Polarisering kleurt onze samenleving meer en meer. Klimaatactivisten tegen klimaatontkenners, gevaccineerden tegen antivaxers, autochtonen tegen inwijkelingen, zwart tegen wit, realistisch tegen woke. Elke groep verdedigt de eigen rechten en ideeën - dat is oké - maar ze doen dat meestal ten nadele van de andere en door de andere groep verdacht te maken, en die twee dingen zijn niet oké.

Die houding dreigt in de zorg te sluipen, en ook in de geestelijke gezondheidszorg. Moeten we nu vooral inzetten op crisiszorg of op chronische zorg? Op de beginnende, misschien (nog) lichtere problemen of op de ernstige psychiatrische problematiek (EPA)? Op kinderen en jongeren waar 50% van de psychische problematiek zich voor het eerst uit (75% zelfs als je jongeren tot 25 jaar rekent)? We zouden onterecht de cijfers negeren waarmee de Ouderenraad vorige week naar buiten kwam: één op de vijf 65-plussers heeft psychische problemen. Boven de 75 jaar is dat zelfs één op drie.

De nieuwe beleidsplannen over geestelijke gezondheidszorg zijn sterk gericht op jongeren. En dat is goed en dat is nodig. We hebben dat met z'n allen bepleit. En terecht.

We mogen de polarisering in de geestelijke gezondheidszorg niet aanvaarden.

Maar evengoed is de oproep van de Ouderenraad juist: ouderen komen als laatste in de rij en dat is niet correct. Zij hebben dezelfde noden als degenen die door de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid voor de hele bevolking beklemtoond worden. Zij hebben evenzeer recht op laagdrempelige, toegankelijke zorg; gespecialiseerde psychologische hulp op maat van ouderen en een grotere alertheid voor signalen van psychisch onwelzijn van ouderen. De werkgroep 'wachttijden' van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid beschrijft dit tekort.

Covid-19 en de coronamaatregelen hebben duidelijk gemaakt dat, zeker in de residentiële zorg, te makkelijk wordt voorbijgegaan aan het psychisch welzijn van de ouderen - nochtans het meest kwetsbaar voor het virus, en opgesloten en afgeschermd van hun geliefden. Terwijl hun jeugd ook al door een wereldoorlog getekend was.

Tekorten voor alle doelgroepen

Pleiten wij voor meer zorg voor ouderen en minder voor jongeren? Nee! En voor het omgekeerde pleiten we evenmin. Er zijn enorme tekorten aan capaciteit in de geestelijke gezondheidszorg voor álle doelgroepen. Voor andere zorgvormen zouden we die tegenstellingen nooit durven op te roepen: meer kankerzorg voor ouderen of meer voor jongeren? Werken aan de maagproblemen van jongeren of aan die van ouderen? Daar zouden we niet dulden dat grote groepen uit de boot vallen. Daarom mogen we die polarisering in de geestelijke gezondheidszorg ook niet aanvaarden.

De Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid heeft alle betrokkenen in de geestelijke gezondheidszorg samengebracht om te ijveren voor meer aandacht en meer middelen voor iederéén met psychische problemen. Het belang van de burger en zorggebruiker is ons gemeenschappelijk uitgangspunt. Noch de wachtlijsten voor ouderen, noch die voor jongeren, noch die voor de tussenleeftijden, noch die in de ambulante zorg, noch die in voorzieningen, noch de vroeg-gedetecteerde noden noch de ernstige aandoeningen mogen naar achteren geschoven worden.

Onderzoek toont aan dat de overgang van jongere naar volwassene een fase met verhoogde kwetsbaarheid is. Onze werkgroep 'transitie' werkt voor deze problematiek oplossingen uit. Maar vanuit dit perspectief zien we dat andere transities ook aanleiding geven tot extra kwetsbaarheid: van afstuderen naar werk, van residentiële naar ambulante zorg, van werk naar pensionering, van zelfstandig wonen naar een woonzorgcentrum.

Daarom steunen wij als Staten-Generaal ook de oproep van de ouderenraad om "psychisch welzijn op latere leeftijd de aandacht en de ondersteuning te bieden die het verdient".

