De coronacrisis legde ongenadig een aantal pijnpunten van ons Vlaamse onderwijs bloot. Hoewel de pandemie een echte zwarte zwaan was, bleek ons onderwijsstelsel niet gewapend om op korte tijd te reageren tegen en in te spelen op de nieuwe uitdaging. Scholen moesten halsoverkop op zoek naar laptops, schooldirecties krabden zich in de haren rond welk ICT platform er het beste was, veel leraren kregen voor het eerst een didactische bijscholing rond ICT op school, en namen door het ontbreken van goed digitaal lesmateriaal maar zelf gewoon hun lessen lineair op. Plots werd duidelijk dat de thuissituatie van leerlingen echt wel heel verschillend was, werd de doorlichting van scholen gestopt, en moesten leraren op zoek naar welke leerstof er nu cruciaal was als fundament voor de komende jaren.

Het plotse sluiten van de scholen mocht dan wel komen als een donderslag bij heldere hemel, de gevolgen ervan zijn zeker niet verrassend. Net zoals COVID-19 levensbedreigend is voor vooral de zwaksten in de samenleving, zo slaan de gevolgen van de COVID-19 schoolsluitingen harder toe bij de meest kwetsbare leerlingen en scholen. In onze analyses bij leerlingen op het einde van het zesde leerjaar vonden we grote leerachterstanden in juni 2020. Bovendien observeerden we een stijgende onderwijskloof zowel binnen als tussen scholen. De leerverliezen waren het grootst in scholen waar meer kansarme leerlingen school lopen, en scholen die reeds lagere testscores hadden in het vierde leerjaar. Daarnaast stellen we ook vast dat er zowel met kerst 2020 als in juni 2021 meer leerlingen geheroriënteerd worden naar andere richtingen. Dit doet vrezen voor meer zittenblijven, wat op zijn beurt de kans vergroot op vroegtijdige schooluitval.

Een 'Build-Back strategie'.

Onderzoek toont aan dat dergelijke leerverliezen kunnen accumuleren. Kennis is als een kapstok waar steeds nieuwe elementen worden aangehaakt. Als een van de poten van de kapstok te kort is, valt alle nieuwe kennis er terug af. We moeten op korte tijd maximaal deze leerverliezen proberen wegwerken. Initiatieven als zomerscholen, bijsprong, en focus op kernleerstof zijn dus meer dan nodig. Leraren moeten ook in de komende jaren leerlingen gericht naar deze initiatieven begeleiden. Enkel op die manier kunnen we er voor zorgen dat er geen sneeuwbal van verloren kennis, vaardigheden en attitudes ontstaat, en dat de schoolse carrière van jongeren niet de dupe wordt van het plotse sluiten van de scholen.

Een 'Build-better strategie'.

Maar er is meer. Hoewel de coronacrisis stevig drukte op de leerprestaties van onze leerlingen, komt ze bovenop een reeds jarenlange daling van de prestaties van ons onderwijs in zowel alle internationale vergelijkingen, een torenhoge kloof tussen kansarm en kansrijk en een stagnerend hoog niveau van vroegtijdig schoolverlaten. De gevolgen van de coronacrisis komen bovenop deze problemen, en versterken ze zelf.

We moeten de voorbije crisis aangrijpen om een brede en gedragen hervorming van ons onderwijs aan te gaan.

Nu de scholen vanaf september (hopelijk) terug in rustiger vaarwater terechtkomen, moeten we de voorbije crisis aangrijpen om een echte brede en gedragen hervorming van ons onderwijs aan te gaan. Net zoals het bakken van een taart moet deze 'Vlaamse Build-Back en Build-Better strategie' bestaan uit verschillende ingrediënten die vakkundig gemengd worden, rijzen overheen de tijd en waarbij een volgende kok niet zomaar bepaalde ingrediënten weghaalt. Er moet dus met meerderheid en oppositie, met onderwijsverstrekkers en vakbonden een breed gedragen consensus zijn over de strategie. Het is vandaag het momentum om deze strategie te ontwikkelen en uit te voeren.

Een strategie met zes werven.

De 'Vlaamse Build-Back en Build-Better strategie' kent minstens zes onderlinge verwante werven. De eerste werf vormt de digitalisering van ons onderwijs. Hierbij moet er blijvend geïnvesteerd worden in ICT hardware. De extra infrastructuur moet vooraf gegaan worden door een echt ICT beleid op scholen. Scholen moeten een visie hebben op ICT en daar ook door de Onderwijsinspectie intensief op gecontroleerd worden. ICT biedt bovendien de mogelijkheid om sterke schaalvoordelen in het onderwijs te realiseren.

