Vaak worden discussies over al dan niet verder federaliseren of bepaalde bevoegdheden net opnieuw naar het federale niveau brengen theoretisch gevoerd. Nochtans zijn er praktijkvoorbeelden op bepaalde beleidsdomeinen genoeg te bedenken waarbij de logica in feite aantoont dat ze beter geheel of gedeeltelijk op Belgisch niveau zouden gebeuren. Of dat alleszins een veel verregaander samenwerking beter zou zijn dan dat nu het geval is.

Het gaat hierbij zelfs in een aantal gevallen om grondgebonden aangelegenheden, die per definitie en in alle theoretische modellen rond staatsinrichting juist de basis vormen voor regionalisering.

In deze bijdrage ga ik in op een drietal thema's: energie-, klimaat- en natuurbeleid, beleidsdomeinen, die erg nauw samenhangen. Grenzen, zelfs historische, ontstaan per definitie niet altijd logisch. Zo was in de geschiedenis de relatieve sterkte of zwakte aan de onderhandelingstafel na een gewonnen of verloren strijd of oorlog vaak een doorslaggevend element.

En hetzelfde geldt bij onderhandelingen over het verder federaliseren of niet en welke bevoegdheden en hoeveel financiële middelen. Het is dus niet onlogisch dat zich dat ook in België voordoet. Logica speelt hier minder een rol in dan de relatieve politieke sterkte van deze of gene politieke partij en het belang van de partijprogramma's.

'Waarom het energie-, natuur- en klimaatbeleid beter wat meer Belgisch worden'

Met het oog op een goede organisatie van de overheid en een transparant beleid zou de organisatie van ons staatsbestel regelmatig geëvalueerd en bijgestuurd moeten worden.

Neem nu het energiebeleid. België is, sinds de sluiting van de steenkolenmijnen omwille van economische en ecologische redenen, bijna volledig van het buitenland afhankelijk qua energievoorziening. Dus zou het logisch zijn dat heel dat bevoegdheidspakket eerder federaal zou zitten. Moeten wij het immers in de toekomst niet vooral hebben van natuurlijke energiebronnen, zoals het water, de wind en de zon.

Die elementen functioneren volgende de natuur, niet in functie van de ene of andere grens.Waarom zijn er zoveel aanvragen voor windmolens vlakbij beide kanten van de taalgrens? De lusten voor ons, de lasten voor de anderen.

Het is hetzelfde met de kerncentrales. Daarom werden/worden zij meestal gebouwd bij (lands)grenzen. Als we langs beide kanten van de (taal)grens het slechte voorbeeld geven, is het natuurlijk moeilijk om een ernstig en doorgedreven energiebeleid te voeren. Tegenover multinationals staan nu regio's en intercommunales om onze belangen te verdedigen.

Sommigen zullen zeggen dat dit idealiter een Europees gegeven zou moeten zijn. Ik ben het daarmee eens, maar dat houdt in dat we eerst op Belgisch niveau ons sterker moeten opstellen. Bovendien is dit een argument dat nog voor heel wat andere beleidsdomeinen opgaat.

Het globale energiebeleid zou best volledig federaal gebeuren. Zaken zoals rationeel energieverbruik kunnen beter gewestelijk blijven.

'De aanpak van de klimaatproblematiek gebeurt nu in verdeelde slagorde.'

Het gevoerde klimaatbeleid hangt sterk samen met de energiepolitiek. De aanpak van de klimaatproblematiek gebeurt nu in verdeelde slagorde. Eind vorig jaar heeft ons land echt een slechte beurt gemaakt naar aanleiding van de internationale Klimaatconferentie van Parijs.

De Conferentie draaide al op volle toeren en in België was er nog geen onderling akkoord tussen de drie gewesten over de te leveren klimaatinspanningen.

Zulke situaties doen ons imago in het buitenland natuurlijk geen goed. De Vlaamse klimaatproblematiek stopt niet aan de grenzen met Brussel en Wallonië en omgekeerd. Hoe wil België een CO2 -reductie van 35% realiseren tegen 2030 als dit niet gecoördineerd en samen met alle gemeenschappen en gewesten gaat gebeuren? Als de wereld omwille van de klimaatopwarming om zeep gaat, zullen Brussel, Vlaanderen en Wallonië hieraan niet ontsnappen.We gaan ons dan niet redden door nog maar eens een volgend communautair debat te voeren.

Conclusie: een globaal Belgisch klimaatbeleid met heel wat maatregelen, ook heel concrete, die moeten doorgetrokken worden tot op het niveau van elke gemeente en elke burger zou veel beter zijn.

Uizonderlijke vogels spotten

En dan de natuur. Als Limburgs gedeputeerde van Natuur bevind ik mij regelmatig op de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië om de één of andere uitzonderlijke soort te spotten.

