Bart Somers noemt het zelf zijn pièce de resistance. Hij wil eindelijk vanuit Vlaanderen een daadkrachtig integratiebeleid voeren, iets waar we inderdaad lang genoeg op hebben moeten wachten. Hij plant 24 grote projecten, in samenwerking met de steden en gemeenten waar de meeste Vlamingen met migratieroots leven. Daarmee wil hij een 'turbo' zetten op het integratieproces.
...

Bart Somers noemt het zelf zijn pièce de resistance. Hij wil eindelijk vanuit Vlaanderen een daadkrachtig integratiebeleid voeren, iets waar we inderdaad lang genoeg op hebben moeten wachten. Hij plant 24 grote projecten, in samenwerking met de steden en gemeenten waar de meeste Vlamingen met migratieroots leven. Daarmee wil hij een 'turbo' zetten op het integratieproces. Somers schuwt de grootspraak niet als hij ons erover vertelt in zijn kantoor, maar hij wil vooral een verschil maken op het terrein. Daarvoor moest hij eerst het Agentschap Integratie en Inburgering hervormen, de dienst die inburgeringscursussen organiseert en ook de integratie moet bevorderen. Onder N-VA'ster Liesbeth Homans, de voorgangster van Somers, was dat een puinhoop. Somers: 'Ik ga naar niemand met stenen werpen, maar het was wel duidelijk dat er bij het Agentschap Integratie en Inburgering iets moest gebeuren. De dienst heeft ondertussen een kleine revolutie ondergaan. Asielzoekers moeten in België vaak meer dan een jaar wachten om te weten of ze erkend worden of niet. Nieuwkomers moesten daarnaast maandenlang wachten op een inburgeringscursus, die ook nog eens zo'n 17 maanden duurt: eerst een cursus Maatschappelijke Oriëntatie in de eigen taal, dan een cursus Nederlands en pas dáárna werden ze naar de arbeidsmarkt geleid. We leerden ze dus eigenlijk om voor drie jaar in een hangmat te gaan liggen. Vanaf 2022 zorgen we ervoor dat inburgeraars binnen twee maanden worden ingeschreven bij de VDAB, maar eerst zijn we de historische wachtlijsten aan het wegwerken. Toen ik als minister begon, wisten we niet eens hoeveel mensen daarop stonden, maar na een jaar zijn de wachtlijsten al gehalveerd. Tegen het einde van dit jaar zullen ze helemaal verdwenen zijn.' Hoe hebt u dat gedaan? Er gaat niet meer geld naar het Agentschap Integratie en Inburgering. Bart Somers: Nee, inderdaad. We zorgen er vooral voor dat het Agentschap efficiënter werkt. Er waren problemen met het management, en we zetten nu ook hevig in op digitalisering. Vroeger hadden leerkrachten niet eens cursussen ter beschikking - ze moesten ze zelf opstellen - en zaten een professor staatsrecht en een analfabeet uit Iran in dezelfde klas. Digitaal kan iedereen veel meer in zijn eigen tempo volgen, en kunnen we van Voeren tot Oostende dezelfde lessen aanbieden. Zijn nieuwkomers wel mee in die digitalisering? Hebben ze überhaupt al een computer? Somers: U moet hun digitale vaardigheden niet onderschatten, het zijn niet allemaal mensen die van niets weten. Wie geen computer heeft, kan er een lenen én een basiscursus informatica volgen. Cursisten zullen ook altijd naar een fysieke les kunnen blijven komen. Hier hebben we dus echt al het tij kunnen keren, en ik ben daar blij om. Het Agentschap Integratie en Inburgering is misschien wel onze belangrijkste administratie. Het is een fabriekje dat nieuwe Vlamingen klaarstoomt. Daarom is het belangrijk dat we ook de tweede opdracht van het Agentschap goed stroomlijnen. Het helpt lokale besturen met de integratie van mensen met migratieroots - zo'n 1,6 miljoen Vlamingen. En dat samenleven is niet altijd gemakkelijk. Ik ben daar niet heel pessimistisch over, maar we moeten wel dringend een versnelling hoger schakelen. Dat de integratie helemaal mislukt is, is zelfs een gemeenplaats geworden waar sommige politici zich ook van bedienen. Somers: Dat klopt natuurlijk niet. Het is altijd een individueel verhaal, maar twee cijfers maken mij best optimistisch. De