Het verhaal van onze voedselvoorziening oogt mooi. Door de eeuwen heen konden steeds minder boeren steeds meer mensen voeden. Het gaf ons de ruimte om rijke samenlevingen op te bouwen. In België verminderde tussen 1980 en 2019 het aantal landbouwbedrijven nog met 68%. Slechts 32% hield stand, 36.000 boeren hebben we nog. De oppervlakte per bedrijf verdrievoudigde. De grootte van de stallen nam nog veel meer toe. Al die tijd bleef de prijs die de boer voor zijn producten kreeg nagenoeg dezelfde: 18 cent per kilo graan, 35 cent per liter melk, 89 cent per kilo slachtvarken, terwijl lonen verdubbelden en prijzen van landbouwgrond meer dan verdriedubbelden. Om te kunnen overleven moest de boer efficiënter worden. Waar is echter de limiet?

Talrijke limieten overschreden

Percelen werden vergroot en genivelleerd, ten koste van bomen, hagen, houtkanten, poelen en andere variaties in het landschap. De focus ging naar een beperkt aantal hoogproductieve variëteiten, op maat van de voedingsindustrie. Deze hebben veel mest en pesticiden nodig. Grotere percelen vergen ook grotere tractoren. In 2020 was twee derde van de verkochte tractoren boven de 50 pk, de laatste vijf jaar werden ze opmerkelijk zwaarder. Het gevolg van dit alles is bodemverharding, een verstoord bodemleven en een verminderd humusgehalte. Bij regenval dringt het water de bodem niet meer in en spoelt het af. Het sleurt bodem mee en kleurt bruin. Naast de klimaatcrisis en het slordige ruimtegebruik, lag ook de efficiëntieverhoging in de landbouw aan de basis van de ellende van de voorbije weken.

We hebben weer meer boeren nodig.

Die efficiëntieverhoging verergert ook de klimaatcrisis. Zware tractoren, kunstmest en pesticiden vergen veel fossiele brandstoffen. De te grote veestapel voegt er nog meer broeikasgassen aan toe. En met het verminderde humusgehalte in de bodem en de verdwenen bomen, hagen en houtkanten, verkleinen zowel de koolstofopslag als de buffering tegen klimaatextremen. Nochtans lijdt ook de landbouw onder klimaatverandering. In Europa is de schade aan de landbouwproductie door weersextremen de voorbije 50 jaar verdrievoudigd.

De efficiëntieverhoging in de landbouw treft ook de biodiversiteit. Het aantal insecten in Duitse graslanden verminderde tussen 2008 en 2017 met 78%. In Vlaanderen gingen tussen 2007 en 2020 de patrijs en de kievit met respectievelijk 47% en 68% achteruit. Wanneer de biodiversiteit afneemt, nemen ziekten en plagen toe. Minder biodiversiteit betekent immers minder natuurlijke vijanden. Amerikaanse onderzoekers vonden tien keer meer plaaginsecten in maisakkers met pesticiden, dan in maisakkers zonder insecticiden. Ook wanneer de genetische diversiteit binnen de landbouw afneemt, gaat veerkracht tegen ziekten, plagen en klimaatextremen verloren.

De queeste naar efficiëntieverhoging brengt steeds meer boeren in de problemen. In Frankrijk plegen jaarlijks 600 boeren zelfmoord. Bij ons probeert de hulporganisatie Boeren op een Kruispunt het ergste te voorkomen. Om het nog niet te hebben over de gevolgen van pesticiden. In Frankrijk is Parkinson erkend als beroepsziekte en ook in Nederland eist Parkinson zijn tol onder de boeren.

Momenteel wordt ruim genoeg voedsel geproduceerd om de wereldbevolking te voeden en toch zijn 690 miljoen mensen ondervoed. Ondanks alle efficiëntieverhoging in de landbouw, neemt sinds 2015 de honger in de wereld weer toe. Bovendien wordt het groeiend aanbod industrieel voedsel, waar vooral de zwaksten van afhankelijk zijn, gelinkt aan obesitas en depressies.

