Het was een ondergesneeuwde passage tijdens de Septemberverklaring van de Vlaamse Regering, maar 170 duizend werknemers in de cultuursector slaakten ongetwijfeld een zucht van opluchting. Er komen geen nieuwe besparingen en er zal niet in hun sector gesnoeid worden. Meer zelfs, onze artiesten en de mensen die hun werk bij het publiek brengen werden expliciet bedankt voor wat ze het voorbije anderhalf jaar voor de samenleving hebben betekend. Als het culturele leven stilvalt, zijn de leegte en de stilte ondraaglijk. Gelukkig vond de creatiefste sector alternatieven om ons te blijven entertainen, hoe moeilijk dat vaak ook was. Ze verdienen alle steun die ze nodig hebben. Terecht, want onze kunstenaars en artiesten zitten al lang op hun tandvlees. Toch mag deze verklaring geen eindpunt zijn. We moeten lessen trekken uit de pandemie en ervoor zorgen dat de sector versterkt uit de crisis komt.

We moeten allemaal ministers van cultuur zijn.

Het risico dat we zouden vervallen in business as usual is niet onbestaande. De euforie onder de bevolking én binnen de sector is groot, want na maanden afwachten en repeteren kunnen we eindelijk weer fenomenale dingen zien op de Vlaamse podia. De heropening is een zucht van verlichting voor een samenleving die te lang verstoken bleef van vertier en ontspanning. Ze betekent de bevrijding van een internationaal gerenommeerde groep artiesten, technici en andere culturele medewerkers, die meer dan zes procent van onze arbeidsmarkt vertegenwoordigt. Wie zou niet gelukkig worden?

Toch mogen we niet verzaken vooruit te kijken. Zowel binnen de sector zelf als bij de overheid toonde de pandemie heel wat inefficiënties aan. Kunst en cultuur bleken pijnlijk vaak een vergeten groep te zijn. En vooral de individuele, zelfstandige artiesten vielen uit de boot. Hoewel iedereen getroffen werd door een financiële aderlating, kwam overheidssteun vaak niet terecht bij wie die het hardst nodig had. Gesubsidieerde en sterke organisaties kregen een helpende hand, individuele kunstenaars stond het water aan de lippen. Door een ingewikkeld en ontoereikend kunstenaarsstatuut, én door een gebrekkig overleg tussen het regionale en federale niveau - beide bevoegd - vielen heel wat mensen door de mazen van het net. Daar werd door de Vlaamse overheid een mouw aan gepast met het Noodfonds Cultuur, waarmee gepoogd werd de mazen te dichten. Maar, dit blijft een eenmalige operatie die niet voor een duurzaam vangnet zorgt. Federaal is men bezig met een hervorming van het statuut van de kunstenaar, waarbij alle spelers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, en samen voor oplossingen zorgen.

Er is nood aan een sectorbrede visie die niet alleen kan inspelen op de noden van een diverse groep artiesten, maar zich ook voorbereidt op een volgende crisis. Want vergis u niet, we hebben een kogel maar nipt ontweken. We waren niet voorbereid op de crisis, de braindrain van jong en minder jong talent uit de sector is immens, en de faillissementen vallen niet op twee handen te tellen. Nog enkele maanden sluiting, en het culturele veld was de klap van de crisis misschien nooit te boven gekomen. Dat risico mogen we nooit meer lopen.

Ten tweede is er ook voor de sector zelf werk aan de winkel. Het kunst- en cultuurveld is rijk en divers, maar ook versnipperd. In tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de horeca, heeft de sector geen duidelijke woordvoerder. Daarom moet ze werk maken van een eigen ambassadeur, een culturele evenknie van Horeca Vlaanderen-baas Matthias De Caluwe, die de belangen van de sector overal behartigt. Iemand die met respect voor de diverse noden van de verschillende groepen binnen de sector, toch een algemene lijn kan verdedigen bij de beleidsmakers.

Want als puntje bij paaltje komt, is dat het grootste probleem van de sector vandaag. De noodkreten worden onvoldoende gehoord, te weinig mensen springen écht in de bres om hen te verdedigen. Wie als een Mexicaans leger op het strijdtoneel verschijnt, zonder duidelijke aanvoerder, wint geen veldslagen. Het is niet evident om alle vertakkingen van kunst en cultuur onder één vlag te verenigen. Een schrijfster heeft andere besognes dan een rapper of een curator. Maar er zijn voldoende uitdagingen waar iedereen zich achter hetzelfde doel kan scharen: een performante doorstroming, een degelijk sociaal vangnet en een onbelemmerde mogelijkheid om events te organiseren bijvoorbeeld.

