We zijn in oorlog, zei minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) voorbije weekeinde aan Gazet van Antwerpen. Als we oorlog definiëren als een georganiseerde gewelddadige aanval op een samenleving, dan zijn we in oorlog. Het is weliswaar een zeer aparte oorlog, zoals Jan ook meegaf.

Een eerste verbijsterende vaststelling die kan gemaakt worden is dat oorlog steeds minder een zaak van soldaten blijkt te zijn. In deze oorlog vallen er bijna uitsluitend burgerslachtoffers. Het geweld richt zich vooral op weerlozen, dikwijls in feestelijke omstandigheden verkerend. De boodschap die de vijand wil brengen, klinkt klaar en duidelijk: niemand is nog veilig en niemand kan de eigen veiligheid verzekeren door voorzichtig te zijn. De vijand neemt onze autonomie af in een fundamenteel aspect van het leven: bescherming tegen onveiligheid.

De oorlog die gaande is, werd bovendien nooit verklaard en de vijand is geen staat. Zonder officieel land waarmee we vechten, past deze strijd niet in het gekende plaatje van de internationale regels met betrekking tot het oorlogsrecht. Ook op dat vlak blijkt het internationaal recht gedateerd.

De soldaten mogen dan verdwenen lijken uit de nieuwe oorlog waarin we verzeild zijn geraakt, het fenomeen collaboratie is dat niet. Elke vijand telt bondgenoten in het binnenland. Die worden ook altijd bestreden.

'Niemand respecteert samenlevingen die zichzelf niet doen respecteren'

Wij hebben ervaring met repressies. Zowel na de Eerste als na de Tweede Wereldoorlog was die bijwijlen hard en gericht op meer dan alleen het bestraffen van meeheulen met de vijand. Bij de Vlaamse Beweging hebben velen de terechte kritiek op de Belgische repressie echter al te gretig verward met vergoelijking van de collaboratie. Collaboratie wordt altijd bestreden (door alle partijen tijdens het conflict) en bestraft (door de overwinnaar na het conflict).

Ook nu? De overheid houdt lijsten bij van geradicaliseerden. Dat betekent niet dat wie op die lijsten staat ook kan worden opgepakt. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) daarover: 'Zoals u weet, is radicalisme op zich niet strafbaar. Dat wordt het echter wel wanneer bepaalde grenzen worden overschreden, in het bijzonder wanneer de radicale gedraging uitmondt in het aanzetten tot haat, gewelddadig gedrag of zelfs terrorisme.'

Radicalisme is dus geen misdrijf en wordt binnen de huidige wetgeving pas strafbaar "wanneer bepaalde grenzen worden overschreden". Het gaat dus niet over de vraag of er grenzen zijn, wel over de juiste ligging daarvan.

Koning Boudewijn en Willy Brandt, BELGAIMAGE
Koning Boudewijn en Willy Brandt © BELGAIMAGE

Eigenlijk kunnen politie en gerecht pas echt optreden wanneer woorden feiten worden. Maar in tijden van oorlog vallen woorden uiteraard ook al onder het arsenaal aan vijandelijkheden. Propaganda was een wezenlijk en zeer belangrijk aspect van elke strijd die ooit werd gevoerd. Was propagandaminister Joseph Goebbels pas onderdeel van het nazi-offensief wanneer hij zelf bloed aan de handen had? Hechtte de Sovjet-Unie zomaar immens veel belang aan de Agitprop (Agitatie & Propaganda)?

Het speelveld van de vrije meningsuiting is nooit oneindig. Zeker in bijzondere omstandigheden moet met die omstandigheden rekening worden gehouden. Duitsland kent een grondwettelijk verbod op nazistische partijen en ook nazipropaganda wordt niet getolereerd. De Duitse kanselier Willy Brandt voerde in 1972 het Radikalenerlass in. Dat sloot mensen die als extremisten beoordeeld waren uit als ambtenaar. Het was vooral een reactie tegen de acties van de Rote Armee Fraktion. A la guerre, comme à la guerre, moet de linkse socialist Brandt gedacht hebben.

