Dit artikel verscheen eerder in Knack van 31 juli 2019
...

Vijf jaar na dato blijft het een mysterie: wie heeft op 5 augustus 2014 de stoomturbine van Doel 4 gesaboteerd? Het is een vraag van vele miljoenen. De 1500 ton zware turbine moest helemaal gedemonteerd worden, een grap van 30 miljoen. Daarbovenop slikte eigenaar Engie Electrabel een exploitatieverlies van ruim 100 miljoen euro. Doel 4, met een capaciteit van 1039 megawatt de grootste van de 7 Belgische kernreactors, kon pas eind december 2014 opnieuw stroom leveren. Het is niet overdreven te spreken van de grootste industriële sabotage in de naoorlogse geschiedenis van dit land. Logisch dus dat het federaal parket, bevoegd voor nucleaire dossiers, alle registers opentrok om de dader te vatten. De speurders, bijgestaan door experts van Engie Electrabel en het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), gingen uit van een inside job. De sabotage werd gepleegd door in een afgesloten ruimte in de immense turbinezaal een veiligheidsklep te openen. Via een evacuatieleiding vloeide daardoor 65.000 liter smeerolie pijlsnel weg. De reactor werd onmiddellijk stilgelegd, maar een ravage kon niet worden vermeden: de 50 meter lange as van de turbine raakte oververhit en smolt in de kogellagers. Een technisch defect of menselijke fout werd vrijwel meteen uitgesloten. De dader, die duidelijk wist dat de plaats delict zich buiten cameratoezicht bevond, had eerst een ketting met hangslot doorgeknipt. Nadat hij de leiding had opengedraaid, manipuleerde hij de stang van de afsluiter zo dat die bij een oppervlakkige visuele controle in gesloten positie leek te staan. Daardoor werden operatoren en technici misleid toen ze die dinsdagochtend in paniek op zoek gingen naar de oorzaak van het snel wegzakkende oliepeil. Op het eerste gezicht was het onderzoek een haalbare kaart. Alleen de zowat zestig werknemers die op het moment van de feiten in Doel 4 aan het werk waren, konden zich toegang verschaffen tot de ruimte van het oliereservoir. Behalve eigen Engie Electrabel-personeel omvat die groep technici van onderaannemers zoals Alstom, Siemens en Vinçotte, naast medewerkers van bewakings- en onderhoudsfirma's. Het was dus geen zoektocht naar een speld in een hooiberg, zeker omdat veel aanwezigen snel uitgesloten konden worden als dader. Eind december 2014 meldde VTM Nieuws dat nog een dertigtal mensen aan een preventief toegangsverbod tot alle nucleaire centrales onderworpen bleef. De speurders beschikken over alle instrumenten die ze zich kunnen wensen, van een leugendetector tot het arsenaal van observatie- en informatietechnieken waarin de wet op de bijzondere opsporingsmethoden (BOM) voorziet. Maar een doorbraak heeft dat nog niet opgeleverd. Eind 2016 rapporteerden verschillende media dat het federaal parket op het punt stond het dossier af te sluiten, met als conclusie 'dader onbekend'. Dat scenario werd voorkomen doordat Engie Electrabel om bijkomende onderzoeksdaden vroeg. Toch weten we vijf jaar na dato weinig meer dan in februari 2015, toen Knack een eerste stand van zaken opmaakte. Het onderzoek loopt nog altijd, niemand is in staat van verdenking gesteld. Hoe kan dat in zo'n belangrijke aangelegenheid? Niet alleen de economische schade is gigantisch. De reputatie van Engie Electrabel als nucleaire operator en bij uitbreiding van de hele Belgische kernenergiesector heeft een dreun gekregen, ook al is de sabotage buiten het reactorgebouw zelf gepleegd. Het federaal parket blijft, zoals bij alle vorige verjaardagen, zuinig met commentaar. 