Het zal wel toeval zijn, maar de woning van oud-Volksunie-politicus Vic Anciaux in Laken ligt op een meter of tien van de grens tussen Vlaanderen en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Als iemand zich voor de Brusselse Vlamingen heeft ingezet, dan wel Anciaux senior. Van in de trappenhal ademt het hele huis het lange leven van de 86-jarige nestor van de Vlaamse beweging. Spotprenten van bijvoorbeeld de ooit zo gekende cartoonist Brasser hangen naast een beroemde foto van de toen al spierwitte Anciaux, de armen wijd open gespreid tussen een peloton rijkswachters en 'zijn' Vlaamse betogers in. 'Dat beeld komt uit Komen, een faciliteitengemeente in Henegouwen waar een Vlaams schooltje werd geopend. De kinderen moesten er spitsroeden lopen tussen een dubbele haag scheldende en kijvende Franstaligen', bromt Anciaux.
...

Het zal wel toeval zijn, maar de woning van oud-Volksunie-politicus Vic Anciaux in Laken ligt op een meter of tien van de grens tussen Vlaanderen en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Als iemand zich voor de Brusselse Vlamingen heeft ingezet, dan wel Anciaux senior. Van in de trappenhal ademt het hele huis het lange leven van de 86-jarige nestor van de Vlaamse beweging. Spotprenten van bijvoorbeeld de ooit zo gekende cartoonist Brasser hangen naast een beroemde foto van de toen al spierwitte Anciaux, de armen wijd open gespreid tussen een peloton rijkswachters en 'zijn' Vlaamse betogers in. 'Dat beeld komt uit Komen, een faciliteitengemeente in Henegouwen waar een Vlaams schooltje werd geopend. De kinderen moesten er spitsroeden lopen tussen een dubbele haag scheldende en kijvende Franstaligen', bromt Anciaux. Vic Anciaux is de laatste grote figuur die na de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende 'kwade jaren' de opgang van het democratische Vlaams-nationalisme vanaf de eerste rij heeft meegemaakt - letterlijk: op foto's staat hij vooraan tijdens betogingen en zit hij op congressen mee aan de voorzitterstafel. En nadat het Vlaams Blok zich eind jaren zeventig had afgescheurd, was hij de man die de Volksunie weer deed aanknopen bij de oude electorale successen. Die gelaagde geschiedenis weerspiegelt zich ook in zijn bibliotheek. Die bevat zowel de meerdelige Geschiedenis van de Vlaamse gedachte van Hendrik Elias, een eminent historicus die in 1942 de fout maakte Staf De Clercq op te volgen als leider van het collaborerende Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Maar evengoed staan er de eerste boeken over (en eigenlijk tegen) het Vlaams Blok van de Humo-journalist Hugo Gijsels. Natuurlijk staan en hangen er ook foto's van zijn kroostrijke gezin. De familiegeschiedenis van de Anciauxs staat haast symbool voor het wedervaren van het Vlaams-nationalisme. Vader Vic en zoon Bert waren allebei ooit voorzitter van de Volksunie. Na het uiteenvallen van die partij kwamen de kinderen Anciaux in de politieke diaspora terecht. Bert is nog altijd senator voor de SP.A, Roel is voor die partij provincieraadslid in Vlaams-Brabant en gemeenteraadslid in Meise. Hilde is voor een rood-groene kartellijst schepen in Machelen. Koen is Open VLD-schepen in Mechelen. Jan is in Vilvoorde OCMW-voorzitter namens de N-VA. Alleen Geert en Veerle hebben geen politiek mandaat. Hoe dat allemaal begonnen en nadien gelopen is, kan niemand beter vertellen dan vader Vic. Hij praat nog altijd vlot. Soms zelfs met die herkenbare galmende stem, alsof hij zich richt tot een zaal vol militanten. Soms kost het hem ook moeite. 