Terecht wijst auteur Hans Vandecandelaere in een interview in Knack over zijn boek En vraag niet waarom: sekswerk in België erop dat sekswerkers een diverse categorie zijn, veel meer dan het cliché van uitgebuite vrouwen die geen andere keuze hebben door armoede of schulden en altijd slachtoffer zijn van dwang en geweld. Hij wijst erop dat voor veel sekswerkers sekswerk op een gegeven moment gewoon de enige of best mogelijke manier om een inkomen te verwerven. Motieven zijn dan zelfbeschikking verwerven over hun eigen leven, familie ondersteunen, een toekomstige droom waar maken... Furia wil die motieven respecteren en tegelijkertijd maatschappelijk kaderen. Voor niemand zijn zelfbeschikking en keuzes vrij. Maar ook keuzes in de meest penibele omstandigheden blijven keuzes.

Omdat op betaalde seks een vreselijk stigma rust, gaat de verontwaardiging al te gemakkelijk uit naar 'het verkopen van je lichaam', wat dan tegengesteld is aan zelfbeschikking. Een sekswerker verkoopt echter niet haar/zijn lichaam, maar seks. Een belangrijke nuance. We zouden beter verontwaardigd zijn over de werksituatie van sekswerkers en over de omstandigheden die hun keuzes bepalen, zoals armoede, discriminatie en uitsluiting.

Versterk de maatschappelijke positie van sekswerkers.

Door de verontwaardiging over geweld en uitbuiting, die met sekswerk (en zoveel ander werk) gepaard gaan, is het verleidelijk om van alle sekswerkers slachtoffers te maken. Natuurlijk is er geweld en uitbuiting. Waarom is de verontwaardiging daarover in bijvoorbeeld sweatshops niet even sterk? Zit daar een moreel kantje aan misschien, dat sekswerk gelijkstelt met oneerbaar werk, dat kost wat kost uitgeroeid moet worden? Wie zijn wij om zo'n oordeel te vellen?

Onder aanvoering van de European Women's Lobby wordt een Europese campagne gevoerd voor het bestraffen van klanten van sekswerkers, met het argument dat als er geen klanten zijn er ook geen sekswerkers meer zijn. Het grote voorbeeld is Zweden dat deze praktijk als eerste introduceerde. In België schaarden onder meer de Nederlandstalige en Franstalige Vrouwenraad zich achter deze campagne.

De feministische en pluralistische denktank Furia is hier geen voorstander van. Op het eerste zicht klinkt het beboeten van mannen die seks kopen misschien goed: het zou duidelijk maken dat (vrouwen)lichamen geen koopwaar zijn. En het zou de criminele circuits zoals vrouwenhandel en pooierschap errond verzwakken.

Maar zo simpel is het niet. Er is discussie over de effectiviteit van die repressieve aanpak, die, zoals uit het voorbeeld van Zweden blijkt, de sekswerkers niet zomaar ten goede komt: ze zien hun inkomen dalen en aanvaarden daarom noodgedwongen meer 'moeilijke klanten' in de clandestiniteit. Ze zijn kwetsbaarder en meer geïsoleerd. En het stigma wordt nog groter.

Voorstanders van een repressieve aanpak zwaaien met alternatieven zoals exitstrategieën die sekswerkers moeten ondersteunen, als ze naar een ander beroep willen overstappen. Dat soort broodnodige flankerende maatregelen kunnen zeker de keuzevrijheid van sekswerkers verhogen. In praktijk komt daar echter weinig van in huis en is dat ook niet te verwachten zolang structurele werkloosheid dat er veel te weinig geld voor wordt uitgetrokken. Zo is sekswerk in Frankrijk verboden, maar zijn er nauwelijks middelen om vrouwen aan een andere job te helpen. Op die manier belanden sekswerkers steeds verder in de anonieme, clandestiene rafelranden van de maatschappij. Hier lijkt een abolitionische ideologie het te winnen van feministische realiteitszin. Met alle risico's van dien.

Een beteugeling van sekswerk zal ook de mensenhandel niet doen dalen.

Een beteugeling van sekswerk zal dan ook de mensenhandel niet doen dalen. Zolang mensen hun land verlaten op zoek naar een beter leven en daarbij op gesloten grenzen stuiten, zullen ze een beroep doen op mensensmokkelaars. Met vooral voor vrouwen het risico dat ze bij gebrek aan alternatief vervolgens gedwongen in sekswerk belanden.

Niet repressie en gemoraliseer, maar wel de versterking van de maatschappelijke positie van de sekswerker moet dan ook het uitgangspunt zijn. Voor sekswerkers moeten dezelfde principes gelden als voor alle burgers. Dat betekent zelfbeschikkingsrecht, recht op respect, op veiligheid en bescherming, op sociale zekerheid, op gezondheidszorg, op een leefbaar inkomen enz. Daarop moet het beleid focussen. Met daarnaast meer middelen om politie en gerecht in staat te stellen om pooiers en mensenhandelaars te vervolgen.

Over heel wat van deze beleidssuggesties ter ondersteuning van sekswerkers bestaat trouwens grote eensgezindheid. Het is dus perfect mogelijk om de meer principiële meningsverschillen even terzijde te laten en de krachten te bundelen om beleidsmakers te overtuigen om hier werk van te maken. Een goed beleid steunt op een genuanceerde kijk op deze complexe en weerbarstige realiteit. En dat in samenspraak met de sekswerkers zelf die een stem moeten krijgen in de uitwerking hiervan.

Ida Dequeecker is lid van Furia en Sofie De Graeve is woordvoerster Furia, een feministische en pluralistische overleg- en actiegroep die elk jaar op 11november de Nationale Vrouwendag organiseert.