Op een dierenmarkt in de Chinese stad Wuhan sprong in december vorig jaar een coronavirus over van dier op mens. Nu dat Wuhan-virus snel om zich heen grijpt en al tientallen slachtoffers maakte, wordt het tijd dat we een ernstig risico onder de aandacht brengen: onze consumptie van dierlijke producten.

Meer dan 70% van de nieuwe infectieziektes van de afgelopen decennia, zijn zoönoses die van dier op mens overspringen. Het Wuhan-virus werd voorafgegaan door SARS, MERS, Nipah, Ebola, Marburg, Hendra, varkensgriep, vogelgriep en vele andere. Waarom werden mensen geïnfecteerd met deze virussen? Er zijn twee belangrijke transmissiekanalen: de jacht en de veeteelt. Wilde dieren zoals vogels en vleermuizen kunnen dragers zijn van virussen.

Wanneer die dieren bejaagd en gegeten worden als bushmeat, kunnen de mensen ziek worden. Ofwel brengen wilde dieren het virus over naar gedomesticeerde dieren in de veeteelt. De stallen en slachthuizen bieden ideale omstandigheden voor die virussen om te muteren tot dodelijke en besmettelijke varianten. Naar schatting 15% van de nieuwe ziektes die op ons afkomen, worden veroorzaakt door de veeteelt.

Wanneer maakt de veeteelt plaats voor een nieuwe generatie aan diervrije alternatieven?

De veeteelt kwam de laatste jaren vaak negatief in het nieuws door onder meer de vele voedselschandalen (denk aan de fipronil- en dioxinecrisissen), de undercoverbeelden van dierenleed (denk aan het slachthuis van Tielt), de schending van de stikstofwet (denk aan de protesterende boeren in Nederland), de ontbossing (denk aan de afgebrande Braziliaanse wouden voor veevoederplantages) en de bijdrage aan de klimaatverandering (denk aan de oproep van Greta Thunberg om veganistisch te eten). We weten ondertussen ook dat vleesconsumptie gelinkt wordt aan heen hoger risico op hart- en vaatziekten, kankers en diabetes. Weinig economische sectoren staan zo zwaar onder druk als de veeteelt. Het is geen kwestie van of, maar van wanneer de veeteelt bezwijkt onder alle kritiek en plaats maakt voor de nieuwe generatie diervrije alternatieven (denk aan het succes van de Beyond Meat burger).

De druk op de veeteelt wordt nog verhoogd als we er nu ook de zoönotische infectieziektes bij halen. Die vormen waarschijnlijk een van de meest onderschatte risico's van de veeteelt. Pandemieën vormen zogenaamde long-tail risks, ('lange-staartrisico's') niet omdat ze vaak ontstaan door de consumptie van dieren met een staart, maar omdat ze een scheve kansverdeling met een lange staart hebben. Vaak worden we geconfronteerd met normale kansverdelingen, zoals de verdeling van lichaamslengte. Stel jij kent iemand die twee meter groot is. Dat is groter dan het gemiddelde, maar ik ken iemand die nog groter is. Hoe groot denk je dat deze persoon is? Waarschijnlijk is die slechts een paar centimeter, dus een paar procent, groter dan twee meter. Met een pandemie is dat anders. Stel de vorige pandemie doodde 50 mensen, en nu zien we een grotere uitbraak. Hoeveel slachtoffers kan deze nieuwe pandemie maken? Dat kan al gauw meer dan het dubbele zijn.

Neem enkele zoönotische infectieziektes die waarschijnlijk veroorzaakt werden door de veeteelt. De Nederlandse Q-koorts tien jaar geleden doodde enkele tientallen mensen. De Aziatische vogelgriep veroorzaakte enkele honderden doden. De Mexicaanse varkensgriep tien jaar geleden enkele honderdduizenden en de Spaanse griep honderd jaar geleden enkele tientallen miljoenen. De grotere pandemieën zijn wel zeldzamer, maar maken veel meer slachtoffers. Dat vertaalt zich in een lange staart in de kansverdeling. Een economische crisis en de Australische bosbranden zijn andere voorbeelden van lange-staartrisico's. Als de ene mens groter is dan de andere, is ze maar een beetje groter, maar als de ene bosbrand groter is dan de andere, is ze al snel veel groter.