'Een jaar geleden is een longtumor bij me vastgesteld', vertelt hij bij het binnenkomen. 'Met mijn hart gaat het ook niet goed.' En na en onderzoekende blik op de journalist: 'Ook u bent best kortademig.' Een partij kun je wel achter je laten, maar huisarts ben je voor het leven. Vic Anciaux: Ik ben me partijpolitiek beginnen te engageren nadat ik me als huisarts in Machelen had gevestigd. Ik moest met mijn patiënten vaak naar de Brusselse ziekenhuizen, waar ze geen Nederlands spraken. Een van hen was tijdens een bezoek aan zijn broer in Brussel onwel geworden, en belandde er op een spoeddienst. Omdat niemand daar Nederlands verstond of wilde verstaan, lieten ze hem tot 's ochtends gewoon op de gang liggen. Toen pas stelden ze een maagbloeding vast. Die man was bijna doodgebloed. Zulke wantoestanden maakten mij woest. Zo begon ik mij te engageren in de organisatiecomités van de Marsen op Brussel. Frans Van der Elst, een van de legendarische stichters van de Volksunie (VU), is mij persoonlijk komen vragen of ik op de Kamerlijst voor Brussel-Halle-Vilvoorde wilde staan. Hij vond dat het mijn plicht was, en ik sprak hem niet tegen. Ik ben een politiek actieve Vlaams-nationalist geworden om sociale redenen. Anciaux: We hadden dan ook een opmerkelijke parlementaire fractie. Maurits Coppieters was een belangrijk figuur, Hugo Schiltz natuurlijk, de jurist Frans Baert, ikzelf ook. Wij gingen in de VU heel vriendschappelijk met elkaar om. Maar vrienden waren wij niet. (mijmert) Op Maurits na, misschien: hij is tot zijn einde een vriend van me gebleven. Het streven naar meer federalisme hield ons samen. Van in het begin was er wel een verschil tussen de sociaal-progressieve groep en een conservatieve vleugel. Veel VU'ers spraken wel graag radicale taal, zeker in communautaire dossiers. Maar niet iedereen was even beginselvast. Anciaux: Je moet beginselvast zijn in het leven, niet alleen in de politiek. Ook als arts ben ik altijd trouw gebleven aan bepaalde beginselen. Dat gezegd zijnde: er is niets fout aan compromissen, zolang je maar niet schippert. Vanuit je overtuiging en je programma onderhandelen en akkoorden sluiten, is in dit land toch de enige manier om op een verantwoorde manier aan politiek te doen? Anciaux: En of. België is niet meer het land waarin ik geboren ben. We zitten vandaag met een rechtstreeks verkozen Vlaams Parlement, een echte Vlaamse regering, een hoop Vlaamse bevoegdheden en héél veel geld. Het is nog allemaal niet perfect en de federalisering is nog niet helemaal voltooid, maar er is de voorbije halve eeuw ontzettend veel bereikt. In de jaren zestig had zelfs de VU daar niet eens van durven dromen. De N-VA klopt zich op de borst met haar eis voor 'confederalisme', maar dat bestáát toch al? Een Vlaams of Waals decreet kan niet verbroken worden door een Belgische wet. In Duitsland kan de bondsregering de besluiten van de deelstaten wél overrulen. Duitsland is een federaal land, België een confederale constructie. Anciaux: En dat terwijl artikel 35 essentieel is om de soms gebrekkige Belgische constructie op orde te krijgen. Ik ben geen separatist, ik ben een federalist. Separatisme is afbrekend, federalisme is opbouwend: het brengt samen. Bovendien weet geen enkele separatist blijf met Brussel. Zij die nog altijd beweren dat ze Brussel ooit aan Vlaanderen zullen hechten, vertellen onzin. Daarom kijk ik uit naar de dag dat de onderhandelingen beginnen om artikel 35 uit te voeren, met