De kiemen hiervoor werden tijdens de crisis al gelegd. Kijk maar naar nieuwe samenwerkingen als de Artiestencoalitie of de Crisiscel Cultuur: met verenigde krachten van verschillende actoren binnen de brede cultuursector loodsten artiesten elkaar door de pandemie. Het is belangrijk dat we die koers aanhouden en professionaliseren, bijvoorbeeld met een Vlaamse Cultuurmeester die verschillende visies verenigt. En naast een minister van Cultuur, zou er ook een minister van Evenementen de bevoegdheid moeten hebben om mensen samen te brengen binnen het culturele leven.

Tot slot is er een belangrijke taak weggelegd voor ons, de mensen die cultuur consumeren. Bij het brede publiek leven enkele grote misverstanden die wij de wereld uit kunnen helpen. Kunst en cultuur zijn geen subsidieslurpers die een leven lang aan het staatsinfuus hangen, maar ondernemers waar enkelen af en toe een duwtje in de rug nodig hebben en daarna de economische motor van het land draaiende houden. Cultuur is geen elite-aangelegenheid voor de happy few, maar een ongelooflijk groot aanbod waar elk wat wils vindt. Kunstacademies zijn geen gemakkelijkheidsoplossing voor jongeren die niet willen studeren, maar intense kennisfabrieken die de toekomst van ons internationaal gerenommeerde cultuurveld verzekeren.

Politiek, de sector en het publiek moeten zich samen achter één doel scharen: de toekomst van de kunsten voorbereiden. We moeten allemaal die verantwoordelijkheid opnemen en een beetje minister van cultuur worden. We nemen allemaal al eens een boek vast, of zetten onze televisie aan, of gaan een avondje naar een podium. Vandaag nog moeten we actie ondernemen, om te garanderen dat dit in de toekomst nog zal kunnen.