Als het gaat om dergelijke risico's, is ons risicobrein niet altijd rationeel en onderschatten we de ernst van die risico's. We denken bijvoorbeeld dat het dubbel zo erg is als een mondiale ramp de hele wereldbevolking doodt, in vergelijking met een ramp die de helft van de bevolking doodt. De kans dat een ramp iedereen (alle mensen en dieren) doodt, mag dan wel veel kleiner zijn, maar als iedereen sterft, dan gaat als het ware het licht uit: dan wordt er niemand meer geboren, is de toekomst leeg en is er geen bewuste ervaring van geluk meer. Als er nog wel een aantal mensen de ramp overleven, kunnen die zich voortplanten, waardoor er nog triljarden nieuwe levens in de verre toekomst geboren kunnen worden. Een situatie waarin de hele mensheid uitsterft door een virus, is dus een pak erger dan de situatie waarin 99% van de mensheid uitsterft.

Dan rest ons nog de vraag: hoe kunnen we extreme catastrofale rampen zoals pandemische supervirussen vermijden? We kunnen van China een moratorium eisen op die dierenmarkten, maar om hypocrisie te vermijden moeten we dan ook onze eigen veeteelt en vleesconsumptie verminderen. Minder dierlijke producten eten is iets wat individuen kunnen doen, maar om extreme rampen te vermijden, spelen de overheden een cruciale rol. We moeten ijveren voor meer internationale coördinatie en samenwerking om uitbraken te monitoren, betere transparantie, extra uitbouw van een internationaal snel responsteam, extra onderzoek naar bestrijding en preventie van infectieziektes en naar het beter kunnen voorspellen en detecteren van uitbraken.

Als het gaat om infectieziektes, zien we bij sociale bewegingen zowel een slechte als een goede evolutie. Het slechte nieuws is de groei van de antivaccinatiebeweging. Meer mensen zijn ten onrechte gaan twijfelen aan het nut van vaccins. De toegenomen vaccinfobie heeft dodelijke gevolgen. Het goede nieuws is de groei van de effectief-altruïsmebeweging, die wetenschappelijk bewijs en kritisch denken gebruikt om zo doeltreffend mogelijk de wereld te verbeteren. In die kringen zien we dat het risico van pandemische infectieziektes wel ernstig wordt genomen.

Stijn Bruers is doctor in de natuurwetenschappen, doctor in de moraalfilosofie en voorzitter van Effectief Altruïsme België.