een rechtstreeks gesprek tussen de deelstaten. De federale regering hoeft zich daar niet mee te bemoeien. Niemand is daar beter geschikt voor dan de ministers-presidenten: Geert Bourgeois (N-VA) voor Vlaanderen, Willy Borsus (MR) voor Wallonië en Oliver Paasch (ProDG) voor de Duitstalige Gemeenschap. Anciaux: Nee, Brussel hoort niet thuis in onderhandelingen over de toekomst van het land. De regionale regeringen zijn de woordvoerders van hun volk. Zij moeten het eens raken over de exhaustieve lijst van wat ze samen blijven doen. Ik hoop dat ze daarin bijvoorbeeld de solidariteit zullen verankeren, en vooral dat Brussel de gemeenschappelijke hoofdstad van die drie deelstaten wordt. Anciaux: (zucht) Pascal Smet (SP.A) is een goede type, Guy Vanhengel (Open VLD) een echt sympathieke Brusselse ket. Maar ze kennen hun geschiedenis niet meer. Ze geven toe op alles wat de Franstaligen hun vriendelijk komen vragen. Neem hun gedweep met het idee om opnieuw tweetalige lijsten in te dienen: zijn ze echt vergeten waarom de Vlamingen ooit aparte lijsten hebben ingediend in Brussel? In elk geval: ze verdedigen de belangen van de Vlaamse gemeenschap in Brussel niet meer. Misschien ben ik te streng, maar Smet en Vanhengel lijken er trots op te zijn dat ze bij de nieuwe Brusselse bourgeoisie mogen horen. Ik ben nooit een Vlaamse Brusselaar geworden, ik ben altijd een Brusselse Vlaming gebleven. Je moet de Vlamingen in Brussel actief blijven verdedigen. In de jaren zeventig sprak élke Brusselse schepen Brussels Vloms, ook zij die officieel Franstalig waren. Vandaag spreekt PS-schepen Faouzia Hariche geen gebenedijd woord Nederlands, terwijl ze wel verantwoordelijk is voor het Nederlandstalig onderwijs. Anciaux: Welja. Brussel moet de hoofdstad zijn - dus een stád, geen apart gewest. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest moet worden afgeschaft. Tegelijk mag Brussel niet bij Vlaanderen of Wallonië horen. Ik denk aan een statuut zoals dat van Parijs. Die stad heeft weliswaar twintig arrondissementen, maar er is één burgemeester. Het Franse model is niet zomaar te kopiëren, en het heeft gebreken - er zijn in Parijs vreselijk veel lokale mandatarissen - maar de grote lijnen ervan kunnen Brussel wel tot voorbeeld strekken. Toen we in 1988 onderhandelden over het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, heb ik er al op aangedrongen om in één beweging de negentien gemeenten te fuseren, als deel van de totstandkoming van dat nieuwe gewest. Helaas is die fusie nadien een bevoegdheid van het gewest geworden. En het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement is bevolkt door al die schepenen en burgemeesters: die gaan zichzelf niet afschaffen. Terwijl die oude eis vandaag urgenter is dan ooit. Dat er in Brussel zes politiezones zijn, is even absurd als de negentien gemeenten en OCMW's. Daardoor is er geen beleid in Brussel. En vooral: geen solidariteit. De negentien gemeenten verhinderen dat. En dus krijg je het geld van het rijke Ukkel niet naar het arme Molenbeek. Anciaux: Als ik ergens écht trots op ben, is het op de migrantennota die ik in 1978 heb geschreven, als staatssecretaris voor Brusselse Zaken. Mijn ogen waren het jaar voordien opengegaan. Een Marokkaans vrouwtje vroeg om mij te zien. Ze had haar zoon meegebracht. 'Wat moeten wij doen als hij groter wordt?' vroeg ze. 