Onder impuls van duizenden jongeren wordt 'het klimaat' een belangrijk thema bij de verkiezingen in mei. En maar goed ook. Iedere partij wordt genoodzaakt om met een heldere visie te komen over de ecologische transitie die ons land te wachten staat. Zo ook de N-VA. De partijvoorzitter ontpopte zich ondertussen tot optimist en met een belangrijke rol voor kernenergie binnen hun ecorealisme gaan ze het klimaatdebat aan. Afgelopen zaterdag verzamelden ze zelfs in Gent om er één van hun vier V-dagen aan te wijden.

Centrale gast op de studiedag was Michael Shellenberger, een Amerikaan met een ver verleden in de milieubeweging die zich op een dag heeft bekeerd tot de nucleaire sector. Samen met andere ecomodernisten ('ecorealisten' klinkt beter in het Vlaams) gelooft hij in kernenergie als oplossing voor het klimaatprobleem.

Ikzelf ben tegen kernenergie en de ideeën van N-VA kunnen me moeilijk bekoren. Tegenstellingen zijn er om overbrugd te worden en daarom besloot ik om zelf ook eens te gaan luisteren.

Welke visie op een ecologische transitie biedt het 'ecorealisme' eigenlijk?

De energieproductie moet volgens de N-VA duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar zijn. Waardevolle uitgangspunten maar de belangrijke rol voor kernenergie in onze energiemix kon me toch niet overtuigen. Michael Shellenberger pleitte voor 'maar' drie nieuwe kernreactoren om CO2 neutraal te worden in onze elektriciteitsproductie. Ook in de brochure van het ecorealisme die werd uitgedeeld, staat te lezen dat een nieuwe kerncentrale bespreekbaar is indien economisch rendabel. Ik zou het kunnen hebben over de argumenten 'dat er niemand is gestorven bij de kernramp van Fukushima' of 'dat schildklierkanker gemakkelijk te genezen is' maar sta me toe toch bij de kern van de zaak te blijven: biedt nucleaire energie in België een ecologische en realistische oplossing voor het klimaatprobleem?

Een belangrijk argument van de ecorealisten is dat het sluiten van kerncentrales tot meer CO2 leidt waardoor we onze klimaatdoelstellingen niet zouden halen. Intuïtief klinkt dit heel aannemelijk, de realiteit is anders. De Belgische energieproductie valt onder de regels van het 'EU Emission Trading Scheme'. Dit systeem legt een maximale globale hoeveelheid CO2 in Europa vast en creëert verhandelbare uitstootrechten. Een nieuwe gascentrale in België zorgt daardoor niet voor extra CO2, ze duwt wel een oude steenkoolcentrale die meer uitstootrechten moet betalen uit de markt. Door de maximale globale CO2 uitstoot in Europa vast te leggen en vervolgens stelselmatig te verlagen, vindt een geleidelijke en betaalbare transitie plaats. Onder dit systeem kunnen gascentrales als een overgangstechnologie worden beschouwd naar een volledig duurzame energieproductie. Pleiten voor kerncentrales omdat gascentrales de CO2 uitstoot doen toenemen klopt dus niet in een Europese context.

De ecorealisten pakken ook graag uit met verhalen over hoe innovatief het nucleair onderzoek wel niet is en welke wetenschappelijke sprongen er wel niet gemaakt kunnen worden. Het zal aan het vroege lenteweer liggen maar men lijkt te vergeten dat ons land kampt met een structureel probleem van elektriciteitsbevoorrading. Dit betekent eigenlijk dat de investeringen in nieuwe productiecapaciteit gisteren al moesten gebeuren. Hoe wetenschappelijk interessant ook, onzekere projecten qua uitkomst en financiering van een operationele MYRRHA-reactor tegen 2033, thoriuminstallaties tegen 2035 of andere kerncentrales van de vierde generatie tegen 2050 zijn in onze Belgische context gewoon niet aan de orde. De realiteit vraagt om oplossingen waar we vandaag kunnen aan beginnen.

De ecorealisten zetten hun goedkope nucleaire energie ook graag af tegen de overgesubsidieerde groene energie. Dit verhaaltje is volledig achterhaald. Recente studies tonen aan dat kernenergie de duurste vorm van energie is geworden, windenergie de goedkoopste. De economische realiteit toont dit ook aan. De privésector is niet langer bereid om te investeren in kernenergie. De nieuwe generatie reactoren die worden gebouwd in Frankrijk, Finland en Groot-Brittannië kosten een veelvoud van wat was begroot. Zelfs met grote financiële inspanningen van de Britse overheid trekken Toshiba en Hitachi zich terug uit de nucleaire projecten. Bovendien is er geen kat die weet wat de berging van het nucleair afval zal kosten en er is ook geen ezel zo dom te vinden die de kerncentrales wil verzekeren.

Hoe langer we uitstellen en dichter bij 2050 komen, hoe moeilijker het wordt om nog een rendabel businessmodel te vinden voor de gascentrales die er dan toch moeten komen.

Tenzij het ecorealisme is uitgevonden door de communicatie- en niet de studiedienst hebben ze bij N-VA de analyse hierboven ook al gemaakt. Wat blijft er dan nog over? De ecorealisten gaan het klimaat redden door twee van onze kernreactoren 10 jaar langer open te houden. Laten we wel wezen, dit is geen heldere visie op een ecologische transitie, het is business as usual. Er wordt al 15 jaar geleuterd over de nucleaire uitstapkalender met alle gevolgen van dien. Hoe langer we uitstellen en dichter bij 2050 komen, hoe moeilijker het wordt om nog een rendabel businessmodel te vinden voor de gascentrales die er dan toch moeten komen. Bovendien dreigen onze beperkt flexibele kerncentrales meer en meer te botsen met het volatiele karakter van wind en zon. Dit komt verdere investeringen in hernieuwbare energie helemaal niet ten goede.

Na alle forse uitspraken over kernenergie is de balans van het ecorealisme vrij teleurstellend. Het argument van meer CO2 door kerncentrales te sluiten, gaat niet op in een Europese context. Op vandaag heeft ons Belgisch elektriciteitssysteem niets aan de onzekere nucleaire doorbraken. Als ze er al komen, is het nog tientallen jaren wachten. Bovendien is kernenergie de enige technologie die duurder wordt, andere energiebronnen worden enkel goedkoper. Als zwaktebod dan opnieuw wat schuiven in de nucleaire uitstapkalender fnuikt haalbare investeringen in ons energielandschap. Welke visie op een ecologische transitie biedt het ecorealisme dan eigenlijk?