activiteitsgraad onder mensen met een migratieachtergrond is de voorbije tien jaar dubbel zo snel gestegen als onder andere Vlamingen. In 2003 ging 20 procent van de jongeren met roots buiten de EU in Vlaanderen naar het hoger onderwijs. In 2018 was dat al 41 procent, dat gaat sneller dan de onderwijsgolf onder de Vlaamse arbeidersklasse in de jaren zestig. Ik weet dat die groepen het nog altijd niet goed genoeg doen, maar de verbetering is dus soms wel spectaculair. Hoe wilt u dan een versnelling hoger schakelen? Somers: In 2019 bood ons Vlaams Agentschap 380 projecten en 413 vormingen aan lokale besturen aan. Dat is een hele catalogus van kleine initiatieven, die de zestig ambtenaren die wij daarvoor in dienst hebben moesten opvolgen. Dat was allemaal met goede bedoelingen, maar het waren druppels op een gloeiende plaat. Het was ook altijd alsof het warm water opnieuw moest worden uitgevonden, terwijl we ondertussen eigenlijk wel weten wat er moet gebeuren. Daarom kom ik nu met 7 doelstellingen, samen goed voor 24 projecten. We bieden die projecten aan steden aan waar minstens 7500 mensen met migratieroots van buiten de EU wonen. Dat zijn zo'n 28 steden en gemeenten, maar daar woont wel bijna twee derde van de mensen met een migratieachtergrond. Zo gaan we voor maximale impact. De lokale besturen kunnen kiezen welke doelstellingen ze het belangrijkst vinden. Het gaat dan onder meer over acties rond veiligheid, discriminatie en taalachterstand, of over mensen vooruithelpen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Is dat niet een manier om uw favoriete projecten over heel Vlaanderen op te zetten, ten koste van lokaal gegroeide initiatieven?Somers: Integendeel, ik stop met de honderden kleine projectjes die vanuit de Vlaamse overheid werden georganiseerd. Ik handel hier mede als burgemeester. Ik heb me afgevraagd wat andere burgemeesters kunnen gebruiken, en ik heb daarover met hen ook uitgebreid van gedachten gewisseld. Ze vinden het allemaal een goede aanpak, en er zal altijd ruimte blijven voor ideologische verschillen. De initiatieven zijn heel divers: het gaat over zomerscholen, buddyprojecten, maar ook plannen om de veiligheid in wijken te verbeteren of intimidatie op straat tegen te gaan. De lokale besturen kiezen ook de partners met wie ze werken, of schakelen hun eigen ambtenaren in. We vragen hen wel dat ze evenveel bijdragen aan de financiering als Vlaanderen. We zullen voor die projecten in deze regeerperiode 33 miljoen euro uittrekken, en ook die zestig ambtenaren die nu voor het Agentschap werken zullen rechtstreeks voor de lokale besturen werken. Een van de projecten die in het oog springen, zijn de correspondentietests, de vroegere praktijktests. Moesten die van naam veranderen om eindelijk aanvaardbaar te worden voor de N-VA? Somers: Dat is gewoon de correct wetenschappelijke omschrijving voor wat het is: via brieven schriftelijke praktijktests uitvoeren. Voor mij is dat eenvoudigweg een belangrijk instrument om discriminatie eerst te meten en vervolgens ook aan te pakken. We zullen de tests nu aan de lokale besturen aanbieden, en we zullen er zelf ook organiseren voor onze Vlaamse administratie. Ook andere kansengroepen, zoals mensen met een beperking, 55-plussers of lgbtq'ers, zullen via die projecten worden aangesproken. Is het niet vreemd om pakweg holebi's op dezelfde manier te benaderen als nieuwkomers? Somers: We zullen holebi's geen Nederlands aanleren, nee, dat klopt. (lacht) Een heel aantal projecten kan wel nuttig zijn, zoals correspondentietests die discriminatie tegen lgbtq-mensen onderzoeken. Diversiteit gaat echt niet alleen over de etnisch-culturele afkomst. Als we zomerscholen organiseren, zullen daar dus niet enkel kinderen met migratieroots die een leerachterstand hebben terechtkunnen. We mikken op alle gezinnen waar kansarmoede ertoe leidt dat