Er zijn de Grauwe Gors en de Grauwe Kiekendief (vogels). Begin juni zijn tijdens een weekend meer dan 40 vrijwillige natuurliefhebbers op pad gegaan, Vlamingen en Walen samen, om beide vogels te spotten en trachten te beschermen.

Er is hierbij een nauwe samenwerking met Wallonië (Natagora, de tegenhanger van de vzw Natuurpunt in Vlaanderen).

In Wallonië zijn de akkergebieden nog groter. Daardoor kan de Grauwe Gors er goed gedijen in tegenstelling tot Vlaanderen. Het aantal broedparen van de Grauwe Kiekendief is in Wallonië veel hoger, in Vlaanderen is het voornamelijk een onregelmatige broedvogel.

Verder zijn er de hamsters. Vrijwilligers van de Limburgse Milieukoepel voor Natuurstudie (LIKONA) gaan elke maandagavond op zoek naar hamsters, nu voornamelijk in Tongeren. Op bepaalde momenten gebeurt dit ook over de grens met Wallonië.

In een aantal groeves in Wallonië komt verder ook de geelbuikvuurpad nog voor, net zoals in Nederland. In Vlaanderen (Voeren) is de soort het laatste gezien in de jaren '70. Van de rugstreeppad en de gladde slang zijn er in Vlaanderen (Zuid-Limburg) enkele meldingen in Riemst (Kanne). Ten Zuiden, op Waals grondgebied, zijn er echter verschillende vindplaatsen, omdat Wallonië meer aandacht heeft voor deze soort.

De Waalse kant van de Sint-Petersberg in Kanne telt ten slotte veel meer dagvlinders.

Transparantie en efficiëntie

Zou het niet beter zijn dat zogeheten soortbeschermingsplannen om zeldzame soorten overeind te houden gezamenlijk zouden gebeuren door de diverse gewesten? Dat geldt zeker voor grensgebieden. Zijn beschermde dieren- en plantensoorten op zich niet belangrijk genoeg? Natuurliefhebbers op het terrein werken samen ondanks het afzonderlijke gewest en de andere taal, de overheid en de politiek kunnen dat blijkbaar niet.

Ik laat momenteel bekijken hoe zulke samenwerking structureel kan georganiseerd worden, bijvoorbeeld tussen Regionale Landschappen in Vlaanderen en/of gelijkaardige structuren aan beide kanten van de taalgrens.

Al deze voorbeelden doen mijn besluiten dat we met concrete maatregelen op diverse beleidsdomeinen en met de nodige (praktische) politieke wil, ons Belgisch staatsbestel heel wat transparanter en efficiënter zouden kunnen maken.

Ludwig Vandenhove is gedeputeerde provincie Limburg en voorzitter van B Plus.

