Dat bleek maandag bij de voorstelling van de tussentijdse bevindingen van de expertengroep, die ons land een week heeft bezocht.

'Er lijkt een muur van stilte te bestaan rond de kolonisatie. Om tot een echte verzoening te komen, zodat het dekoloniseringsproces zich kan voortzetten, denken we dat verontschuldigingen van de Belgische staat een eerste stap zouden zijn', stelde Ahmed Reid, één van de leden van de VN-werkgroep rond mensen van Afrikaanse afkomst. 'De discussie moet zich breder afspelen dan enkel binnen de muren van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika'.

De expertengroep kijkt ook met een bezorgde blik naar de vele monumenten die zijn opgericht voor koning Leopold II, die een schrikbewind voerde in Congo. Om dit 'donkere hoofdstuk' uit onze geschiedenis af te sluiten en om verzoening tot stand te brengen, moet België eindelijk de rol van koning Leopold II en van België tijdens de kolonisatie onder ogen zien, net als de impact op België en Afrika, zei Michal Balcerzak, het hoofd van de driekoppige missie. 'We roepen de overheid op verontschuldigingen te uiten voor de gruweldaden tijdens de kolonisatie'.

Het trio zag tijdens zijn bezoeken aan Brussel, Antwerpen, Luik, Charleroi en Namen ook 'duidelijke bewijzen' dat rassendiscriminatie endemisch is binnen instellingen in België. Uit gesprekken met mensen uit het middenveld onthielden ze gevallen van discriminatie, xenofobie, Afrofobie en daaraan gelinkte intolerantie die mensen van Afrikaanse afkomst ondervonden. 'De wortels van hedendaagse mensenrechtenschendingen liggen in het gebrek aan erkenning van de echte omvang van het geweld en onrechtvaardigheid tijdens de koloniale periode', vinden de experten.

Ze staan ook stil bij het grondig herdachte Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, dat een veel kritischer verhaal over ons koloniaal verleden brengt dan voorheen. Toch vindt de expertengroep dat de herorganisatie niet ver genoeg is gegaan. Ze kijkt ook richting het onderwijs en is bezorgd dat de handboeken in het lager en secundair onderwijs de koloniale geschiedenis niet adequaat weergeven. Indien het al een thema wordt tijdens de lessen, is het vaak te danken aan het initiatief van individuele leerkrachten.

Ook de heruitgave van Kuifje in Congo is de experten duidelijk een doorn in het oog. 'Die moet worden ingetrokken of gecontextualiseerd met een addendum met huidige engagementen in de strijd tegen racisme.'

De tussentijdse bevindingen en aanbevelingen gaan erg breed - het gaat alles samen om 74 punten. Het uiteindelijke rapport is voor september gepland. Een vorig rapport dateert van 2005. 'Het is moeilijk te zeggen of de zaken zijn verbeterd of verslechterd. Je kan niet zeggen dat er niets gebeurd is intussen, maar er zijn wel bezorgdheden die overeind blijven', aldus Balcerzak.

Een pijnpunt is bijvoorbeeld het ontbreken van uitgesplitste data. Dat maakt het onmogelijk na te gaan of de Belgische engagementen rond gelijkheid effectief worden bereikt. Ook ontbreekt het volgens de experten aan een Nationaal Mensenrechteninstituut - politiek een moeilijke bevalling - en er zou daarnaast een nationaal actieplan moeten komen tegen racisme, discriminatie, xenofobie, Afrofobie en daarmee verbonden intolerantie. Het verslag stipt ook getuigenissen aan over discriminatie op de woon- en arbeidsmarkt, met mensen van Afrikaanse komaf die ver onder hun competenties aan de slag zijn.

Ook vinden de experten dat onze instellingen te weinig mensen van Afrikaanse herkomst in hun rangen tellen, zodat ze geen getrouwe weergave zijn van de samenleving. De werkgroep maakt zich ook zorgen over de opkomst van populistisch-nationalisme, racistische haatspeech en xenofobe discours als politiek middel.

Ze roepen de overheid ook op meer zichtbaarheid te geven aan Congolezen die het leven lieten tijdens de twee Wereldoorlogen en tijdens het koloniaal bewind, net als aan de culturele, economische, politieke en wetenschappelijke bijdrage van Afrikanen aan de ontwikkeling van onze samenleving in straatnamen, memorialen, monumenten, scholen, enzovoort.