Recep Tayyip Erdogans partij, AKP, werd in juli 2008 net niet verboden door het Turkse Grondwettelijke Hof. De hoogste Turkse aanklager had zo'n verbod geëist wegens anti-seculiere activiteiten. Zes van de elf rechters steunden het voorstel, één te weinig om daadwerkelijk een verbod uit te vaardigen. Het seculiere Turkije voerde zo'n beperking in, die blijkbaar echter net niet genoeg waarborgen bood.

Maar we moeten het niet te ver gaan zoeken. Rechters verboden de facto het Vlaams Blok op basis van Belgische wetgeving. Het idee dat de vrije meningsuiting onbeperkt zou zijn, botst met de feiten, zeker ook in een land met een bestraffende anti-racismewetgeving en een verbod op het ontkennen van de Holocaust.

'Tolerantie wordt op een bepaald ogenblik slapheid en zelfs vijand van zichzelf'

Zelf ben ik hierin geëvolueerd, net zoals Willy Brandt (eigenlijk Herbert Frahm: hij nam zelf een andere naam aan omdat hij als jongeman vervolgd werd voor zijn overtuiging). Brandt/Frahm achtte tijden mét Rote Armee Fraktion anders dan die zonder. In principe sta ik achter een heel verregaand, zelfs principieel onbeperkt recht op vrije meningsuiting.

Maar vandaag stellen we vast dat de breedte van het concreet bestaande meningsveld over "bepaalde grenzen" gaat en een zachte overgang biedt naar geweld en terreur. Als een vrije mening de basisbeginselen van onze samenleving betwist, is het aanvaarden daarvan dan een extreme vorm van tolerantie of onverschilligheid? Of is het ene gewoon een ander woord voor het andere? Of schrikken we terug voor de consequentie die een maatschappijkeuze inhoudt? Ik besef dat ik me op glad ijs begeef maar soms moet dat dan maar. A la guerre...

Tolerantie wordt op een bepaald ogenblik slapheid en zelfs vijand van zichzelf. Het gebrek aan reactie tegen de binnenlandse collaborateurs met de tegenstander biedt meteen ook zuurstof aan die tegenstander. Want niemand respecteert samenlevingen die zichzelf niet doen respecteren. Ook daar ligt een verklaringsgrond voor de radicalisering van vele jongeren.

Ons model - waarover trouwens best fundamenteel kan en moet worden nagedacht - zal geen stand houden als we het niet actief verdedigen. Onze samenleving overleeft niet als wit blad dat naar goeddunken kan beschreven en ingevuld worden. Er zijn randen aan dat blad en de basisbeginselen staan niet ter discussie. Vrijblijvende woordenbrij en kaarsen aansteken of kransen leggen, volstaat echter niet.

'Onze samenleving overleeft niet als wit blad dat naar goeddunken kan beschreven en ingevuld worden'

Het gaat hierbij niet over pro/contra godsdiensten of één bepaalde godsdienst. Dat vele moslims perfect functioneren binnen onze samenleving, kan niet ontkend worden. Dat vanuit die geloofsgemeenschap vandaag een discours wordt verspreid dat fundamenteel ingaat tegen het model waar wij voor staan, mag natuurlijk evenmin bedekt worden. Zelfs niet met de mantel van de multiculturele liefde.

Wie geweld pleegt en/of aanzet tot haat, is vandaag al strafbaar. We moeten het debat durven voeren in hoeverre woorden die daar naartoe leiden of naar radicale afwijzing van onze samenleving nog vallen binnen de onaantastbare zone van de vrije meningsuiting. Collaborateurs met vijanden die onze vrijheid en veiligheid belagen, moeten worden bestreden, ook als ze zich beperken tot woorden. Wie die basisregel negeert, rest slechts het lot de oorlog te verliezen.

