Om een goede oogst te krijgen, doet de landbouwer beroep op sterke plantenrassen. Gewassen worden daartoe jaar na jaar sterker gemaakt via veredeling.

Sterke plantenrassen

In een klassiek veredelingsproces worden twee planten gekruist die elk interessante kenmerken bezitten. Bijvoorbeeld, een tomatenras met lekkere vruchten maar dat niet bestand is tegen een virusziekte wordt gekruist met een ras dat wél tegen het virus bestand is. In de nakomelingen van die kruising worden dan planten geselecteerd die beide interessante kenmerken bezitten: én lekker én bestand tegen het virus. Een nieuw plantenras is dan ontstaan.

Klassiek veredelen is dus een proces zoals Darwins 'survival of the fittest', maar dan met de mens aan het roer. Tijdens dat klassiek veredelen wordt het DNA van de planten grondig door elkaar gehusseld en ontstaan er plantenrassen met nieuwe eigenschappen die voordien niet in onze voedselgewassen aanwezig waren.

Wat als een bepaald kenmerk niet voor handen is? Neem nu dat een virus werkelijk álle tomatenrassen ziek maakt. Dan biedt de klassieke veredeling alsnog een sprankeltje hoop. De DNA-code van planten verandert namelijk een héél klein beetje van generatie op generatie. Zo'n piepkleine toevallige verandering kan er voor zorgen dat de plant opeens wél tegen het virus bestand is.

Transgene veredeling

Gewassen sterker maken kan ook via transgene veredeling. Bijvoorbeeld, door een specifiek stukje DNA-code (een gen) van een wilde aardappelsoort te kopiëren en in te brengen in het DNA van de gecultiveerde aardappelen, werden schimmelresistente aardappelrassen gemaakt. Het resultaat van de transgene veredeling heet dan een 'genetisch gemodificeerd organisme' of kortweg ggo. De definitie van een ggo luidt dat dit organismen zijn waarvan het DNA werd aangepast met een techniek die niet in de natuur voorkomt.

Klassieke en transgene veredelingstechnieken hebben elk hun voor- en nadelen. Transgene veredeling laat bijvoorbeeld toe om interessante eigenschappen van een andere soort over te brengen, wat via klassieke veredeling onmogelijk is.

Enkele dagen geleden werd de teelt en consumptie van 'gouden rijst' toegelaten in de Filipijnen. Via transgene veredeling kregen verschillende rijstrassen twee extra stukjes DNA-code voor de aanmaak van provitamine A, wat de rijstkorrel een gele (of gouden) kleur bezorgt. In het lichaam wordt provitamine A omgezet naar vitamine A, een essentiële voedingstof voor de ogen en de algemene weerstand. Dergelijke rijstrassen zijn geen overbodige luxe in een land waar één op de vijf kinderen jonger dan 5 jaar met een vitamine A tekort kampt.

Veredeling via genoombewerking

Veredelingstechnieken, worden voortdurend verder ontwikkeld en verfijnd. Genoombewerking via CRISPR-Cas laat toe om de DNA-keten (het genoom) van een plant op een heel specifieke plaats aan te passen. Een gelijkaardige aanpassing in het DNA kan in principe ook spontaan gebeuren in een plant in het veld, en via klassieke selectie opgepikt worden.

De eerste commerciële gewassen die via genoombewerking veredeld werden, zijn een feit. In de VS groeit er soja op het veld, die via genoombewerking veredeld werd voor een beter houdbare olie. In Japan groeien er tomaten die dankzij CRISPR-Cas een extra gezonde samenstelling hebben.

Er worden de komende jaren honderden plantenrassen verwacht die via genoombewerking werden veredeld. Vaak worden die rassen ontwikkeld in overheidsinstellingen of kleinere bedrijven. Ze ontwikkelen bijvoorbeeld avocado's die minder snel bruin uitslaan, aardbeiplanten met een hogere opbrengst, plantenrassen die weerbaarder zijn tegen virussen, of een lagere hoeveelheid allergenen bevatten.

Nieuwe veredelingstechnieken botsen met oude wetten

Helaas botste de transgene veredeling op grote weerstand. Anti-ggo campagnes overtuigden het publiek, en met hen ging ook de Europese politiek overstag. Er werd in 2001 een strenge wet afgeklopt, waardoor het haast onmogelijk is om transgene planten te telen of te verkopen.

Nu stelt CRISPR-Cas de EU voor een dilemma. Omdat genoombewerking van landbouwgewassen in een labo wordt uitgevoerd, oordeelde het Europees hooggerechtshof in 2018 dat dergelijke gewassen onder de ggo-wetgeving vallen.

Eind april publiceerde de Europese Commissie een rapport waarin staat dat de Europese ggo-regelgeving uit 2001 niet deugt om plantenrassen te beoordelen die met de nieuwe technologieën werden veredeld. Daarenboven meent de Commissie dat genoombewerking een duurzame voedselproductie kan bevorderen. Dit rapport doet de ggo-wetgeving wankelen.

Kunstmatig

Dat Europa zich nu positief uitlaat over genoombewerking doet organisaties die traditioneel tegen ggo's zijn, steigeren van onbegrip. Greenpeace op kop.