Het was een ondergesneeuwde passage tijdens de Septemberverklaring van de Vlaamse Regering, maar 170 duizend werknemers in de cultuursector slaakten ongetwijfeld een zucht van opluchting. Er komen geen nieuwe besparingen en er zal niet in hun sector gesnoeid worden. Meer zelfs, onze artiesten en de mensen die hun werk bij het publiek brengen werden expliciet bedankt voor wat ze het voorbije anderhalf jaar voor de samenleving hebben betekend. Als het culturele leven stilvalt, zijn de leegte en de stilte ondraaglijk. Gelukkig vond de creatiefste sector alternatieven om ons te blijven entertainen, hoe moeilijk dat vaak ook was. Ze verdienen alle steun die ze nodig hebben. Terecht, want onze kunstenaars en artiesten zitten al lang op hun tandvlees. Toch mag deze verklaring geen eindpunt zijn. We moeten lessen trekken uit de pandemie en ervoor zorgen dat de sector versterkt uit de crisis komt. Het risico dat we zouden vervallen in business as usual is niet onbestaande. De euforie onder de bevolking én binnen de sector is groot, want na maanden afwachten en repeteren kunnen we eindelijk weer fenomenale dingen zien op de Vlaamse podia. De heropening is een zucht van verlichting voor een samenleving die te lang verstoken bleef van vertier en ontspanning. Ze betekent de bevrijding van een internationaal gerenommeerde groep artiesten, technici en andere culturele medewerkers, die meer dan zes procent van onze arbeidsmarkt vertegenwoordigt. Wie zou niet gelukkig worden?Toch mogen we niet verzaken vooruit te kijken. Zowel binnen de sector zelf als bij de overheid toonde de pandemie heel wat inefficiënties aan. Kunst en cultuur bleken pijnlijk vaak een vergeten groep te zijn. En vooral de individuele, zelfstandige artiesten vielen uit de boot. Hoewel iedereen getroffen werd door een financiële aderlating, kwam overheidssteun vaak niet terecht bij wie die het hardst nodig had. Gesubsidieerde en sterke organisaties kregen een helpende hand, individuele kunstenaars stond het water aan de lippen. Door een ingewikkeld en ontoereikend kunstenaarsstatuut, én door een gebrekkig overleg tussen het regionale en federale niveau - beide bevoegd - vielen heel wat mensen door de mazen van het net. Daar werd door de Vlaamse overheid een mouw aan gepast met het Noodfonds Cultuur, waarmee gepoogd werd de mazen te dichten. Maar, dit blijft een eenmalige operatie die niet voor een duurzaam vangnet zorgt. Federaal is men bezig met een hervorming van het statuut van de kunstenaar, waarbij alle spelers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, en samen voor oplossingen zorgen. Er is nood aan een sectorbrede visie die niet alleen kan inspelen op de noden van een diverse groep artiesten, maar zich ook voorbereidt op een volgende crisis. Want vergis u niet, we hebben een kogel maar nipt ontweken. We waren niet voorbereid op de crisis, de braindrain van jong en minder jong talent uit de sector is immens, en de faillissementen vallen niet op twee handen te tellen. Nog enkele maanden sluiting, en het culturele veld was de klap van de crisis misschien nooit te boven gekomen. Dat risico mogen we nooit meer lopen. Ten tweede is er ook voor de sector zelf werk aan de winkel. Het kunst- en cultuurveld is rijk en divers, maar ook versnipperd. In tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de horeca, heeft de sector geen duidelijke woordvoerder. Daarom moet ze werk maken van een eigen ambassadeur, een culturele evenknie van Horeca Vlaanderen-baas Matthias De Caluwe, die de belangen van de sector overal behartigt. Iemand die met respect voor de diverse noden van de verschillende groepen binnen de sector, toch een algemene lijn kan verdedigen bij de beleidsmakers. Want als puntje bij paaltje komt, is dat het grootste probleem van de sector vandaag. De noodkreten worden onvoldoende gehoord, te weinig mensen springen écht in de bres om hen te verdedigen. Wie als een Mexicaans leger op het strijdtoneel verschijnt, zonder duidelijke aanvoerder, wint geen veldslagen. Het is niet evident om alle vertakkingen van kunst en cultuur onder één vlag te verenigen. Een schrijfster heeft andere besognes dan een rapper of een curator. Maar er zijn voldoende uitdagingen waar iedereen zich achter hetzelfde doel kan scharen: een performante doorstroming, een degelijk sociaal vangnet en een onbelemmerde mogelijkheid om events te organiseren bijvoorbeeld. De kiemen hiervoor werden tijdens de crisis al gelegd. Kijk maar naar nieuwe samenwerkingen als de Artiestencoalitie of de Crisiscel Cultuur: met verenigde krachten van verschillende actoren binnen de brede cultuursector loodsten artiesten elkaar door de pandemie. Het is belangrijk dat we die koers aanhouden en professionaliseren, bijvoorbeeld met een Vlaamse Cultuurmeester die verschillende visies verenigt. En naast een minister van Cultuur, zou er ook een minister van Evenementen de bevoegdheid moeten hebben om mensen samen te brengen binnen het culturele leven. Tot slot is er een belangrijke taak weggelegd voor ons, de mensen die cultuur consumeren. Bij het brede publiek leven enkele grote misverstanden die wij de wereld uit kunnen helpen. Kunst en cultuur zijn geen subsidieslurpers die een leven lang aan het staatsinfuus hangen, maar ondernemers waar enkelen af en toe een duwtje in de rug nodig hebben en daarna de economische motor van het land draaiende houden. Cultuur is geen elite-aangelegenheid voor de happy few, maar een ongelooflijk groot aanbod waar elk wat wils vindt. Kunstacademies zijn geen gemakkelijkheidsoplossing voor jongeren die niet willen studeren, maar intense kennisfabrieken die de toekomst van ons internationaal gerenommeerde cultuurveld verzekeren. Politiek, de sector en het publiek moeten zich samen achter één doel scharen: de toekomst van de kunsten voorbereiden. We moeten allemaal die verantwoordelijkheid opnemen en een beetje minister van cultuur worden. We nemen allemaal al eens een boek vast, of zetten onze televisie aan, of gaan een avondje naar een podium. Vandaag nog moeten we actie ondernemen, om te garanderen dat dit in de toekomst nog zal kunnen.