Vrouwen verzetten het meeste werk in huishoudens, zijn vaker het slachtoffer van huishoudelijk geweld, verdienen minder en breken moeilijker door tot topposities. Een groeiende groep feministen - waaronder ook steeds meer mannen - argumenteert dat de oplossing van al dat onrecht er moet komen door meer rechten toe te kennen aan... de man.

Meer specifiek gaat het om het uitbreiden van het vaderschapsverlof tot een meer genereus Scandinavische vorm. En die oplossing kan er snel komen.

We hebben nood aan een meer genereus vaderschapsverlof en feministen weten waarom.

De redenering gaat als volgt: Als vrouwen een grotere plaats in de publieke sfeer opnemen, moet dit samengaan met een groter mannelijk engagement in de huishoudelijke sfeer. De Nederlandse historicus en CorrespondentRutger Bregman haalde in het verleden al overtuigend onderzoek aan waaruit blijkt dat vaderschapsverlof ertoe leidt dat vaders de rest van hun leven meer huishoudelijke taken op zich nemen en dat vrouwen meer gaan verdienen. Een 'uitgebalanceerde opvoeding', zoals Bregman dat noemt, leidt op zijn beurt dan weer tot slimmere en meer empathische kinderen die zelf betere vaders worden.

In tegenstelling tot wat vaak aangenomen wordt, hoeft een genereus Scandinavisch vaderschapsverlof ook niet eens zo veel te kosten. In een rapport voor de Koning Boudewijnstichting berekenden we met collega's Marika Andersen en Nathalie François dat het mogelijk is drie maanden vaderschapsverlof aan iedere vader of meeouder te geven tijdens het eerste jaar volgend op de geboorte van het kind voor het bescheiden prijskaartje van 50 miljoen euro per jaar (dat gefinancierd kan worden via drie opeenvolgende indexsprongen van het vrouwonvriendelijke huwelijksquotiënt). Bovendien blijkt uit bevragingen van onder andere de Gezinsbond dat drie op de vier vaders ook daadwerkelijk meer tijd met de kroost wil doorbrengen.

Een gendergelijk vaderschapsverlof is dus wenselijk, gewenst en betaalbaar, maar komt vooralsnog niet van de grond. Waarom? Vaak wordt gewezen naar de te traag veranderende mentaliteiten. Hier wordt een vader die beslist een paar maanden thuis te blijven bij de geboorte van zijn kind nog vaak gezien als een slechte werknemer. Als een vader dat in Noorwegen, waar ik verblijf, niet doet, dan is hij een slechte vader. Die Belgische reflex op zijn kop zetten vergt tijd, veel tijd, zo luidt de redenering.

Maar is dat wel zo? Klopt het dat belangrijke mentaliteitsveranderingen zich maar uiterst traag voltrekken, dat onze collectieve psyche veel tijd en prikkels nodig heeft om een nieuwe maatschappelijke realiteit te boetseren? Wanneer experten en politici het hebben over de nood aan zo'n mentaliteitswijziging, klinkt het maar al te vaak als een gemakkelijk excuus om de eigen inertie te verantwoorden. Hebben ze gelijk, of proberen ze gewoon niet hard genoeg?

De wereld en de manier waarop we naar de wereld kijken veranderen in ieder geval sneller dan we zelf aannemen. In de religieuze Verenigde Staten is de steun voor het homohuwelijk in minder dan achttien jaar verdubbeld: van iets minder dan 30% in 1996 naar bijna 60% in 2014. Midden jaren negentig was nog minder dan een op de twee Amerikanen gewonnen voor interraciale huwelijken; vandaag is dat meer dan 90%. Deze cijfers van Gallup die The Economist verzamelde tonen aan dat zelfs de meest polariserende en gevoelige onderwerpen in een land waar progressieven en conservatieven loodrecht tegenover mekaar staan, relatief snel spectaculaire veranderingen ondergaan kunnen.

Pijnlijk is dan ook de vaststelling dat er meer dan een eeuw tussen de marcherende Suffragettes en het afschaffen van iets zo voor de hand liggend als de tampontaks zit. Hoe zorgen we ervoor dat er niet nog een eeuw verloren gaat vooraleer mannen evenveel huishoudelijke taken als vrouwen op zich nemen? Hoe veranderen we de komende vijf à tien jaar onze gendermentaliteit?

Uitzonderlijk leiderschap alleen volstaat niet. Een systeem moet ook onder druk een seismische schok ondergaan. In het geval van het vaderschapsverlof, zouden de vergrijzing in combinatie met een te lage werkgelegenheidsgraad, in het bijzonder bij vrouwen, en een wereldwijde schreeuw zoals de #MeToo-beweging daar wel eens voor kunnen zorgen.

Binnen vijf jaar kijkt niemand nog op als ook hier mannen drie maanden thuisblijven na de geboorte van hun kind; binnen tien jaar doen mannen evenveel in het huishouden; en binnen twintig jaar staan we versteld dat het ooit anders is geweest.

'Voor een reële verandering moet de aardbeving onmiddellijk gevolgd worden door een sprankeltje hoop. Hoop die burgers doet geloven in verandering. Een nieuw verhaal dat het gevoel geeft dat het onmogelijke mogelijk wordt is evenzeer een noodzakelijk startpunt,' schreef ik eerder met Thomas Dermine in De Tijd. Wie goed kijkt, ziet dat de verandering is begonnen. Multinationals als Janssen en ING wachten niet op wetten en bieden in de war on talent nieuwe rekruten een maand betaald vaderschapsverlof aan. Vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) pleit in zijn nieuwe boek De eeuw van de vrouw eveneens voor meer kinderopvang en vaderschapsverlof. Het idee dat feminisme ook een mannenzaak is, wint snel terrein.

#MeToo en de vergrijzing doen de genderpatronen op hun grondvesten daveren (crisis). Tegelijkertijd lopen multinationals voor op de noodzakelijke mentaliteitswijziging met hoe ze naar genderrolverdelingen kijken (hoop). Getalenteerde politici pleiten voor hervormingen die mannen versterken in de huiselijke sfeer en vrouwen in de publieke sfeer (leiderschap) en er zijn tal van manieren om het geheel te financieren (realisme). Een crisis, hoop, leiderschap en realisme, alle noodzakelijke elementen zijn aanwezig. Binnen vijf jaar kijkt niemand nog op als ook hier mannen drie maanden thuisblijven na de geboorte van hun kind; binnen tien jaar doen mannen evenveel in het huishouden; en binnen twintig jaar staan we versteld dat het ooit anders is geweest.

Brieuc Van Damme is econoom, (mede-)oprichter van adviesbureau Baerecraft en jongerendenktank de Vrijdaggroep en coauteur van het rapport 'Time's up' (2016). Hij schreef dit stuk op vraag van Straffe Madammen.