Deze tekst is een samenvatting van 'Elke oorlog kent zijn collaborateurs', verschenen op de blog van Peter De Roover.

We zijn in oorlog, zei minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) voorbije weekeinde aan Gazet van Antwerpen. Als we oorlog definiëren als een georganiseerde gewelddadige aanval op een samenleving, dan zijn we in oorlog. Het is weliswaar een zeer aparte oorlog, zoals Jan ook meegaf.Een eerste verbijsterende vaststelling die kan gemaakt worden is dat oorlog steeds minder een zaak van soldaten blijkt te zijn. In deze oorlog vallen er bijna uitsluitend burgerslachtoffers. Het geweld richt zich vooral op weerlozen, dikwijls in feestelijke omstandigheden verkerend. De boodschap die de vijand wil brengen, klinkt klaar en duidelijk: niemand is nog veilig en niemand kan de eigen veiligheid verzekeren door voorzichtig te zijn. De vijand neemt onze autonomie af in een fundamenteel aspect van het leven: bescherming tegen onveiligheid. De oorlog die gaande is, werd bovendien nooit verklaard en de vijand is geen staat. Zonder officieel land waarmee we vechten, past deze strijd niet in het gekende plaatje van de internationale regels met betrekking tot het oorlogsrecht. Ook op dat vlak blijkt het internationaal recht gedateerd. De soldaten mogen dan verdwenen lijken uit de nieuwe oorlog waarin we verzeild zijn geraakt, het fenomeen collaboratie is dat niet. Elke vijand telt bondgenoten in het binnenland. Die worden ook altijd bestreden. Wij hebben ervaring met repressies. Zowel na de Eerste als na de Tweede Wereldoorlog was die bijwijlen hard en gericht op meer dan alleen het bestraffen van meeheulen met de vijand. Bij de Vlaamse Beweging hebben velen de terechte kritiek op de Belgische repressie echter al te gretig verward met vergoelijking van de collaboratie. Collaboratie wordt altijd bestreden (door alle partijen tijdens het conflict) en bestraft (door de overwinnaar na het conflict).Ook nu? De overheid houdt lijsten bij van geradicaliseerden. Dat betekent niet dat wie op die lijsten staat ook kan worden opgepakt. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) daarover: 'Zoals u weet, is radicalisme op zich niet strafbaar. Dat wordt het echter wel wanneer bepaalde grenzen worden overschreden, in het bijzonder wanneer de radicale gedraging uitmondt in het aanzetten tot haat, gewelddadig gedrag of zelfs terrorisme.'Radicalisme is dus geen misdrijf en wordt binnen de huidige wetgeving pas strafbaar "wanneer bepaalde grenzen worden overschreden". Het gaat dus niet over de vraag of er grenzen zijn, wel over de juiste ligging daarvan. Eigenlijk kunnen politie en gerecht pas echt optreden wanneer woorden feiten worden. Maar in tijden van oorlog vallen woorden uiteraard ook al onder het arsenaal aan vijandelijkheden. Propaganda was een wezenlijk en zeer belangrijk aspect van elke strijd die ooit werd gevoerd. Was propagandaminister Joseph Goebbels pas onderdeel van het nazi-offensief wanneer hij zelf bloed aan de handen had? Hechtte de Sovjet-Unie zomaar immens veel belang aan de Agitprop (Agitatie & Propaganda)? Het speelveld van de vrije meningsuiting is nooit oneindig. Zeker in bijzondere omstandigheden moet met die omstandigheden rekening worden gehouden. Duitsland kent een grondwettelijk verbod op nazistische partijen en ook nazipropaganda wordt niet getolereerd. De Duitse kanselier Willy Brandt voerde in 1972 het Radikalenerlass in. Dat sloot mensen die als extremisten beoordeeld waren uit als