'Over lopende onderzoeken wordt niet gecommuniceerd', zegt woordvoerder Eric Van Der Sypt, die geen doorbraak of einddatum in het verschiet wil stellen. Discretie is troef, we vissen zelfs tevergeefs naar de bevestiging dat het om sabotage van binnenuit gaat, zoals algemeen wordt aangenomen. Wel pleit Van Der Sypt verzachtende omstandigheden voor het uitzonderlijk lange aanslepen van het onderzoek. De materiële aanwijzingen zijn schaars, bruikbare tips blijven helemaal achterwege. Er is ook pech mee gemoeid geweest: een van de leidende speurders werd vorig jaar door een hartaderbreuk geveld, met alle tijdverlies van dien. Toch licht Van Der Sypt een tipje van de sluier op. 'Wie zegt dat we nog geen verdachten in beeld hebben?' vraagt hij retorisch. 'Maar verdenkingen koesteren is één ding, bewijzen vinden iets helemaal anders.' Over het onderzoek wil ook het FANC, zoals verwacht, niets kwijt. Wel benadrukt woordvoerster Ines Venneman nogmaals dat de nucleaire veiligheid op 5 augustus 2014 op geen enkel moment in gevaar is geweest. Dat het FANC onmiddellijk na het incident een rist extra beveiligingsmaatregelen aan Engie Electrabel oplegde, is eveneens oud nieuws. Zowel in Doel als in Tihange werden massaal extra camera's geplaatst. Programmeerbare badges zorgen ervoor dat alleen bevoegden nog toegang hebben tot bepaalde gebouwen of installaties. In een groot deel van de centrales geldt het vierogenprincipe: werknemers moeten altijd door een collega worden vergezeld als ze zich bijvoorbeeld in het reactorgebouw begeven, zodat ze elkaar kunnen controleren. Het zijn allemaal maatregelen gericht op insider threat, een fenomeen dat volgens de literatuur draait om 'de toegang tot kennis of infrastructuur misbruiken om je eigen organisatie schade te berokkenen', een noemer waaronder behalve sabotage ook industriële spionage past. Je zou het een lichtpunt in deze zaak kunnen noemen: de sabotage in Doel 4 heeft van het FANC een voortrekker gemaakt in de internationale strijd tegen dit gevaar. In maart was Brussel het toneel voor het symposium Insider Threat Mitigation, een gezamenlijke organisatie van het FANC en zijn Amerikaanse tegenhanger, de National Nuclear Security Administration (NNSA). Tweehonderd experts uit vijftig landen staken gedurende drie dagen de koppen bij elkaar in werkgroepen en panels. Vlotter best practices uitwisselen: dat was de voornaamste bedoeling, zoals voorzien in een rondzendbrief van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA). Al achtentwintig landen en Interpol hebben zich geëngageerd om insider threat aan te pakken. Het Belgische gastheerschap was een ietwat twijfelachtige eer, want de aanleiding was bij alle deelnemers bekend. De sabotage in Doel 4 blijft een veelbesproken case in de wereld van nucleaire operatoren en regulatoren, een relatief kleine maar hechte club. Geen wonder, want het gaat om een incident zonder precedent. Matthew Bunn, een Harvard-professor gespecialiseerd in topics zoals nucleaire diefstal en terrorisme, kende ons land in zijn keynote speech een hoofdrol toe. Opvallend: hij verwees niet alleen naar de gesaboteerde stoomturbine. Bunn tilde even zwaar aan de zaak rond Ilyass Boughalab, een gesneuvelde Syriëstrijder uit Lokeren die drie jaar lang voor onderaannemer Vinçotte in Doel lasnaden mocht inspecteren, ook in de nucleaire delen van de centrales. Dat deed hij overigens naar algemene tevredenheid, Boughalab nam in 2012 zelf ontslag. Pas daarna radicaliseerde hij. In 2014 vertrok hij naar Syrië, waar hij al in maart zou omgekomen zijn - wat overigens niet kon beletten dat hij op het Sharia4Belgium-proces in 2015 bij verstek tot vijf jaar werd veroordeeld. Dat de timing iedere link met de sabotage in Doel 4 uitsluit, hield Bunn niet tegen om beide zaken op één en dezelfde slide te presenteren. Het FANC onderstreept dat de screening van nucleair personeel de allerhoogste prioriteit geniet. Sollicitanten worden sowieso door de politie, de Staatsveiligheid, defensie en de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) tegen het licht gehouden. Dezelfde procedure geldt voor iedereen die toegang krijgt tot een centrale. 'En we gaan nog een stap verder', zegt woordvoerster Venneman. 'Momenteel werken we aan nieuwe richtlijnen voor aftercare. We willen meer structuur in de screening en een betere interne opvolging na de indienstneming.' Tom Sauer, professor internationale politiek en expert in nucleaire veiligheid en ontwapening aan de Universiteit Antwerpen, speelde op het symposium de rol van panelleider. Hij is niet verrast door de visie van collega's zoals Bunn. 'Voor veel buitenlanders is de sabotage van Doel 4 een terroristische daad', zegt hij. 'Zeker in Amerika twijfelt niemand daaraan. Ik was op de Nuclear Security Summit van 2016 in Washington, toevallig enkele dagen na de aanslagen van Brussel. Iedereen legde meteen de link met Doel 4. Ook in de wandelgangen van het symposium werd er volop over gespeculeerd.' Iedereen stelt zich dezelfde vragen. Wie was de saboteur? En wat was zijn motief? Die vragen kunnen ook in meervoudsvorm worden gesteld, want het valt niet uit te sluiten dat er meerdere daders waren. De populaire terrorismetheorie spoort op het eerste gezicht met omstandigheden die in feite pas na de sabotage ontstonden. Vanaf begin 2015, met de aanslag op de redactie van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo, raakte ook ons land in de greep van radicalisering en terreurdreiging. Bij het oprollen van de terreurcel achter de aanslagen in Parijs en Brussel bleek dat kopstukken zoals Abdelhamid Abaaoud een ongezonde belangstelling voor nucleaire doelwitten in België en omliggende landen koesterden.Zelf hecht Sauer meer belang aan een tweede denkspoor, dat vooral in de Belgische nucleaire community de ronde doet: sabotage door een of meerdere gefrustreerde werknemers van de kerncentrale. Motieven voor sabotage op het werk zijn in de criminologie goed bestudeerd, ze strekken van wraaklust over hebzucht tot mentale problemen en, jawel, radicalisering. Voor de laatste drie fenomenen zijn er geen aanwijzingen. Blijft over: het wraakmotief. Heeft iemand de smeeroliekraan opengedraaid uit frustratie over een gemiste promotie, een naderend ontslag of een onuitstaanbare chef? Speculaties hebben de neiging om tot complottheorieën samen te klonteren. De sabotage zou niet los gezien kunnen worden van de context waarin de Belgische kernindustrie in de zomer van 2014 opereerde. De regering-Di Rupo had twee jaar eerder beslist om de in 2003 voorgenomen kernuitstap deels uit te voeren door Doel 1 en Doel 2 in de loop van 2015 definitief af te schakelen. Was de sabotage van Doel 4 een manier om die klap voor de nucleaire industrie en de bijbehorende werkgelegenheid te verijdelen? Het actiemiddel lijkt absurd radicaal, maar believers van die theorie sluiten niet uit dat de daders de gevolgen van hun al bij al simpele ingreep ietwat hebben onderschat. Dat de sabotage werd gepleegd terwijl de scheurtjescentrales Doel 3 en Tihange 2 al bijna twee jaar stillagen, past in het plaatje: het langdurige uitvallen van de grootste Belgische reactor kon niet anders dan de onmisbaarheid van Doel 1 en Doel 2 voor de bevoorradingszekerheid extra te onderstrepen. 