Op een dierenmarkt in de Chinese stad Wuhan sprong in december vorig jaar een coronavirus over van dier op mens. Nu dat Wuhan-virus snel om zich heen grijpt en al tientallen slachtoffers maakte, wordt het tijd dat we een ernstig risico onder de aandacht brengen: onze consumptie van dierlijke producten. Meer dan 70% van de nieuwe infectieziektes van de afgelopen decennia, zijn zoönoses die van dier op mens overspringen. Het Wuhan-virus werd voorafgegaan door SARS, MERS, Nipah, Ebola, Marburg, Hendra, varkensgriep, vogelgriep en vele andere. Waarom werden mensen geïnfecteerd met deze virussen? Er zijn twee belangrijke transmissiekanalen: de jacht en de veeteelt. Wilde dieren zoals vogels en vleermuizen kunnen dragers zijn van virussen. Wanneer die dieren bejaagd en gegeten worden als bushmeat, kunnen de mensen ziek worden. Ofwel brengen wilde dieren het virus over naar gedomesticeerde dieren in de veeteelt. De stallen en slachthuizen bieden ideale omstandigheden voor die virussen om te muteren tot dodelijke en besmettelijke varianten. Naar schatting 15% van de nieuwe ziektes die op ons afkomen, worden veroorzaakt door de veeteelt. De veeteelt kwam de laatste jaren vaak negatief in het nieuws door onder meer de vele voedselschandalen (denk aan de fipronil- en dioxinecrisissen), de undercoverbeelden van dierenleed (denk aan het slachthuis van Tielt), de schending van de stikstofwet (denk aan de protesterende boeren in Nederland), de ontbossing (denk aan de afgebrande Braziliaanse wouden voor veevoederplantages) en de bijdrage aan de klimaatverandering (denk aan de oproep van Greta Thunberg om veganistisch te eten). We weten ondertussen ook dat vleesconsumptie gelinkt wordt aan heen hoger risico op hart- en vaatziekten, kankers en diabetes. Weinig economische sectoren staan zo zwaar onder druk als de veeteelt. Het is geen kwestie van of, maar van wanneer de veeteelt bezwijkt onder alle kritiek en plaats maakt voor de nieuwe generatie diervrije alternatieven (denk aan het succes van de Beyond Meat burger). De druk op de veeteelt wordt nog verhoogd als we er nu ook de zoönotische infectieziektes bij halen. Die vormen waarschijnlijk een van de meest onderschatte risico's van de veeteelt. Pandemieën vormen zogenaamde long-tail risks, ('lange-staartrisico's') niet omdat ze vaak ontstaan door de consumptie van dieren met een staart, maar omdat ze een scheve kansverdeling met een lange staart hebben. Vaak worden we geconfronteerd met normale kansverdelingen, zoals de verdeling van lichaamslengte. Stel jij kent iemand die twee meter groot is. Dat is groter dan het gemiddelde, maar ik ken iemand die nog groter is. Hoe groot denk je dat deze persoon is? Waarschijnlijk is die slechts een paar centimeter, dus een paar procent, groter dan twee meter. Met een pandemie is dat anders. Stel de vorige pandemie doodde 50 mensen, en nu zien we een grotere uitbraak. Hoeveel slachtoffers kan deze nieuwe pandemie maken? Dat kan al gauw meer dan het dubbele zijn. Neem enkele zoönotische infectieziektes die waarschijnlijk veroorzaakt werden door de veeteelt. De Nederlandse Q-koorts tien jaar geleden doodde enkele tientallen mensen. De Aziatische vogelgriep veroorzaakte enkele honderden doden. De Mexicaanse varkensgriep tien jaar geleden enkele honderdduizenden en de Spaanse griep honderd jaar geleden enkele tientallen miljoenen. De grotere pandemieën zijn wel zeldzamer, maar maken veel meer slachtoffers. Dat vertaalt zich in een lange staart in de kansverdeling. Een economische crisis en de Australische bosbranden zijn andere voorbeelden van lange-staartrisico's. Als de ene mens groter is dan de andere, is ze maar een beetje groter, maar als de ene bosbrand groter is dan de andere, is ze al snel veel groter.Als het gaat om dergelijke risico's, is ons risicobrein niet altijd rationeel en onderschatten we de ernst van die risico's. We denken bijvoorbeeld dat het dubbel zo erg is als een mondiale ramp de hele wereldbevolking doodt, in vergelijking met een ramp die de helft van de bevolking doodt. De kans dat een ramp iedereen (alle mensen en dieren) doodt, mag dan wel veel kleiner zijn, maar als iedereen sterft, dan gaat als het ware het licht uit: dan wordt er niemand meer geboren, is de toekomst leeg en is er geen bewuste ervaring van geluk meer. Als er nog wel een aantal mensen de ramp overleven, kunnen die zich voortplanten, waardoor er nog triljarden nieuwe levens in de verre toekomst geboren kunnen worden. Een situatie waarin de hele mensheid uitsterft door een virus, is dus een pak erger dan de situatie waarin 99% van de mensheid uitsterft.Dan rest ons nog de vraag: hoe kunnen we extreme catastrofale rampen zoals pandemische supervirussen vermijden? We kunnen van China een moratorium eisen op die dierenmarkten, maar om hypocrisie te vermijden moeten we dan ook onze eigen veeteelt en vleesconsumptie verminderen. Minder dierlijke producten eten is iets wat individuen kunnen doen, maar om extreme rampen te vermijden, spelen de overheden een cruciale rol. We moeten ijveren voor meer internationale coördinatie en samenwerking om uitbraken te monitoren, betere transparantie, extra uitbouw van een internationaal snel responsteam, extra onderzoek naar bestrijding en preventie van infectieziektes en naar het beter kunnen voorspellen en detecteren van uitbraken. Als het gaat om infectieziektes, zien we bij sociale bewegingen zowel een slechte als een goede evolutie. Het slechte nieuws is de groei van de antivaccinatiebeweging. Meer mensen zijn ten onrechte gaan twijfelen aan het nut van vaccins. De toegenomen vaccinfobie heeft dodelijke gevolgen. Het goede nieuws is de groei van de effectief-altruïsmebeweging, die wetenschappelijk bewijs en kritisch denken gebruikt om zo doeltreffend mogelijk de wereld te verbeteren. In die kringen zien we dat het risico van pandemische infectieziektes wel ernstig wordt genomen.Stijn Bruers is doctor in de natuurwetenschappen, doctor in de moraalfilosofie en voorzitter van Effectief Altruïsme België.