Toen ex-CIA-medewerker Edward Snowden in 2013 onthulde hoe de Amerikaanse geheime dienst massaal de telefoongesprekken van burgers afluisterde, stond de wereld op zijn kop. Van Joe Sixpack tot Angela Merkel: niemand was veilig voor de massasurveillance van de Amerikanen. Het bel- en sms-gedrag van honderden miljoenen mensen werd in kaart gebracht. En iedereen was razend.

Vandaag wil de Belgische regering een wet laten goedkeuren die de overheid toegang geeft tot de gebruikersgegevens van Proximus en Belgacom, en zelfs van populaire apps als WhatsApp en Messenger. De providers zullen data van hun gebruikers moeten opslaan en de Belgische staat toegang moeten geven als die daarom vraagt. Tot nu toe zijn al die gegevens strikt privé en kijkt niemand over je schouder mee. Maar met deze nieuwe zogenaamde dataretentiewet geeft de staat zichzelf een venster in al onze private gesprekken. En toch lijken maar weinig mensen zich zorgen te maken.

Waarom zou de burger een regering vertrouwen, als die regering haar burgers niet vertrouwt?

Nochtans is deze wet opnieuw een rechtstreekse aanslag op onze privacy. Onder het mom van de bestrijding van zware criminaliteit en terreur verliezen alle burgers hun online privacy. Multinationals worden letterlijk verplicht om Belgische burgers te bespioneren. De beslissing zal verkocht worden als noodzakelijk om terreurverdachten en maffiabazen op te sporen, maar het is slechts een kwestie van tijd voor de surveillance ook hier ontspoort. De Amerikanen hebben ook niet onmiddellijk in de gsm van Angela Merkel ingebroken, het hele systeem werd enkel opgezet om Osama Bin Laden en co. te vatten.

Zo gaat het altijd wanneer privacy als pasmunt gebruikt wordt om een veiligheidsgevoel te kopen. Het fundament van de rechtsstaat dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel bewezen wordt, gaat op de schop. Iedereen is nu een verdachte die in de gaten gehouden wordt, zelfs als je nog nooit in je leven een vlieg kwaad deed. Je moet maar één keer een foute sms sturen, of een verkeerd nummer bellen, en je staat plots op de radar van staatsveiligheid. Je voelt je misschien veilig voor misdadigers, maar in de plaats komt een angst voor je eigen overheid. Want die kijkt mee.

Minstens even gevaarlijk is de opslag van al die gegevens. Want zelfs wie een blind vertrouwen heeft in onze overheid, en er rotsvast van overtuigd is dat er hier nooit iemand aan de macht zal komen die zo'n data zou durven misbruiken, moet beseffen dat er hackers en vijandige mogendheden bestaan. Vorige maand nog werd de Belgische overheid slachtoffer van een grootscheepse cyberaanval, en recent kwam aan het licht dat door een datalek jarenlang gevoelige gegevens door onbekenden gestolen werden. Het risico om gevoelige data massaal op te slaan is veel te groot. Op het internet weet je nooit wie er meekijkt, en databanken van deze schaal zijn een lucratief doelwit voor cybercriminelen of landen als Rusland en China. Die toonden zich eerder al bereid om onze systemen te destabiliseren via cyberaanvallen.

Een eerdere poging van de regering om een gelijkaardige dataretentiewet in te voeren werd eind april nog door het Grondwettelijk Hof vernietigd na een negatief advies door het Europees Hof van Justitie. De reden: de wet schendt de privacy. Dat zou een signaal moeten zijn dat men fundamentele grondrechten met de voeten treedt, maar blijkbaar denkt de regering daar anders over.

Fundamentele rechten zijn niet ingevoerd om stap voor stap afgeschaft te worden, en al zeker niet om het werk van de overheid te verlichten. Ze zijn er net om de burger te beschermen tegen een al te invasieve overheid. De overheid, en zeker de regering, moeten zichzelf een hoge standaard opleggen die de rechten van burgers vandaag en in de toekomst beschermt. De bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit is legitiem en noodzakelijk, maar niet elk doel heiligt de middelen. Deze strijd mag de fundamentele rechten van onschuldige burgers niet uithollen. De dataretentiewet is zo'n uitholling en de regering moet die dan ook zo snel mogelijk van tafel halen.

Want waarom zou de burger een regering vertrouwen, als die regering haar burgers niet vertrouwt?