Een vaak gehoord argument is dat veredeling via transgene technieken of genoombewerking kunstmatig zou zijn. Maar wat dan te denken over een serre, irrigatie of planten op rijtjes groeien? In de natuur komen dergelijke zaken alvast niet voor. En wat te denken over de resultaten van de klassieke veredeling? Zonder mens waren er geen bloemkolen, komkommers of tarwe.

Ik vind een gewas dat in een labo virusresistent gemaakt werd, ook niet minder natuurlijk dan een gewas dat op het veld veredeld werd. Net zoals ik een persoon die via IVF werd verwekt niet anders ga beoordelen omdat die de allerprilste embryonale fase op een petrischaaltje of -godbetert- enkele maanden in de diepvries doorbracht.

Een ander argument is de bezorgdheid dat genoombewerking monoculturen in de hand werken. Monocultuurlandbouw heeft inderdaad baat bij sterkere planten, maar dat heeft een gemengde cultuurvorm evenzeer. En de kleine boer en hobby-teler hebben óók baat bij sterke planten. Het argument van de monoculturen is in feite een argument tegen veredelen an sich, en daarom non-argument. Landbouw kan niet rendabel blijven zonder veredeling.

Onbekende veranderingen?

Een andere kritiek is dat transgene veredeling en genoombewerking gevaarlijk zouden zijn, en vol onbekenden, en dat we daarom het voorzorgsprincipe moeten handhaven. Dit argument strookt echter niet met de wetenschappelijke consensus.

Ja, er zijn proffen te vinden die de wetenschappelijke consensus in vraag stellen. Feit is dat in de overgrote meerderheid van de experten het eens is over de veilige toepassingen van transgene veredeling en genoombewerking. In die zin doet het debat dan ook denken aan het belang van vaccineren in de strijd tegen infectieziekten en de antropogene oorzaak van de klimaatverandering.

Bij genoombewerking is het aantal onbekende veranderingen in het DNA veel kleiner dan bij klassieke veredeling. Genoombewerking is dus nóg veiliger dan het al veilig bevonden klassieke veredelen.

Zo bekeken, is een positief Europees rapport voor genoombewerking een overwinning voor de wetenschap. Als Europa nu ook de logische vervolgstappen zet en genoombewerking in landbouwgewassen toelaat, kunnen we weldra ook spreken van een overwinning voor de boer, de natuur en de consument.

Ruben Vanholme is lid van o.a. Natuurpunt, EVA en GMF, actief in Fietsersbond, aanhanger van fair trade en de lokale afvalarme deeleconomie, en postdoctoraal onderzoeker bij VIB-UGent.

