Is er voor de Vlaamse verenigingen, waar 'ontmoeten' zo centraal staat, nog een toekomst na corona? Fysieke ontmoetingen zijn de zuurstof voor het verenigingsleven. Samen activiteiten organiseren, dingen beleven, bijleren, plezier maken, prikkelen en geprikkeld worden, dat is de kern van hun bestaan. De aardschok die corona teweegbracht, stelt het verenigingsleven nu op de proef.

Hoe fysiek ontkoppelen én er toch echt zijn voor elkaar en voor anderen?

Digitale versnelling

Al tijdens de eerste lockdown vonden verenigingen allerlei formules uit om mensen met elkaar in contact te brengen. Alles halen ze uit de kast voor een waardevolle samenleving.

Vlaanderen moet zijn rijk verenigingsleven blijven koesteren.

Het verenigingsleven moest hiervoor wel bruusker dan voorzien het digitale tijdperk intreden. Vrijwilligers en organisaties leerden razendsnel bij. De technologie maakt verenigen zonder fysiek contact als tijdelijke noodoplossing mogelijk: van online belevingen en workshops, virtuele wandelingen tot veilige buitenactiviteiten, telefoonkettingen en warme attenties aan huis. Nationale organisaties investeren nu zwaar in digitale aanpassingen. Een inspanning die erkenning verdient.

Samen weerbaarder

De weerbaarheid van het verenigingsleven is groot. Ook in deze crisis toont het zijn veerkracht op een creatieve en inventieve manier. De symbiose tussen vrijwilligers en professionele krachten is een magische formule. Vrijwilligers blijven het, met steun van hun organisaties, dapper volhouden in deze ongewone tijden. Het zijn de professionele krachten die hen van de nodige handvatten voorzien. Duurzaam georganiseerde verbanden zijn geen eendagsvliegen.

De stevige inbedding in de lokale samenleving is ook een sterkte. Verenigingen weten wat er leeft in de maatschappij. Ze vangen de kleine en grote zorgen van mensen op. Ze capteerden snel het groeiende mentale leed dat corona veroorzaakt. Zo zorgde Ferm op korte tijd voor de inrichting van 200 publieke en permanente Troostplekken, overal in Vlaanderen.

Solidair

Verenigingen doen mensen, letterlijk en figuurlijk, uit hun kot én uit hun koker komen.

Ze maken mensen ook als burger weerbaarder. Door ze te prikkelen tot kritische meningsvorming en hen te helpen bij lokale burgerinitiatieven. Ze dagen vrijwilligers uit om werk te maken van meer diversiteit en inclusie in hun lokale groep en reiken hiervoor de middelen aan. Ze stimuleren hen om (nog) meer samen te werken met anderen, die ook actief zijn in de gemeente of buurt.

"Samen kunnen we veel meer, samen staan we sterker". Deze solidariteit houdt de samenleving mee in stand.

Daad- en veerkracht

De mobilisatiekracht en het impact van professioneel georganiseerde verenigingen werd ook zichtbaar tijdens de mondkapjescrisis. Van bij het begin handelden vrijwilligers en hun nationale verenigingen als een goed geoliede machine. Dit zag je ook bij het vrouwennetwerk Ferm dat in geen tijd coronaveilige naaiateliers en een efficiënt distributienetwerk uit de grond stampte, op eigen kosten en geheel vrijwillig. Ver van de schijnwerpers stikten vrijwilligers tienduizenden mondkapjes voor zorgberoepen, voor kwetsbaren, voor naasten. Hun mentaal welzijn kreeg een flinke boost omdat ze iets betekenisvol konden doen. De Verenigde Naties vonden deze actie zelfs een internationale erkenning waard.

Koesteren

Toch gaat het vele verenigingen vandaag niet voor de wind. Omdat samenkomen voorlopig geen optie is verliezen ze, naast een stukje van hun aantrekkingskracht, ook een flink deel van hun inkomsten.

Professioneel georganiseerde verenigingen verdienen de steun van de overheid, zowel de Vlaamse als de gemeentelijke. Om zich verder te kunnen aanpassen aan de digitale omwentelingen. Maar ook om hun medewerkers en vrijwilligers competent en scherp te houden voor nieuwe evoluties. Op lokaal niveau blijven ze nood hebben aan aangepaste ontmoetingsinfrastructuur.

Verenigingen zijn de brandstof voor een warme samenleving, een dam tegen eenzaamheid en doorgedreven individualisme, waardevolle partners bij de aanpak van verschillende maatschappelijke uitdagingen. Ze dragen bij aan het mentaal welzijn van de bevolking.

We hebben er allemaal belang bij dat verenigingen ook na corona blijven floreren. Meer dan ooit moet Vlaanderen zijn rijk verenigingsleven koesteren.

