'Gelukkig duurt de zomer niet al te lang in onze contreien, anders gingen vrijheid van vergadering, vrijheid van vereniging, recht op privacy, het recht op een eerlijk proces,... ook allemaal op de schop', schrijven de covoorzitters van het Studiecentrum Confederalisme Hendrik Vuye en Veerle Wouters. In een opiniestuk blikken de N-VA-Kamerleden terug op wat zij 'De zomer van de Mensenrechten' noemen.

'Men springt best niet lichtzinnig om met deze verworvenheden van de democratie', betogen Vuye en Wouters. 'De vrijheid van meningsuiting is geen absoluut recht', leggen ze uit. 'Deze vrijheid kan worden beperkt, maar enkel wanneer er een 'dwingende maatschappelijke noodwendigheid' bestaat. Het is een wijdverbreid misverstand dat terrorismebestrijding beperkingen aan de vrije meningsuiting noodzakelijk maakt. Geweld, oproepen tot geweld, terrorisme, mededaderschap of medeplichtigheid aan deze handelingen, vallen niet onder de vrije meningsuiting. Geweld is geen mening.'

'Collaborateurs van terrorisme'

Daarmee laten de Kamerleden en Co-voorzitters van het Studiecentrum Confederalisme een ander geluid horen dan fractieleider in de Kamer Peter De Roover en Vlaams Parlementslid Annick De Ridder vorige maand. In de weken na de aanslag in Nice bepleitten zij een inperking van de vrije meningsuiting voor 'collaborateurs' van het terrorisme. 'Niemand respecteert samenlevingen die zichzelf niet doen respecteren', schreef De Roover toen.

Grens trekken

Twee weken geleden formuleerde Knack ook al een aantal vragen bij het voorstel om het recht op vrije meningsuiting wat scherper te stellen: 'Wat wil De Roover eigenlijk beteugelen met het strafbaar maken van de steun voor de Islamitische Staat? Wil hij voor het eerst in de geschiedenis een zuiver opiniedelict voor de rechter kunnen brengen? Wil hij dat het parket allochtone jongeren gaat vervolgen die op straat komen om een bomaanslag toe te juichen? Jongeren die tijdens antiterroristische acties de politie uitschelden? Waar trekt het gerecht de grens?' vroeg Walter Pauli zich af.

(JH)

'Gelukkig duurt de zomer niet al te lang in onze contreien, anders gingen vrijheid van vergadering, vrijheid van vereniging, recht op privacy, het recht op een eerlijk proces,... ook allemaal op de schop', schrijven de covoorzitters van het Studiecentrum Confederalisme Hendrik Vuye en Veerle Wouters. In een opiniestuk blikken de N-VA-Kamerleden terug op wat zij 'De zomer van de Mensenrechten' noemen.'Men springt best niet lichtzinnig om met deze verworvenheden van de democratie', betogen Vuye en Wouters. 'De vrijheid van meningsuiting is geen absoluut recht', leggen ze uit. 'Deze vrijheid kan worden beperkt, maar enkel wanneer er een 'dwingende maatschappelijke noodwendigheid' bestaat. Het is een wijdverbreid misverstand dat terrorismebestrijding beperkingen aan de vrije meningsuiting noodzakelijk maakt. Geweld, oproepen tot geweld, terrorisme, mededaderschap of medeplichtigheid aan deze handelingen, vallen niet onder de vrije meningsuiting. Geweld is geen mening.'Daarmee laten de Kamerleden en Co-voorzitters van het Studiecentrum Confederalisme een ander geluid horen dan fractieleider in de Kamer Peter De Roover en Vlaams Parlementslid Annick De Ridder vorige maand. In de weken na de aanslag in Nice bepleitten zij een inperking van de vrije meningsuiting voor 'collaborateurs' van het terrorisme. 'Niemand respecteert samenlevingen die zichzelf niet doen respecteren', schreef De Roover toen.Twee weken geleden formuleerde Knack ook al een aantal vragen bij het voorstel om het recht op vrije meningsuiting wat scherper te stellen: 'Wat wil De Roover eigenlijk beteugelen met het strafbaar maken van de steun voor de Islamitische Staat? Wil hij voor het eerst in de geschiedenis een zuiver opiniedelict voor de rechter kunnen brengen? Wil hij dat het parket allochtone jongeren gaat vervolgen die op straat komen om een bomaanslag toe te juichen? Jongeren die tijdens antiterroristische acties de politie uitschelden? Waar trekt het gerecht de grens?' vroeg Walter Pauli zich af. (JH)