kinderen niet goed kunnen studeren. U benadrukt dat de resultaten veel beter gemonitord en geëvalueerd zullen worden, maar is dat wel altijd mogelijk? Projecten die bijvoorbeeld de polarisering in steden moeten aanpakken, zijn achteraf heel moeilijk te beoordelen op hun succes, niet? Somers: Dat is zo, daar moeten we niet flauw over doen. We zullen een wetenschappelijk dashboard ontwerpen waarmee we alles zo goed mogelijk willen opvolgen. Het zal misschien het Hannah Arendt Instituut zijn dat straks de polarisering helpt te bestrijden, maar eenvoudig te meten is dat natuurlijk niet. Het is makkelijker te kwantificeren hoeveel leerlingen we in de zomerscholen willen, of hoeveel mensen met succes naar de arbeidsmarkt worden geleid. Pas op: dat zal dus telkens over honderden en duizenden mensen gaan. Ik wil straks zelfs een netwerk uitbouwen van meer dan tienduizend buddy's die nieuwkomers helpen. Zijn er wel zo veel Vlamingen die dat willen doen? Somers: Ik ben overtuigd van wel, ja. Ook voor de buddy is dat een heel waardevolle, verrijkende ervaring. Moeten die strengere criteria er ook voor zorgen dat schandalen als Let's Go Urban, het jongeren- en dansproject van uw voormalige partijgenote en Vlaams Parlementslid Sihame El Kaouakibi, minder voorkomen? Politici deelden geld uit aan projecten waarvan nooit echt duidelijk was wat ze de samenleving opleverden. Somers: Let's Go Urban is een pijnlijke affaire, en het gaat hier absoluut niet over projecten waarbij middelen werden misbruikt. We willen projecten vervangen die niet genoeg impact hadden, of misschien niet efficiënt waren. Ik denk inderdaad wel dat het daarom ook goed is dat we met zo'n wetenschappelijk dashboard werken en onze middelen concentreren in plaats van zomaar geld uit te delen zonder duidelijke doelstellingen. U werd minister van Samenleven in een regering waarvan werd gezegd dat ze beleid moest voeren om kiezers van het Vlaams Belang terug te winnen. In het regeerakkoord stonden enkele pesterijen... Somers:(onderbreekt) Welke dan? Pesterijen voor nieuwkomers. Bijvoorbeeld het duurder maken van de inburgeringscursussen: 360 euro. Somers: Waarom is dat een pesterij? We geven daarmee juist het signaal dat we die cursussen belangrijk vinden, en dat nieuwkomers daardoor hun kansen in onze samenleving wel degelijk zullen verhogen. Iedereen is het erover eens dat de inburgering van nieuwkomers soms problematisch verloopt. Lost u dat probleem dan echt op door geld te vragen voor zo'n cursus, of is zo'n beslissing bedoeld voor een ander publiek? Somers: Zelfs voor een doktersbezoek of een treinrit vragen wij een kleine bijdrage, waarom zouden we dat daarvoor dan niet doen? Ik ben ervan overtuigd dat veel nieuwkomers dat bedrag met plezier zullen betalen, en we hebben trouwens een prachtige oplossing voor wie dat níét kan. Die mensen zullen kunnen betalen door aan zinvol maatschappelijk werk te doen: helpen in een rustoord, of aan een school kinderen helpen oversteken. De nieuwkomers leren de samenleving kennen, oefenen het Nederlands en tonen ons dat ze geëngageerd zijn om er hier iets van te maken. Dat is echt een win-win. Een aanzienlijk deel van de nieuwkomers volgt vrijwillig zo'n inburgeringscursus. Zullen zij niet afhaken als ze 360 euro moeten betalen? Somers: Dat is een terechte opmerking, want dat willen we vermijden. Het gaat over 14.000 mensen die daar vrijwillig zitten. We zullen daar in de regering over moeten nadenken. Wie zo'n cursus het hardst nodig heeft, moet betalen en de vrijwilligers mogen gratis? Somers: We denken daar nog over na. Ik begrijp het dogmatisch verzet tegen die maatregel wel niet goed. Het is een emancipatorisch verhaal, zeker nu we maatschappelijk werk als alternatief kunnen aanbieden en hen daarna ook sneller naar de arbeidsmarkt leiden. U was tijdens de regeringsonderhandelingen toch geen voorstander