Landbouw met zorg voor de natuur

Om onze voedselproductie veilig te stellen moeten we zorg dragen voor onze landbouwecosystemen. De bodem kunnen we herstellen door lichtere tractoren te gebruiken, bodembewerking minimaal te houden en een variatie aan gewassen in een goed doordachte rotatie en menging te telen. Die rotatie bevat ook rustgewassen, zoals gras-klaver, die humus helpen opbouwen. Organische mest, die het bodemleven stimuleert, vervangt kunstmest en drijfmest, die het bodemleven schaden. Pesticiden horen er niet thuis. Een bodem vol leven, met een diversiteit aan gewassen, alsook bomen, hagen en houtkanten, spoelt niet weg.

In een evenwichtig landbouwsysteem staat de veestapel in verhouding met de hoeveelheid lokaal beschikbaar veevoeder, in de eerste plaats kruidenrijk gras. Herkauwers hebben de unieke capaciteit om voor de mens onverteerbare planten om te zetten in voedzame dierlijke eiwitten. De internationale handel in veevoeder, voornamelijk soja, is een bijzonder pervers systeem waar we van af moeten. Een grondgebonden veestapel zal veel kleiner zijn en zal stalmest produceren in volumes die in verhouding staan tot de lokale mestbehoeften. Alleen zo kunnen we kringlopen opnieuw sluiten. Dit heeft uiteraard implicaties voor ons dieet, we moeten onze consumptie van dierlijk eiwit drastisch reduceren, hetgeen meteen onze eigen gezondheid ten goede komt.

Het is belangrijk te beseffen dat landbouw met zorg voor natuur geen terugkeer is naar de landbouw van vroeger. Het gaat om een nieuwe kennisintensieve landbouw, gestoeld op ecologisch inzicht en slimme techniek. Kleine lichte tractoren vergemakkelijken het werk van de boer en sparen de bodem. Omdat ze niet toelaten industriële oppervlaktes te bewerken, zijn er weer meer boeren nodig, die met kennis van zaken samenwerken met de natuur. Dat er interesse genoeg is, bewijst de populariteit van het leertraject biologische landbouw bij het vormingscentrum Landwijzer. Onderzoek toonde bovendien aan dat boeren die samenwerken met de natuur doorgaans een beter inkomen hebben dan hun collega's die nog vastzitten in efficiëntieverhoging.

De wereld voeden binnen de grenzen van de planeet

Kunnen we zo de wereld voeden? Berekeningen laten zien dat het huidige Europese landbouwareaal, zonder pesticiden, kunstmest of veevoederimport, de Europese bevolking kan voeden. Ook al zou de productie met 35% afnemen, dan nog zou er export mogelijk blijven (granen, zuivel, wijn). Ondertussen zouden broeikasgasemissies met 40% verminderen. Een andere studie voegde eraan toe dat we zo de stikstofverliezen zouden halveren. De enige voorwaarde is dat onze consumptie van dierlijk eiwit drastisch daalt.

In het Globale Zuiden kan een dergelijke landbouw de productie nog met 80% verhogen. Veel landen hebben er vruchtbare gronden en zijn in staat zichzelf te voeden, op voorwaarde dat de beste gronden niet voor export dienen en dat de markten niet verstoord worden door dumping vanuit het Globale Noorden.

Vorige week nog waarschuwden wetenschappers voor onnoemelijk lijden door klimaatverandering. We weten dat we via ons voedsel veel ellende kunnen vermijden. We moeten nu nog zorgen dat iedereen toegang krijgt tot dergelijk voedsel. Zolang echter onduurzaam geproduceerd en ongezond voedsel goedkoper blijft, omdat het zijn kosten afwentelt op de samenleving, mogen we ons aan doemscenario's blijven verwachten.