Gegeven de hoge kosten van ons Vlaamse onderwijs, moeten we innoveren om het onderwijs efficiënter in te richten. Het centraal ontwikkelen van ICT gestuurd lesmateriaal biedt hiertoe mogelijkheden dankzij het adaptieve karakter (dus werken op het niveau van de leerlingen), gerichte feedback, mogelijkheid tot herhalen van instructie, en de schaalbaarheid van de uiteindelijke lespakketten. Niet elke leraar hoeft immers zo'n pakket te ontwikkelen, maar kan er wel mee aan de slag in zijn/haar klas.

Een tweede, gerelateerde werf is het beleidsvoerend vermogen van scholen vergroten. Hoewel Vlaamse scholen veel autonomie hebben, slagen niet alle scholen er in om deze beleidsruimte adequaat te gebruiken. Schooldirecties moeten meer aandacht kunnen schenken aan hun kerntaken zoals het ontwikkelen van een visie, sturen van de professionele ontwikkeling van leraren, feedback geven aan leraren, verdeling van verantwoordelijkheden, en stimuleren van samenwerkingen in het schoolteam. Op die manier zullen scholen uitdagingen en vernieuwingen beter kunnen opvangen.

Scholen hebben dan wel veel autonomie, ze moeten zich slechts sporadisch verantwoorden. De Vlaamse Onderwijsinspectie moet dan ook versterkt worden zodat ze scholen meer dan om de zes jaar kan inspecteren. Scholen die onvoldoende presteren moeten effectief ook gesloten worden, en de gevalideerde toetsen moet inspectie gebruiken om scholen gerichter te inspecteren.

Ten vierde moet de hoge ongelijkheid in ons onderwijs verminderd worden. In het Itinera boek 'De (her)vormende school' toonden we aan dat de kloof in leerprestaties tussen kansarm en kansrijk op 15-jarige leeftijd het equivalent bedraagt van drie schooljaren. Teveel jongeren haken reeds vroeg af van het onderwijs, omdat ze onvoldoende geloven in de kansen die het hen zal bieden. Op 15-jarige leeftijd deden 45% van de kansarme leerlingen al minstens een leerjaar over. Waar bijna 80% van de kansrijke leerlingen les volgt in het aso, is dit 22% bij de kansarme leerlingen. We moeten dus absoluut de waterval doorbreken, jongeren naar het juiste niveau begeleiden, en jongeren beter oriënteren zodat zittenblijven en vroegtijdige schooluitval de uitzondering wordt en niet meer de regel.

De kwaliteit van de leraar is cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs. In een vijfde werf moet er werk gemaakt worden van meer continue en doorgedreven professionele ontwikkeling van leraren, betere aanvangsbegeleiding voor startende leraren, een warmere overdracht tussen de initiële lerarenopleiding en het werkveld, jaarlijkse feedbackgesprekken met de schoolleiding, en het opzetten van leergemeenschappen waarin leraren over scholen heen samen kunnen werken aan lesmaterialen. In het lager onderwijs moeten 'masters basisonderwijs' hun weg kunnen vinden, zodat ze hun collega's met een bacheloropleiding zowel pedagogisch als vakinhoudelijk kunnen ondersteunen.

Tot slot moet het ten grave gedragen Steunpunt Onderwijsonderzoek terug worden opgericht. Ons onderwijs moet meer evidence-based worden waarbij initiatieven eerst kleinschalig worden getest, vooraleer ze grootschalig worden uitgerold. Een Steunpunt vormt een uitgelezen manier om over lange termijn aan multidisciplinair onderwijsonderzoek te doen, data te verzamelen en beleidsadviezen te formuleren.

De onderwijstanker.

Onderwijs wordt vaak vergeleken met een tanker. Dit klopt, maar volgens mij vooral omdat de stuurlui van een tanker een visie hebben over waar hij heen gaat, er niets en niemand onderweg van de tanker mag vallen, en al het personeel steeds up-to-date moet zijn in een steeds complexere infrastructuur. Een gestrande tanker leidt tot een cascade van economische gevolgen die op elk van ons een impact zal hebben. Het is vandaag het momentum om de lekkende onderwijstanker niet alleen op te lappen, maar ook koers te laten zetten naar een verbeterde ontginning van menselijk kapitaal, onze enige grondstof in Vlaanderen.

