Het was maandag 12 juli, de dag na onze Vlaamse feestdag. Ik zal het niet snel vergeten. De experten van de Vlaamse Milieumaatschappij meldden me dat er neerslag op komst was. Veel neerslag. Ongezien veel neerslag, tot 100 liter water per vierkante meter of meer, wat ongetwijfeld tot wateroverlast zou leiden.

Op de vraag of ze er zeker van waren, klonk het vastberaden: ja. Meteen bewezen ze de meerwaarde van de Vlaamse voorspellingstools voor onbevaarbare waterlopen. Het was toen nog even afwachten waar precies die neerslag ging vallen - de rekenmodellen zeiden op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië - maar het lijstje gemeenten dat ik die maandag ontving, bleek achteraf gezien erg accuraat.

Ik ben heel dankbaar dat we in Vlaanderen over enorm veel experten en knowhow beschikken zodat er voor de weersomstandigheden en hun gevolgen voorspellingen zijn waarop we kunnen vertrouwen. Zo konden we alvast preventief de crisisdiensten van de Vlaamse gouverneurs en de federale crisisdiensten verwittigen, twee tot drie dagen op voorhand. Op die manier konden voorbereidingen getroffen worden in de mate van het mogelijke, aangezien tegen de grillen van Moeder Natuur natuurlijk niet alles mogelijk is.

Hadden we die voorspellingen evenwel niet gehad, dan zou het drama veel groter zijn geweest in Vlaanderen. Ik kan elke regio dan ook aanraden te investeren op dergelijke wetenschappelijke tools als aanvulling op de veel minder fijnmazige Europese waarschuwingssystemen.

De tijdige voorspellingen lieten toe verschillende stappen te ondernemen. Van de controle van de infrastructuur zoals dijken en pompstations, over het verwijderen van planten en andere obstakels uit de waterloop om maximaal ruimte voor water te creëren, tot het maximaal leeglaten van de wachtbekkens, die nog gedeeltelijk gevuld waren door andere neerslagevents van de voorbije weken. Alle kleine beetjes helpen, zo zou later blijken.

In tegenstelling tot de regen van vorige week, komt de gebeurtenis als dusdanig niet uit de lucht gevallen. Vorig jaar de aanhoudende droogte, nu het andere extreem. De droogteproblematiek en de wateroverlast zijn keerzijden van dezelfde medaille. De klimaatverandering speelt ons serieus parten.

We zullen moeten investeren in klimaatadaptatie: terug ruimte aan water geven.

Daarom ook dat ons beleid van het bestrijden van beide extremen een prioriteit maakt. Onze waterbeleidsnota, de Blue Deal, het plan Vlaamse Veerkracht: allen nemen ze die investeringen als prioriteit. Want, we moeten de vinger op de wonde leggen: we hebben als maatschappij het belang en het nut van groen en blauw in het verleden sterk miskend, ondergewaardeerd en verwaarloosd. Er is te veel nutteloze verharding, er is in het verleden te veel gebouwd in watergevoelige gebieden. Dat zet ons voor uitdagingen.

Studies tonen aan dat de schade per jaar door rivieroverstromingen in ons land door klimaatverandering zal oplopen tot 113 miljoen euro. Dat is maal drie ten aanzien van de voorbije 30 jaar. Dat wil twee dingen zeggen. Ja, er zijn inspanningen nodig om minder CO2 uit te stoten en het probleem niet nóg groter te maken. Grote inspanningen. Maar we zullen ons ook moeten aanpassen aan het gewijzigde en onomkeerbare klimaat met ambitieuze investeringen in klimaatadaptatie. De Vlaamse regering neemt beide handschoenen op.

Getuige daarvan is onze Blue Deal, de facto het eerste hoofdstuk van ons klimaatadaptatieplan. Een ongezien plan in de strijd tegen de extremen, met bijna een half miljard euro investeringen, waarvan de realisaties vandaag op het terrein al gebeuren.

Prioritair daarbij is het zorgen voor maximale waterberging, liefst buiten woongebieden. Een eerste weg daartoe werd eerder al ingeslagen door in heel Vlaanderen op strategische plaatsen wacht- en bufferbekkens aan te leggen met een capaciteit van bijna 30 miljard liter. Deze legislatuur investeren we daar bijkomend ongeveer 50 miljoen euro in op die locaties waar de nood het grootst is.

Maar de beste waterbuffer blijft onze natte natuur. De spijtige vaststelling is echter dat de voorbije 50 jaar 70 procent van onze natte natuur verdween in Vlaanderen. We moeten daarom, zeker in onze valleigebieden, terug ruimte aan water geven. De rivierherstelprojecten aan de Gemeenschappelijke Maas zijn het beste voorbeeld van het succes ervan. Daar waar we de vallei terug geven aan de rivier en de natuur, zorgen we voor waterveiligheid.