van die kostprijs? Somers: Ik was geen voorstander van exuberante bedragen. In Nederland hebben ze een tijdlang de volledige kosten aangerekend, maar daar zijn ze van teruggekomen. Het hypothekeerde de toekomstkansen van nieuwkomers. Wij vragen misschien geen symbolisch maar daarmee vergeleken wel een bescheiden bedrag. Iets anders uit het regeerakkoord waar sindsdien niets meer over is vernomen: de participatieverklaring die nieuwkomers moeten ondertekenen. Komt die er, of dreigde de Raad van State zo'n idee af te schieten? Somers: Die moet er aan het begin van volgend jaar zijn. Ook dat is absoluut geen pesterij. Ik vergelijk het met de ceremonie die wij in Mechelen organiseren voor nieuwkomers met een buddy: de nieuwe Vlaming wordt op zo'n moment omarmd, en bewijst tegelijkertijd dat hij deel wil zijn van onze samenleving. Dat zal hetzelfde zijn met de participatieverklaring. U kreeg onlangs ook nieuwe toelatingsvoorwaarden goedgekeurd voor moskeeën en andere religieuze instellingen. Daarvoor richt u zelfs een Vlaamse informatie- en screeningsdienst met deels politionele bevoegdheden op. Zegt die strengheid iets over hoezeer wij religies, en dan zeker de islam, vandaag wantrouwen? Somers: Daar ben ik het niet mee eens. Wij geven jaarlijks tientallen miljoenen euro's aan geloofsgemeenschappen. In ruil voor dat geld kunnen we op zijn minst transparantie vragen, en respect voor de fundamenten van onze samenleving. We hebben daar uiteraard informatie voor nodig, maar dat werkt ook omgekeerd: moskeeën die straks onterecht bekritiseerd worden, kunnen onze rapporten gebruiken om duidelijk te maken dat ze niets verkeerds doen. We moeten onze ogen ook niet sluiten: vandaag proberen buitenlandse mogendheden de islam te instrumentaliseren om invloed te krijgen in ons land. Er preken buitenlandse ambtenaren als imams in onze moskeeën, dat is gewoon onaanvaardbaar. De manier waarop de Moslimexecutieve functioneert, is zelfs uiterst problematisch. Het is heel duidelijk dat ze in de greep zit van Turkse en Marokkaanse autoriteiten. Hoe komt het bijvoorbeeld dat ze er niet in slaagt om een imamopleiding te organiseren? Misschien hebben die buitenlandse mogendheden er wel geen belang bij dat wij Vlaamse imams opleiden. Zou u de Moslimexecutieve het liefst zien verdwijnen? Somers: Zoals het nu werkt, is het niet vol te houden. We hebben een representatief orgaan voor de islam nodig, maar één dat zich inschrijft in onze samenleving en zonder buitenlandse invloed. De problemen binnen de Moslimexecutieve laten zich ook op Vlaams niveau voelen. Er worden cursussen islam gegeven op onze scholen die knip-en-plakwerk zijn van het Turkse staatsonderwijs. Dat moet echt stoppen. Als burgemeester van Mechelen ontving ik vroeger soms de vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap in mijn bureau. Vijftien jaar geleden waren dat allemaal oudere mannen - vaak eerstegeneratiemigranten - die slecht Nederlands spraken. Ze waren heel vriendelijk, maar luisterden duidelijk nog heel goed naar hun thuisland. Vandaag zijn dat hoogopgeleide jongeren die perfect Nederlands spreken en die de buitenlandse beïnvloeding beu zijn. Zij moeten de weg uitstippelen voor de islam in Vlaanderen. De Leuvense rector Luc Sels zei onlangs zich zorgen te maken over woke activisten: ze bedreigen de openheid van het debat. Ziet u dat ook zo als minister van Samenleven, of keert hij zich tegen een verzonnen vijand? Somers: In de Angelsaksische wereld leeft dat heel sterk. Het is een vorm van identiteitsdenken waar ik net tegen strijd: 'Ik ben iemand van kleur, dus jij kunt als blanke man niet begrijpen wat ik voel.' Dat is een gevaarlijke gedachte, maar ik betwijfel of ze in Vlaanderen veel aanhang heeft. Ik hoor alleen maar mensen die zich uitspreken tégen woke. Met wie zijn die mensen aan het debatteren, of zijn ze aan het schaduwboksen? In