Kristof De Witte is Hoogleraar onderwijseconomie aan de KU Leuven en Visiting Fellow bij Itinera.

De coronacrisis legde ongenadig een aantal pijnpunten van ons Vlaamse onderwijs bloot. Hoewel de pandemie een echte zwarte zwaan was, bleek ons onderwijsstelsel niet gewapend om op korte tijd te reageren tegen en in te spelen op de nieuwe uitdaging. Scholen moesten halsoverkop op zoek naar laptops, schooldirecties krabden zich in de haren rond welk ICT platform er het beste was, veel leraren kregen voor het eerst een didactische bijscholing rond ICT op school, en namen door het ontbreken van goed digitaal lesmateriaal maar zelf gewoon hun lessen lineair op. Plots werd duidelijk dat de thuissituatie van leerlingen echt wel heel verschillend was, werd de doorlichting van scholen gestopt, en moesten leraren op zoek naar welke leerstof er nu cruciaal was als fundament voor de komende jaren.Het plotse sluiten van de scholen mocht dan wel komen als een donderslag bij heldere hemel, de gevolgen ervan zijn zeker niet verrassend. Net zoals COVID-19 levensbedreigend is voor vooral de zwaksten in de samenleving, zo slaan de gevolgen van de COVID-19 schoolsluitingen harder toe bij de meest kwetsbare leerlingen en scholen. In onze analyses bij leerlingen op het einde van het zesde leerjaar vonden we grote leerachterstanden in juni 2020. Bovendien observeerden we een stijgende onderwijskloof zowel binnen als tussen scholen. De leerverliezen waren het grootst in scholen waar meer kansarme leerlingen school lopen, en scholen die reeds lagere testscores hadden in het vierde leerjaar. Daarnaast stellen we ook vast dat er zowel met kerst 2020 als in juni 2021 meer leerlingen geheroriënteerd worden naar andere richtingen. Dit doet vrezen voor meer zittenblijven, wat op zijn beurt de kans vergroot op vroegtijdige schooluitval. Een 'Build-Back strategie'. Onderzoek toont aan dat dergelijke leerverliezen kunnen accumuleren. Kennis is als een kapstok waar steeds nieuwe elementen worden aangehaakt. Als een van de poten van de kapstok te kort is, valt alle nieuwe kennis er terug af. We moeten op korte tijd maximaal deze leerverliezen proberen wegwerken. Initiatieven als zomerscholen, bijsprong, en focus op kernleerstof zijn dus meer dan nodig. Leraren moeten ook in de komende jaren leerlingen gericht naar deze initiatieven begeleiden. Enkel op die manier kunnen we er voor zorgen dat er geen sneeuwbal van verloren kennis, vaardigheden en attitudes ontstaat, en dat de schoolse carrière van jongeren niet de dupe wordt van het plotse sluiten van de scholen. Een 'Build-better strategie'. Maar er is meer. Hoewel de coronacrisis stevig drukte op de leerprestaties van onze leerlingen, komt ze bovenop een reeds jarenlange daling van de prestaties van ons onderwijs in zowel alle internationale vergelijkingen, een torenhoge kloof tussen kansarm en kansrijk en een stagnerend hoog niveau van vroegtijdig schoolverlaten. De gevolgen van de coronacrisis komen bovenop deze problemen, en versterken ze zelf. Nu de scholen vanaf september (hopelijk) terug in rustiger vaarwater terechtkomen, moeten we de voorbije crisis aangrijpen om een echte brede en gedragen hervorming van ons onderwijs aan te gaan. Net zoals het bakken van een taart moet deze 'Vlaamse Build-Back en Build-Better strategie' bestaan uit verschillende ingrediënten die vakkundig gemengd worden, rijzen overheen de tijd en waarbij een volgende kok niet zomaar bepaalde ingrediënten weghaalt. Er moet dus met meerderheid en oppositie, met onderwijsverstrekkers en vakbonden een breed gedragen consensus zijn over de strategie. Het is vandaag het momentum om deze strategie te ontwikkelen en uit te voeren. Een strategie met zes werven. De 'Vlaamse Build-Back en Build-Better strategie' kent minstens zes onderlinge verwante werven. De eerste werf vormt de digitalisering van ons onderwijs. Hierbij moet er blijvend geïnvesteerd worden in ICT hardware. De extra infrastructuur moet vooraf gegaan worden door een echt ICT beleid op scholen. Scholen moeten een visie hebben op ICT en daar ook door de Onderwijsinspectie intensief op gecontroleerd worden. ICT