'U moet eens weten in wat voor een appartement wij wonen. Mijn zoon slaapt bij mijn man en ik op de slaapkamer - er is geen andere plaats. Hoe moet ik hem van de straat houden?' Toen ze weg waren, heb ik met mijn hoofd tegen de muur geklopt. Ik had gelezen over de erbarmelijke omstandigheden waarin de Vlaamse arbeiders leefden toen zij in Wallonië gingen werken - ze woonden er in barakken. 'Dat wil ik in Brussel niet opnieuw zien ontstaan', zei ik tegen mezelf. Anciaux: Waarom niet? Vanden Boeynants kon vreselijk vervelend zijn, maar in zijn Brussels patois klonk het: 'A woud is a woud' - 'een woord is een woord'. Je moest een akkoord zelfs niet op papier zetten, want dan was hij geaffronteerd. VDB had best oog voor die sociale grieven. Hij was de zoon van een beenhouwer en kende een volkswijk als de Marollen natuurlijk goed. Het uitgangspunt van mijn nota was eenvoudig: mensen van vreemde origine moeten het even goed hebben als de Belgen. Dat was niet vanzelfsprekend. We spraken toen nog van 'gastarbeiders', we dachten dat ze ooit naar hun land zouden terugkeren. Maar intussen liepen hun kinderen wel een schoolachterstand op. Jonge allochtonen komen nog altijd sneller in het technisch en het beroepsonderwijs terecht. En allochtonen zijn nog altijd slechter gehuisvest dan de gemiddelde Belg. Door de combinatie van die twee factoren krijg je zo veel 'hangjongeren' onder de allochtonen. Uit die groep komen criminelen - jihadisten en salafisten inbegrepen - rekruteren. Later, als Brussels minister, heb ik geijverd voor het medisch steunpunt voor mensen zonder papieren. Pas op, dat werd mij afgeraden door mijn goede Brusselse vrienden Rufin Grijp (SP) en Jos Chabert (CVP): 'Vic, jij gaat toch geen initiatieven nemen voor illegalen?' Waarop ik zei: 'Ik doe dat ook voor de algemene volksgezondheid. Stel, zo'n illegaal zit met tbc op de tram en begint te hoesten. Dan kan hij iedereen besmetten.' Anciaux: Bij een deel van de Vlaamse beweging heeft dat discours er altijd in gezeten. Als ik u zou vertellen wat ik nog heb gezien als partijvoorzitter, toen ik in de jaren zeventig, tachtig afdelingen van de VU bezocht... (op fluistertoon) Ze draaiden daar nog films van tijdens de oorlog. Fóúte films! 'Hoe is dat nu mogelijk?' vroeg ik toen. Ik kijk niet neer op collaborateurs en hun familie: hoewel mijn familie niets met de collaboratie te maken had, ben ik altijd opgekomen voor amnestie. Ik heb al mijn eretekens ooit naar koning Boudewijn teruggestuurd: 'Ik draag ze niet zolang er geen amnestie komt in dit land.' Vervolgens heeft hij me bij zich geroepen en heeft hij mijn documentatie over amnestie opgevraagd. Hoeveel N-VA'ers hebben al iets soortgelijks gedaan? Anciaux: Het beleid van de regering-Bourgeois is maatschappelijk conservatief en sociaal rechts. En dat komt de N-VA helemaal in haar kraam te pas. De N-VA doet níéts voor Vlaanderen. Dat stoort mij zeer. Anciaux: Kunt u mij één voorbeeld geven van wat de N-VA al voor de Vlaamse zaak gedaan zou hebben, sinds die partij in de Vlaamse en de federale regering zit? Hebt u nog iets gehoord over een nieuwe staatshervorming? Wanneer heeft één N-VA-minister in een communautaire discussie nog de Vlaamse belangen verdedigd? Anciaux: O ja. Een geluk voor haar dat ze beschikt over een twintig jaar oude rondzendbrief van Leo Peeters, dus van een socialist. Anders had ze niet eens kunnen optreden. De N-VA'ers weten zelf ook wel dat ze hun Vlaamsgezinde achterban niets te bieden hebben. Is het dan niemand opgevallen dat de N-VA geen enkel partijcongres meer heeft gehouden sinds ze in 2014 in de federale regering is gestapt? Dat