Prof. dr. Frieda Matthys, voorzitter van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid.

Polarisering kleurt onze samenleving meer en meer. Klimaatactivisten tegen klimaatontkenners, gevaccineerden tegen antivaxers, autochtonen tegen inwijkelingen, zwart tegen wit, realistisch tegen woke. Elke groep verdedigt de eigen rechten en ideeën - dat is oké - maar ze doen dat meestal ten nadele van de andere en door de andere groep verdacht te maken, en die twee dingen zijn niet oké. Die houding dreigt in de zorg te sluipen, en ook in de geestelijke gezondheidszorg. Moeten we nu vooral inzetten op crisiszorg of op chronische zorg? Op de beginnende, misschien (nog) lichtere problemen of op de ernstige psychiatrische problematiek (EPA)? Op kinderen en jongeren waar 50% van de psychische problematiek zich voor het eerst uit (75% zelfs als je jongeren tot 25 jaar rekent)? We zouden onterecht de cijfers negeren waarmee de Ouderenraad vorige week naar buiten kwam: één op de vijf 65-plussers heeft psychische problemen. Boven de 75 jaar is dat zelfs één op drie. De nieuwe beleidsplannen over geestelijke gezondheidszorg zijn sterk gericht op jongeren. En dat is goed en dat is nodig. We hebben dat met z'n allen bepleit. En terecht. Maar evengoed is de oproep van de Ouderenraad juist: ouderen komen als laatste in de rij en dat is niet correct. Zij hebben dezelfde noden als degenen die door de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid voor de hele bevolking beklemtoond worden. Zij hebben evenzeer recht op laagdrempelige, toegankelijke zorg; gespecialiseerde psychologische hulp op maat van ouderen en een grotere alertheid voor signalen van psychisch onwelzijn van ouderen. De werkgroep 'wachttijden' van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid beschrijft dit tekort. Covid-19 en de coronamaatregelen hebben duidelijk gemaakt dat, zeker in de residentiële zorg, te makkelijk wordt voorbijgegaan aan het psychisch welzijn van de ouderen - nochtans het meest kwetsbaar voor het virus, en opgesloten en afgeschermd van hun geliefden. Terwijl hun jeugd ook al door een wereldoorlog getekend was.Tekorten voor alle doelgroepenPleiten wij voor meer zorg voor ouderen en minder voor jongeren? Nee! En voor het omgekeerde pleiten we evenmin. Er zijn enorme tekorten aan capaciteit in de geestelijke gezondheidszorg voor álle doelgroepen. Voor andere zorgvormen zouden we die tegenstellingen nooit durven op te roepen: meer kankerzorg voor ouderen of meer voor jongeren? Werken aan de maagproblemen van jongeren of aan die van ouderen? Daar zouden we niet dulden dat grote groepen uit de boot vallen. Daarom mogen we die polarisering in de geestelijke gezondheidszorg ook niet aanvaarden.De Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid heeft alle betrokkenen in de geestelijke gezondheidszorg samengebracht om te ijveren voor meer aandacht en meer middelen voor iederéén met psychische problemen. Het belang van de burger en zorggebruiker is ons gemeenschappelijk uitgangspunt. Noch de wachtlijsten voor ouderen, noch die voor jongeren, noch die voor de tussenleeftijden, noch die in de ambulante zorg, noch die in voorzieningen, noch de vroeg-gedetecteerde noden noch de ernstige aandoeningen mogen naar achteren geschoven worden. Onderzoek toont aan dat de overgang van jongere naar volwassene een fase met verhoogde kwetsbaarheid is. Onze werkgroep 'transitie' werkt voor deze problematiek oplossingen uit. Maar vanuit dit perspectief zien we dat andere transities ook aanleiding geven tot extra kwetsbaarheid: van afstuderen naar werk, van residentiële naar ambulante zorg, van werk naar pensionering, van zelfstandig wonen naar een woonzorgcentrum.Daarom steunen wij als Staten-Generaal ook de oproep van de ouderenraad om "psychisch welzijn op latere leeftijd de aandacht en de ondersteuning te bieden die het verdient".Prof. dr. Frieda Matthys, voorzitter van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid.