De MR is niet van plan om de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen tijdens de volgende legislatuur. Dat zei MR-campagnewoordvoerder Georges-Louis Bouchez woensdag op RTL. De partij reageert daarmee op de uitspraken van N-VA-voorzitter Bart De Wever dinsdagavond in Terzake. In een debat met SP.A-voorzitter John Crombez zei De Wever dat de wettelijke pensioenleeftijd op termijn moet stijgen als ook de levensverwachting blijft stijgen.

Volgens MR-campagnewoordvoerder Bouchez is de stelling van De Wever 'niet noodzakelijk relevant'. De kostprijs van de pensioenen stijgt immers tot 2030, maar zal daarna volgens de verwachtingen terug dalen.

PS-voorzitter Elio Di Rupo uitte op Twitter forse kritiek op de uitspraken van De Wever. 'Is hij op zijn hoofd gevallen? Kent hij het echte leven van de mensen?' De PS wil, zoals de PVDA, de beslissing om de pensioenleeftijd op te trekken tot 67 jaar in 2030 ongedaan maken.

'Debat had in 2014 moeten plaatsvinden'

'Er valt wel iets te zeggen' voor een systeem waarbij de pensioenleeftijd verhoogt op basis van de evolutie van de levensverwachting, maar 'dan had men dit debat in 2014 moeten organiseren, om te kijken of er een maatschappelijk draagvlak voor is'. Dat zegt Frank Vandenbroucke, voormalig SP.A-minister en nu hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

'Als je het meent, komt zo'n voorstel erop neer dat je een 'spelregel' vastlegt. En het resultaat van die 'spelregel' hangt af van hoe de levensverwachting evolueert', zegt Vandenboucke. 'Als je met zo'n spelregel werkt, dan krijg je in de praktijk een verschuiving van de pensioenleeftijd in kleine stapjes; je zal dan niet 15 jaar op voorhand vastleggen wat de pensioenleeftijd in het jaar 2030 zal zijn. Een beleid op basis van zo'n spelregel is wezenlijk anders dan een beleid waarbij men van lang op voorhand al beslist wat de pensioenleeftijd in de verre toekomst zal zijn.'

Op zichzelf valt er voor zo'n benadering wel iets te zeggen, vindt Vandenbroucke, 'maar dan had men dit debat in 2014 moeten organiseren, om te kijken of er maatschappelijk draagvlak kan worden gevonden voor zo'n geleidelijk werkende spelregel. Men had dan vooral niet moeten beslissen om de pensioenleeftijd voor mensen met onvoldoende lange loopbanen in 2025 en 2030 te verhogen tot 66, respectievelijk 67 jaar: het van lang op voorhand vastprikken van deze leeftijden en het werken met grote sprongen (één jaar bij in één beweging) is een andere strategie.'

'Pijnlijk'

Ook denktank Itinera mengt zich in het debat. Het pensioendebat zou eigenlijk moeten gaan over de effectieve loopbaanlengte in plaats van de pensioenleeftijd, aldus hoofdeconoom Ivan Van de Cloot. 'Het is pijnlijk dat zelfs Bart De Wever, die toch gezien wordt als iemand die sterk is in communicatie, zo'n flater begaat.'

Het is heel problematisch dat politici maar bezig blijven over de officiële pensioenleeftijd, terwijl die voor heel weinig mensen nog relevant is', zegt Van de Cloot. 'Slechts een kleine fractie van de bevolking werkt tot 65 jaar. Dat zal in de toekomst ook nog zo zijn als we die technische barrière verleggen naar 67 jaar.'

Van de Cloot pleit ervoor om 'naar de kilometerteller te kijken, en niet naar de leeftijd van de wagen'. 'We werken gemiddeld 33 jaar. Als we dat met een aantal jaar kunnen optrekken, lossen we al een heel stuk van het probleem op', zegt de econoom. Hoe kunnen we dat doen? 'Met de gelijkgestelde periodes - tijdkrediet, werkloosheid, brugpensioen, enzovoort - erbij, is de loopbaanlengte 37 jaar. Het is belangrijk die kloof te dichten en ervoor te zorgen dat mensen meer effectief werken. Zo verhogen we de fundering van ons pensioensysteem', stelt Van de Cloot.

De Itinera-econoom is niet mals voor het regeringswerk van de voorbije jaren. Het was bijvoorbeeld een flater om de pensioenbonus te schrappen, zegt hij. 'En een andere flater was de discussie over de tantièmes, de voordelen van ambtenaren die een genereuzer pensioen hebben, koppelen aan de discussie van de zware beroepen. Dan zeg je eigenlijk dat iedereen moet lobbyen om ook voor hun beroep het etiket van zwaar beroep te krijgen.'

Bonden verbolgen

De vakbonden zijn ook niet gewonnen voor het voorstel. 'Het is pensioendarwinisme: 'survival of the fittest'', zegt voorzitter Marc Leemans van de christelijke vakbond ACV.

Leemans wijst erop dat mensen niet altijd gezond blijven tot hun laatste dag. 'En kortgeschoolden leven gemiddeld veel minder lang gezond dan hoogopgeleiden', zegt hij. 'De mensen die slechte jobs hebben, vroeger beginnen werken en vaak geen tweede- of derdepijlerpensioen hebben, zijn de sigaar. N-VA heeft een darwinistische visie en rijdt voor de sterksten in de samenleving.'

De ACV-voorzitter kijkt ook naar onze noorderburen. 'De liberale regering-Rutte heeft het al gedaan: wie in Nederland nu 18 is, zal tot 71,3 jaar moeten werken. Nu al stelt men vast dat dit niet haalbaar is', zeg hij. 'Het aantal langdurig zieken piekt. Bij ons is in 2016 uit de werkbaarheidsmonitor gebleken dat de helft van de werknemers werkbaarheidsproblemen heeft. De regering heeft bitter weinig voorgesteld om dat te verbeteren, er is alleen maar aangedrongen op nog meer flexibiliteit.'

Ook de socialistische ABVV ziet de N-VA-plannen niet zitten. 'De zogenaamde levensverwachting in goede gezondheid, het aantal jaar dat iemand in goede gezondheid leeft, bedraagt voor mannen 63,5 jaar en voor vrouwen 64,1 jaar. De levensverwachting in goede gezondheid ligt dus lager dan de wettelijke pensioenleeftijd vandaag', zegt federaal secretaris Raf De Weerdt op basis van Eurostat-cijfers uit 2017. 'Bij kortgeschoolden ligt de gezonde levensverwachting zelfs niet eens op gemiddeld 64 jaar, maar nog een pak lager', zegt De Weerdt. 'Voor hen wordt het afzien tot aan het pensioen. Deze realiteit is niet te verwaarlozen.'