Toen ex-CIA-medewerker Edward Snowden in 2013 onthulde hoe de Amerikaanse geheime dienst massaal de telefoongesprekken van burgers afluisterde, stond de wereld op zijn kop. Van Joe Sixpack tot Angela Merkel: niemand was veilig voor de massasurveillance van de Amerikanen. Het bel- en sms-gedrag van honderden miljoenen mensen werd in kaart gebracht. En iedereen was razend. Vandaag wil de Belgische regering een wet laten goedkeuren die de overheid toegang geeft tot de gebruikersgegevens van Proximus en Belgacom, en zelfs van populaire apps als WhatsApp en Messenger. De providers zullen data van hun gebruikers moeten opslaan en de Belgische staat toegang moeten geven als die daarom vraagt. Tot nu toe zijn al die gegevens strikt privé en kijkt niemand over je schouder mee. Maar met deze nieuwe zogenaamde dataretentiewet geeft de staat zichzelf een venster in al onze private gesprekken. En toch lijken maar weinig mensen zich zorgen te maken. Nochtans is deze wet opnieuw een rechtstreekse aanslag op onze privacy. Onder het mom van de bestrijding van zware criminaliteit en terreur verliezen alle burgers hun online privacy. Multinationals worden letterlijk verplicht om Belgische burgers te bespioneren. De beslissing zal verkocht worden als noodzakelijk om terreurverdachten en maffiabazen op te sporen, maar het is slechts een kwestie van tijd voor de surveillance ook hier ontspoort. De Amerikanen hebben ook niet onmiddellijk in de gsm van Angela Merkel ingebroken, het hele systeem werd enkel opgezet om Osama Bin Laden en co. te vatten. Zo gaat het altijd wanneer privacy als pasmunt gebruikt wordt om een veiligheidsgevoel te kopen. Het fundament van de rechtsstaat dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel bewezen wordt, gaat op de schop. Iedereen is nu een verdachte die in de gaten gehouden wordt, zelfs als je nog nooit in je leven een vlieg kwaad deed. Je moet maar één keer een foute sms sturen, of een verkeerd nummer bellen, en je staat plots op de radar van staatsveiligheid. Je voelt je misschien veilig voor misdadigers, maar in de plaats komt een angst voor je eigen overheid. Want die kijkt mee. Minstens even gevaarlijk is de opslag van al die gegevens. Want zelfs wie een blind vertrouwen heeft in onze overheid, en er rotsvast van overtuigd is dat er hier nooit iemand aan de macht zal komen die zo'n data zou durven misbruiken, moet beseffen dat er hackers en vijandige mogendheden bestaan. Vorige maand nog werd de Belgische overheid slachtoffer van een grootscheepse cyberaanval, en recent kwam aan het licht dat door een datalek jarenlang gevoelige gegevens door onbekenden gestolen werden. Het risico om gevoelige data massaal op te slaan is veel te groot. Op het internet weet je nooit wie er meekijkt, en databanken van deze schaal zijn een lucratief doelwit voor cybercriminelen of landen als Rusland en China. Die toonden zich eerder al bereid om onze systemen te destabiliseren via cyberaanvallen.Een eerdere poging van de regering om een gelijkaardige dataretentiewet in te voeren werd eind april nog door het Grondwettelijk Hof vernietigd na een negatief advies door het Europees Hof van Justitie. De reden: de wet schendt de privacy. Dat zou een signaal moeten zijn dat men fundamentele grondrechten met de voeten treedt, maar blijkbaar denkt de regering daar anders over. Fundamentele rechten zijn niet ingevoerd om stap voor stap afgeschaft te worden, en al zeker niet om het werk van de overheid te verlichten. Ze zijn er net om de burger te beschermen tegen een al te invasieve overheid. De overheid, en zeker de regering, moeten zichzelf een hoge standaard opleggen die de rechten van burgers vandaag en in de toekomst beschermt. De bestrijding van terrorisme en georganiseerde criminaliteit is legitiem en noodzakelijk, maar niet elk doel heiligt de middelen. Deze strijd mag de fundamentele rechten van onschuldige burgers niet uithollen. De dataretentiewet is zo'n uitholling en de regering moet die dan ook zo snel mogelijk van tafel halen. Want waarom zou de burger een regering vertrouwen, als die regering haar burgers niet vertrouwt?