Kinderen en jongeren zijn afhankelijk van volwassenen en kunnen hun stem niet luid laten klinken in een belangengroep. Maakt dat van hen weerloze watjes? Neen. Maar dat neemt niet weg dat we hun rechten optimaal moeten beschermen en promoten.

Rechten van kinderen moeten we optimaal beschermen en promoten.

Kinderrechten zijn geen accessoire dat toevallig goed staat bij een rechtstaat. Niet voor niets hebben de Verenigde Naties al in 1989 geschreven aan een apart verdrag voor kinderrechten. Zo wilden ze vermijden dat ze het ondergeschoven kindje werden in de mensenrechtenwereld en permanent werden afgewogen tegen elkaar. Bovendien bleek al snel dat kinderen en jongeren de dupe werden van corona en het beleid dat er in zeven haasten werd uitgetekend. Alle studies alarmeren immers dat de pandemie erin hakte bij onze jongsten. Reden genoeg om de Kinderrechtencommissaris niet te laten samensmelten en volledig autonoom en onafhankelijk te laten verder werken.

Frankrijk als het slechte schoolvoorbeeld

In Europa zagen we al eerdere tendensen om kinderrechten op te nemen in bredere mensenrechteninstituten. Zo verdween in 2011 de Franse Kinderombudsman in een groter algemeen orgaan dat boven Frankrijk hangt. Elke vijf jaar leggen de Verenigde Naties de loep op elk land om te zien hoe het met de kinderrechten is gesteld. Wat bleek in Frankrijk? Dat land kreeg in 2016 een slecht rapport omdat door de fusie de Kinderombudsman precies van het toneel verdwenen was. De VN constateerde dat Fransen hun kinderbelangenbehartiger minder zagen. Bovendien moest de verdediging van kinderrechten het plots stellen met veel minder geld. Alsof je op kinderrechten kunt besparen. De VN kwam er ook achter dat de Franse staat veel minder dan vroeger aanklopte bij het instituut wanneer er nieuwe wetten werden geschreven. Zo werd de adviserende functie in een hoekje geduwd waar niemand nog naar keek.

Maak van een krachtige tijger geen lieve huiskat

De Vlaamse regering stroopt de mouwen op om een Vlaams Mensenrechteninstituut te bouwen en dat houdt nog veel meer risico's in. Het instituut kan bijvoorbeeld niet meer naar de rechter stappen als bemiddeling op niets uitdraait, een trademark van Unia en De genderkamer. De Kinderrechtencommissaris kan dat vandaag nog wel, maar dreigt dit niet meer te kunnen bij een inkanteling in het brede instituut.

Het mandaat om in rechte te treden, geeft nochtans tanden aan een mensenrechteninstituut. Op die manier kan je verzekeren dat mensenrechten optimaal worden beschermd en bevorderd. De stok achter de deur zeg maar die autoriteit afdwingt. Er is toch ook niemand die verwacht dat iedereen zich keurig aan de verkeersregels houdt zoals een maximumsnelheid houdt, zonder dat er boetes of overtredingen aan gekoppeld kunnen worden.

Vandaag heeft Vlaanderen een gespierde tijger om de rechten van onze kinderen te beschermen. Niemand zit te wachten op een spinnende poes. Daarom moet het instituut naast het mandaat om in rechte te kunnen optreden, ook voldoende middelen en expertise krijgen.

Het belang van de burger voorop

Als we de plannen van de Vlaamse regering met een breedhoek bekijken, komen de gevolgen voor elke Vlaming naar boven. Het nieuwe instituut moet een halt toeroepen tegen versnippering, maar dreigt uit te draaien op net het tegenovergestelde: een zoveelste instelling in het Belgisch spinnenweb. De oprichting van een eenheidsloket door een samenwerking met de andere gelijkekansenorganen, Unia en het federale FIRM is voor het belang van de burger dus een noodzaak.

Minister Somers wil onderzoeken om het Kinderrechtencommissariaat, het Vlaams Vredesinstituut, de Vlaamse Ombudsdienst en de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking van persoonsgegevens te laten samensmelten. De ambitieuze plannen om alle mensenrechten te bevorderen, dreigen er paradoxaal genoeg ervoor te zorgen dat de bescherming van onze kinderrechten zal verdwalen in een doolhof. Alle wegwijzers moeten daarom wijzen naar hetgeen waar kinderen recht op hebben: een eigen kinderrechtencommissaris.