die zin is woke in Vlaanderen een heel verbindend element: we zijn er blijkbaar allemaal tegen, zelfs Dyab Abou Jahjah. Ik krijg ook wel het idee dat het etiket van woke vaak ergens wordt opgekleefd om het debat te smoren. Het is af en toe niet slecht om te pleiten voor verandering. Als strijden tegen racisme, discriminatie en onverdraagzaamheid, of opkomen voor genderissues, als dat allemaal al woke is, ben ik het zelf ook. De relatie tussen uw partij en de N-VA is desastreus. Bart De Wever beschuldigt in zowat elk interview de liberalen van verraad, de twee voorzitters praten niet meer en in Antwerpen lijkt Willem-Frederik Schiltz daardoor een schepenmandaat mis te lopen. Moeilijk te geloven dat de Vlaamse regering daar geen last van ondervindt. Somers: Ik kan met de grootste stelligheid beweren dat het zo is. Ik heb een zeer goede, correcte werkrelatie met Jan Jambon en al mijn collega's van de N-VA in deze regering. Er zijn af en toe meningsverschillen en discussies, maar iedereen kan zien dat wij niet vechtend met elkaar over straat rollen. De begrotingsbesprekingen, de septemberverklaring, vorige week het energiedossier: telkens weer vinden we elkaar. Het gerucht gaat - toegegeven, al jaren - dat de N-VA uw partij in de Vlaamse regering het liefst zou vervangen door Vooruit. Somers: Men heeft mij daar nog niet over ingelicht. (lacht)Schiltz was een van de trekkers in het Vlaams Parlement om de lonen met vijf procent te verlagen. Die beslissing bleef vervolgens twee jaar onuitgevoerd. Hoe kan zoiets? Somers: Ik ga me niet mengen in de werkzaamheden van het Vlaams Parlement. Het loon van de parlementsleden wordt nu verlaagd, maar voor een aantal mensen zullen politici altijd te veel geld verdienen. Ik wil waarschuwen dat we er wel voor moeten zorgen dat de politiek aantrekkelijk genoeg blijft om competente mensen aan te trekken. Ik maak me daar echt zorgen over. In de 25 jaar dat ik actief ben in de Belgische en Vlaamse politiek, heb ik de instroom van nieuwe mensen zien verminderen. Mensen willen zich nog altijd heel graag engageren, maar het liefst niet professioneel in de politiek. Toch niet omdat politici niet genoeg verdienen? Somers: Nee, het gaat veel breder. Het is gewoon een harde wereld. De vraag is ook of de politiek nog in staat is om voor voldoende hervormingen en veranderingen te zorgen. Kunnen mensen die zich engageren in de politiek nog wel een verschil maken? As je kijkt naar de maatregelen die premier Alexander De Croo vorige week als haast historisch presenteerde, is de ruimte inderdaad beperkt. Somers: Deze regering gaat wel verder dan de regering-Michel ooit is geraakt in een aantal dossiers, maar er werd inderdaad ook al meteen moord en brand geschreeuwd. De belangengroepen die het vaakst pleiten voor grote hervormingen, reageren meestal ook het felst als ze zelf om een bijdrage worden gevraagd. De blokkering in dit land is dus absoluut niet alleen politiek. Er is nog altijd onduidelijkheid over de wettelijkheid van het geld dat de Open VLD aan Sihame El Kaouakibi gaf voor de verkiezingscampagne van 2019. Vindt u die uitzonderlijke steun verdedigbaar? Somers: Alle partijen zetten in op hun topkandidaten in verkiezingstijd, dus ik zou niet weten wat daar verkeerd mee was. Verwijt u zichzelf iets in de op- en neergang van El Kaouakibi? U hebt haar haast naar de politiek gehaald. Somers: Ik verwijt mezelf niets, nee. Maar ik ben er wel nog altijd heel ontgoocheld en eigenlijk ook heel kwaad over. Hebt u haar sindsdien nog gehoord? Somers: Nul keer. Zult u, tot slot, straks naar de documentaire van Eric Goens over haar kijken? Somers: Ik kijk nog heel weinig televisie. Sinds enkele jaren kijk ik zeker niet meer elke dag naar Het journaal, Terzake of De zevende dag. Ik lees liever boeken. Maar als u echt graag hebt dat ik ernaar kijk, wil ik dat voor u wel doen. (lacht)