Myriam Dumortier is onderzoeker op het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, docent aan de UGent en lid van de Denktank Oikos.

Het verhaal van onze voedselvoorziening oogt mooi. Door de eeuwen heen konden steeds minder boeren steeds meer mensen voeden. Het gaf ons de ruimte om rijke samenlevingen op te bouwen. In België verminderde tussen 1980 en 2019 het aantal landbouwbedrijven nog met 68%. Slechts 32% hield stand, 36.000 boeren hebben we nog. De oppervlakte per bedrijf verdrievoudigde. De grootte van de stallen nam nog veel meer toe. Al die tijd bleef de prijs die de boer voor zijn producten kreeg nagenoeg dezelfde: 18 cent per kilo graan, 35 cent per liter melk, 89 cent per kilo slachtvarken, terwijl lonen verdubbelden en prijzen van landbouwgrond meer dan verdriedubbelden. Om te kunnen overleven moest de boer efficiënter worden. Waar is echter de limiet?Percelen werden vergroot en genivelleerd, ten koste van bomen, hagen, houtkanten, poelen en andere variaties in het landschap. De focus ging naar een beperkt aantal hoogproductieve variëteiten, op maat van de voedingsindustrie. Deze hebben veel mest en pesticiden nodig. Grotere percelen vergen ook grotere tractoren. In 2020 was twee derde van de verkochte tractoren boven de 50 pk, de laatste vijf jaar werden ze opmerkelijk zwaarder. Het gevolg van dit alles is bodemverharding, een verstoord bodemleven en een verminderd humusgehalte. Bij regenval dringt het water de bodem niet meer in en spoelt het af. Het sleurt bodem mee en kleurt bruin. Naast de klimaatcrisis en het slordige ruimtegebruik, lag ook de efficiëntieverhoging in de landbouw aan de basis van de ellende van de voorbije weken.Die efficiëntieverhoging verergert ook de klimaatcrisis. Zware tractoren, kunstmest en pesticiden vergen veel fossiele brandstoffen. De te grote veestapel voegt er nog meer broeikasgassen aan toe. En met het verminderde humusgehalte in de bodem en de verdwenen bomen, hagen en houtkanten, verkleinen zowel de koolstofopslag als de buffering tegen klimaatextremen. Nochtans lijdt ook de landbouw onder klimaatverandering. In Europa is de schade aan de landbouwproductie door weersextremen de voorbije 50 jaar verdrievoudigd.De efficiëntieverhoging in de landbouw treft ook de biodiversiteit. Het aantal insecten in Duitse graslanden verminderde tussen 2008 en 2017 met 78%. In Vlaanderen gingen tussen 2007 en 2020 de patrijs en de kievit met respectievelijk 47% en 68% achteruit. Wanneer de biodiversiteit afneemt, nemen ziekten en plagen toe. Minder biodiversiteit betekent immers minder natuurlijke vijanden. Amerikaanse onderzoekers vonden tien keer meer plaaginsecten in maisakkers met pesticiden, dan in maisakkers zonder insecticiden. Ook wanneer de genetische diversiteit binnen de landbouw afneemt, gaat veerkracht tegen ziekten, plagen en klimaatextremen verloren.De queeste naar efficiëntieverhoging brengt steeds meer boeren in de problemen. In Frankrijk plegen jaarlijks 600 boeren zelfmoord. Bij ons probeert de hulporganisatie Boeren op een Kruispunt het ergste te voorkomen. Om het nog niet te hebben over de gevolgen van pesticiden. In Frankrijk is Parkinson erkend als beroepsziekte en ook in Nederland eist Parkinson zijn tol onder de boeren.Momenteel wordt ruim genoeg voedsel geproduceerd om de wereldbevolking te voeden en toch zijn 690 miljoen mensen ondervoed. Ondanks alle efficiëntieverhoging in de landbouw, neemt sinds 2015 de honger in de wereld weer toe. Bovendien wordt het groeiend aanbod industrieel voedsel, waar