ambtenaar. Het was vooral een reactie tegen de acties van de Rote Armee Fraktion. A la guerre, comme à la guerre, moet de linkse socialist Brandt gedacht hebben.Recep Tayyip Erdogans partij, AKP, werd in juli 2008 net niet verboden door het Turkse Grondwettelijke Hof. De hoogste Turkse aanklager had zo'n verbod geëist wegens anti-seculiere activiteiten. Zes van de elf rechters steunden het voorstel, één te weinig om daadwerkelijk een verbod uit te vaardigen. Het seculiere Turkije voerde zo'n beperking in, die blijkbaar echter net niet genoeg waarborgen bood. Maar we moeten het niet te ver gaan zoeken. Rechters verboden de facto het Vlaams Blok op basis van Belgische wetgeving. Het idee dat de vrije meningsuiting onbeperkt zou zijn, botst met de feiten, zeker ook in een land met een bestraffende anti-racismewetgeving en een verbod op het ontkennen van de Holocaust.Zelf ben ik hierin geëvolueerd, net zoals Willy Brandt (eigenlijk Herbert Frahm: hij nam zelf een andere naam aan omdat hij als jongeman vervolgd werd voor zijn overtuiging). Brandt/Frahm achtte tijden mét Rote Armee Fraktion anders dan die zonder. In principe sta ik achter een heel verregaand, zelfs principieel onbeperkt recht op vrije meningsuiting. Maar vandaag stellen we vast dat de breedte van het concreet bestaande meningsveld over "bepaalde grenzen" gaat en een zachte overgang biedt naar geweld en terreur. Als een vrije mening de basisbeginselen van onze samenleving betwist, is het aanvaarden daarvan dan een extreme vorm van tolerantie of onverschilligheid? Of is het ene gewoon een ander woord voor het andere? Of schrikken we terug voor de consequentie die een maatschappijkeuze inhoudt? Ik besef dat ik me op glad ijs begeef maar soms moet dat dan maar. A la guerre...Tolerantie wordt op een bepaald ogenblik slapheid en zelfs vijand van zichzelf. Het gebrek aan reactie tegen de binnenlandse collaborateurs met de tegenstander biedt meteen ook zuurstof aan die tegenstander. Want niemand respecteert samenlevingen die zichzelf niet doen respecteren. Ook daar ligt een verklaringsgrond voor de radicalisering van vele jongeren.Ons model - waarover trouwens best fundamenteel kan en moet worden nagedacht - zal geen stand houden als we het niet actief verdedigen. Onze samenleving overleeft niet als wit blad dat naar goeddunken kan beschreven en ingevuld worden. Er zijn randen aan dat blad en de basisbeginselen staan niet ter discussie. Vrijblijvende woordenbrij en kaarsen aansteken of kransen leggen, volstaat echter niet. Het gaat hierbij niet over pro/contra godsdiensten of één bepaalde godsdienst. Dat vele moslims perfect functioneren binnen onze samenleving, kan niet ontkend worden. Dat vanuit die geloofsgemeenschap vandaag een discours wordt verspreid dat fundamenteel ingaat tegen het model waar wij voor staan, mag natuurlijk evenmin bedekt worden. Zelfs niet met de mantel van de multiculturele liefde. Wie geweld pleegt en/of aanzet tot haat, is vandaag al strafbaar. We moeten het debat durven voeren in hoeverre woorden die daar naartoe leiden of naar radicale afwijzing van onze samenleving nog vallen binnen de onaantastbare zone van de vrije meningsuiting. Collaborateurs met vijanden die onze vrijheid en veiligheid belagen, moeten worden bestreden, ook als ze zich beperken tot woorden. Wie die basisregel negeert, rest slechts het lot de oorlog te verliezen. Deze tekst is een samenvatting van 'Elke oorlog kent zijn collaborateurs', verschenen op de blog van Peter De Roover.