Om een goede oogst te krijgen, doet de landbouwer beroep op sterke plantenrassen. Gewassen worden daartoe jaar na jaar sterker gemaakt via veredeling. In een klassiek veredelingsproces worden twee planten gekruist die elk interessante kenmerken bezitten. Bijvoorbeeld, een tomatenras met lekkere vruchten maar dat niet bestand is tegen een virusziekte wordt gekruist met een ras dat wél tegen het virus bestand is. In de nakomelingen van die kruising worden dan planten geselecteerd die beide interessante kenmerken bezitten: én lekker én bestand tegen het virus. Een nieuw plantenras is dan ontstaan. Klassiek veredelen is dus een proces zoals Darwins 'survival of the fittest', maar dan met de mens aan het roer. Tijdens dat klassiek veredelen wordt het DNA van de planten grondig door elkaar gehusseld en ontstaan er plantenrassen met nieuwe eigenschappen die voordien niet in onze voedselgewassen aanwezig waren. Wat als een bepaald kenmerk niet voor handen is? Neem nu dat een virus werkelijk álle tomatenrassen ziek maakt. Dan biedt de klassieke veredeling alsnog een sprankeltje hoop. De DNA-code van planten verandert namelijk een héél klein beetje van generatie op generatie. Zo'n piepkleine toevallige verandering kan er voor zorgen dat de plant opeens wél tegen het virus bestand is. Gewassen sterker maken kan ook via transgene veredeling. Bijvoorbeeld, door een specifiek stukje DNA-code (een gen) van een wilde aardappelsoort te kopiëren en in te brengen in het DNA van de gecultiveerde aardappelen, werden schimmelresistente aardappelrassen gemaakt. Het resultaat van de transgene veredeling heet dan een 'genetisch gemodificeerd organisme' of kortweg ggo. De definitie van een ggo luidt dat dit organismen zijn waarvan het DNA werd aangepast met een techniek die niet in de natuur voorkomt. Klassieke en transgene veredelingstechnieken hebben elk hun voor- en nadelen. Transgene veredeling laat bijvoorbeeld toe om interessante eigenschappen van een andere soort over te brengen, wat via klassieke veredeling onmogelijk is. Enkele dagen geleden werd de teelt en consumptie van 'gouden rijst' toegelaten in de Filipijnen. Via transgene veredeling kregen verschillende rijstrassen twee extra stukjes DNA-code voor de aanmaak van provitamine A, wat de rijstkorrel een gele (of gouden) kleur bezorgt. In het lichaam wordt provitamine A omgezet naar vitamine A, een essentiële voedingstof voor de ogen en de algemene weerstand. Dergelijke rijstrassen zijn geen overbodige luxe in een land waar één op de vijf kinderen jonger dan 5 jaar met een vitamine A tekort kampt. Veredelingstechnieken, worden voortdurend verder ontwikkeld en verfijnd. Genoombewerking via CRISPR-Cas laat toe om de DNA-keten (het genoom) van een plant op een heel specifieke plaats aan te passen. Een gelijkaardige aanpassing in het DNA kan in principe ook spontaan gebeuren in een plant in het veld, en via klassieke selectie opgepikt worden. De eerste commerciële gewassen die via genoombewerking veredeld werden, zijn een feit. In de VS groeit er soja op het veld, die via genoombewerking veredeld werd voor een beter houdbare olie. In Japan groeien er tomaten die dankzij CRISPR-Cas een extra gezonde samenstelling hebben. Er worden de komende jaren honderden plantenrassen verwacht die via genoombewerking werden veredeld. Vaak worden die rassen ontwikkeld in overheidsinstellingen of kleinere bedrijven. Ze ontwikkelen bijvoorbeeld avocado's die minder snel bruin uitslaan, aardbeiplanten met een hogere opbrengst, plantenrassen die weerbaarder zijn tegen virussen, of een lagere hoeveelheid allergenen bevatten.Helaas botste de transgene veredeling op grote weerstand. Anti-ggo campagnes overtuigden het publiek, en met hen ging ook de Europese politiek overstag. Er werd in 2001 een strenge wet afgeklopt, waardoor het haast onmogelijk is om transgene planten te telen of te verkopen.Nu stelt CRISPR-Cas de EU voor een dilemma. Omdat genoombewerking van landbouwgewassen in een labo wordt uitgevoerd, oordeelde het Europees hooggerechtshof in 2018 dat dergelijke gewassen onder de ggo-wetgeving vallen. Eind april publiceerde de Europese Commissie een rapport waarin staat dat de Europese ggo-regelgeving uit 2001 niet deugt om plantenrassen te beoordelen die met de nieuwe technologieën werden veredeld. Daarenboven meent de Commissie dat genoombewerking een duurzame voedselproductie kan bevorderen. Dit rapport doet de ggo-wetgeving wankelen. Dat Europa zich nu positief uitlaat over genoombewerking doet organisaties die traditioneel tegen ggo's zijn, steigeren van onbegrip. Greenpeace op kop. Een vaak gehoord argument is dat veredeling via transgene technieken of genoombewerking kunstmatig zou zijn. Maar wat dan te denken over een serre, irrigatie of planten op rijtjes groeien? In de natuur komen dergelijke zaken alvast niet voor. En wat te denken over de resultaten van de klassieke veredeling? Zonder mens waren er geen bloemkolen, komkommers of tarwe.Ik vind een gewas dat in een labo virusresistent gemaakt werd, ook niet minder natuurlijk dan een gewas dat op het veld veredeld werd. Net zoals ik een persoon die via IVF werd verwekt niet anders ga beoordelen omdat die de allerprilste embryonale fase op een petrischaaltje of -godbetert- enkele maanden in de diepvries doorbracht.Een ander argument is de bezorgdheid dat genoombewerking monoculturen in de hand werken. Monocultuurlandbouw heeft inderdaad baat bij sterkere planten, maar dat heeft een gemengde cultuurvorm evenzeer. En de kleine boer en hobby-teler hebben óók baat bij sterke planten. Het argument van de monoculturen is in feite een argument tegen veredelen an sich, en daarom non-argument. Landbouw kan niet rendabel blijven zonder veredeling.Een andere kritiek is dat transgene veredeling en genoombewerking gevaarlijk zouden zijn, en vol onbekenden, en dat we daarom het voorzorgsprincipe moeten handhaven. Dit argument strookt echter niet met de wetenschappelijke consensus. Ja, er zijn proffen te vinden die de wetenschappelijke consensus in vraag stellen. Feit is dat in de overgrote meerderheid van de experten het eens is over de veilige toepassingen van transgene veredeling en genoombewerking. In die zin doet het debat dan ook denken aan het belang van vaccineren in de strijd tegen infectieziekten en de antropogene oorzaak van de klimaatverandering.Bij genoombewerking is het aantal onbekende veranderingen in het DNA veel kleiner dan bij klassieke veredeling. Genoombewerking is dus nóg veiliger dan het al veilig bevonden klassieke veredelen.Zo bekeken, is een positief Europees rapport voor genoombewerking een overwinning voor de wetenschap. Als Europa nu ook de logische vervolgstappen zet en genoombewerking in landbouwgewassen toelaat, kunnen we weldra ook spreken van een overwinning voor de boer, de natuur en de consument.Ruben Vanholme is lid van o.a. Natuurpunt, EVA en GMF, actief in Fietsersbond, aanhanger van fair trade en de lokale afvalarme deeleconomie, en postdoctoraal onderzoeker bij VIB-UGent.