Nik Van Gool is nationaal voorzitter van Ferm en Monique De Dobbeleer is directeur van Ferm.

Is er voor de Vlaamse verenigingen, waar 'ontmoeten' zo centraal staat, nog een toekomst na corona? Fysieke ontmoetingen zijn de zuurstof voor het verenigingsleven. Samen activiteiten organiseren, dingen beleven, bijleren, plezier maken, prikkelen en geprikkeld worden, dat is de kern van hun bestaan. De aardschok die corona teweegbracht, stelt het verenigingsleven nu op de proef. Hoe fysiek ontkoppelen én er toch echt zijn voor elkaar en voor anderen? Al tijdens de eerste lockdown vonden verenigingen allerlei formules uit om mensen met elkaar in contact te brengen. Alles halen ze uit de kast voor een waardevolle samenleving.Het verenigingsleven moest hiervoor wel bruusker dan voorzien het digitale tijdperk intreden. Vrijwilligers en organisaties leerden razendsnel bij. De technologie maakt verenigen zonder fysiek contact als tijdelijke noodoplossing mogelijk: van online belevingen en workshops, virtuele wandelingen tot veilige buitenactiviteiten, telefoonkettingen en warme attenties aan huis. Nationale organisaties investeren nu zwaar in digitale aanpassingen. Een inspanning die erkenning verdient.De weerbaarheid van het verenigingsleven is groot. Ook in deze crisis toont het zijn veerkracht op een creatieve en inventieve manier. De symbiose tussen vrijwilligers en professionele krachten is een magische formule. Vrijwilligers blijven het, met steun van hun organisaties, dapper volhouden in deze ongewone tijden. Het zijn de professionele krachten die hen van de nodige handvatten voorzien. Duurzaam georganiseerde verbanden zijn geen eendagsvliegen.De stevige inbedding in de lokale samenleving is ook een sterkte. Verenigingen weten wat er leeft in de maatschappij. Ze vangen de kleine en grote zorgen van mensen op. Ze capteerden snel het groeiende mentale leed dat corona veroorzaakt. Zo zorgde Ferm op korte tijd voor de inrichting van 200 publieke en permanente Troostplekken, overal in Vlaanderen. Verenigingen doen mensen, letterlijk en figuurlijk, uit hun kot én uit hun koker komen. Ze maken mensen ook als burger weerbaarder. Door ze te prikkelen tot kritische meningsvorming en hen te helpen bij lokale burgerinitiatieven. Ze dagen vrijwilligers uit om werk te maken van meer diversiteit en inclusie in hun lokale groep en reiken hiervoor de middelen aan. Ze stimuleren hen om (nog) meer samen te werken met anderen, die ook actief zijn in de gemeente of buurt. "Samen kunnen we veel meer, samen staan we sterker". Deze solidariteit houdt de samenleving mee in stand. De mobilisatiekracht en het impact van professioneel georganiseerde verenigingen werd ook zichtbaar tijdens de mondkapjescrisis. Van bij het begin handelden vrijwilligers en hun nationale verenigingen als een goed geoliede machine. Dit zag je ook bij het vrouwennetwerk Ferm dat in geen tijd coronaveilige naaiateliers en een efficiënt distributienetwerk uit de grond stampte, op eigen kosten en geheel vrijwillig. Ver van de schijnwerpers stikten vrijwilligers tienduizenden mondkapjes voor zorgberoepen, voor kwetsbaren, voor naasten. Hun mentaal welzijn kreeg een flinke boost omdat ze iets betekenisvol konden doen. De Verenigde Naties vonden deze actie zelfs een internationale erkenning waard. Toch gaat het vele verenigingen vandaag niet voor de wind. Omdat samenkomen voorlopig geen optie is verliezen ze, naast een stukje van hun aantrekkingskracht, ook een flink deel van hun inkomsten. Professioneel georganiseerde verenigingen verdienen de steun van de overheid, zowel de Vlaamse als de gemeentelijke. Om zich verder te kunnen aanpassen aan de digitale omwentelingen. Maar ook om hun medewerkers en vrijwilligers competent en scherp te houden voor nieuwe evoluties. Op lokaal niveau blijven ze nood hebben aan aangepaste ontmoetingsinfrastructuur. Verenigingen zijn de brandstof voor een warme samenleving, een dam tegen eenzaamheid en doorgedreven individualisme, waardevolle partners bij de aanpak van verschillende maatschappelijke uitdagingen. Ze dragen bij aan het mentaal welzijn van de bevolking.We hebben er allemaal belang bij dat verenigingen ook na corona blijven floreren. Meer dan ooit moet Vlaanderen zijn rijk verenigingsleven koesteren.Nik Van Gool is nationaal voorzitter van Ferm en Monique De Dobbeleer is directeur van Ferm.