Opinie

Ewald Pironet

‘Waarom heb je ministers van Onderwijs als ze er niet alles aan doen om kwaliteitsvol onderwijs te verzekeren?’

Ewald Pironet Senior writer van Knack
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Vlaanderen heeft geen natuurlijke grondstoffen, tenzij grijze hersencellen. Onderwijs is niet alleen een basisrecht, het is ook cruciaal om onze welvaart te behouden en te versterken. Maar bij de start van het schooljaar blijken enkele duizenden vacatures in de scholen nog niet ingevuld. Leerlingen zullen ook dit jaar soms geen les krijgen omdat er geen leraars beschikbaar zijn. Het is symptomatisch voor de staat waarin ons onderwijs zich bevindt. Sommigen spreken over ‘een noodtoestand’.

De teloorgang van ons onderwijs dateert niet van gisteren. Rond de eeuwwisseling scoorde Vlaanderen bij de besten in internationale rangschikkingen die het onderwijsniveau meten. Sinds 2003 zakken we in die ranglijsten in steeds sneller tempo weg. Jaar na jaar werd daarover de alarmbel geluid, maar de achteruitgang van het Vlaamse onderwijs stond nooit hoog op de agenda. Samen met de onderwijskoepels dragen onze Vlaamse ministers die deze eeuw bevoegd waren voor onderwijs daarvoor een grote verantwoordelijkheid: Marleen Vanderpoorten (Open VLD), Frank Vandenbroucke (Vooruit), Pascal Smet (Vooruit), Hilde Crevits (CD&V) en Ben Weyts (N-VA). Waarom heb je ministers van Onderwijs als ze er niet alles aan doen om kwaliteitsvol onderwijs te verzekeren?

Waarom heb je ministers van Onderwijs als ze er niet alles aan doen om kwaliteitsvol onderwijs te verzekeren?

Alle adviezen om het onderwijsniveau op te krikken zijn bekend. Daarvan moet snel werk worden gemaakt. Tenminste, als we onderwijs, het zwaarste departement van de Vlaamse regering dat een kwart van de Vlaamse begroting voor zijn rekening neemt, nog belangrijk vinden.

België heeft geen natuurlijke grondstoffen: de laatste steenkoolmijn in ons land ging dertig jaar geleden dicht. Energie is niet alleen cruciaal om onze economie te laten draaien, maar ook om bijvoorbeeld onze huizen te verwarmen. Energie is een basisrecht. We kampen vandaag met een grote energiecrisis, volgens sommigen ‘de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog’.

De discussie over onze energievoorziening dateert niet van gisteren. In 2003 besliste de paars-groene regering-Verhofstadt I dat alle kerncentrales tussen 2015 en 2025 moesten sluiten. Hoe de gevolgen daarvan zouden worden opgevangen, werd nooit duidelijk. Er werd geen energiepolitiek ontwikkeld, en daar mogen we vooral de federale ministers die sinds de eeuwwisseling bevoegd waren voor energie verantwoordelijk voor houden: Olivier Deleuze (Ecolo), Fientje Moerman (Open VLD), Marc Verwilghen (Open VLD), Paul Magnette (PS), Melchior Wathelet (Les Engagés), Marie-Christine Marghem (MR) en Tinne Van der Straeten (Groen). Waarom heb je ministers van Energie als ze geen energiebeleid uittekenen?

Er werd geen energiepolitiek ontwikkeld, en daar mogen we vooral de federale ministers die sinds de eeuwwisseling bevoegd waren voor energie verantwoordelijk voor houden.

Vandaag heerst nog steeds onduidelijkheid over het lot van de kerncentrales. Het illustreert nog maar eens dat een energiebeleid niet de hoogste prioriteit heeft. Pas nadat de gasprijs door het dak was gegaan, riep premier Alexander De Croo (Open VLD) ‘op korte termijn’ – dat bleek vijf dagen later te zijn – een overlegcomité samen. Ongetwijfeld zal de kernuitstap ter sprake komen, ook al heeft die nauwelijks invloed op de elektriciteitsprijs. Die is wel belangrijk voor onze CO2-uitstoot: als we kerncentrales vervangen door gascentrales, zal dat nadelige gevolgen hebben voor het klimaat.

En wat dan met de hoge energiefactuur? Dat is vooral een Europese kwestie, maar de beste manier om die factuur te drukken is minder energie verbruiken. De regering kan, zoals Duitsland, maatregelen afkondigen: openbare gebouwen en monumenten niet meer verlichten, thermostaat in publieke gebouwen op maximaal 20 graden, winkels verplichten om lichtreclames te doven enzoverder. Dat is nog steeds geen energiebeleid, maar tenminste toch al iets.

Het Vlaamse onderwijs en de federale energiepolitiek zijn de heetste thema’s op dit moment. Ze delen minstens één gemeenschappelijk lot: decennialang schoven politici beide dossiers voor zich uit. Tot ouders boos worden omdat hun kinderen geen fatsoenlijk onderwijs meer krijgen, tot mensen opstandig worden omdat ze hun energiefactuur niet meer kunnen betalen. Die nalatigheid is op talloze terreinen te merken. Al tientallen jaren wordt er aangedrongen op een pensioenhervorming, op de modernisering van justitie, op een fiscale vereenvoudiging, op betere infrastructuur, op een ordentelijke begroting. In al die dossiers werd en wordt een gemakzuchtig beleid gevoerd. Vroeg of laat eist dat zijn tol.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content