkundige onderzoeksbevindingen zijn in artikelen beschikbaar waarvoor het Engels de enige toegangsweg is. Wie met louter anglofone bril leest, is bijziend. Wij kijken nog altijd vreemd op wanneer Franse, Italiaanse of Duitse filosofen historici en literatuurwetenschappers niet in de brontaal maar in een (slechte) Engelse vertaling worden geciteerd. De vertaalslag gaat veelal voorbij aan nuances. De vertaling is een interpretatie van het origineel. Vermeld dan ten minste de vertaler wanneer Roland Barthes, Walter Benjamin, Giorgio Agamben of Patrick Boucheron in het Engels worden aangehaald.Wat meer stuitend is, zeker in de sociale en humane wetenschappen, is de keuze voor methodologieën en onderzoekkaders die vrijwel zonder uitzondering op Anglo-Amerikaanse leest zijn geschoeid. De grootste gemene deler van onderzoeksaanvragen is Engels-georiënteerd. Doctoraatsonderzoekers, wetenschappelijke kredietinstellingen en Doctoral Schools ("Arts, Humanities and Law") richten zich op wetenschappelijke literatuurlijsten, theoretische inzichten en vakdisciplines die aan Engelstalige universiteiten tot de "hot spots" behoren. FWO-Vlaanderen communiceert doorgaans eentalig in het Engels. Aan Nederlandse en Belgische universiteiten wordt, op specifieke uitzonderingen na (talenstudies bijvoorbeeld), het onderzoek niet meer bepaald, laat staan geïnspireerd, door anderstalige studies. Er treedt een algehele anglificering op van studiegebieden. Wat aan prestigieuze Angelsaskische academische instituten wordt voorgeschreven, echoot in universitair onderzoek dat hier wordt ondernomen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Wat vooral zorgen baart, is dat een stilzwijgende consensus regeert over het parcours dat het geesteswetenschappelijk onderzoek dient te volgen. Engels mag de internationale wetenschapstaal zijn - laat daarover vandaag geen misverstand bestaan - ook onderzoek in het Nederlands en bij uitbreiding in het Frans, Duits, Italiaans of Spaans verdient aandacht. Het wetenschappelijk vizier is gebaat bij een transnationale en meertalige kijk op vakgebieden, niet de geanglificeerde kijk die in vele gevallen een tunnelvisie is. Ook in andere taalgebieden, aan Europese universiteiten, wordt methodologisch en theoretisch vernieuwend onderzoek verricht dat aan het blikveld van universitaire onderzoekers in het Nederlandse taalgebied steeds meer ontsnapt.We pleiten ervoor in het veelzijdige vakgebied van de geesteswetenschappen de focus veeltalig en interdisciplinair te houden. Dossiers van jonge onderzoekers, al dan niet met doctorstitel op zak, vertonen eenzelfde karaktertrek. Ze zijn meestal schatplichtig aan wat in de Engelstalige wetenschapswereld en door commerciële bedrijven als handelswaar wordt verspreid. De meertalige achtergrond van studenten aan Europese universiteiten, beslist in de Lage Landen, verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer voor aanstellingen en bevorderingen moet worden "gescoord". Dan kiest men resoluut en wat ons betreft nogal kritiekloos voor het Anglo-Amerikaans model (hoe verscheiden ook), zonder veel interesse voor wat op hetzelfde terrein gebeurt in meer taal- en cultuurgebieden. Kredietinstellingen en onderzoeksfondsen stellen hier ten onrechte geen vragen meer. Globalisering is niet hetzelfde als verengelsing, noch wat de keuze voor een wetenschapstaal betreft noch voor het wetenschapsdomein.Pierre Schoentjes is hoogleraar Franse literatuur aan de UGent.Yves T'Sjoen is hoogleraar Nederlandse literatuur aan de UGent.