Over de hele wereld komen jongeren samen in protest tegen het gebrek aan daadkracht van de wereldleiders om klimaatverandering aan te pakken. Zij laken terecht de inertie van het huidig beleid. 'Too little, too late'. Sinds 1995 werden er 24 klimaattoppen georganiseerd en het resultaat kunnen we niet anders bestempelen dan ontgoochelend. De laatste top in Katowice eindigde op een zwaktebod: we zouden niet langer streven naar een opwarming van 'slechts' 1,5 graden boven de pre-industriële wereldtemperatuur, maar naar een opwarming van 2 graden.

Waarom eindigen klimaattoppen zo vaak op een sisser?

Vaak wordt dan met beschuldigende vingers gewezen naar de politieke leiders die het beleid uitstippelen. Zij zouden economisch gewin op korte termijn boven het welzijn van toekomstige generaties plaatsen. Zij blijven onverschillig terwijl het lot van de volgende generaties wordt bezegeld. In haar toespraak op de laatste klimaattop in Katowice vraagt Greta Thunberg - die de jeugdbeweging op gang trok - zich verbijsterd en verontwaardigd af hoe die leiders kunnen beweren dat ze hun kinderen bovenal liefhebben terwijl ze hun toekomst stelen. Zijn de huidige leiders die een zitje op die klimaattoppen bezetten dan immorele cynici of is er iets anders aan de hand? Deze vraag beantwoorden is van cruciaal belang om tot een beter beleid te komen.

Het probleem, denk ik, ligt niet zozeer bij wie dat beleid uitstippelt maar hoe dat klimaatbeleid tot stand komt. Dat komt namelijk tot stand door onderhandeling tussen afgevaardigden van naties. Zo'n 'inter-nationale' onderhandeling brengt twee belangrijke problemen met zich mee. Ten eerste zorgt dat ervoor dat het groepsbelang voorrang krijgt op het wereldwijd belang. Staatshoofden en andere afgevaardigden zijn in de eerste plaats bekommerd om de natie die hen afvaardigt. Op zich is dat nog niet zo problematisch. Al deze naties hebben er immers alle belang bij klimaatverandering aan banden te leggen (alleen al om de massale migratiegolven te vermijden die klimaatverandering teweeg kan brengen). Het gif zit hem echter in het tweede probleem. Het huidige systeem waarbij verkozen afgevaardigden van groepen het beleid bepalen, zorgt er vaak voor dat het korte termijn belang (van die groepen) primeert op het lange termijn belang. Trump wil volgend jaar verkozen worden. Vandaag CO2 taksen opleggen of fors gaan investeren in de ontwikkeling van nieuwe technologieën (waarvan de vruchten slechts over enkel decennia geplukt zullen worden) is niet hoe hij en velen van zijn collega's dat proberen te verwezenlijken.

Een beleid dat geënt is op het groepsbelang op korte termijn heeft echter rampzalige gevolgen voor een gemene goed zoals het klimaat. Het veroorzaakt wat Garitt Hardin een 'tragedy of the commons' noemt - 'een tragedie van het gemene goed'. Wanneer alle actoren hun eigenbelang op korte termijn nastreven dan vernietigen ze op termijn het gemene goed waar ze allen van afhankelijk zijn. Hoe kunnen we zo'n tragedie vermijden? Door ervoor te zorgen dat internationale onderhandeling in het groepsbelang plaatsmaakt voor wereldwijde samenwerking in het globaal belang. Zolang we het beleid laten bepalen door staatshoofden en diplomaten wordt dat moeilijk.

Maar wie neemt dan hun plaats in? Het misschien wat verrassende antwoord daarop is: de wereldburgers zelf. We kunnen uiteraard niet de hele wereldbevolking samenbrengen om het beleid uit te stippelen maar we kunnen wel een representatieve steekproef ervan samenbrengen. Zoiets heet deliberatieve (in plaats van representatieve) democratie. Het kwam onlangs onder de aandacht toen de Duitstalige gemeenschap in België aankondigde dat het een permanente raad van gelote burgers opricht. Concreet zou dat inhouden dat een representatieve steekproef (naar geslacht, leeftijd, etnische afkomst, socio-economische status en culturele achtergrond) samengebracht worden om het beleid uit te stippelen. Nadat ze goed worden geïnformeerd over de problematiek en mogelijke oplossingen, overleggen ze met elkaar in groepen en wordt toegewerkt naar een (hoge graad van) consensus rond de voorstellen die de voorkeur van de meerderheid wegdragen.

De tijd is gekomen om lessen te trekken uit het verleden en werk te maken van een volwaardig wereldwijd samenwerkingsverband.

Een naïeve droom, denkt u misschien. Sociale experimenten met deliberatieve democratie tonen echter dat er vaak constructieve oplossingen uit de bus komen voor complexe maatschappelijke problemen en dat zo'n overlegmodel mensen met heel uiteenlopende achtergronden op dezelfde golflengte kan krijgen. Meer zelfs, zo'n initiatief vond reeds plaats en de resultaten waren bijzonder hoopgevend. Op zaterdag 6 juni 2015 kwamen tienduizend burgers uit 76 verschillende landen in 97 overleggroepen in alle uithoeken van de planeet samen om over de klimaatproblematiek te delibereren. Het project heette `World Wide Views on Climate and Energy` en ging door enkele maanden voor de VN-klimaattop in Parijs. Het werd het meest grootschalige burgeroverleg ooit. Nadat de deelnemers werden geïnformeerd via informatieve filmpjes, overlegden ze met elkaar hoe ze de klimaatproblematiek het best konden aanpakken. De maatregels die door de overleggroepen werden voorgesteld gingen doorgaans een stuk verder dan de richtlijnen die enkele maanden later door de VN-top werden voorgesteld én de graad van consensus die daarbij werd bereikt was aanzienlijk hoger dan die onder de politici en diplomaten in Parijs.

In mijn boek 'De tweede vervreemding', waarin ik een lans breek voor het belang van wereldwijde samenwerking, werk ik een voorstel uit om zo'n globale burgerraad binnen de Verenigde Naties te integreren. Want in het globale tijdperk waarin we zijn terechtgekomen staat één iets vast: de grote maatschappelijke uitdagingen waar we vandaag voor staan kunnen we enkel het hoofd bieden wanneer we wereldwijd samenwerken. Dat geldt niet enkel voor klimaatverandering, maar ook voor armoede, conflict, overbevolking, massamigratie en conflict. De tijd is gekomen om lessen te trekken uit het verleden en werk te maken van een volwaardig wereldwijd samenwerkingsverband.

Michael Vlerick, wetenschapsfilosoof aan de universiteit van Tilburg en auteur van 'De tweede vervreemding. Het tijdperk van de wereldwijde samenwerking' (Lannoo).