vooral de zwaksten van afhankelijk zijn, gelinkt aan obesitas en depressies.Om onze voedselproductie veilig te stellen moeten we zorg dragen voor onze landbouwecosystemen. De bodem kunnen we herstellen door lichtere tractoren te gebruiken, bodembewerking minimaal te houden en een variatie aan gewassen in een goed doordachte rotatie en menging te telen. Die rotatie bevat ook rustgewassen, zoals gras-klaver, die humus helpen opbouwen. Organische mest, die het bodemleven stimuleert, vervangt kunstmest en drijfmest, die het bodemleven schaden. Pesticiden horen er niet thuis. Een bodem vol leven, met een diversiteit aan gewassen, alsook bomen, hagen en houtkanten, spoelt niet weg.In een evenwichtig landbouwsysteem staat de veestapel in verhouding met de hoeveelheid lokaal beschikbaar veevoeder, in de eerste plaats kruidenrijk gras. Herkauwers hebben de unieke capaciteit om voor de mens onverteerbare planten om te zetten in voedzame dierlijke eiwitten. De internationale handel in veevoeder, voornamelijk soja, is een bijzonder pervers systeem waar we van af moeten. Een grondgebonden veestapel zal veel kleiner zijn en zal stalmest produceren in volumes die in verhouding staan tot de lokale mestbehoeften. Alleen zo kunnen we kringlopen opnieuw sluiten. Dit heeft uiteraard implicaties voor ons dieet, we moeten onze consumptie van dierlijk eiwit drastisch reduceren, hetgeen meteen onze eigen gezondheid ten goede komt.Het is belangrijk te beseffen dat landbouw met zorg voor natuur geen terugkeer is naar de landbouw van vroeger. Het gaat om een nieuwe kennisintensieve landbouw, gestoeld op ecologisch inzicht en slimme techniek. Kleine lichte tractoren vergemakkelijken het werk van de boer en sparen de bodem. Omdat ze niet toelaten industriële oppervlaktes te bewerken, zijn er weer meer boeren nodig, die met kennis van zaken samenwerken met de natuur. Dat er interesse genoeg is, bewijst de populariteit van het leertraject biologische landbouw bij het vormingscentrum Landwijzer. Onderzoek toonde bovendien aan dat boeren die samenwerken met de natuur doorgaans een beter inkomen hebben dan hun collega's die nog vastzitten in efficiëntieverhoging.Kunnen we zo de wereld voeden? Berekeningen laten zien dat het huidige Europese landbouwareaal, zonder pesticiden, kunstmest of veevoederimport, de Europese bevolking kan voeden. Ook al zou de productie met 35% afnemen, dan nog zou er export mogelijk blijven (granen, zuivel, wijn). Ondertussen zouden broeikasgasemissies met 40% verminderen. Een andere studie voegde eraan toe dat we zo de stikstofverliezen zouden halveren. De enige voorwaarde is dat onze consumptie van dierlijk eiwit drastisch daalt. In het Globale Zuiden kan een dergelijke landbouw de productie nog met 80% verhogen. Veel landen hebben er vruchtbare gronden en zijn in staat zichzelf te voeden, op voorwaarde dat de beste gronden niet voor export dienen en dat de markten niet verstoord worden door dumping vanuit het Globale Noorden.Vorige week nog waarschuwden wetenschappers voor onnoemelijk lijden door klimaatverandering. We weten dat we via ons voedsel veel ellende kunnen vermijden. We moeten nu nog zorgen dat iedereen toegang krijgt tot dergelijk voedsel. Zolang echter onduurzaam geproduceerd en ongezond voedsel goedkoper blijft, omdat het zijn kosten afwentelt op de samenleving, mogen we ons aan doemscenario's blijven verwachten.Myriam Dumortier is onderzoeker op het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, docent aan de UGent en lid van de Denktank Oikos.