In Vlaanderen flirten ze al een tijdje met de bodemkoers. Laatst werden ze door de Nederlandse kiezer gekraakt. Ook in Duitsland en Frankrijk kregen ze bij de laatste verkiezingen een pandoering. Het gaat niet goed met de socialisten.

Niet verwonderlijk dat het de laatste maanden analyses regent van waarom mensen afhaken. De meest bekende analyse - en ook de meest voor de hand liggende - gaat terug naar de paarse jaren: door te kiezen voor het kapitaal hebben ze het gewone volk 'verraden'. Zo stelt de Franse socioloog Didier Eribon.

Waarom luistert het volk niet meer naar de socialisten?

Sommige analisten gaan nog een stapje verder. In een edito waarboven de sprekende titel 'de arrogantie van links' prijkt, heeft Bert Bultinck het over 'klootjesvolk'. De linkse elite keek volgens hem neer op mensen met een sticker van VTM (of RTL) op de koffer van hun autootje.

Nog erger is echter het manifest afwijzen van zowel de belangen als de ideologie van die kleine vrouw/man, waarvan die elite zelf zegt de behartiger te zijn.

Twee stromen van socialisme

Meer dan 50 jaar geleden stelde de Amerikaanse socioloog Seymour Martin Lipset dat mensen van de 'working class' sociaal-cultureel meer rechts zijn. Mogelijke oorzaken hiervan zijn hun relatieve lage status op de werkvloer, of hun geringere educatie. Tegelijk zijn ze economisch vaak aan de linkerkant te vinden.

Dit kunnen we toepassen op het socialisme. De lage status versie is gemiddeld gezien rechtser op de sociaal-culturele as en linkser op de economische as dan het elitaire socialisme. Anders gesteld: lage status-socialisme is traditioneler, minder liberaal in waarden en normen, en heeft een geringere appetijt voor de multiculturele samenleving. Bovendien is er minder animo voor de vrije markt en wil het meer controle op bedrijven. Net andersom is dit alles voor het elitaire socialisme.

Wat heeft de socialistische partij gedaan toen ze meedeed aan het beleid? Ze heeft zich vooral sociaal-cultureel progressief opgesteld en voerde ook de meer bedrijfsvriendelijke agenda van het elitaire socialisme uit. En dit heeft zo zijn electorale gevolgen gehad.

Diep vallen

Een eerste electorale mep kwam er in de jaren negentig met de opgang van het Vlaams Blok. De eerste leegloop van een trouw kiespubliek kwam tot stand door het openlijk omarmen van de multiculturele samenleving, de selectieve aandacht voor enkel de voordelen, en de blind- en doofheid voor de problematische aspecten ervan.

Paul Scheffer - de Nederlandse expert inzake migratie - identificeerde enkele maatschappelijke spelers die elkaar blindelings vinden als pleitbezorgers voor migratie. Dit zijn belangengroepen uit het bedrijfsleven, Christelijke organisaties, en progressieve mensenrechtenactivisten en juristen. Naast het feit dat sommige socialisten zelf deel van uitmaakten van die laatste groep, is het eveneens zonneklaar dat vanuit de partij tegen dit bonte gezelschap weinig tegengas geboden werd.

Indien de socialisten willen terugkeren naar de allure van een echte volkspartij - wat vroeger het geval was - dan is en nood aan een draai naar rechts én naar links op respectievelijk de culturele en de economische as.

Nochtans eist sinds het begin van de jaren negentig een groot deel van de bevolking meer restricties inzake migratie, en onder hen heel wat mensen die zich vroeger bekenden tot het socialisme. Het is een volstrekt foute analyse dat we nu pas in 'identitaire tijden' zouden leven en dat hierdoor links verdrukt wordt. Dit is namelijk al dertig jaar zo.

De tweede electorale mep kwam er na de paarse golf van deregulatie en liberalisatie die vooral toegepast werd op de financiële sector. Er was de coulante behandeling van multinationals en grote bedrijven, en natuurlijk de postjes voor (ex-)politici in raden van bestuur.

Kortom, de partij was teveel naar links uitgeschoven op de sociaal-culturele as, en heeft zich teveel rechts gewaagd op de economische as. Niet verwonderlijk dat de kleine man/vrouw de benen nam en ging schuilen bij andere partijen.

En de toekomst?

Ook in de toekomst liggen er moeilijke uitdagingen. Laten we even een ander deel van hun trouw electoraal publiek nader bekijken, namelijk de etnisch-culturele minderheden. Ook hier is er een aanzienlijke kloof met de socialistische elite. Minderheden komen vaak uit landen waar waarden en normen minder progressief zijn dan de onze. Als ze haar opvattingen volgt, zal ook deze groep gaandeweg afhaken.

Indien de socialisten willen terugkeren naar de allure van een echte volkspartij - wat vroeger het geval was - dan is en nood aan een draai naar rechts én naar links op respectievelijk de culturele en de economische as.

Het is goed om te beseffen dat de culturele as bepalender is voor kiesintenties dan de economische. In deze context past de roep van socioloog Mark Elchardus - al enkele decennia lang - om een meer 'flinkse' partij te worden.