biedt bovendien de mogelijkheid om sterke schaalvoordelen in het onderwijs te realiseren. Gegeven de hoge kosten van ons Vlaamse onderwijs, moeten we innoveren om het onderwijs efficiënter in te richten. Het centraal ontwikkelen van ICT gestuurd lesmateriaal biedt hiertoe mogelijkheden dankzij het adaptieve karakter (dus werken op het niveau van de leerlingen), gerichte feedback, mogelijkheid tot herhalen van instructie, en de schaalbaarheid van de uiteindelijke lespakketten. Niet elke leraar hoeft immers zo'n pakket te ontwikkelen, maar kan er wel mee aan de slag in zijn/haar klas. Een tweede, gerelateerde werf is het beleidsvoerend vermogen van scholen vergroten. Hoewel Vlaamse scholen veel autonomie hebben, slagen niet alle scholen er in om deze beleidsruimte adequaat te gebruiken. Schooldirecties moeten meer aandacht kunnen schenken aan hun kerntaken zoals het ontwikkelen van een visie, sturen van de professionele ontwikkeling van leraren, feedback geven aan leraren, verdeling van verantwoordelijkheden, en stimuleren van samenwerkingen in het schoolteam. Op die manier zullen scholen uitdagingen en vernieuwingen beter kunnen opvangen. Scholen hebben dan wel veel autonomie, ze moeten zich slechts sporadisch verantwoorden. De Vlaamse Onderwijsinspectie moet dan ook versterkt worden zodat ze scholen meer dan om de zes jaar kan inspecteren. Scholen die onvoldoende presteren moeten effectief ook gesloten worden, en de gevalideerde toetsen moet inspectie gebruiken om scholen gerichter te inspecteren. Ten vierde moet de hoge ongelijkheid in ons onderwijs verminderd worden. In het Itinera boek 'De (her)vormende school' toonden we aan dat de kloof in leerprestaties tussen kansarm en kansrijk op 15-jarige leeftijd het equivalent bedraagt van drie schooljaren. Teveel jongeren haken reeds vroeg af van het onderwijs, omdat ze onvoldoende geloven in de kansen die het hen zal bieden. Op 15-jarige leeftijd deden 45% van de kansarme leerlingen al minstens een leerjaar over. Waar bijna 80% van de kansrijke leerlingen les volgt in het aso, is dit 22% bij de kansarme leerlingen. We moeten dus absoluut de waterval doorbreken, jongeren naar het juiste niveau begeleiden, en jongeren beter oriënteren zodat zittenblijven en vroegtijdige schooluitval de uitzondering wordt en niet meer de regel. De kwaliteit van de leraar is cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs. In een vijfde werf moet er werk gemaakt worden van meer continue en doorgedreven professionele ontwikkeling van leraren, betere aanvangsbegeleiding voor startende leraren, een warmere overdracht tussen de initiële lerarenopleiding en het werkveld, jaarlijkse feedbackgesprekken met de schoolleiding, en het opzetten van leergemeenschappen waarin leraren over scholen heen samen kunnen werken aan lesmaterialen. In het lager onderwijs moeten 'masters basisonderwijs' hun weg kunnen vinden, zodat ze hun collega's met een bacheloropleiding zowel pedagogisch als vakinhoudelijk kunnen ondersteunen. Tot slot moet het ten grave gedragen Steunpunt Onderwijsonderzoek terug worden opgericht. Ons onderwijs moet meer evidence-based worden waarbij initiatieven eerst kleinschalig worden getest, vooraleer ze grootschalig worden uitgerold. Een Steunpunt vormt een uitgelezen manier om over lange termijn aan multidisciplinair onderwijsonderzoek te doen, data te verzamelen en beleidsadviezen te formuleren. De onderwijstanker. Onderwijs wordt vaak vergeleken met een tanker. Dit klopt, maar volgens mij vooral omdat de stuurlui van een tanker een visie hebben over waar hij heen gaat, er niets en niemand onderweg van de tanker mag vallen, en al het personeel steeds up-to-date moet zijn in een steeds complexere infrastructuur. Een gestrande tanker leidt tot een cascade van economische gevolgen die op elk van ons een impact zal hebben. Het is vandaag het momentum om de lekkende onderwijstanker niet alleen op te lappen, maar ook koers te laten zetten naar een verbeterde ontginning van menselijk kapitaal, onze enige grondstof in Vlaanderen. Kristof De Witte is Hoogleraar onderwijseconomie aan de KU Leuven en Visiting Fellow bij Itinera.