is toch al drie volle jaren geleden. Ze vreest de kritische stem van haar eigen achterban. Anciaux: (met stemverheffing) ... dan zouden de huidige N-VA'ers verdorie de eersten geweest zijn om ons uit te schelden en zwart te maken als 'verraders'. Dat hébben ze trouwens gedaan. Voor een IJzerbedevaart ben ik eens belaagd door mensen die nu hoge posten bekleden in de federale regering en de Kamerfractie. Anciaux:(met pretoogjes) Ik heb die namen niet genoemd. Dat jaar zijn al mijn zonen mee naar de IJzerbedevaart gegaan. Die vijf kloeke kerels stapten in één rij voor mij op: 'Laat ze maar komen. Laat ze maar eens aan vader proberen te raken.' Anciaux: Dat is eigenlijk een vraag zonder voorwerp: ik zie in Bart De Wever geen Vlaams-nationalist. Hij is een conservatief politicus, dat wel, en een zeer verstandig en welbespraakt man, met een radde tong. Anciaux: De Wever lijkt mij toch geen tweede Schiltz. Hugo Schiltz durfde compromissen te sluiten, en daarin ging hij nog een stuk verder dan ik. Hij kon dat omdat hij de Franstaligen beter kende. Mevrouw Antoinette Spaak, destijds de voorzitter van het FDF, was zelfs een goede vriendin van Hugo. In 2001 heeft Schiltz ook Geert Bourgeois de huid vol gescholden, omdat die als VU-voorzitter eerst niet over het Lambermont-akkoord durfde te onderhandelen. Hij 'had geen tijd', maar was nadien wel 'tegen'. Dat vond Schiltz beneden alle peil. Schiltz was behendig én beginselvast. Het is geen toeval dat hij bij de splitsing van de VU voor Spirit heeft gekozen en niet voor de N-VA. Economisch was hij een uitgesproken liberaal, en in maatschappelijke kwesties was hij sociaal en vooruitstrevend. Anciaux: De Wever vergist zich: niet Vlaanderen maar de Vlaamse beweging is altijd conservatief geweest. Maar inderdaad, sinds de mislukking van het Spirit-project is er geen partij meer waarin ik als sociaal voelende, progressieve flamingant terechtkan. Sociaal voel ik mij verwant aan de SP.A, maar met mijn Vlaamse engagement kan ik er niet terecht. De SP.A doet ook te weinig haar best om samen met de nieuwe Vlamingen te bouwen aan een Vlaanderen voor ons allemaal. En zo komt het dat een man die het grootste deel van zijn leven aan politiek heeft gedaan vandaag partijloos is. Anciaux: In 2003 was de beslissing van Bert de juiste, al was het maar omdat Spirit alleen zo nog een zichtbare rol kon spelen. Het klikte tussen Bert en Steve Stevaert, de voorzitter van de socialisten. Stevaert is tragisch geëindigd, maar hij wilde met Bert een heel eind samen op weg gaan. Met John Crombez, die vandaag SP.A-voorzitter is, komt Bert opnieuw goed overeen, maar de meeste partijgenoten voelen weinig voor zijn Vlaamse overtuiging. Daarbij heeft Bert ook een uitgesproken mening over de islam en de emancipatie van nieuwe landgenoten. Dat nemen sommige SP.A'ers hem kwalijk. Dat is natuurlijk het fundamentele probleem van de SP.A: als het over allochtonen gaat, nemen de socialisten een tsjevenhouding aan. Ze durven geen duidelijk standpunt in te nemen. Anciaux: Als we samenkomen, praten we weinig over politiek. Maar ze hebben allemaal een sterk maatschappelijk bewustzijn, ook mijn zonen bij de Open VLD en de N-VA. En wie van hen het ook goed doet bij de verkiezingen, hij of zij krijgt schouderklopjes van de anderen. Ze gunnen elkaar hun geluk. Sinds mijn ziekte komen al mijn kinderen en kleinkinderen mij met grote regelmaat bezoeken. Dan ervaar ik echt wel grote liefde. De clan-Anciaux bestaat. En ik ben er trots op.