De beste waterbuffer blijft onze natte natuur.

Het is daarom dat we via het Sigmaplan ook investeren in de waterveiligheid rond de Demervallei. Door de zijtakken van de Demer als buffer te gebruiken, de Demer terug te laten meanderen, door het rivierbed te verruimen. En ja, soms noopt dat harde keuzes. Kijk naar het ruimtelijk uitvoeringsplan Demervallei waarbij we voor 1.000 ha ruimte voor water en groen zorgen, maar tegelijk ook afscheid moeten nemen van andere functies zoals wonen.

Dat de helft van onze Blue Deal-investeringen naar natte natuurprojecten en onze valleigebieden gaat, is allerminst toeval. De komende jaren zullen daarom grote en kleinere ingrepen gebeuren in de Vallei van de Kleine Nete, de Vallei van de Leie, de Itterbeekvallei, de Vallei van de Zwarte Beek, het gebied Wellemeersen in de Dendervallei, de Kalkense Meersen, noem maar op.

Altijd voor alle extreme regenval voldoende buffering voorzien, is niet evident. Ook de regenval van vorige week had wellicht niet opvangen kunnen worden met extra bufferbekkens. Buffers kunnen veel zaken voorkomen, maar ook niet alles.

Individuele beschermingsmaatregelen binnen het overstromingsgevoelig gebied zullen dus ook nodig zijn. Net zoals plaats maken voor water om te infiltreren in onze straten, pleinen, dorpen en steden via ontharding. Vele steden en gemeenten zijn al mee, maar nog te veel aarzelen om op die kar te springen. Laat de gebeurtenissen van vorige week voor hen kracht van verandering brengen.

Als Vlaamse regering zijn we in ieder geval vastberaden om dit najaar ons klimaatadaptatiebeleid naar een hoger niveau te tillen met een omvattend Vlaams klimaatadaptatieplan. Eentje dat net zoals de Blue Deal niet op de grote stapel papieren plannen zal belanden, maar ook tot concrete realisaties zal leiden. Omdat Vlaanderen dat veel meer nodig heeft dan een zoveelste papieren plan waarmee niets gebeurt.