Vaak worden discussies over al dan niet verder federaliseren of bepaalde bevoegdheden net opnieuw naar het federale niveau brengen theoretisch gevoerd. Nochtans zijn er praktijkvoorbeelden op bepaalde beleidsdomeinen genoeg te bedenken waarbij de logica in feite aantoont dat ze beter geheel of gedeeltelijk op Belgisch niveau zouden gebeuren. Of dat alleszins een veel verregaander samenwerking beter zou zijn dan dat nu het geval is.Het gaat hierbij zelfs in een aantal gevallen om grondgebonden aangelegenheden, die per definitie en in alle theoretische modellen rond staatsinrichting juist de basis vormen voor regionalisering.In deze bijdrage ga ik in op een drietal thema's: energie-, klimaat- en natuurbeleid, beleidsdomeinen, die erg nauw samenhangen. Grenzen, zelfs historische, ontstaan per definitie niet altijd logisch. Zo was in de geschiedenis de relatieve sterkte of zwakte aan de onderhandelingstafel na een gewonnen of verloren strijd of oorlog vaak een doorslaggevend element. En hetzelfde geldt bij onderhandelingen over het verder federaliseren of niet en welke bevoegdheden en hoeveel financiële middelen. Het is dus niet onlogisch dat zich dat ook in België voordoet. Logica speelt hier minder een rol in dan de relatieve politieke sterkte van deze of gene politieke partij en het belang van de partijprogramma's.Met het oog op een goede organisatie van de overheid en een transparant beleid zou de organisatie van ons staatsbestel regelmatig geëvalueerd en bijgestuurd moeten worden.Neem nu het energiebeleid. België is, sinds de sluiting van de steenkolenmijnen omwille van economische en ecologische redenen, bijna volledig van het buitenland afhankelijk qua energievoorziening. Dus zou het logisch zijn dat heel dat bevoegdheidspakket eerder federaal zou zitten. Moeten wij het immers in de toekomst niet vooral hebben van natuurlijke energiebronnen, zoals het water, de wind en de zon.Die elementen functioneren volgende de natuur, niet in functie van de ene of andere grens.Waarom zijn er zoveel aanvragen voor windmolens vlakbij beide kanten van de taalgrens? De lusten voor ons, de lasten voor de anderen.Het is hetzelfde met de kerncentrales. Daarom werden/worden zij meestal gebouwd bij (lands)grenzen. Als we langs beide kanten van de (taal)grens het slechte voorbeeld geven, is het natuurlijk moeilijk om een ernstig en doorgedreven energiebeleid te voeren. Tegenover multinationals staan nu regio's en intercommunales om onze belangen te verdedigen. Sommigen zullen zeggen dat dit idealiter een Europees gegeven zou moeten zijn. Ik ben het daarmee eens, maar dat houdt in dat we eerst op Belgisch niveau ons sterker moeten opstellen. Bovendien is dit een argument dat nog voor heel wat andere beleidsdomeinen opgaat.Het globale energiebeleid zou best volledig federaal gebeuren. Zaken zoals rationeel energieverbruik kunnen beter gewestelijk blijven. Het gevoerde klimaatbeleid hangt sterk samen met de energiepolitiek. De aanpak van de klimaatproblematiek gebeurt nu in verdeelde slagorde. Eind vorig jaar heeft ons land echt een slechte beurt gemaakt naar aanleiding van de internationale Klimaatconferentie van Parijs. De Conferentie draaide al op volle toeren en in België was er nog geen onderling akkoord tussen de drie gewesten over de te leveren klimaatinspanningen.Zulke situaties doen ons imago in het buitenland natuurlijk geen goed. De Vlaamse klimaatproblematiek stopt niet aan de grenzen met Brussel en Wallonië en omgekeerd. Hoe wil België een CO2 -reductie van 35% realiseren tegen 2030 als dit niet gecoördineerd en samen met alle gemeenschappen en gewesten gaat gebeuren? Als de wereld omwille van de klimaatopwarming om zeep gaat, zullen Brussel, Vlaanderen en Wallonië hieraan niet ontsnappen.We gaan ons dan niet redden door nog maar eens een volgend communautair debat te voeren.Conclusie: een globaal Belgisch klimaatbeleid met heel wat maatregelen, ook heel concrete, die moeten doorgetrokken worden tot op het niveau van elke gemeente en elke burger zou veel beter zijn.En dan de natuur. Als Limburgs gedeputeerde van Natuur bevind ik mij regelmatig op de taalgrens tussen Vlaanderen en Wallonië om de één of andere uitzonderlijke soort te spotten.Er zijn de Grauwe Gors en de Grauwe Kiekendief (vogels). Begin juni zijn tijdens een weekend meer dan 40 vrijwillige natuurliefhebbers op pad gegaan, Vlamingen en Walen samen, om beide vogels te spotten en trachten te beschermen.Er is hierbij een nauwe samenwerking met Wallonië (Natagora, de tegenhanger van de vzw Natuurpunt in Vlaanderen).In Wallonië zijn de akkergebieden nog groter. Daardoor kan de Grauwe Gors er goed gedijen in tegenstelling tot Vlaanderen. Het aantal broedparen van de Grauwe Kiekendief is in Wallonië veel hoger, in Vlaanderen is het voornamelijk een onregelmatige broedvogel.Verder zijn er de hamsters. Vrijwilligers van de Limburgse Milieukoepel voor Natuurstudie (LIKONA) gaan elke maandagavond op zoek naar hamsters, nu voornamelijk in Tongeren. Op bepaalde momenten gebeurt dit ook over de grens met Wallonië.In een aantal groeves in Wallonië komt verder ook de geelbuikvuurpad nog voor, net zoals in Nederland. In Vlaanderen (Voeren) is de soort het laatste gezien in de jaren '70. Van de rugstreeppad en de gladde slang zijn er in Vlaanderen (Zuid-Limburg) enkele meldingen in Riemst (Kanne). Ten Zuiden, op Waals grondgebied, zijn er echter verschillende vindplaatsen, omdat Wallonië meer aandacht heeft voor deze soort.De Waalse kant van de Sint-Petersberg in Kanne telt ten slotte veel meer dagvlinders.Zou het niet beter zijn dat zogeheten soortbeschermingsplannen om zeldzame soorten overeind te houden gezamenlijk zouden gebeuren door de diverse gewesten? Dat geldt zeker voor grensgebieden. Zijn beschermde dieren- en plantensoorten op zich niet belangrijk genoeg? Natuurliefhebbers op het terrein werken samen ondanks het afzonderlijke gewest en de andere taal, de overheid en de politiek kunnen dat blijkbaar niet.Ik laat momenteel bekijken hoe zulke samenwerking structureel kan georganiseerd worden, bijvoorbeeld tussen Regionale Landschappen in Vlaanderen en/of gelijkaardige structuren aan beide kanten van de taalgrens.Al deze voorbeelden doen mijn besluiten dat we met concrete maatregelen op diverse beleidsdomeinen en met de nodige (praktische) politieke wil, ons Belgisch staatsbestel heel wat transparanter en efficiënter zouden kunnen maken.