Kinderen en jongeren zijn afhankelijk van volwassenen en kunnen hun stem niet luid laten klinken in een belangengroep. Maakt dat van hen weerloze watjes? Neen. Maar dat neemt niet weg dat we hun rechten optimaal moeten beschermen en promoten. Kinderrechten zijn geen accessoire dat toevallig goed staat bij een rechtstaat. Niet voor niets hebben de Verenigde Naties al in 1989 geschreven aan een apart verdrag voor kinderrechten. Zo wilden ze vermijden dat ze het ondergeschoven kindje werden in de mensenrechtenwereld en permanent werden afgewogen tegen elkaar. Bovendien bleek al snel dat kinderen en jongeren de dupe werden van corona en het beleid dat er in zeven haasten werd uitgetekend. Alle studies alarmeren immers dat de pandemie erin hakte bij onze jongsten. Reden genoeg om de Kinderrechtencommissaris niet te laten samensmelten en volledig autonoom en onafhankelijk te laten verder werken. In Europa zagen we al eerdere tendensen om kinderrechten op te nemen in bredere mensenrechteninstituten. Zo verdween in 2011 de Franse Kinderombudsman in een groter algemeen orgaan dat boven Frankrijk hangt. Elke vijf jaar leggen de Verenigde Naties de loep op elk land om te zien hoe het met de kinderrechten is gesteld. Wat bleek in Frankrijk? Dat land kreeg in 2016 een slecht rapport omdat door de fusie de Kinderombudsman precies van het toneel verdwenen was. De VN constateerde dat Fransen hun kinderbelangenbehartiger minder zagen. Bovendien moest de verdediging van kinderrechten het plots stellen met veel minder geld. Alsof je op kinderrechten kunt besparen. De VN kwam er ook achter dat de Franse staat veel minder dan vroeger aanklopte bij het instituut wanneer er nieuwe wetten werden geschreven. Zo werd de adviserende functie in een hoekje geduwd waar niemand nog naar keek. De Vlaamse regering stroopt de mouwen op om een Vlaams Mensenrechteninstituut te bouwen en dat houdt nog veel meer risico's in. Het instituut kan bijvoorbeeld niet meer naar de rechter stappen als bemiddeling op niets uitdraait, een trademark van Unia en De genderkamer. De Kinderrechtencommissaris kan dat vandaag nog wel, maar dreigt dit niet meer te kunnen bij een inkanteling in het brede instituut. Het mandaat om in rechte te treden, geeft nochtans tanden aan een mensenrechteninstituut. Op die manier kan je verzekeren dat mensenrechten optimaal worden beschermd en bevorderd. De stok achter de deur zeg maar die autoriteit afdwingt. Er is toch ook niemand die verwacht dat iedereen zich keurig aan de verkeersregels houdt zoals een maximumsnelheid houdt, zonder dat er boetes of overtredingen aan gekoppeld kunnen worden. Vandaag heeft Vlaanderen een gespierde tijger om de rechten van onze kinderen te beschermen. Niemand zit te wachten op een spinnende poes. Daarom moet het instituut naast het mandaat om in rechte te kunnen optreden, ook voldoende middelen en expertise krijgen. Als we de plannen van de Vlaamse regering met een breedhoek bekijken, komen de gevolgen voor elke Vlaming naar boven. Het nieuwe instituut moet een halt toeroepen tegen versnippering, maar dreigt uit te draaien op net het tegenovergestelde: een zoveelste instelling in het Belgisch spinnenweb. De oprichting van een eenheidsloket door een samenwerking met de andere gelijkekansenorganen, Unia en het federale FIRM is voor het belang van de burger dus een noodzaak.Minister Somers wil onderzoeken om het Kinderrechtencommissariaat, het Vlaams Vredesinstituut, de Vlaamse Ombudsdienst en de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking van persoonsgegevens te laten samensmelten. De ambitieuze plannen om alle mensenrechten te bevorderen, dreigen er paradoxaal genoeg ervoor te zorgen dat de bescherming van onze kinderrechten zal verdwalen in een doolhof. Alle wegwijzers moeten daarom wijzen naar hetgeen waar kinderen recht op hebben: een eigen kinderrechtencommissaris.