Het was maandag 12 juli, de dag na onze Vlaamse feestdag. Ik zal het niet snel vergeten. De experten van de Vlaamse Milieumaatschappij meldden me dat er neerslag op komst was. Veel neerslag. Ongezien veel neerslag, tot 100 liter water per vierkante meter of meer, wat ongetwijfeld tot wateroverlast zou leiden. Op de vraag of ze er zeker van waren, klonk het vastberaden: ja. Meteen bewezen ze de meerwaarde van de Vlaamse voorspellingstools voor onbevaarbare waterlopen. Het was toen nog even afwachten waar precies die neerslag ging vallen - de rekenmodellen zeiden op de grens tussen Vlaanderen en Wallonië - maar het lijstje gemeenten dat ik die maandag ontving, bleek achteraf gezien erg accuraat.Ik ben heel dankbaar dat we in Vlaanderen over enorm veel experten en knowhow beschikken zodat er voor de weersomstandigheden en hun gevolgen voorspellingen zijn waarop we kunnen vertrouwen. Zo konden we alvast preventief de crisisdiensten van de Vlaamse gouverneurs en de federale crisisdiensten verwittigen, twee tot drie dagen op voorhand. Op die manier konden voorbereidingen getroffen worden in de mate van het mogelijke, aangezien tegen de grillen van Moeder Natuur natuurlijk niet alles mogelijk is. Hadden we die voorspellingen evenwel niet gehad, dan zou het drama veel groter zijn geweest in Vlaanderen. Ik kan elke regio dan ook aanraden te investeren op dergelijke wetenschappelijke tools als aanvulling op de veel minder fijnmazige Europese waarschuwingssystemen.De tijdige voorspellingen lieten toe verschillende stappen te ondernemen. Van de controle van de infrastructuur zoals dijken en pompstations, over het verwijderen van planten en andere obstakels uit de waterloop om maximaal ruimte voor water te creëren, tot het maximaal leeglaten van de wachtbekkens, die nog gedeeltelijk gevuld waren door andere neerslagevents van de voorbije weken. Alle kleine beetjes helpen, zo zou later blijken.In tegenstelling tot de regen van vorige week, komt de gebeurtenis als dusdanig niet uit de lucht gevallen. Vorig jaar de aanhoudende droogte, nu het andere extreem. De droogteproblematiek en de wateroverlast zijn keerzijden van dezelfde medaille. De klimaatverandering speelt ons serieus parten. Daarom ook dat ons beleid van het bestrijden van beide extremen een prioriteit maakt. Onze waterbeleidsnota, de Blue Deal, het plan Vlaamse Veerkracht: allen nemen ze die investeringen als prioriteit. Want, we moeten de vinger op de wonde leggen: we hebben als maatschappij het belang en het nut van groen en blauw in het verleden sterk miskend, ondergewaardeerd en verwaarloosd. Er is te veel nutteloze verharding, er is in het verleden te veel gebouwd in watergevoelige gebieden. Dat zet ons voor uitdagingen.Studies tonen aan dat de schade per jaar door rivieroverstromingen in ons land door klimaatverandering zal oplopen tot 113 miljoen euro. Dat is maal drie ten aanzien van de voorbije 30 jaar. Dat wil twee dingen zeggen. Ja, er zijn inspanningen nodig om minder CO2 uit te stoten en het probleem niet nóg groter te maken. Grote inspanningen. Maar we zullen ons ook moeten aanpassen aan het gewijzigde en onomkeerbare klimaat met ambitieuze investeringen in klimaatadaptatie. De Vlaamse regering neemt beide handschoenen op.Getuige daarvan is onze Blue Deal, de facto het eerste hoofdstuk van ons klimaatadaptatieplan. Een ongezien plan in de strijd tegen de extremen, met bijna een half miljard euro investeringen, waarvan de realisaties vandaag op het terrein al gebeuren. Prioritair daarbij is het zorgen voor maximale waterberging, liefst buiten woongebieden. Een eerste weg daartoe werd eerder al ingeslagen door in heel Vlaanderen op strategische plaatsen wacht- en bufferbekkens aan te leggen met een capaciteit van bijna 30 miljard liter. Deze legislatuur investeren we daar bijkomend ongeveer 50 miljoen euro in op die locaties waar de nood het grootst is. Maar de beste waterbuffer blijft onze natte natuur. De spijtige vaststelling is echter dat de voorbije 50 jaar 70 procent van onze natte natuur verdween in Vlaanderen. We moeten daarom, zeker in onze valleigebieden, terug ruimte aan water geven. De rivierherstelprojecten aan de Gemeenschappelijke Maas zijn het beste voorbeeld van het succes ervan. Daar waar we de vallei terug geven aan de rivier en de natuur, zorgen we voor waterveiligheid. Het is daarom dat we via het Sigmaplan ook investeren in de waterveiligheid rond de Demervallei. Door de zijtakken van de Demer als buffer te gebruiken, de Demer terug te laten meanderen, door het rivierbed te verruimen. En ja, soms noopt dat harde keuzes. Kijk naar het ruimtelijk uitvoeringsplan Demervallei waarbij we voor 1.000 ha ruimte voor water en groen zorgen, maar tegelijk ook afscheid moeten nemen van andere functies zoals wonen. Dat de helft van onze Blue Deal-investeringen naar natte natuurprojecten en onze valleigebieden gaat, is allerminst toeval. De komende jaren zullen daarom grote en kleinere ingrepen gebeuren in de Vallei van de Kleine Nete, de Vallei van de Leie, de Itterbeekvallei, de Vallei van de Zwarte Beek, het gebied Wellemeersen in de Dendervallei, de Kalkense Meersen, noem maar op.Altijd voor alle extreme regenval voldoende buffering voorzien, is niet evident. Ook de regenval van vorige week had wellicht niet opvangen kunnen worden met extra bufferbekkens. Buffers kunnen veel zaken voorkomen, maar ook niet alles. Individuele beschermingsmaatregelen binnen het overstromingsgevoelig gebied zullen dus ook nodig zijn. Net zoals plaats maken voor water om te infiltreren in onze straten, pleinen, dorpen en steden via ontharding. Vele steden en gemeenten zijn al mee, maar nog te veel aarzelen om op die kar te springen. Laat de gebeurtenissen van vorige week voor hen kracht van verandering brengen.Als Vlaamse regering zijn we in ieder geval vastberaden om dit najaar ons klimaatadaptatiebeleid naar een hoger niveau te tillen met een omvattend Vlaams klimaatadaptatieplan. Eentje dat net zoals de Blue Deal niet op de grote stapel papieren plannen zal belanden, maar ook tot concrete realisaties zal leiden. Omdat Vlaanderen dat veel meer nodig heeft dan een zoveelste papieren plan waarmee niets gebeurt.