'Ik heb die versie tijdens het symposium door iemand uit de sector horen uiteenzetten', zegt Sauer. 'Het werd niet als een complottheorie verteld.' Doel 1 en Doel 2 draaien nog altijd. Eind 2015 besloot de regering-Michel de levensduur van beide reactors met tien jaar te verlengen. 'Dat had weinig of niets met de sabotage in Doel 4 te maken', zegt Nele Scheerlinck, communicatieverantwoordelijke van Kerncentrale Doel. 'Die beslissing werd ingegeven door zorgen over de bevoorradingszekerheid. Er leefden toen grote twijfels over de import van buitenlandse stroom om eventuele tekorten op te vangen.' Doel 4 saboteren om de toekomst van de Belgische kernindustrie te vrijwaren? Volgens Scheerlinck is het te gek voor woorden. 'Wie ook maar een beetje vertrouwd is met deze sector kent de negatieve perceptie van de Belgische kernindustrie. Vooral in onze buurlanden staan we op een slecht blaadje, ieder akkefietje in Doel of Tihange wordt er opgeblazen. Om maar te zeggen: de sabotage was wel de slechts mogelijke dienst die ons bewezen kon worden. Ze heeft niet alleen ontzettend veel geld gekost, de reputatieschade voor Engie Electrabel valt ook niet te schatten.' Scheerlinck bevestigt wel wat we uit verschillende bronnen vernamen: de sabotage is in Doel nog niet verteerd. Verschillende medewerkers zijn vertrokken om aan de verziekte sfeer te ontsnappen. Maatregelen zoals het Four Eyes-principe dragen niet bij tot de arbeidsvreugde. Het door het FANC opgelegde en door de vakbonden gecontesteerde verbod op smartphones in de centrale doet dat evenmin. 'Dat speelt ons zelfs parten bij de zoektocht naar jonge medewerkers', zegt Scheerlinck. En dan is er nog het gerechtelijk onderzoek, dat als een zwaard van Damocles boven Doel hangt. Een tiental eigen medewerkers gaat nog altijd gebukt onder bijzondere restricties. Ze mogen bepaalde delen van de centrale niet betreden en worden in tegenstelling tot collega's permanent aan de vierogenregel onderworpen. 'Dat leidt tot frustraties', geeft Scheerlinck toe. 'In de ondernemingsraad of tijdens informeel overleg tussen directie en personeel komen al jarenlang dezelfde vragen terug. Hoe staat het met het onderzoek? En vooral: wanneer worden die beperkingen opgeheven? Helaas kunnen we geen antwoord geven. Ook al heeft Engie Electrabel zich burgerlijke partij gesteld, we weten verrassend weinig over de voortgang van het onderzoek. Door allerlei privacyregels hebben onze advocaten maar een beperkte inzage in het dossier. We hebben wel een lijst met medewerkers die nog niet buiten verdenking werden gesteld. Die krijgen we via het FANC, maar ze komt van het federaal parket. Zelf hebben we daar niets over te zeggen.' Dat leidt onvermijdelijk tot deze conclusie: het federaal parket sluit niet uit dat de saboteur/saboteurs nog altijd rondloopt/rondlopen in de kerncentrale van Doel. Scheerlinck beaamt dat, maar relativeert het risico. 'Veiligheid hangt in onze sector niet af van een individu, zelfs niet als dat individu slechte bedoelingen heeft. Screening, vorming, interne controle, onze procedures worden voortdurend geëvalueerd en bijgesteld. We hebben een robuust systeem.' En toch gebeurde vijf jaar geleden het ondenkbare. Scheerlinck zucht diep. 'Geloof me', zegt ze. 'Niemand is er meer op gebrand de waarheid te kennen dan Engie Electrabel. Wij zijn tenslotte het voornaamste slachtoffer in dit verhaal.'